25 OKTOBER 2007 – Besluit betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap
HOOFDSTUK II. - Bijzondere normen toepasselijk op de verblijfscentra.
Art. 38.
Onverminderd de in Hoofdstuk I van Titel III bepaalde algemene normen, moet het verblijfscentrum aan de hierna genoemde voorwaarden voldoen.
Afdeling 1. - Normen betreffende de opdrachten.
Art. 39.
[De verblijfscentra nemen de volgende opdrachten waar :
1° 's nachts en, indien nodig, tijdens de weekends en overdag de personen met een handicap die geen externe activiteiten hebben, opvangen om hun onderdak, medische, psychologische begeleiding alsmede sociale steun aan hun gezinsmilieu te bieden;
2° indien nodig, tijdens de weekends en overdag, hetzij sociale en paramedische aanpassingsactiviteiten, hetzij sociale, creatieve of recreatieve activiteiten aanbieden om hen in staat te stellen de voor het dagelijkse leven noodzakelijke vaardigheden te verwerven of te behouden en om hun zelfstandigheid en hun integratie in de maatschappij te bevorderen.]1
Art. 40.
Deze centra staan in voor de opvang van minstens vijftien personen met een handicap.
Op gemotiveerde aanvraag van de centra kunnen de Ministers, na advies van de afdeling, een afwijking toestaan van de in het eerste lid bedoelde norm.
[De basiscapaciteit van het centrum mag maximaal met 10 % worden overschreden, voor zover de bepalingen van de artikelen 48 tot 58 van dit besluit worden nageleefd.]2
Art. 41.
Het centrum zorgt het hele jaar door voor de opvang van de personen met een handicap.
De individuele overeenkomst kan echter sluitingsperiodes vastleggen, voor zover er door het centrum een andere opvangoplossing wordt geboden voor de gebruikers die hierom vragen.
Buiten de erkende basiscapaciteit kan het centrum vragen om een bepaald aantal huisvestingsplaatsen vrij te houden voor het kortverblijf van personen met een handicap, voor zover de bepalingen van de artikelen 48 tot 56 worden nageleefd.
Kortverblijf biedt tijdelijke opvang aan een persoon met een handicap, met een maximumduur van 90 nachten per kalenderjaar in één of meer periodes.
Het staat eveneens in voor :
1° het aanbieden van een maaltijd 's ochtends en 's avonds;
2° het aanbieden van een middagmaal wanneer de gebruiker overdag aanwezig is;
3° het verstrekken en het onderhoud van het linnengoed;
4° het onderhoud van de kleding.
Afdeling 2. - Normen betreffende de omvang en de kwalificatie van het personeel.
Art. 42.
Het centrum staat permanent in voor de effectieve leiding. Bij afwezigheid van de directeur dient een hiertoe afgevaardigd personeelslid in staat te zijn in geval van nood de nuttige maatregelen te treffen en de vragen te beantwoorden.
Art. 43.
Het centrum moet voldoen aan de personeelsnormen bepaald in bijlage II.
[Hij omvat minimaal zeven voltijdse equivalenten van het educatief, paramedisch en sociaal personeel.]3
Afdeling 3. - Normen betreffende het huishoudelijk reglement, de individuele overeenkomst en het vertrouwelijk dossier.
Art. 44.
Onverminderd artikel 31, vermeldt het huishoudelijk reglement onder meer :
1° in voorkomend geval, de sluitingsperiodes van het centrum;
2° het bestaan van de gebruikersraad, de naam van zijn voorzitter en de manier waarop met hem contact kan worden opgenomen alsmede, in voorkomend geval, de wijze waarop de verkiezing van de leden van de raad zal worden georganiseerd;
Art. 45.
