25 JULI 1957 – Administratieve schikking betreffende de toepassingsmodaliteiten van het Algemeen Verdrag van 22 april 1955, tussen het Koninkrijk Belgïe en de Republiek San Marino, ten einde de toepassing van de Belgische wetgeving inzake sociale zekerheid en de Sanmarinaanse wetgeving inzake sociale zekerheid en kinderbijslag op de onderdanen van beide Landen te ordenen
Bij toepassing van de artikelen 31 en 38 van het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Republiek San Marino van 22 april 1955, hebben de bevoegde Belgische en Sanmarinaanse administraties vertegenwoordigd door :
Van Belgische zijde : de heer Léon Watillon, directeur-generaal bij het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg.
Van Sanmarinaanse zijde : de heer Emmanuel Noël, consul-generaal van de Republiek San Marino,
in gemeen overleg de volgende schikkingen getroffen in verband met de toepassingsmodaliteiten van het Verdrag, waarbij de toepassing van de Belgische wetgeving betreffende sociale zekerheid en van de Sanmarinaanse wetgeving inzake sociale zekerheid en kinderbijslag op de onderdanen van beide landen onderling geordend wordt.
TITEL I. TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN EN VAN HET VERDRAG.
Toestand van de werknemers die tijdelijk van het ene naar het andere land worden verplaatst.
Artikel 1.
Wanneer de loonarbeiders of de ermede gelijkgestelden in een ander land dan dat van hun gewone verblijfsplaats worden tewerkgesteld door een onderneming, die in het land van die verblijfplaats een instelling heeft waarvan de betrokkenen normaal afhangen en wanneer de in het land van hun gewone werkplaats vigerende wetgeving op hen toepasselijk blijft krachtens artikel 3, § 2, a, van het Verdrag, zijn de volgende bepalingen toepasselijk :
1° de werkgever en de betrokkenen regelen rechtstreeks elke kwestie betreffende hun bijdragen en prestaties, in zake sociale zekerheid met het Sanmarinaans "Instituto per la Securrezza Sociale" wanneer het land van de gewone werkplaats de Republiek San Marino is en met de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid, wanneer dat land Belgïe is;
2° de bevoegde organismen van het land van de gewone werkplaats geven aan elke betrokkene een getuigschrift waarvan het model in gemeen overleg werd opgemaakt en waarbij bevestigd wordt dat de betrokkene verder onder het stelsel van sociale zekerheid van dit land valt. Dat getuigschrift moet in voorkomend geval door de aangestelde van de werkgever in het ander land, zo zulk een aangestelde voorhanden is, zoniet door de werknemer zelf voorgelegd worden.
Wanneer een aantal werknemers het land van de gewone werkplaats tezelfdertijd verlaten om te zamen in een ander land te gaan arbeiden en tegelijkertijd naar het eerstgenoemd land terugkeren, kan een enkel getuigschrift voor alle werknemers gelden;
3° onder de tewerkstelling van loonarbeiders of van ermede gelijkgestelden, zoals in artikel 3, § 2, a, van het Verdrag is bepaald moet de vermoedelijke duur van de tewerkstelling van alle werknemers verstaan worden;
4° wanneer de werknemers alleen gedurende een bepaald seizoen zouden tewerkgesteld worden, neemt dit feit niet weg, dat de in 1°, 2° en 3° hierboven vastgestelde regelen van toepassing blijven.
Toestand van de loonarbeiders of er mede gelijkgestelden, onderdanen van een der beide landen, die tewerkgesteld zijn in diplomatieke of consulaire posten van dit land in het andere land.
Art. 2.
Het bij artikel 4, 2°, van het Verdrag voorziene optierecht moet uitgeoefend worden binnen de zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de werknemer in de diplomatieke of consulaire post werkzaam is; het heeft uitwerking op dezelfde datum.
Om het optierecht uit te oefenen volstaat het dat de werknemer een aanvraag indient bij het bevoegd organisme van het land waarvan hij wenst dat de wetgeving op hem toegepast wordt.
Voor de werknemers die op de datum van de inwerkingtreding van deze Schikking in een diplomatieke of consulaire post van een der verdragsluitende landen in het andere land tewerkgesteld zijn, gaat de termijn vanaf deze laatste datum in en geldt de verzekeringsplicht in het gekozen land vanaf de vervaldag van deze termijn.
TITEL II. GEMENE BEPALINGEN VOOR VERSCHILLENDE RISICOS.
Art. 3.
