CO GB 20 – 21 APRIL 2022 – Gezinsbijslag voor ontheemden uit Oekraïne die bij besluit (EU) 2022/382 van de Raad van de Europese Unie het statuut van tijdelijke bescherming genieten – Opgeheven door CO GB 20/1
Opgeheven door CO GB 20/1
Betreft: gezinsbijslag voor ontheemden uit Oekraïne die bij besluit (EU) 2022/382 van de Raad van de Europese Unie het statuut van tijdelijke bescherming genieten
Geachte mevrouw, geachte heer,
1. CONTEXT
Op 4 maart 2022 nam de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG een besluit tot toekenning van het statuut van tijdelijke bescherming aan bepaalde categorieën personen die de oorlog in Oekraïne ontvlucht zijn sinds 24 februari 2022.
Personen die ontheemd zijn als gevolg van deze oorlog en die voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen, zullen dus tijdelijke bescherming krijgen in de Unie voor een eerste periode van een jaar, die zo nodig kan worden verlengd met nog eens ten hoogste twee periodes van zes maanden.
Deze bescherming wordt toegekend aan alle Oekraïense onderdanen en hun gezinsleden die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne woonden, en aan staatlozen en onderdanen van derde landen aan wie in Oekraïne internationale of nationale bescherming is toegekend, en hun gezinsleden, die vóór die datum in Oekraïne woonden.
Deze omzendbrief heeft tot doel de kinderbijslaginstellingen te informeren over de toekenning van Brusselse gezinsbijslag aan deze specifieke bevolkingsgroep.
2. VOORWAARDEN VOOR DE OPENING VAN HET RECHT OP GEZINSBIJSLAG VOOR PERSONEN DIE TIJDELIJKE BESCHERMING GENIETEN
De voorwaarden voor de opening van het recht op gezinsbijslag voor kinderen blijven ongewijzigd.
Door te voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, opent elk Belgisch of buitenlands kind het recht op Brusselse gezinsbijslag en heeft het in dat opzicht het statuut van rechtgevend kind.
De kinderbijslaginstellingen blijven de bestaande richtlijnen toepassen, kennen de gezinsbijslag toe en betalen deze uit op basis van de authentieke gegevens in de elektronische fluxen.
2.1. VERBLIJFSVERGUNNING
In beginsel verblijven kinderen die aan de toekenningsvoorwaarden van de tijdelijke bescherming voldoen, rechtsgeldig in België (consultatieflux P031 "Bijzondere informatie vreemdelingen").
Via het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" van flux P031 kunnen de personen in kaart worden gebracht die een verblijfsrecht hebben op basis van de tijdelijke bescherming. De datum waarmee rekening moet worden gehouden, is de datum die staat in de verblijfsreden. Die stemt overeen met de afgiftedatum van het attest van tijdelijke bescherming.
Dit recht zal worden geformaliseerd door een A-kaart met een geldigheidsduur van een jaar, voorafgegaan door een bijlage 15 (geldig gedurende 45 dagen) om het verblijfplaatsonderzoek uit te voeren.
Deze A-kaart is geldig vanaf de datum van het attest van tijdelijke bescherming tot 4 maart 2023 (datum van inwerkingtreding van het Besluit (EU) 2022/382 van de Raad van de Europese Unie van 4 maart 2022). De verlenging van de A-kaart is tweemaal mogelijk (twee keer zes maanden), tenzij de Raad van de EU anders besluit.
Als er geen gegevens zijn in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen", kan het veld "Identiteitsbewijs" worden gebruikt en kan de door de A-kaart gedekte periode in aanmerking worden genomen.
2.2 DE WOONPLAATS
Uitgezonderd de specifieke afwijkingen in bijlage 1 van de CO GB 5 moet het kind zijn woon- en verblijfplaats hebben in een van de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
3. IMPACT VAN DE DOMICILIËRING VAN MEERDERE GEZINNEN OP HETZELFDE ADRES
3.1. WEERLEGGING VAN HET VERMOEDEN DAT EEN FEITELIJK GEZIN GEVORMD WORDT
Om het hoofd te bieden aan de uitzonderlijke situatie die ontstond als gevolg van het gewapende conflict in Oekraïne, bepaalden de overheden1 dat ontheemden met het statuut van tijdelijke bescherming in het Rijksregister worden ingeschreven, afzonderlijk van het gezin dat hen opvangt, maar op hetzelfde adres.
In de context van de Brusselse kinderbijslagregelgeving kan deze bepaling worden beschouwd als een reden om het vermoeden te weerleggen dat een feitelijk gezin gevormd wordt tussen de leden van het gastgezin en de personen met het statuut van tijdelijke bescherming.
