CO GB 15-1 – 14 JANUARI 2021 – Brexit: instructies aan de kinderbijslaginstellingen betreffende de overgangsmaatregelen die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021 – Bestaande gezinssituaties op 31 december 2020 en gezinssituaties die na 31 december 2020 ontstaan

CO GB 15-1

Betreft: Brexit: instructies aan de kinderbijslaginstellingen betreffende de overgangsmaatregelen die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021 - Bestaande gezinssituaties op 31 december 2020 en gezinssituaties die na 31 december 2020 ontstaan1Aangepaste versie goedgekeurd door de BGB van 18 november 2021.


Geachte mevrouw,
Geachte heer,

1. Inleiding

Op 31 december 2020 is de overgangsperiode bedoeld in artikel 126 van het Terugtrekkingsakkoord2Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, 2019/C 384 I/01. afgelopen waarin de Europese coördinatieverordeningen onverminderd van toepassing bleven op het Verenigd Koninkrijk.

Het Terugtrekkingsakkoord heeft enkel betrekking op grensoverschrijdende situaties inzake de verblijfplaats, de beroepsactiviteit en de onderwerping van de sociaal verzekerde die ten aanzien van de sociaal verzekerde reeds bestonden op 31 december 2020.

In de artikelen 30 tot en met 32 van het Terugtrekkingsakkoord worden er echter onder bepaalde voorwaarden wel verworven rechten toegekend die erin bestaan dat de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels wordt voortgezet, waaronder met name dat van de gezinsbijslag. Deze verworven rechten worden in deze omzendbrief toegelicht en kunnen enkel voortvloeien uit de voormelde grensoverschrijdende situaties.

De grensoverschrijdende situaties inzake de verblijfplaats, de beroepsactiviteit en de onderwerping van de sociaal verzekerde die zich zullen voordoen na 31 december 2020 ten aanzien van de sociaal verzekerde vallen dus niet onder het Terugtrekkingsakkoord. Het is overigens zinvol te verduidelijken dat de handels- en samenwerkingsovereenkomst3handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds die de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk sloten om hun toekomstige betrekkingen te regelen, de gezinsbijslag verwijdert uit haar toepassingsgebied. Aldus is het Verenigd Koninkrijk te beschouwen als een derde staat waarmee België geen bilaterale overeenkomst heeft gesloten voor de gezinsbijslag.

Hierna worden de kinderbijslaginstellingen ingelicht over:

  • de inhoud en strekking van de verworven rechten (zie punt 2);
  • het personeel toepassingsgebied van deze verworven rechten (wie kan ervan genieten, zie punt 3);
  • het materieel toepassingsgebied (voor welke rechten op gezinsbijslag, zie punt 4);
  • het temporeel toepassingsgebied (voor hoelang zijn deze rechten gegarandeerd, zie punt 5).

Opgelet! Er wordt benadrukt dat deze omzendbrief zowel betrekking heeft op de reeds bestaande gezinssituaties (gezinnen met minstens 1 kind) op 31 december 2020 als op gezinssituaties die na 31 december 2020 ontstaan (eerste geboorte of sociaal verzekerde die deel gaat uitmaken van het gezin) (zie punt 3).

CONCREET:

  • Wat betreft grensoverschrijdende situaties die ten aanzien van de sociaal verzekerde al bestonden op 31 december 2020, blijft de toepassing van de bepalingen van de coördinatieverordeningen (EG) nrs. 883/2004 en 987/2009 in eerste instantie behouden.4Wanneer de situatie onder artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord valt, zijn echter enkel de artikelen 67, 68 en 69 van verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing (zie punt 2); Dit principe geldt ten aanzien van gezinssituaties die al bestonden op 31 december 2020 en van gezinssituaties die na 31 december 2020 ontstaan (bv. eerste geboorte of sociaal verzekerde die deel gaat uitmaken van het gezin).
  • Vervolgens blijven deze verordeningen van toepassing overeenkomstig de instructies die in deze omzendbrief zijn opgenomen;
  • Praktisch gezien dienen de kinderbijslaginstellingen daartoe de schema's bedoeld in de bijlagen 2 en 3 bij en toegelicht in punt 3.2.2 van deze omzendbrief toe te passen.