Voor het ingaan van het recht op de uitkeringen, worden de onder elke regime volbrachte verzekeringsperioden en de krachtens genoemde regimes als met verzekeringsperioden gelijkwaardig erkende perioden overeenkomstig volgende regelen samengeteld :
1° Bij de verzekeringsperioden en bij de krachtens de wetgeving van een der landen als gelijkwaardig erkende perioden worden de volbrachte perioden of de overeenkomstig de wetgeving van het andere land als gelijkwaardig erkende perioden gevoegd, voor zover zulks nodig is om de verzekeringsperioden of de als gelijkwaardig erkende perioden van het eerste land aan te vullen, zonder dat zij tweemaal worden aangerekend;
2° Wanneer een werknemer uitkeringen ten laste van de organismen van beide landen geniet, wordt de in voorgaande paragraaf vastgestelde regel in elk land afzonderlijk toegepast.
Art. 4.
De perioden die als gelijkwaardig met verzekeringsperioden moeten aangerekend worden zijn, in elk land, die perioden welke bij de wetgeving van dat land als zodanig worden beschouwd.
Elke periode die tezelfdertijd krachtens de Sanmarinaanse en de Belgische wetgeving als gelijkwaardig met een verzekeringsperiode erkend is, wordt voor het verstrekken van de uitkeringen in aanmerking genomen door de organismen van het land waar belanghebbende het laatst vóór genoemde periode verzekerd was.
Wanneer belanghebbende vóór de genoemde periode niet verzekerd was, wordt deze door de organismen van het land waar hij het eerst gewerkt heeft in aanmerking genomen.
Wanneer een verzekeringsperiode, bij toepassing van de wetgeving van een land, samenvalt met een periode die bij toepassing van de wetgeving van het andere land als gelijkwaardig met een verzekeringsperiode wordt erkend, wordt alleen de verzekeringsperiode in aanmerking genomen.
Art. 5.
Wanneer het pensioen of een gedeelte van het pensioen overeenkomstig de wetgeving van een van beide landen, in verhouding tot het loon of de gestorte bijdragen berekend wordt, zal dit pensioen of dat gedeelte van het pensioen vastgesteld worden op basis van het ontvangen loon of van de gestorte bijdragen in dit land alleen.
Art. 6.
Wanneer bij de wetgeving van een der verdragsluitende landen sommige voordelen alleen toegekend worden op voorwaarde dat de perioden in een aan een speciaal verzekeringsregime onderworpen beroep volbracht werden, en wanneer deze perioden geen recht konden geven op de door genoemd speciaal regime bepaalde voordelen, worden deze als geldig beschouwd voor het verstrekken van de voordelen die bij de andere regimes worden bepaald.
Art. 7.
Onder "eerste medische vaststelling van de ziekte" moet verstaan worden de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en niet die van het begin van de ziekte.
Art. 8.
Wanneer een loonarbeider of er mede gelijkgestelde, die zich van het ene naar het andere land begeeft, zijn recht op het voordeel van het Verdrag moet doen gelden om andere uitkeringen dan die van de ouderdomsverzekering te genieten, is hij er toe verplicht, bij het verzekeringsorganisme van het land van de nieuwe werkplaats waar de uitkeringen gevraagd worden, een document in te dienen waarvan het model in gemeen overleg tussen de administratieve overheden van beide landen wordt vastgesteld en waarin de inlichtingen betreffende de in het andere land volbrachte verzekeringsperioden vermeld zijn.
Indien de werknemer dit document niet kan voorleggen is het verzekeringsorganisme van het land van de nieuwe werkplaats, waar de uitkeringen worden gevraagd, er toe verplicht zelf het formulier te laten geworden aan het organisme van het andere land ten einde de nodige inlichtingen in te winnen.
De centraliserende organismen waaraan deze inlichtingen moeten gevraagd worden zijn :
San Marino : het "Instituto per la Securrezza Sociale";
In België : het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit te Brussel.
TITEL III. BIJZONDERE BEPALINGEN.
HOOFDSTUK I. Moederschap.
Art. 9.
In het geval waarin artikel 6, lid 4, van het Verdrag voorziet, worden de uitkeringen in geld rechtstreeks aan de gerechtigde door het organisme dat deze verschuldigd is betaald en volgens de eigen wetgeving vastgesteld.
In het geval waarin lid 5 van genoemd artikel 6 voorziet, worden de uitkeringen in natura door het organisme van het land van verblijf volgens de wetgeving van dit land verleend. Zij worden door het organisme van het andere land, dat deze verschuldigd is, voor zover de toepassing van de wetgeving van dat land prestaties zou voorgeschreven hebben, terugbetaald.
Die terugbetaling, geschiedt op voorlegging van een dossier waarvan de gegevens in gemeen overleg, door de bevoegde Sanmarinaanse en Belgische administraties worden opgemaakt.
