7 NOVEMBER 2002 – Ordonnantie betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen
HOOFDSTUK V. - Inspectie en strafbepalingen.
Art. 21.
Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie, zien de ambtenaren van de Diensten van het Verenigd College, door hem aangewezen, toe op de toepassing van de bepalingen van deze ordonnantie en van de krachtens deze ordonnantie genomen besluiten.
Dit toezicht geeft onder meer recht, op elk ogenblik, de centra en diensten te bezoeken met inachtneming van de onschendbaarheid van de woning, de centra en de diensten en ter plaatse zelf kennis te nemen van alle stukken en documenten.
Art. 22.
De in artikel 21 bedoelde ambtenaren stellen de overtredingen vast in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot bewijs van het tegendeel. Afschrift wordt aan de overtreder toegezonden binnen 15 dagen na de vaststelling van de overtreding.
Art. 23.
§ 1. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 15 tot 125 euro :
1° Al wie een centrum of dienst uitbaat hetzij zonder de in de artikelen 7 en 8 bedoelde erkenning of voorlopige werkingsvergunning te hebben verkregen hetzij in overtreding met een beslissing tot intrekking van erkenning of van de voorlopige werkingsvergunning of met een beslissing tot sluiting;
2° al wie ten onrechte melding maakt van de erkenning of de voorlopige vergunning.
§ 2. Al wie in overtreding met de bepalingen van deze ordonnantie en van de krachtens deze ordonnantie uitgevaardigde besluiten, een centrum of dienst uitbaat, is burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten en de gerechtskosten waartoe de directeur wordt veroordeeld.
§ 3. Bij wijze van veiligheidsmaatregel kunnen de hoven en rechtbanken bovendien verbieden dat de overtreders van de bepalingen van deze ordonnantie en van haar uitvoeringsbesluiten een in artikel 3 bedoeld centrum of bedoelde dienst zouden exploiteren of leiden, zowel persoonlijk als via een tussenpersoon, gedurende een door hen te bepalen periode.
Het verbod treedt in werking acht dagen na het betekenen van de veroordeling. De overtreding van dit verbod wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een geldboete van 24,79 tot 123,95 euro.
Art. 24.
Onverminderd de bepalingen van het Strafwetboek of gerechtelijke vervolgingen met toepassing van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de af te leggen verklaringen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen, en onverminderd de bijzondere ontbindende voorwaarden waaronder de in hoofdstuk IV bedoelde subsidies kunnen vallen, dient de begunstigde deze terug te betalen alsook de bijkomende interesten berekend tegen de wettelijke rentevoet geldend op de datum van de beslissing tot terugvordering, wanneer hij de subsidie niet volgens de doelstellingen aanwendt waarvoor deze hem werd toegekend.
De toekenning van de subsidies wordt uitgesteld zolang de begunstigde, voor de voorheen ontvangen subsidies, de vereiste bewijsstukken niet voorlegt, het toezicht belemmert of de op ongeoorloofde wijze aangewende toelage niet geheel of gedeeltelijk terugbetaalt.
Indien de uitbetaling van de subsidie in schijven geschiedt, wordt elke schijf, voor de toepassing van het voorgaande lid, beschouwd als een onderscheiden subsidie.