2. Het verworven recht bestaat uit de voortgezette toepassing van de coördinatieregels uit de verordeningen

Het Terugtrekkingsakkoord verzekert de begunstigde dat de bepalingen van de verordening (EG) nrs. 883/2004 en 987/2009 verder worden toegepast op zijn situatie.

Om welke bepalingen van de verordeningen het gaat, hangt echter af van de categorie van begunstigden van de verworven rechten (zie punt 3.2.2. infra).

Uit punt 3.2.2.1. (infra) blijkt namelijk dat de sociaal verzekerde die onder artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord valt, enkel aanspraak kan maken op de artikelen 67, 68 en 69 van verordening (EG) nr. 883/2004. Deze persoon zal zich bijvoorbeeld dus niet kunnen beroepen op het beginsel van de samentelling van tijdvakken, aangezien dat is opgenomen in artikel 6 van de verordening5De samentelling van tijdvakken kan bijvoorbeeld van belang zijn om te kunnen voldoen aan de loopbaanvoorwaarde die geldt ten aanzien van de pensioengerechtigde sociaalverzekerde op grond van artikel 3, tweede lid, van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 in samenlezing met artikel 56quater, eerste lid, 2°, of artikel 57, tweede lid, AKBW. .

Ten aanzien van de personen die onder artikel 30, eerste lid, of artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord vallen, zijn de verordeningen (EG) nrs. 883/2004 en 987/2009 echter wel integraal van toepassing.

3. Personeel toepassingsgebied: wie maakt aanspraak op de verworven rechten?

3.1. Algemeen

De verworven rechten strekken ertoe om ten aanzien van de sociaal verzekerde die voorafgaand aan het einde van de overgangsperiode op 31 december 2020 gebruik heeft gemaakt van het vrij verkeer, de bestaande socialezekerheidscoördinatie verder te blijven toepassen in de daaropvolgende periode. Deze verworven rechten worden vervolgens gegarandeerd, tenzij er zich een bepaalde wijziging in de situatie voordoet.

Voor de praktische toepassing, is echter met name hiernavolgend punt 3.2 van belang. Daarin wordt toegelicht welke personen in concreto begunstigde zijn van de verworven rechten en onder welke voorwaarden dat gebeurt.

3.2. Concrete toepassing door het betaalcircuit

Voor de toekenning van de verworven rechten, is in de artikelen 30, eerste tot derde lid, en artikel 32, eerste lid, d), een cascadesysteem uitgewerkt. De betreffende artikelen zijn opgenomen in de bijlage 1, en worden hierna nader toegelicht. In wat volgt, wordt toegelicht hoe het cascadesysteem in de praktijk dient te worden toegelicht door het Brusselse kinderbijslagcircuit. De essentie van deze toepassing wordt weergegeven in de schema's die de bijlagen 2 en 3 bij deze omzendbrief vormen.

De praktische toepassing vereist dat er eerst wordt vastgesteld welke personen in de praktijk van de verworven rechten genieten (zie punt 3.2.1.). Daarna wordt toegelicht onder welke voorwaarden ze van deze verworven rechten kunnen genieten (zie punt 3.2.2.).

3.2.1. Welke personen genieten in de praktijk van de verworven rechten uit het Terugtrekkingsakkoord?

Wat de kinderbijslagregeling betreft, kennen de artikelen 30, eerste tot derde lid, en artikel 32, eerste lid, d), van het Terugtrekkingsakkoord verworven rechten toe aan bepaalde sociaal verzekerden en hun eventuele familieleden en nabestaanden aangaande het recht op kinderbijslag dat ze openen voor een rechtgevend kind6Zie o.a. de talrijke voorbeelden in de Guidance note van de Europese Commissie én het Britse equivalent van de Guidance note. Ter illustratie geldt het voorbeeld op p. 51 van de Guidance Note van de EC: "An Austrian citizen working in the UK at the end of the transition period whose children habitually reside in Austria is entitled to family benefits from the UK" (eigen onderlijning).. 7Daaruit volgt dat het kind zelf, ingevolge de huidige tekst van het samenwerkingsakkoord, voor de toekenning van de kinderbijslagprestaties niet moet worden beschouwd als begunstigde van de overgangsregeling in artikel 30-32 WA.