HOOFDSTUK II. Uitkeringen bij overlijden.
Art. 10.
Het recht op vergoeding voor begrafeniskosten, die bij toepassing van artikel 7 van het Verdrag aan de Sanmarinaanse verzekerden, die in België verblijven en aan de Belgische verzekerden, die op het territorium van de Republiek San Marino verblijven, verschuldigd is, kan door tussenkomst van het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit, enerzijds, en van het "Instituto per la Securrezza Sociale" anderzijds, op vertoon van een dossier waarvan de gegevens in gemeen overleg door de bevoegde Sanmarinaanse en Belgische overheden zijn opgemaakt, vastgesteld worden.
De datum van ontvangst van het dossier wordt met het oog op de toepassing van artikel 30 van het Verdrag in aanmerking genomen.
De in het eerste lid van dit artikel genoemde organismen zullen elkaar de nodige formulieren voor het onderzoek van de aanvragen mededelen.
HOOFDSTUK III. Verzekering tegen invaliditeit.
Art. 11.
§ 1. Indien de betrokkene bij toepassing van artikel 9, § 3, van het Verdrag, aanspraak maakt op invaliditeitsuitkeringen ten laste van het bevoegd organisme van het land waar hij vroeger verzekeringsplichtig was, geniet hij alleen die uitkeringen :
1° nadat hij geen recht meer heeft op ziekengeld overeenkomstig de wetgeving van het land waar de ziekte werd vastgesteld;
2° indien, in de zin van artikel 8 van het Verdrag, hij in het land van de nieuwe werkplaats binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf het einde van de tewerkstelling in het land van de vroegere werkplaats wordt in dienst genomen, rekening houdende met de verzekeringsperioden die bij de wetgevingen van beide landen met verzekeringsplichtige perioden worden gelijkgesteld.
§ 2. Het "Instituto per la Securrezza Sociale", enerzijds, en het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit, anderzijds, delen elkander alle inlichtingen mede over de in § 1 van dit artikel bedoelde verzekerden; deze inlichtingen worden verstrekt in de loop van de eerste drie maand arbeidsongeschiktheid door middel van een formulier waarvan het model in gemeen overleg door Isanmarinaanse en Belgische bevoegde administraties is overgemaakt.
Art. 12.
Het indienen van de aanvraag in een land geldt ook in het ander. Het organisme dat het eerst de aanvraag ontving geeft ervan mededeling aan het overeenstemmend organisme van het ander land, met opgave van de datum van de indiening en van alle gegevens dezer aanvraag.
Art. 13.
Om de invaliditeitsgraad te ramen, houden de organismen van elk land rekening met de medische bevindingen, alsmede met de door de organismen van het ander land ingewonnen administratieve inlichtingen.
Die organismen behouden zich evenwel het recht voor de betrokkene door een dokter naar keuze te laten onderzoeken in het land van de verblijfplaats of in het land waar hij aangesloten is. De reis- en onderhoudskosten vallen ten laste van het organisme dat de uitkering verschuldigd is.
Art. 14.
De invaliditeitspensioenen of -vergoedingen worden door de organismen, die de uitkeringen verschuldigd zijn aan de Belgische of Sanmarinaanse onderdanen, die in San Marino of in België verblijven, door tussenkomst van het bevoegd organisme volgens de door de hoogste overheden van de verdragsluitende partijen vastgestelde modaliteiten uitbetaald.
HOOFDSTUK IV. Administratieve en medische controle.
Art. 15.
De administratieve en medische controle op de in België verblijvende gerechtigden op Sanmarinaanse invaliditeitsvergoedingen of -pensioenen wordt door het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit uitgeoefend.
De administratieve en medische controle op de in San Marino verblijvende gerechtigden op Belgische invaliditeitsvergoedingen of -pensioenen wordt door het "Instituto per la Securrezza Sociale" uitgeoefend.
Art. 16.
Voor de toepassing van artikel 15 op de gerechtigden op een invaliditeitspensioen of -vergoeding, doen :
het "Instituto per la Securrezza Sociale";
het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving van het land, dat de prestatie verschuldigd is, het eerste door zijn medische experten, het tweede door de geneeskundige raad voor invaliditeit, overgaan tot onderzoekingen om de invaliditeitsgraad van de betrokkene te ramen met het oog op het behoud, de herziening, de schorsing of de afschaffing van het invaliditeitspensioen of van de invaliditeitsvergoeding of met het oog op de nieuwe indeling in een andere categorie.
De beslissing, die door de medische experten of door de geneeskundige raad voor invaliditeit, volgens het geval, genomen wordt, wordt onverwijld door het bevoegd organisme van het land van de verblijfplaats aan het organisme, dat de uitkering aan de betrokkene verschuldigd is, en aan de betrokkene medegedeeld.