Er wordt een individuele overeenkomst opgesteld, die door het centrum en de gebruiker en, in voorkomend geval, door zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt ondertekend en minstens de volgende bepalingen bevat :
1° de identiteit van de partijen;
2° de opvangdatum en de duur van de overeenkomst en, in voorkomend geval, het deeltijds verblijf; in het geval van een kortverblijf zal de door de partijen ondergetekende basisovereenkomst geleidelijk aan worden aangevuld met vermelding van de opvangperiodes tijdens het jaar;
3° een opvangproject dat onder meer de nadere regels met betrekking tot de jaarlijkse evaluaties omvat, alsmede de doelstellingen en de aangewende middelen om ze te bereiken;
4° het bedrag van de geïndexeerde financiële bijdrage, alsmede, in voorkomend geval, het minimumbedrag dat ter beschikking van de persoon met een handicap moet worden gelaten;
5° de natuurlijke of rechtspersoon die voor de betaling instaat;
6° de limitatieve opsomming van de gevraagde supplementen en de wijze waarop deze laatste moeten worden bepaald;
7° de omschrijving van de prestaties die gedekt worden door de financiële bijdrage van de persoon met een handicap;
8° de mogelijkheid tot opvang of huisvesting tijdens de sluitingsperioden van het centrum zoals bepaald in het huishoudelijk reglement;
9° de voorwaarden voor de ontbinding van de overeenkomst door elk van de partijen en de daaraan verbonden periodes van vooropzeg, de heroriëntatie van de gebruiker;
10° de verbintenis van het centrum om te antwoorden op de individuele vragen om informatie van de gebruikers;
11° de wijze waarop en de regelmaat waarmee deze overeenkomst geëvalueerd wordt;
12° in het geval van kortverblijven behelst de overeenkomst punt 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 10 van dit artikel en omschrijft ze de bijzondere opvangvoorwaarden alsmede de onderdelen van de dienstverlening die verband houden met deze bijzondere opvang die aan de persoon met een handicap wordt geboden.
Een exemplaar van het huishoudelijk reglement wordt bij de overeenkomst gevoegd. Deze laatste wordt aan de partijen overhandigd.
Art. 46.
Het in artikel 24 bedoelde vertrouwelijk dossier omvat :
1° [een medisch luik, waarin onder meer vermeld wordt dat de gebruiker al dan niet recht heeft op de norm zware zorgbehoevendheid, betreffende de nood aan intensieve en meervoudige ondersteuning, overeenkomstig bijlage III bij dit besluit]4;
2° een psychologisch luik;
3° een socio-educatief luik, met
a) de anamnese
b) de analyse van de behoeften
c) het opvangproject dat onder meer de jaarlijkse evaluaties omvat, alsmede de doelstellingen en de aangewende middelen om ze te bereiken, met uitzondering van de kortverblijven.
4° de individuele overeenkomst en haar wijzigingen.
Het centrum zorgt voor de regelmatige bijwerking van deze gegevens.
Afdeling 4. - Normen betreffende de gebruikersraad.
Art. 47.
In elk centrum dient er een gebruikersraad te worden opgericht. Deze raad is samengesteld uit de gebruikers of hun wettelijke vertegenwoordigers, samen met een vertegenwoordiger van de directie en een door het personeel aangeduid personeelslid. De directeur van het centrum moet er de regelmatige werking van verzekeren, en dit minstens vier keer per jaar. Eén personeelslid verricht het secretariaatswerk.
De opdracht van de gebruikersraad bestaat erin alle suggesties betreffende de levenskwaliteit en de praktische organisatie van de opvang van de personen met een handicap te formuleren. Hiertoe verstrekt de directeur van het centrum hem alle informatie die nodig is voor het vervullen van zijn opdracht.
De raad bepaalt zijn werking en kiest een voorzitter uit zijn midden.
De notulen van de vergadering worden in een daartoe bestemd register opgenomen dat voor alle gebruikers en voor de administratie toegankelijk is.
Afdeling 5. - Architectonische normen.
Art. 48.
De infrastructuur van het centrum is aangepast aan de behoeften van de gebruikers en de leefruimten aan de specifieke eisen die door de handicap worden opgelegd.
De buiten de erkende basiscapaciteit vrijgehouden plaatsen voor kortverblijf zoals omschreven in artikel 41 worden in aanmerking genomen en toegevoegd aan de erkende capaciteit van elk centrum met het oog op de naleving van de architectonische normen bedoeld in deze afdeling.
Art. 49.
Het centrum neemt alle nodige maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand en voor de evacuatie van de aanwezigen in geval van een ramp.
Art. 50.
De gebouwen van het centrum worden goed onderhouden en alle vochtigheid of waterinsijpeling wordt bestreden.
De verwarming maakt het mogelijk te allen tijde een temperatuur van minstens 19 °C te bereiken in de verblijfs- en activiteitenlokalen.
Er wordt gezorgd voor voldoende verluchting en verlichting in de verblijfs- en activiteitenlokalen
Het drinkwater van het verdelingsnet is overal gemakkelijk toegankelijk in het centrum.