Wat betreft de kinderbijslagprestaties die tot de bevoegdheid van de Belgische deelentiteiten behoren, worden deze sociaal verzekerden opgesomd in artikel 3, eerste lid, van het samenwerkingsakkoord van 6 september 20178Samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de aanknopingsfactoren, het beheer van de lasten van het verleden, de gegevensuitwisseling inzake de gezinsbijslagen en de praktische regels betreffende de bevoegdheidsoverdracht tussen de kinderbijslagfondsen, BS 26 januari 2018. .9Zie artikel 31, tweede lid, WA, dat bepaalt: "In afwijking van Artikel 9 van dit akkoord zijn voor de toepassing van deze titel de definities in Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing". Daardoor is de omschrijving van de term 'gezinslid' uit artikel 1, i, van verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing, waarin in eerste orde wordt verwezen naar de nationale wetgeving voor de afbakening van de notie 'gezinslid'.

Er dient te worden benadrukt dat op grond van de instructies van de Europese Commissie, echter ook de rechtgevende wezen als sociaal verzekerden voor zichzelf de verworven rechten uit het Terugtrekkingsakkoord genieten, op voorwaarde dat ze op het einde van de overgangsperiode de hoedanigheid van rechtgevend kind hebben.10Omtrent deze personen verduidelijkt de Guidance Note op p. 52: "Article 32(1)(d) of the Agreement applies also to additional or special benefits for orphans coordinated under Article 69 of Regulation (EC) No 883/2004. It is not relevant if the entitlement to additional or special family benefits for orphans existed already at the end of the transition period or afterwards, provided that in the latter situation there was an entitlement to "standard" family benefits at the end of the transition period". Kinderen die op of na 1 januari 2021 zijn geboren en daarna wees worden, komen echter niet in aanmerking voor de overgangsmaatregelen.

De in dit punt bedoelde personen worden hierna aangeduid met de term 'de sociaal verzekerden'.

3.2.2. Onder welke voorwaarden genieten de in punt 3.2.1 bedoelde sociaal verzekerden van de verworven rechten?

Om de voorwaarden te kennen waaronder de sociaal verzekerden die zich in een op 31 december 2020 reeds bestaande gezinssituatie bevinden, de verworven rechten genieten, moet worden bepaald onder welk artikel van het Terugtrekkingsakkoord ze vallen. Daarbij moet de hieronder vermelde volgorde worden gerespecteerd.

Wat betreft de gezinssituaties die ontstaan na 31 december 2020 (bv. eerste geboorte of sociaal verzekerde die deel gaat uitmaken van het gezin), moet men daarentegen rechtstreeks verwijzen naar het punt met betrekking tot artikel 10 (zie punt 3.2.2.3. + schema in bijlage 3).

3.2.2.1. Ten eerste: valt de sociaal verzekerde onder artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord?

Artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord heeft enerzijds betrekking op Unieburgers11Naast Unieburgers omvat het toepassingsgebied van artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord ook staatlozen, politieke vluchtelingen en onderdanen van een derde Staat (buiten het Verenigd Koninkrijk) op wie de verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing is. Zie voor die laatste categorie de omzendbrief CO nr. 1383, bijlage 3, van 14 februari 2011. , sociaal verzekerden in de zin van punt 3.2.1., die in een lidstaat (dus niet het Verenigd Koninkrijk) wonen, onder de socialezekerheidswetgeving vallen van een lidstaat en met betrekking tot kinderen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 die in het Verenigd Koninkrijk woonden op 31 december 2020.