Het organisme, dat de uitkering verschuldigd is, heeft evenwel het recht de verzekerde door een geneesheer naar eigen keuze, hetzij in het land van de verblijfplaats, hetzij in het land waar de verzekerde aangesloten is, te laten onderzoeken. De reis- en onderhoudskosten worden door het organisme, dat de prestatie verschuldigd is, gedragen.
Art. 17.
De administratieve verificaties en, inzonderheid die betreffende de arbeid van de invaliden worden :
in de Republiek San Marino : door het "Instituto per la Securrezza Sociale";
in België : door het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit gedaan.
Deze verificaties omvatten inzonderheid huisbezoeken op geregelde tijdstippen bij de invalide.
Art. 18.
De uitslagen van de medische onderzoekingen en administratieve verificaties worden, enerzijds, aan het "Instituto per la Securrezza Sociale" en, anderzijds, aan het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit medegedeeld.
De organismen, die sociale uitkeringen verschuldigd zijn, moeten na kennisneming van die uitslagen de nodige beslissing nemen.
Art. 19.
Ingeval de gerechtigde op een Sanmarinaans invaliditeitspensioen in België het werk hervat, zendt het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit aan het "Instituto per la Securrezza Sociale" een verslag over de aard van het verrichte werk en het bedrag van de verdiensten van de betrokken arbeider tijdens het afgelopen kwartaal, met de vermelding van de normale bezoldiging die in dezelfde streek een arbeider van de beroepencategorie, waartoe de verzekerde behoort, geniet in het beroep dat betrokkene vóór zijn invaliditeit uitoefende, alsmede van het advies van de geneeskundige raad voor invaliditeit omtrent de evolutie van de ziekte, die aanleiding gaf tot de invaliditeit.
Art. 20.
Ingeval de gerechtigde op de Belgische invaliditeitsvergoeding het werk op het grondgebied van de Republiek San Marino hervat, zendt het "Instituto per la Securrezza Sociale" aan het Rijksfonds voor Verzekering tegen Vziekte en Invaliditeit een verslag over de aard van het verrichte werk en het bedrag van de verdiensten van de betrokken arbeider tijdens het afgelopen kwartaal, met de vermelding van de normale bezoldiging die in dezelfde streek verdiend wordt door een arbeider van de beroepencategorie waartoe betrokkene behoort, in de groep van beroepen waarin de door betrokkene vóór het tijdstip dat hij invalide werd uitgeoefende beroepsactiviteit gerangschikt wordt of in de verschillende beroepen die hij heeft uitgeoefend of zou kunnen uitgeoefend hebben uit hoofde van zijn vakopleiding, alsmede van het advies van de medische expert nopens de gezondheidstoestand van de betrokkene.
Art. 21.
Indien de gerechtigde op een invaliditeitsvergoeding of -pensioen ten laste van een van beide landen een of ander algemeen pensioen in het ander land geniet, deelt dit land het aan het land dat een invaliditeitsvergoeding of -pensioen verschuldigd is, mede met opgave van de aard van de aandoening die tot het pensioen aanleiding gaf, van het jaarlijks bedrag van het pensioen, alsook van de benaming van de instelling die het verschuldigd is.
Voormelde mededelingen worden onderling door het "Instituto per la Securrezza Sociale" en door het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit gedaan.
Art. 22.
Wanneer een verzekerde na schorsing of afschaffing van het invaliditeitspensioen of van de invaliditeitsvergoeding, bij toepassing van artikel 12 van het Verdrag zijn recht op het invaliditeitspensioen of op de invaliditeitsvergoeding opnieuw verkrijgt, hoewel hij in het ander land dan het land dat de sociale prestaties verschuldigd is, verblijft, delen het "Instituto per la Securrezza Sociale" en het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit elkander alle nuttige inlichtingen mede om de uitkeringen opnieuw te doen; die inlichtingen worden verstrekt op een formulier waarvan het model, in gemeen overleg, door de Sanmarinaanse en Belgische bevoegde administraties is opgemaakt.
Art. 23.
De onkosten voor medische onderzoekingen, observaties, verplaatsingen der dokters en der gerechtigden, de administratieve en medische onderzoekingen evenals de voor de uitoefening van de controle noodzakelijke bestuurskosten van allerlei aard worden voor de invaliden die in de Republiek San Marino verblijven door het "Instituto per la Securrezza Sociale" en voor de invaliden die in België verblijven, door het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit gedragen.