Art. 51.
Het centrum beschikt over voldoende huishoudelijke voorzieningen. De keuken is zo ingericht dat ze geen geurhinder veroorzaakt; ze mag niet aan de verpleeglokalen aanpalen.
Indien het centrum beschikt over een washok of een linnenkamer, wordt dit lokaal zodanig ingericht dat het geen geur- noch damphinder veroorzaakt en dat er geen onderbreking is van de aan- en afvoerleidingen; ze mag niet aan de verpleeglokalen noch aan de keuken aanpalen.
Art. 52.
Het centrum beschikt over een voldoende aantal lokalen om zijn taken waar te nemen, zoals onder meer : het beheer van het centrum, de sociale dienst, de reëducatie, de psychologische raadpleging, de medische onderzoeken, de bezoeken aan de gebruikers en de huisvesting van het nachtpersoneel.
Art. 53.
Dieren mogen geen toegang hebben tot de keukens en de lokalen waar het voedsel wordt bewaard.
Art. 54.
Het centrum mag over een rokerslokaal beschikken; indien dit lokaal niet bestaat, dan moet er een ruimte worden ingericht dat met een voorziening voor luchtverversing is uitgerust.
Art. 55.
De sanitaire voorzieningen in het centrum zijn gemakkelijk toegankelijk. Er wordt gezorgd voor een doeltreffende ventilatie van de lokalen.
Het centrum beschikt over minstens één toilet voor het personeel en de bezoekers.
Art. 56.
Het centrum beschikt minstens over :
1° een aangepaste wasgelegenheid met een bad of een douche per vijf personen met een handicap en met een kleedruimte;
2° een aan de opgevangen bevolking aangepast toilet per vijf personen met een handicap;
3° een wastafel met stromend water in elke kamer.
Art. 57.
De kamers hebben ramen die naar buiten uitgeven. Er is nachtverlichting in de gangen.
In de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande centra mogen in de gemeenschappelijke kamers niet meer dan drie bedden staan. Voor de nieuwe centra wordt dit aantal tot twee bedden teruggebracht.
De minimale netto-oppervlakte van de individuele kamers, sanitaire voorzieningen uitgesloten, bedraagt 8 m2 en 6 m2 per bewoner in de gemeenschappelijke kamers.
Elke persoon beschikt over een bed, een nachtkastje, een stoel en een kast.
Art. 58.
Indien een dagcentrum en een verblijfscentrum binnen dezelfde voorziening worden georganiseerd, dan kunnen de lokalen bestemd voor het beheer, de psychologische raadpleging, de verpleging en de revalidatie gemeenschappelijk zijn.
Afdeling 6. - Het beheer van de goederen van de persoon met een handicap.
Art. 59.
Met uitzondering van de ouders of van de kinderen van de persoon met een handicap is het elk personeelslid of iedere persoon die een mandaat bekleedt in een centrum, verboden de goederen van de gebruiker te beheren, tenzij met naleving van de onder artikel 60 vermelde bepalingen en onverminderd de wetgevingen inzake de bescherming van de goederen van de personen met een handicap.
Art. 60.
Behalve in de gevallen waarin de gebruiker in staat is zijn goederen te beheren, moeten de ontvangsten en de financiële uitgaven van de gebruiker vermeld worden in de boekhouding op een individuele rekening van een bij name aangeduide derde, en dit binnen een termijn van dertig dagen. In deze individuele rekeningen moeten de geldbewegingen en de saldi tot uiting worden gebracht; de gedetailleerde bewijsstukken van de inkomsten en uitgaven dienen systematisch te worden bewaard.
Op vraag van de gebruiker wordt hem binnen acht dagen een afschrift van zijn individuele rekening bezorgd. Bij dit rekeningafschrift wordt eventueel een attest van opening van een rekening bij een bankinstelling gevoegd.
De jaarlijkse eindafrekening wordt automatisch verstuurd naar de gebruiker na afloop van het kalenderjaar en bij het vertrek van de gebruiker.
Art. 61.
Het afschrift van de individuele rekening, alle bewijsstukken van de inkomsten en uitgaven alsmede de documenten met betrekking tot de door het centrum geopende bankrekening overeenkomstig artikel 60 worden ter beschikking gesteld van de ambtenaren die ze op elk ogenblik kunnen nagaan.