Een typisch voorbeeld betreft een gezin waarin de beide ouders met Belgische nationaliteit in Brussel wonen en werken, terwijl het enig kind al in het Verenigd Koninkrijk verbleef voor haar of zijn studies op 31 december 2020.

Let wel, indien de voormelde sociaal verzekerde in het Verenigd Koninkrijk werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige verricht, valt deze pas onder artikel 32, lid 1, d), na een onderbreking in de zin van punt 6 en voor zover hij niet onder de toepassing van artikel 10 valt (zie punt 3.2.2.3).

Anderzijds is het voormelde artikel van het Terugtrekkingsakkoord - wat de door een Belgische deelentiteit toegekende rechten betreft - mutatis mutandis van toepassing op onderdanen van het Verenigd Koninkrijk12Naast onderdanen van het Verenigd Koninkrijk omvat het toepassingsgebied van artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord ook staatlozen, politieke vluchtelingen en onderdanen van een derde Staat (buiten het Verenigd Koninkrijk) op wie de verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing is. Zie voor die laatste categorie de omzendbrief CO nr. 1383, bijlage 3, van 14 februari 2011 in een dergelijke situatie.13Dus ten aanzien van onderdanen van het Verenigd Koninkrijk in de zin van punt 3.2.1 die in het Verenigd Koninkrijk wonen, onder de socialezekerheidswetgeving vallen van het Verenigd Koninkrijk en met betrekking tot kinderen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017.

Daarbij geldt opnieuw dat indien de laatst vermelde sociaal verzekerden in één of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige verrichten, ze pas onder artikel 32, lid 1, d), vallen na een onderbreking in de zin van punt 5.2. en voor zover ze niet onder de toepassing van artikel 10 vallen (zie punt 3.2.2.3.).

De onder dit punt bedoelde sociaal verzekerden blijven genieten van de toepassing van de artikelen 67, 68 en 69 van de verordening (EG) nr. 883/2004 zolang de toepassingsvoorwaarden van die artikelen vervuld blijven (Zie punt 5.1).

3.2.2.2. Zoniet: Valt de sociaal verzekerde onder artikel 30, lid 1, van het Terugtrekkingsakkoord?

Gelet op het bijzonder ruime toepassingsgebied van die bepaling, moet men ervan uitgaan dat alle andere sociaal verzekerden wat betreft het recht op kinderbijslag dat ze openen voor een rechtgevend kind op 31 december 2020 onder de toepassing van artikel 30, lid 1, van het Terugtrekkingsakkoord vallen. Zo heeft het artikel betrekking op alle EU-onderdanen die op 31 december 2020 onder de Britse wetgeving vielen, in het Verenigd Koninkrijk woonden of er werkten terwijl ze onder de wetgeving van een EU-lidstaat vielen.

Dit betekent dat de verordening (EG) nr. 883/2004 ten aanzien van deze sociaal verzekerden onverminderd van toepassing blijft, en dit zolang er zich geen onderbreking voordoet in de zin van punt 5.2.

De verordening (EG) nr. 883/2004 blijft ook van toepassing op de rechten op kinderbijslag waarop de sociaal verzekerden die een eerste kind hebben of die deel gaan uitmaken van een gezin na 31 december 2020, voor zover de grensoverschrijdende situatie inzake hun verblijfplaats, beroepsactiviteit of onderwerping niet onderbroken werd.

Zodra er zich een onderbreking voordoet in de zin van punt 5.2, moet worden onderzocht of artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord van toepassing is. Zie daartoe volgend punt 3.2.2.3.

3.2.2.3. In laatste orde: valt de sociaal verzekerde onder artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord?

Sociaal verzekerden van wie de gezinssituatie al bestond op 31 december 2020 en die niet, of niet langer, onder artikel 30, lid 1, vallen, bijvoorbeeld omdat er zich een onderbreking voordoet in de zin van punt 5.2., kunnen eventueel nog een beroep doen op de toepassing van artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord.