De leden van het gastgezin enerzijds en de personen met het statuut van tijdelijke bescherming anderzijds worden dus geacht geen feitelijk gezin te vormen, ondanks het feit dat zij gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres.
Merk op dat de omkering van het vermoeden geldt tot het bewijs van het tegendeel, zodanig dat de vorming van een feitelijk gezin te allen tijde kan worden vastgesteld aan de hand van de middelen vermeld in artikel 2, § 3, van het besluit van 24 oktober 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de sociale toeslagen en bepaalde toeslagen waarin de Algemene Kinderbijslagwet voorziet.
Met andere woorden:
- de personen met het statuut van tijdelijke bescherming worden geacht geen feitelijk gezin te vormen met de personen die gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres die deze status niet hebben en die geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de derde graad, tenzij het tegendeel wordt bewezen;
- alle personen die gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres die een statuut van tijdelijke-bescherming hebben en geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de derde graad, worden geacht een feitelijk gezin te vormen, tenzij het tegendeel wordt bewezen (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer twee ontheemde gezinnen uit Oekraïne op hetzelfde adres wonen).
3.2. GEVOLGEN VAN DE WEERLEGGING VAN HET VERMOEDEN DAT EEN FEITELIJK GEZIN GEVORMD WORDT
De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin gevormd wordt, heeft als gevolg dat de aanwezigheid van één of meerdere ontheemde personen die bij een Brussels gezin worden opgevangen, geen impact heeft op het eventuele recht op kinderbijslag van dit gezin. Omgekeerd wordt het recht van de opgevangen persoon of het opgevangen gezin met het statuut van tijdelijke bescherming niet beïnvloed door de situatie van het Brusselse gezin.
3.2.1. STATUUT VAN EENOUDERGEZIN BEHOUDEN
Een eenoudergezin vangt een ontheemde op in zijn huishouden die noch een bloedverwant, noch een aanverwant is tot in de derde graad. Het gezin behoudt de hoedanigheid van een eenoudergezin en verliest de verhoging van de toeslag voor een eenoudergezin niet. Hetzelfde zou gelden voor een eenoudergezin uit Oekraïne.
3.2.2. GROEPERING VAN KINDEREN
Wat de groepering van kinderen betreft, is er geen belangrijke impact. De bepalingen over de groepering van artikel 11 van de ordonnantie van 25 april 2019 blijven onverminderd van kracht:
- als de bijslagtrekkenden die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn ofwel echtgenoten of bloed- of aanverwanten tot in de derde graad zijn, worden de kinderen voor wie zij kinderbijslag ontvangen, gegroepeerd, ongeacht of zij al dan niet het statuut van tijdelijke bescherming hebben;
- als de bijslagtrekkenden zich niet in de bovengenoemde situaties bevinden, kunnen de kinderen alleen worden gegroepeerd als de betrokken bijslagtrekkenden verklaren dat zij een feitelijk gezin vormen.
3.2.3. EVALUATIE VAN HET GEZINSINKOMEN
De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, houdt in dat bij de evaluatie van het recht op sociale toeslagen van een bijslagtrekkende met het statuut van tijdelijke bescherming alleen rekening moet worden gehouden met niet-aanverwanten tot in de derde graad met ook het statuut van tijdelijke bescherming, en omgekeerd.
De inkomsten van het gastgezin en het opgevangen gezin die niet tot in de derde graad met elkaar verwant zijn, mogen dus niet samen in aanmerking worden genomen bij het onderzoek van het recht van elk gezin op de sociale toeslag. De instelling onderzoekt de inkomsten van elk gezin afzonderlijk.
Er moet op worden gewezen dat de definitie van feitelijk gezin in de ordonnantie van 25 april 2019 (artikel 3, 6°, van de ordonnantie) de personen uitsluit die bloedverwant of aanverwant zijn tot in de derde graad. De aanwezigheid van aanverwanten op hetzelfde adres heeft dus in geen geval een impact op de evaluatie van de inkomsten. In dit verband mag geen onderscheid worden gemaakt tussen personen met en zonder het statuut van tijdelijke bescherming.
3.2.4. PROCEDURE VOOR DE AMBTSHALVE PROVISIONELE TOEKENNING
De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, houdt ook in dat de procedure voor de ambtshalve toekenning van de sociale toeslag afzonderlijk van toepassing is op de gastgezinnen en de opgevangen gezinnen.