Deze kosten worden door het organisme, dat ze uitbetaalt, volgens zijn tarief vastgesteld en door het organisme, dat die kosten verschuldigd is, op vertoon van een omstandige nota van de gedane uitgaven terugbetaald.
Er kunnen nochtans andere betalingsmodaliteiten worden voorzien in latere overeenkomsten, onder meer forfaitaire terugbetalingen.
HOOFDSTUK V. Ouderdomsverzekering en verzekering bij overlijden (pensioenen).
Afdeling 1. Indienen van de aanvragen.
Art. 24.
De in San Marino of in België verblijvende verzekerde, die een ouderdomspensioen aanvraagt op basis van de samentelling van de verzekeringsperioden krachtens artikel 15 van het Verdrag, richt zijn aanvraag in de vorm en binnen de termijn van de wetgeving van het land van zijn verblijfplaats aan het organisme of aan de overheid overeenkomstig die wetgeving bevoegd.
Bij ontstentenis van een bevoegde overheid of van een bevoegd organisme, worden de aanvragen gericht :
in België : aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg;
in San Marino : aan het "Instituto per la Securrezza Sociale".
De verzekerde zal zoveel mogelijk in zijn aanvraag het (de) ouderdomsverzekeringsorganisme(n) van de landen, waar hij verzekerd was, aangeven.
De datum waarop de aanvraag om uitkeringen ingediend wordt, is die welke in de wetgeving van het land van de verblijfplaats is voorzien.
De aanvragen die bij een overheid of een organisme van een ander land zijn ingediend, worden als geldig beschouwd. In dat geval moet deze overheid of dit organisme de aanvragen aan het bevoegd organisme van het ander land onverwijld doorzenden en de datum waarop de aanvragen werden ingediend mededelen.
Art. 25.
De bepalingen van artikel 24 zijn ook toepasselijk op de in BelgiBe verblijvende verzekerde die een Sanmarinaans pensioen aanvraagt of op de in Ssan Marino verblijvende verzekerde, die een Belgisch pensioen aanvraagt.
Art. 26.
Voor het onderzoek van de pensioenaanvragen door samentelling van de verzekeringsperioden, gebruiken de bevoegde Sanmarinaanse en Belgische organismen een speciaal formulier waarvan het model in gemeen overleg door de Sanmarinaanse en Belgische administraties is opgemaakt.
Op dit formulier worden onder meer de onontbeerlijke inlichtingen omtrent de burgerlijke stand, de staat en de samenvatting van de verzekeringsperioden en ermede gelijkgestelde perioden opgetekend.
Het doorzenden van dat formulier aan de organismen van het ander land vervangt het overmaken van de bewijsstukken.
Afdeling 2. Onderzoek van de aanvragen door de Belgische organismen.
Art. 27.
Het organisme dat in België de aanvraag onderzoekt, zendt door tussenkomst van het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg aan het "Instituto per la Securrezza Sociale" het in artikel 26 bepaald formulier.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" stelt de verzekeringsperioden en de ermede gelijkgestelde perioden die overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving geldig zijn, vast.
Voor de perioden die niet als geldig beschouwd worden overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving, houdt het "Instituto per la Securrezza Sociale" rekening met de verzekeringsperioden en ermede gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" telt de volgens bovengenoemde regels vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Sanmarinaanse wetgeving ingaan.
Art. 28.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" bepaalt voor order het bedrag van de uitkering waarop de betrokkene zou recht hebben, indien al de in het laatste lid van het vorig artikel aangegeven perioden uitsluitend overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving volbracht werden en bepaalt het bedrag van de verschuldigde uitkering naar rata van de duur van de verzekeringsperioden of de ermede gelijkgestelde perioden, die volgens de Sanmarinaanse wetgeving geldig zijn.
Art. 29.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" zendt naar het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, Dienst Ouderdomspensioenen, het in artikel 26 voorgeschreven formulier terug, aangevuld met de opgave van de verzekeringsperioden of de ermede gelijkgestelde perioden, die krachtens de Sanmarinaanse wetgeving geldig zijn en verwittigt het, enerzijds, van de overeenkomstig het vorig artikel bepaalde uitkering en, anderzijds, van de uitkering waarop de betrokkene zou recht hebben, ingeval hij van het voordeel van artikel 15 van de overeenkomst afziet.
Art. 30.
Voor de perioden die niet als geldig beschouwd worden overeenkomstig de Belgische wetgeving, houdt het Belgisch organisme rekening met de verzekeringsperioden of ermede gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving geldig zijn.
Het bevoegd organisme telt de volgens de voormelde regels vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Belgische wetgeving ingaan.
Art. 31.