Voor de gezinssituaties die ontstaan na 31 december 2020, bestaat de eerste etappe er daarentegen in om na te gaan of de sociaal verzekerde voldoet aan de in artikel 10 bedoelde voorwaarden.

In beide gevallen blijft de verordening (EG) nr. 883/2004 ten aanzien van deze sociaal verzekerden onverminderd van toepassing. Het administratief onderzoek naar de toepasselijkheid van artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord valt uiteen in een luik A en desgevallend een luik B.

Het onderzoek van de voorwaarden in artikel 10 gebeurt dus in 2 etappes.

A. Eerste Luik: Onderzoek door de kinderbijslaginstelling

Het onderzoek door de kinderbijslaginstelling van de toepassingsvoorwaarden van artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord blijft beperkt tot lid 1, littera a) tot en met d).

Dit betekent dat de kinderbijslaginstelling enkel moet onderzoeken of de sociaal verzekerde een Unieburger is die uiterlijk op 31 december 2020 in het Verenigd Koninkrijk op regelmatige wijze werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige heeft verricht, of er op regelmatige wijze heeft verbleven. De sociaal verzekerden vallen binnen de toepassingssfeer van artikel 10 zolang ze een recht van verblijf in het gastland hebben of een recht om te werken in hun land van de beroepsactiviteit. Deze bevraging moet gebeuren bij de uitbetalingsinstelling van de kinderbijslag die desgevallend betrokken is bij de uitwisseling of – als er geen andere instelling tussenkomt – door zich te richten tot het verbindingsorgaan van de betrokken staat. Dit gebeurt via het EESSI-systeem.

Bij gebreke – als er zodoende geen toereikende informatie kan worden verkregen – moet het betrokken gezin worden bevraagd.

Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk.14Waarbij de kinderbijslaginstelling dus moet onderzoeken of de sociaal verzekerde een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk is die uiterlijk op 31 december 2020 in de Europese Unie (uitgezonderd dus het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk) werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige heeft verricht, of er op regelmatige wijze heeft verbleven, en die activiteit of dat verblijf er vervolgens heeft voortgezet. Britten en hun familieleden die voor 1 januari 2021 een verblijfsrecht hebben aangevraagd en Britten die voor 1 januari 2021 in België werkten, maken op grond van het Terugtrekkingsakkoord aanspraak op verworven rechten wat hun verblijf of arbeidsvergunning betreft. Dit geldt ook voor sommige familieleden waarmee vóór 1 januari 2021 al een band bestond.

Er wordt in de vreemdelingenwetgeving een nieuwe verblijfsstatus gecreëerd voor de Britse begunstigden van het Terugtrekkingsakkoord die regelmatig in België verbleven op 31 december 202015Zie art. 47/5 van de vreemdelingenwet van 15 december 1980.. Zij zullen in het bezit worden gesteld van een M-kaart. Britse grensarbeiders die onder het Terugtrekkingsakkoord vallen krijgen daarentegen een N-kaart. De aanvraag voor een M of N kaart moet in principe gebeuren voor eind 2021. Tot die datum gelden ook de E+ en E-kaarten nog als bewijs van een geldige verblijfsstatus. Indien de voormelde voorwaarden niet, of niet langer, vervuld zijn, dient het dossier te worden voorgelegd aan de dienst Beleid en beheer gezinsbijslag (admin.ctrl@iriscare.brussels).

B. Tweede Luik: Onderzoek door de regulator (optioneel)

Indien artikel 10, lid, 1, littera a) t.e.m. d) van het Terugtrekkingsakkoord niet toepasselijk blijken, dient de situatie van de betrokken sociaal verzekerde ter beoordeling te worden voorgelegd aan Iriscare (dienst Beleid en beheer gezinsbijslag, admin.ctrl@iriscare.brussels). Iriscare zal daarop onderzoeken of de sociaal verzekerde van wie de gezinssituatie bestond op 31 december 2020, onder de toepassing van een andere bepaling van artikel 10 valt en, zo niet, of de sociaal verzekerde onder artikel 32, lid 1, d), of tweede lid, valt.