Deze ambtenaren mogen geen familie of verwant zijn tot in de vierde graad van een beheerder, van een personeelslid van die centra of van een opgenomen persoon met een handicap.
Bijlagen
[BIJLAGE II - Personeelsnormen |
Bijlage II tot het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap |
a) Administratieve, psycho-socio-educatieve, medische normen en normen met betrekking tot onderhoudspersonnel:
ADL Diensten (art. 98) | Diensten voor begeleid zelfstandig wonen
(art. 91) |
Dagcentra (art. 67) | Aanvulling zwaar zorgbehoevend in dagcentra | Verblijfscentra (art. 43) | Aanvulling zwaar zorgbehoevend in verblijfscentra | Dagaanwezig-heid in verblijfscentra | |
Aantal voltijds equivalenten per centrum of dienst | |||||||
Administratie | 0,5 van 6 tot 12 plaatsen
0,5 van 13 tot 24 plaatsen 1 vanaf 25 plaatsen |
0,5 vanaf 10 plaatsen
1 vanaf 20 plaatsen |
1 vanaf 15 plaatsen
2 van 16 tot 40 plaatsen |
||||
Aantal voltijds equivalenten per persoon met een handicap | |||||||
Assistent | 0,89
|
||||||
Aantal jaarlijkse uren in decimalen per erkende plaats | |||||||
Educatief personeel | |||||||
- Groepschef | 0,66 | 1,33 | |||||
- Hoofdopvoeder | 1,33 | 4 | |||||
- Educatief, paramedische en sociaal | 8,5 | 9,5 | 14,25 | 9,5 | 3,9 | ||
Totaal educatief personeel | 10,49 | 9,5 | 19,58 | 9,5 | 3,9 | ||
Medisch personeel | 0,25 | 0,25 | |||||
Psycholoog | 0,25 | 0,4 | |||||
Onderhoud-personeel | 4 | 5,7 |
[b) Normen met betrekking tot de directie:
Erkende basiscapaciteit per VZW (dagcentra, ADL diensten, verblijfscentra) | Aantal Voltijds Equivalenten (directeur) | ||
1 erkenning | 2 erkenningen | Meer dan 2 erkenningen | |
Van 10 tot 39 (dagcentra)
Van 12 tot 39 (ADL diensten) Van 15 tot 39 (verblijfscentra) |
1 | 1 | 1,5 |
Van 40 tot 59 | 1 | 1,5 | 2 |
Van 60 tot 89 en meer | 1,5 | 2 | 3 |
Erkende basiscapaciteit per VZW (diensten voor begeleid zelfstandig wonen) | Aantal Voltijds Equivalenten (directeur of coördinator) | ||
Van 6 tot 12 | 0,5 | ||
Vanaf 13 | 0,5 | ||
Vanaf 25 | 1 |
]6]5
Art. N2.
Bijlage III. [ - Criteria inzake zware zorgbehoevendheid
Opdat een persoon erkend zou worden als een persoon die nood heeft aan intensieve en ruime ondersteuning, moet hij/zij :
1° ingeschreven zijn op de lijst van "zwaar zorgbehoevenden" van het VAPH of de dienst PHARE;
2° of beantwoorden aan ten minste drie van de volgende criteria :
- bedlegerig zijn of motorische stoornissen vertonen met een afwezigheid van motorische zelfstandigheid tot gevolg;
- lijden aan incontinentie overdag of 's nachts;
- nood hebben aan de constante en actieve aanwezigheid van een derde;
- zich niet alleen kunnen voeden;
- nood hebben aan een dagelijks volledig toilet verricht door een derde;
- aan een zware somatische aandoening lijden die dagelijkse medische of paramedische verzorging vereist;
- ernstige gedragsstoornissen vertonen;
- ernstige uitingsstoornissen vertonen (geen toegang tot gesproken taal);
- aan niet-gestabiliseerde epilepsie lijden.]7
- 1 <BESL 2009-10-22/26, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
- 2 <BESL 2009-10-22/26, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
- 3 <BESL 2009-10-22/26, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
- 4 <BESL 2013-03-15/13, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
- [5] <BESL 16.02.2023; Art. 2; Inwerkingtreding 01-01-2023>
- [6]<BESL 18-07-2024; Art.1; Inwerkingtreding 01-01-2024>
- [7] <BESL 2013-03-15, art. 7; Inwerkingtreding: 01-01-2013>