Het Belgisch bevoegd organisme bepaalt voor order het bedrag van de uitkering waarop de betrokkene zou recht hebben, indien al de in het laatste lid van het vorig artikel aangegeven perioden uitsluitend overeenkomstig de Belgische wetgeving volbracht werden en bepaalt het bedrag van de verschuldigde uitkering naar rata van het aantal verzekeringsjaren of ermede gelijkgestelde jaren die volgens de Belgische wetgeving geldig zijn.
Art. 32.
De Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg van België deelt de aanvrager bij aangetekend schrijven al de door de bevoegde overheden en organismen van beide landen genomen beslissingen mede over de ingevolge de bepalingen van het Verdrag berekende uitkeringen en laat hem bij wijze van inlichting de uitkeringen kennen die hij zou verkrijgen, ingeval hij van artikel 15 van dit Verdrag afziet.
In de kennisgeving wordt de aanvrager verwittigd van :
1° de middelen van beroep die bij elke wetgeving zijn vastgesteld;
2° de mogelijkheid binnen een termijn van vijftien volle dagen te laten weten dat hij van het voordeel van artikel 15 van het Verdrag afziet.
De Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg van België laat het "Instituto per la Securrezza Sociale" weten :
1. de datum waarop de kennisgeving aan de aanvrager werd gericht;
2. of de belanghebbende het voordeel van artikel 15 van het Verdrag al dan niet wenst.
Afdeling 3. Onderzoek van de aanvragen door de Sanmarinaanse organismen.
Art. 33.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" zendt het in artikel 26 bepaald formulier aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, Dienst Ouderdomspensioenen.
Het Belgisch bevoegd organisme stelt de verzekeringsperioden en ermede gelijkgestelde perioden, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn, vast.
Voor de perioden die overeenkomstig de Belgische wetgeving niet als geldig beschouwd worden, neemt het Belgisch bevoegd organisme voor één jaar Belgische verzekering de overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving geldige verzekeringsperioden of ermede gelijkgestelde perioden in aanmerking die in dat verzekeringsjaar vallen.
Het aantal arbeidsdagen of ermede gelijkgestelde dagen die tijdens dit jaar in aanmerking dienen genomen, wordt bepaald volgens het gemiddelde dezer dagen tijdens de in acht genomen perioden vastgesteld naar de Sanmarinaanse wetgeving.
Het Belgisch bevoegd organisme telt de volgens de bovenvermelde regels vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Belgische wetgeving ingaan.
Art. 34.
Het Belgisch bevoegd organisme bepaalt voor order het bedrag van de uitkering waarop de betrokkene zou recht hebben, indien al de in het laatste lid van het vorig artikel aangegeven perioden uitsluitend overeenkomstig de Belgische wetgeving volbracht werden en bepaalt het bedrag van de verschuldigde uitkering naar rata van het aantal verzekeringsjaren of ermede gelijkgestelde jaren, die volgens de Belgische wetgeving geldig zijn.
Art. 35.
Het Belgisch bevoegd organisme zendt naar het "Instituto per la Isecurrezza Sociale" het in artikel 26 voorgeschreven formulier terug, met opgave van de verzekeringsperioden of ermede gelijkgestelde perioden, die krachtens de Belgische wetgeving geldig zijn en geeft het "Instituto per la Securrezza Ssociale" kennis, enerzijds, van de overeenkomstig het vorig artikel bepaalde uitkering en, anderzijds, van de uitkering waarop de betrokkene zou recht hebben, ingeval hij van het voordeel van artikel 15 van het Verdrag afziet.
Art. 36.
Voor de perioden die overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving niet als geldig beschouwd worden, houdt het "Instituto per la Securrezza Sociale" rekening met de verzekeringsjaren of de ermede gelijkgestelde jaren, die overeenkomstig de Belgische wetgeving geldig zijn.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" telt de volgens de voormelde regels vastgestelde perioden samen en bepaalt de aard van de rechten die krachtens de Sanmarinaanse wetgeving ingaan.
Art. 37.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" bepaalt voor order het bedrag van de uitkering waarop de betrokkene zou recht hebben indien al de in het laatste lid van het vorig artikel aangegeven perioden uitsluitend overeenkomstig de Sanmarinaanse wetgeving volbracht werden en bepaalt het bedrag van de verschuldigde uitkering naar rata van het aantal verzekeringsjaren of ermede gelijkgestelde jaren, die volgens de Sanmarinaanse wetgeving geldig zijn.
Art. 38.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale", deelt de aanvrager bij aangetekend schrijven al de door de bevoegde overheden en organismen van beide landen genomen beslissingen mede over de ingevolge de bepalingen van het Verdrag berekende uitkeringen en laat hem bij wijze van inlichting de uitkering kennen die hij zou verkrijgen, ingeval hij van artikel 15 van dit Verdrag afziet.