Zo ook zal Iriscare (dienst Beleid en beheer gezinsbijslag) onderzoeken of de sociaal verzekerde van wie de gezinssituatie ontstond na 31 december 2020, onder de toepassing van een andere bepaling van artikel 10 valt en, zo niet, of de sociaal verzekerde onder de toepassing van artikel 30 valt.

4. Materieel toepassingsgebied: op welke kinderbijslagprestaties hebben de verworven rechten betrekking?

In wat volgt wordt toegelicht op welke kinderbijslagprestaties de verworven rechten betrekking hebben.

4.1. Gezinsbijslagprestaties - kraamgeld en adoptiebijslag

Eerst en vooral moet worden opgemerkt dat de voortgezette toepassing16Al dan niet volledig (zie punt 3). van de verordeningen (EG) nrs. 883/2004 en 987/2009 logischerwijs enkel betrekking kan hebben op gezinsbijslagprestaties in de zin van artikel 1, z), van verordening (EG) nr. 883/2004. Daarbij moet met name rekening worden gehouden met het feit dat het kraamgeld en de adoptiebijslag zijn uitgesloten uit de materiële werkingssfeer van de basisverordening.

Artikel 24 van het Terugtrekkingsakkoord garandeert echter de voortgezette toepassing van Verordening (EU) nr. 492/201117Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie., zodat de export van het kraamgeld en de adoptiebijslag plaats kunnen blijven vinden in toepassing van artikel 7, lid 2, van die Verordening18Zie: MO 583 van 6 oktober 2003 - Uitvoer van het kraamgeld en de adoptiepremie (uittreksel) en CO 949 bijlage 67 van 13 februari 2006 - Export kraamgeld en adoptiepremie op basis van VO 492/2011 MO 583 dd. 6 oktober 2003 - Addendum dd. 5 oktober 2005 Praktische toepassingsregels (zoals gewijzigd door de CO 949 - bijlage 67/1)..

4.2. Gezinsbijslagprestaties - bestaande gezinssituaties op 31 december 2020 en gezinssituaties die ontstaan na 31 december 2020

Uit punt 3.1 blijkt dat de verworven rechten ten gunste vallen van bepaalde sociaal verzekerden die voorafgaand aan het einde van de overgangsperiode op 31 december 2020 gebruik hebben gemaakt van het vrij verkeer. De voortgezette toepassing van de coördinatieverordening heeft daarom betrekking op alle rechten die de sociaal verzekerde kan putten uit de takken van de sociale zekerheid die worden vermeld in artikel 3 van de verordening (EG) nr. 883/2004.

Hieruit volgt dat de sociaal verzekerde in de zin van artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 (zie punt 3.2.1.) die zich op 31 december 2020 in een grensoverschrijdende situatie bevond, niet enkel een beroep kan doen op de toepassing van de coördinatieverordeningen ten aanzien van rechten op gezinsbijslag die bestonden op 31 december 2020, maar ook ten aanzien van dergelijke rechten die ontstaan na die datum, bijvoorbeeld omdat het eerste rechtgevend kind in het gezin wordt geboren in 2026 of omdat de sociaal verzekerde die een beroep doet op deze verworven rechten deel gaat uitmaken van het gezin na het einde van de overgangsperiode.

5. Temporeel toepassingsgebied: voor hoelang zijn de verworven rechten gegarandeerd?

De verworven rechten blijven niet onbeperkt van toepassing. De betrokken sociaal verzekerden genieten deze rechten namelijk levenslang, tenzij zij niet langer voldoen aan de voorwaarden die in het Terugtrekkingsakkoord worden vermeld19Art. 39 van het Terugtrekkingsakkoord. .

Deze voorwaarden verschillen in functie van welke bepaling van het Terugtrekkingsakkoord op de sociaal verzekerde van toepassing is.

