22 OKTOBER 2009 – Besluit betreffende de erkenning van personen met een handicap en hun opname in centra en diensten die afhangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

HOOFDSTUK III. - Toelating van personen met een handicap

Art. 5.

Om toegelaten te worden in een centrum of dienst die onder de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie valt, dient de persoon met een handicap een aanvraag om toelating in te dienen bij de administratie door middel van het formulier bedoeld in bijlage III van dit besluit en erkend zijn als een persoon met een handicap overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk I.

Art. 6.

Indien de overwogen toelating betrekking heeft op een ADL-dienst, dan is het een vereiste dat de persoon met een handicap minder dan 60 jaar oud is op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.

Art. 7.

De aanvraag bedoeld in artikel 5 moet samengaan met volgende documenten :

1° de beslissing van erkenning als persoon met een handicap door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

2° een gezinssamenstelling;

3° een psycho-medisch-sociaal getuigschrift van type II, bedoeld in bijlage IV van dit besluit, ingevuld en ondertekend.

Art. 8.

De aanvraag om toelating moet ingediend worden vóór de opname van de persoon met een handicap. In het geval van een opname vóór het indienen van een aanvraag om toelating, kan de toelage slechts op zijn vroegst tien dagen vóór het indienen van de aanvraag worden toegekend.

HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen aan hoofdstukken II en III

Art. 9.

De aanvragen om erkenning worden door de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger ingediend.

De aanvragen om toelating worden door de persoon met een handicap, zijn wettelijke vertegenwoordiger of door de directie van het centrum of de betrokken dienst ingediend.

Dit gebeurt via een aangetekend schrijven aan het adres van de administratie of via een schrijven dat bij de zetel van de administratie tegen een ontvangstbewijs wordt overhandigd.

Art. 10.

De administratie onderzoekt of het dossier volledig is en of tegemoet wordt gekomen aan de erkennings- of toelatingsvoorwaarden.

Art. 11.

De Leidend Ambtenaar ondertekent de beslissingen van erkenning en toelating van de personen met een handicap.

De beslissing van de erkenning wordt aan de persoon met een handicap en zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger betekend.

De beslissing van de toelating wordt aan de persoon met een handicap, zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger en aan de directie van het centrum of de dienst in kwestie betekend.

Art. 12.

In het geval van een weigering van erkenning of toelating, kan een beroep bij de Raad van State aangetekend worden, binnen de zestig dagen na de bekendmaking van de beslissing.

Art. 13.

Elke latere wijziging van de situatie van de persoon met een handicap moet onmiddellijk aan de administratie worden bekendgemaakt.

Elke toelage die wordt toegekend op basis van bedrieglijke, onjuiste of onvolledige inlichtingen, kan aanleiding geven tot een terugbetalingactie ofwel ten laste van de begunstigde, ofwel ten laste van zijn erfgenamen of legatarissen of zijn onderhoudsplichtigen.

Bijlagen

Bijlage III. - Aanvraag tot opname in een door de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie erkend centrum of erkende dienst

(zie B.St. van 07-01-2010, p. 501-507)

Bijlage IV. - Psycho-medisch-sociaal attest Type II

(Zie B.St. van 07-01-2010, p. 515-517)
<Gewijzigd door BESL 2013-03-15/12, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 26-04-2013>