In de kennisgeving wordt de aanvrager verwittigd van :
1° de middelen van beroep die bij elke wetgeving zijn vastgesteld;
2° de mogelijkheid binnen een termijn van vijftien volle dagen te laten weten dat hij van het voordeel van artikel 15 van het Verdrag afziet.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" laat het Belgisch bevoegd organisme weten :
1. de datum waarop de kennisgeving aan de aanvrager werd gericht;
2. of de betrokkene het voordeel van artikel 15 van het Verdrag al dan niet wenst.
Afdeling 4. Uitbetaling van de pensioenen.
Art. 39.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" dat de uitkeringen verschuldigd is, verstrekt op de bij de Sanmarinaanse wetgeving vastgestelde vervaldagen rechtstreeks de uitkeringen die aan de in België verblijvende gerechtigden verschuldigd zijn.
De Belgische organismen die de uitkeringen verschuldigd zijn verstrekken op de bij de Belgische wetgeving vastgestelde vervaldagen rechtstreeks de uitkeringen die aan de in San Marino verblijvende gerechtigden verschuldigd zijn.
Art. 40.
De kosten voor de uitbetaling van de pensioenen, de bankkosten, de kosten van de wisselkantoren of andere kosten kunnen door de betalende organismen onder de voorwaarden, die door de administratieve overheid waaronder die organismen vallen vastgesteld zijn, van de gerechtigden teruggevorderd worden.
Art. 41.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" wordt gelast te zorgen dat de gerechtigden, die krachtens de Belgische wetgeving of reglementering een volledig of een gedeeltelijk ouderdoms- of overlevingspensioen hebben bekomen en in San Marino verblijven, de verbintenis nakomen elke andere beroepsactiviteit dan het hiernagemeld gelegenheidswerk te staken.
De verbintenis betreft de gerechtigde en eventueel de echtgenoot.
Luidens de bewoordingen van die verbintenis, is het verboden :
1° een arbeidsovereenkomst aan te gaan;
2° in eigen naam of door een tussenpersoon onverschillig welke ambachts-, handels-, nijverheids- of landbouwactiviteit of een vrij beroep uit te oefenen.
Onder gelegenheidswerk wordt verstaan elk werk zelfs indien het aan huis van particulieren verricht wordt of het oogsten betreft, voor zover de duur van het werk een ononderbroken periode van zes dagen in dienst van een zelfde persoon of van achttien arbeidsdagen over een kwartaal in dienst van een of meer personen niet overschrijdt.
De Rijkskas voor rust- en overlevingspensioenen deelt aan de betrokken organismen door tussenkomst van het "Instituto per la Securrezza Sociale" de namen en het adres van de gerechtigden mede, die de verbintenis waarover hierboven gesproken, hebben aangegaan.
Art. 42.
De gerechtigden, die de in artikel 41, eerste lid, bepaalde verbintenis hebben moeten ondertekenen zijn verplicht het "Instituto per la Securrezza Sociale" vooraf te verwittigen, indien het in hun bedoeling ligt een andere beroepsactiviteit dan een gelegenheidswerk, dat met de verbintenis onverenigbaar is, opnieuw te beginnen.
In dat geval wordt het Belgisch ouderdoms- of overlevingspensioen voor de duur van de activiteit geschorst.
Het "Instituto per la Securrezza Sociale" verwittigt onmiddellijk de Rijkskas voor rust- en overlevingspensioenen.
Afdeling 5. Uitoefening van het optierecht.
Art. 43.
Wanneer van het voordeel van de bepalingen van artikel 15 van het Wverdrag wordt afgezien zoals in artikel 18, eerste lid, van hetzelfde Verdrag wordt bepaald, moet de aanvrager bij aangetekend, gedagtekend en ondertekend schrijven het organisme dat hem de beslissingen overeenkomstig artikelen 32 en 38 van deze schikking heeft medegedeeld, persoonlijk daarvan kennis geven.
Art. 44.
Het optierecht, dat in artikel 18 van het Verdrag is vastgesteld, kan door de overlevende rechtverkrijgenden onder dezelfde voorwaarden als door de verzekerden uitgeoefend worden.
Afdeling 6. Overlevingspensioenen.
Art. 45.
De bepalingen van deze schikking betreffende de ouderdomsverzekering zijn toepasselijk op de overlevingsverzekering.
HOOFDSTUK VI. Arbeidsongevallen en beroepsziekten.
Art. 46.