5.1 Artikel 32, lid 1, d), van het Terugtrekkingsakkoord

De onder punt 3.2.2.1 bedoelde sociaal verzekerden blijven genieten van de toepassing van de artikelen 67, 68 en 69 van de verordening (EG) nr. 883/2004 zolang de toepassingsvoorwaarden van die artikelen vervuld blijven.

Als voorbeeld geldt de situatie van een gezin waarvan alle leden in Brussel wonen en werken, maar waarbij 1 minderjarig rechtgevend kind vanaf september 2020 voor zijn studies in het Verenigd Koninkrijk verbleef. De artikelen 67, 68 en 69 van de verordening blijven van toepassing ten aanzien van het recht op kinderbijslag dat voor dat kind wordt geopend, en dit zolang er voor het kind een recht op kinderbijslag van een EU-lidstaat blijft bestaan of totdat het kind het Verenigd Koninkrijk verlaat.

5.2. Artikel 30, lid 1, Terugtrekkingsakkoord

De in artikel 30, lid 1, bedoelde personen (zie punt 3.2.2.2.) vallen binnen de werkingssfeer van de verworven rechten zo lang zij zich ononderbroken blijven bevinden in minstens één van de in dat lid bedoelde situaties.

Dit betekent dat ze wel kunnen overgaan van de ene in dat lid bedoelde situatie naar de andere.

Onder onderbreking moet men een periode verstaan van minstens een dag waarin de sociaal verzekerde niet langer onderworpen is aan de Britse wetgeving inzake sociale zekerheid of, desgevallend, die van een lidstaat van de Europese Unie20Volgens de Guidance Note van de Europese Commissie: "[t]his situation [person subject to the legislation of an EU Member State or the UK] is to be determined pursuant to the conflict-of-law rules in Title II of Regulation (EC) No 883/2004." (zie bladzijde 32). .

Voorbeeld: een Belgisch gezin woont in het Verenigd Koninkrijk en de vader werkt in Brussel. Het gezin ontvangt op 31 december 2020 kinderbijslag van Brussel.

Van 2 april 2022 tot en met 4 april 2022 werkt de vader niet meer en bevindt hij zich niet in een andere situatie van onderwerping.

De situatie van de vader is onderbroken omdat de vader niet langer onderworpen is aan de Belgische socialezekerheidswetgeving en hij zal dus geen recht meer hebben op Brusselse kinderbijslag voor zijn kind(eren) op grond van de Terugtrekkingsovereenkomst.

5.3. Art. 10 Terugtrekkingsakkoord

Onder de in punt 3.2.2.3 toegelichte situatie dienen de kinderbijslaginstellingen enkel te onderzoeken of de sociaal verzekerde een Unieburger is die uiterlijk op 31 december 2020 in het Verenigd Koninkrijk werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige heeft verricht, of er op regelmatige wijze heeft verbleven. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk.
Deze personen genieten van de verworven rechten zolang ze een verblijfsrecht in het gastland hebben of een recht om te werken in het land van hun beroepsactiviteit (zie punt 3.2.2.3).

Bedankt voor uw medewerking.

Hoogachtend,

 

 

 

Tania Dekens
Leidend ambtenaar

Bijlagen:

1.Voor de kinderbijslaginstellingen relevante artikelen uit het 'Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie'

2.1 EU-burgers, staatslozen, vluchtelingen of derdelanders, die op 31 december 2020 al sociaal verzekerde waren in de zin van art. 3 SWA 6 september 2017 ten aanzien van het rechtgevend kind

2.2 Onderdanen van het VK, staatslozen, vluchtelingen of derdelanders, die op 31 december 2020 al sociaal verzekerde waren in de zin van art. 3 SWA 6 september 2017 ten aanzien van het rechtgevend kind

3. Burgers van de Europese Unie/het Verenigd Koninkrijk, staatlozen, vluchtelingen of onderdanen van derde landen die op 31 december 2020 de hoedanigheid van sociaal verzekerde hadden in de zin van artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017, maar nog geen recht op kinderbijslag opende