Voorbeeld: een gezin uit Oekraïne wordt opgevangen door een Brussels gezin dat geen sociale toeslag ontvangt. Er is geen verwantschapsband tussen de leden van de twee gezinnen. Het opgevangen gezin ontvangt sinds ten minste zes maanden een leefloon van het OCMW. Het zal in aanmerking komen voor de ambtshalve toekenningsprocedure. Dit heeft geen gevolgen voor het gastgezin en leidt niet tot de toekenning van een sociale toeslag voor het gezin op deze grond.
Anderzijds heeft een eventuele ambtshalve toekenning van een sociale toeslag aan het Brusselse gezin geen impact op het gezin met het statuut van tijdelijke bescherming.
4. PRAKTISCHE UITVOERING:
4.1. DE AAN TE WENDEN GEGEVENSFLUX
De kinderbijslaginstellingen moeten zich beroepen op de elektronische gegevensfluxen (authentieke bronnen) waarover zij beschikken om het recht op gezinsbijslag concreet vast te stellen.
Om de personen met een statuut van tijdelijke bescherming in kaart te brengen, moeten de kinderbijslaginstellingen de gegevensflux P031 (zie paragraaf 2.1. hierboven) raadplegen.
Zoals in paragraaf 3.1 is verduidelijkt, heeft de weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, alleen betrekking op de personen met dit statuut ten opzichte van het gezin dat hen opvangt.
Als het in de toekomst mogelijk blijkt bijkomende gegevensfluxen te gebruiken om de verschillende gezinskernen in kaart te brengen, zullen bijkomende instructies worden gegeven.
4.2. INTEGRATIE EN OPVOLGING
Om de kinderbijslag correct te kunnen vaststellen, worden de kinderbijslaginstellingen gevraagd in het kadaster elke persoon op te nemen die, bij gebrek aan weerlegging van het vermoeden, een impact zou kunnen hebben op het kinderbijslagdossier van een bijslagtrekkende die op hetzelfde adres gedomicilieerd is. De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, wordt immers alleen maar toegepast tijdens de periode waarop de verblijfsreden "tijdelijke bescherming" betrekking heeft.
Evenzo, wanneer de tijdelijke bescherming van een rechtgevend kind eindigt, zijn de basisvoorwaarden voor de toekenning van de kinderbijslag van toepassing.
De verblijfsreden tijdelijke bescherming moet dus worden opgevolgd, zowel bij de kinderen met dit statuut als bij alle kinderbijslagdossiers waarin personen met en zonder dit statuut op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn.
Concreet:
- dossier waarbij ten minste een kind met tijdelijke bescherming kinderbijslag ontvangt: de leden van zijn gezin moeten worden opgevolgd en de leden van het gastgezin of van elke derde moeten worden geïntegreerd, om de opvolging van dit recht te waarborgen;
- dossier van een gastgezin: de personen uit Oekraïne met een statuut van tijdelijke bescherming (al dan niet kinderen, al dan niet rechtgevend op kinderbijslag) integreren om de onrechtstreekse impact van elke wijziging in de situatie (verhuizing, verlies van het statuut van tijdelijke bescherming, schrapping, enz.) van de persoon of het gezin uit Oekraïne op te volgen.
Er moet op worden gewezen dat de gegevensflux P031 alleen kan worden geraadpleegd. Wijzigingen worden dus niet via een mutatiebericht meegedeeld. De kinderbijslaginstellingen zullen tijdig praktische en technische instructies krijgen voor de opvolging van het statuut van tijdelijke bescherming. In afwachting daarvan wordt hun gevraagd de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle bovenvermelde dossiers te allen tijde kunnen worden in kaart gebracht. Ze zullen ook worden gevraagd Iriscare periodiek te informeren over het aantal dossiers in kwestie.
4.3. BEHEER VAN DE DOSSIERS VAN DE PERSONEN DIE TIJDELIJKE BESCHERMING GENIETEN
De dossiers van rechtgevende kinderen met tijdelijke bescherming, moeten worden beheerd volgens de bestaande voorwaarden en procedures.
Er moet op worden gewezen dat bij de eindevaluatie van het recht op sociale toeslagen, via het ad hoc-formulier (P19Fisc), rekening moet worden gehouden met alle inkomsten in het buitenland.
4.4. COMMUNICATIE
Op initiatief van Iriscare zal aan de partners die betrokken zijn bij het gezinsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest informatie worden verstrekt over de vaststelling van het recht op Brusselse kinderbijslag voor ontheemden uit Oekraïne en over de noodzaak voor gastgezinnen om contact op te nemen met hun kinderbijslaginstelling om inlichtingen te verkrijgen die van doorslaggevend belang zouden zijn voor hun recht op kinderbijslag.
Ik dank u voor uw medewerking.
Tania Dekens
Leidend ambtenaar