1. De Belgische en Sanmarinaanse onderdanen verblijvend in België, die op uitkeringen aanspraak maken op grond van de Sanmarinaanse wetgeving betreffende de vergoeding van de door arbeidsongevallen of beroepsziekten veroorzaakte schade, richten hun aanvraag aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel, dat ze aan het "Instituto per la Securrezza Sociale", doorstuurt.
De beslissing wordt rechtstreeks aan de vrager medegedeeld. Een afschrift ervan wordt aan het Rijksfonds voor Verzekering tegen Ziekte en Invaliditeit gezonden.
2. De Sanmarinaanse en de Belgische onderdanen, verblijvend te San Marino, die op uitkeringen aanspraak maken op grond van de Belgische wetgeving betreffende de vergoeding van de door arbeidsongevallen of beroepsziekten veroorzaakte schade, richten hun aanvraag aan het "Instituto per la Securrezza Sociale", dat ze aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel, doorstuurt.
3. De aanvragen om bijkomende tegemoetkomingen in het kader van de Belgische of Sanmarinaanse wetgeving, die aan sommige gerechtigden op renten of invaliditeitstegemoetkomingen wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten worden uitgekeerd, zullen gericht worden :
in Belgïe : aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel;
in San Marino : aan het "Instituto per la Securrezza Sociale".
Die aanvragen worden naar de bevoegde nationale organismen doorgezonden.
Art. 47.
1. De Belgische en Sanmarinaanse onderdanen, verblijvend in België, kunnen verhaal nemen of hoger beroep instellen in zake Sanmarinaanse prestaties wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten bij het Ministerie van Marbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel.
Indien het verhaal of het beroep bij aangetekend schrijven werd ingesteld, wordt de briefomslag ook doorgestuurd; indien dit niet het geval is, moet de datum van ontvangst op het beroep- of verhaalschrift vermeld worden.
Het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg van België doet de verhaal- en beroepschriften aan het "Instituto per la Securrezza Sociale" geworden, dat ze aan de bevoegde rechtscolleges overmaakt.
2. De Sanmarinaanse en Belgische onderdanen verblijvend in San Marino, kunnen verhaal nemen of hoger beroep instellen in zake Belgische uitkeringen wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten bij het "Instituto per la Securrezza Sociale".
Dat Instituut doet de verhaal- en beroepsschriften aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel, geworden, dat ze aan het bevoegd Belgisch rechtscollege overmaakt. De datum van ontvangst moet op het stuk vermeld worden. Indien het verhaal of het hoger beroep bij aangetekend schrijven werd ingesteld, moet de briefomslag ook doorgestuurd worden.
3. Betreffende de geschillen die uit de vergoeding van schade wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten voortspruiten en onder de rechtsbevoegdheid van de Belgische vredegerechten en scheidsrechterlijke comité's vallen, en het beroep tegen die beslissingen die tot de rechtsbevoegdheid van de Belgische rechtbanken van eerste aanleg behoren moet elke actie voor een van die rechtscolleges overeenkomstig het Belgisch Wetboek van burgerlijke rechtsvordering ingesteld worden. Elke aanvraag om inlichtingen dienaangaande moet door tussenkomst van het "Instituto per la Securrezza Sociale" aan het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel, gericht worden, dat alle inlichtingen omtrent de te volgen procedure verstrekt.
Art. 48.
1. Het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel, doet op verzoek van het "Instituto per la Securrezza Sociale", de enquSetes instellen, die op Belgisch grondgebied moeten plaats vinden, om de uitkeringen uit hoofde van de Sanmarinaanse wetgeving betreffende vergoeding van schade wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten vast te stellen.
2. Het "Instituto per la Securrezza Sociale", te San Marino, doet op verzoek van het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, te Brussel, de enquêtes instellen, die op het Sanmarinaans grondgebied moeten plaatsvinden om de prestaties uit hoofde van de Belgische wetgeving betreffende vergoeding voor schade wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten vast te stellen.
3. Het verzekeringsorganisme dat de enquête vraagt, betaalt de kosten aan het organisme waaraan de enquête gevraagd werd terug.
Art. 49.
De bepalingen van artikel 39 en artikel 40 zijn bij analogie toepasselijk op de uitbetaling van de uitkering die op grond van de Belgische en Sanmarinaanse wetgeving betreffende de vergoeding van schade wegens arbeidsongevallen en beroepsziekten verstrekt worden.
TITEL IV. ALLERLEI BEPALINGEN.
Art. 50.
Met het oog op de toepassing van artikel 39, § 5, van het Verdrag moeten de verzekeringsperioden, die tot een globale uitkering hebben aanleiding gegeven, door terugbetaling van de bijdragen, of door verlening van het kapitaal voor de gevestigde rente, voor de samentelling van de verzekeringsperioden in rekening gebracht worden.