25 OKTOBER 2007 – Besluit betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap
HOOFDSTUK V. - Bijzondere normen toepasselijk op de diensten voor begeleid zelfstandig wonen.
Art. 85.
Onverminderd de in Hoofdstuk I van Titel III bepaalde algemene normen moeten de diensten voor begeleid zelfstandig wonen, aan de hierna voorwaarden voldoen.
Afdeling 1. - Normen betreffende de opdrachten.
Art. 86.
De diensten nemen de volgende opdrachten waar :
1° instaan voor de begeleiding van personen met een handicap die alleen wonen of willen wonen, met het oog op het behoud of het bevorderen van een zo groot mogelijke zelfredzaamheid en met het oog op een optimaal familiaal en sociaal integratieniveau;
2° minimum zes volwassenen begeleiden.
Afdeling 2. - Normen betreffende de kwaliteit van de dienst en de opvang van de gebruikers.
Art. 87.
De dienst mag voor de begeleiding van de personen met een handicap onder geen enkele vorm een vergoeding eisen of ontvangen, tenzij met de instemming van de Ministers. De Ministers stellen het maximumbedrag van deze vergoeding vast.
Art. 88.
Het beheer van de gelden en goederen van de personen met een handicap mag niet door de personeelsleden of de beheerders van de dienst worden waargenomen, met uitzondering van kleine bedragen die als zakgeld voor dagelijks gebruik beschouwd worden.
Art. 89.
§ 1. Bij de aanvang van de begeleiding wordt tussen de dienst en de persoon met een handicap en, in voorkomend geval, met zijn wettelijke vertegenwoordiger een begeleidingsovereenkomst afgesloten. De overeenkomst dient opgesteld te zijn in een voor de persoon met een handicap bevattelijke taal en ondertekend te worden door de verantwoordelijke van de dienst en de betrokkene en, in voorkomend geval, zijn wettelijke vertegenwoordiger.
§ 2. De begeleidingsovereenkomst dient volgende bepalingen te bevatten :
1° naam en adres van de dienst en de wijze waarop de permanentie in de dienst georganiseerd is;
2° de periode waarvoor de overeenkomst gesloten werd en de wijze waarop ze eventueel kan worden aangepast;
3° de wijze waarop de overeenkomst kan worden opgezegd;
4° de frequentie en de tijdstippen van de begeleidingen;
5° de inhoud van de begeleidingen en de afspraken betreffende de verschillende begeleidingsaspecten tussen de dienst en de persoon met een handicap;
6° de vermelding dat de begeleiding kosteloos is;
7° de vermelding dat de begeleider of de dienst geen geld of goederen van de persoon met een handicap in bewaring mag nemen, met uitzondering van kleine bedragen die als zakgeld voor dagelijks gebruik beschouwd worden;
8° voor de persoon met een handicap die via de dienst een woning huurt : de vermelding dat het huurcontract niet gebonden mag zijn aan de begeleidingsovereenkomst.
Art. 90.
§ 1. De dienst begeleidt de persoon met een handicap in de domeinen die in de begeleidingsovereenkomst werden afgesproken.
De begeleiding moet ambulant zijn en hoofdzakelijk thuis gebeuren.
§ 2. De betrokken woningen moeten ruimtelijk van de erkende centra en diensten gescheiden zijn.
Afdeling 3. - Normen betreffende de omvang en de kwalificatie van het personeel.
Art. 91.
[De dienst moet voldoen aan de personeelsnormen, zoals bedoeld in bijlage II.
Per 6 bewoners, dient in minstens één voltijds equivalent personeelslid te worden voorzien, dat in het bezit is van een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan en met psychologische, pedagogische of paramedische oriëntatie.
Voor de toepassing van bijlage II, beschikt een dienst die 6 tot 12 inwoners opvangt over:
1° of 0,5 VTE administratief personeel;
2° of 0,5 VTE leidinggevend of coördinerend personeel.]1
Afdeling 4. - Architectonische normen.
Art. 92.
De woning moet voldoen aan de minimumvoorwaarden omschreven in het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 november 2006 tot vaststelling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.
Bijlagen
[BIJLAGE II - Personeelsnormen |
Bijlage II tot het besluit van het Verenigd College van 25 oktober 2007 betreffende de erkenning en de subsidiëringswijze van de centra en diensten voor personen met een handicap |
a) Administratieve, psycho-socio-educatieve, medische normen en normen met betrekking tot onderhoudspersonnel:
ADL Diensten (art. 98) | Diensten voor begeleid zelfstandig wonen
(art. 91) |
Dagcentra (art. 67) | Aanvulling zwaar zorgbehoevend in dagcentra | Verblijfscentra (art. 43) | Aanvulling zwaar zorgbehoevend in verblijfscentra | Dagaanwezig-heid in verblijfscentra | |
Aantal voltijds equivalenten per centrum of dienst | |||||||
Administratie | 0,5 van 6 tot 12 plaatsen
0,5 van 13 tot 24 plaatsen 1 vanaf 25 plaatsen |
0,5 vanaf 10 plaatsen
1 vanaf 20 plaatsen |
1 vanaf 15 plaatsen
2 van 16 tot 40 plaatsen |
||||
Aantal voltijds equivalenten per persoon met een handicap | |||||||
Assistent | 0,89
|
||||||
Aantal jaarlijkse uren in decimalen per erkende plaats | |||||||
Educatief personeel | |||||||
- Groepschef | 0,66 | 1,33 | |||||
- Hoofdopvoeder | 1,33 | 4 | |||||
- Educatief, paramedische en sociaal | 8,5 | 9,5 | 14,25 | 9,5 | 3,9 | ||
Totaal educatief personeel | 10,49 | 9,5 | 19,58 | 9,5 | 3,9 | ||
Medisch personeel | 0,25 | 0,25 | |||||
Psycholoog | 0,25 | 0,4 | |||||
Onderhoud-personeel | 4 | 5,7 |
[b) Normen met betrekking tot de directie:
Erkende basiscapaciteit per VZW (dagcentra, ADL diensten, verblijfscentra) | Aantal Voltijds Equivalenten (directeur) | ||
1 erkenning | 2 erkenningen | Meer dan 2 erkenningen | |
Van 10 tot 39 (dagcentra)
Van 12 tot 39 (ADL diensten) Van 15 tot 39 (verblijfscentra) |
1 | 1 | 1,5 |
Van 40 tot 59 | 1 | 1,5 | 2 |
Van 60 tot 89 en meer | 1,5 | 2 | 3 |
Erkende basiscapaciteit per VZW (diensten voor begeleid zelfstandig wonen) | Aantal Voltijds Equivalenten (directeur of coördinator) | ||
Van 6 tot 12 | 0,5 | ||
Vanaf 13 | 0,5 | ||
Vanaf 25 | 1 |
]2]3