22 JANUARI 2022 – Besluit betreffende de aansluiting van de bijslagtrekkende bij een kinderbijslaginstelling

HOOFDSTUK 1. - Regels betreffende de aansluiting van de bijslagtrekkende bij een kinderbijslaginstelling

Afdeling 1. - Eerste Aansluiting door de bijslagtrekkende

Onderafdeling 1. - Termijn waarbinnen de aanvraag moet plaatsvinden

Artikel 1.

De dag waarop de bijslagtrekkende de hoedanigheid van bijslagtrekkende verwerft zoals bedoeld in artikel 26, § 1, tweede lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag, stemt overeen met de eerste dag waarop aan een rechtgevend kind in de zin van artikel 3, 2°, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag waarvoor hij over de hoedanigheid van bijslagtrekkende beschikt, de kinderbijslag wordt toegekend overeenkomstig artikel 28, eerste of tweede lid, van dezelfde ordonnantie.

Art. 2.

Onverminderd artikel 1, kan de aanvraag tot aansluiting worden ingediend voorafgaand aan de in artikel 1 bedoelde datum en ten vroegste:

1° vanaf het ogenblik dat het kraamgeld kan worden aangevraagd overeenkomstig artikel 16, § 2, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, of;

2° op de eerste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarin zich de in artikel 1 bedoelde datum situeert.

Onderafdeling 2. - Geldigheidsvoorwaarden voor de aanvraag

Art. 3.

§ 1. De aanvraag tot aansluiting vindt plaats door middel van een elektronisch of papieren aanvraagformulier, in te vullen door de bijslagtrekkende.

§ 2. Dit aanvraagformulier bevat, desgevallend, de volgende vermeldingen :

1° naam en voornamen, identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ) en adres van de hoofdverblijfplaats van de bijslagtrekkende of de toekomstige bijslagtrekkende;

2° de duidelijke en ondubbelzinnige vermelding dat de bijslagtrekkende of toekomstige bijslagtrekkende zich wenst aan te sluiten bij de kinderbijslaginstelling die in het aanvraagformulier wordt vermeld;

3° de vermelding van de termijn na verloop waarvan de bijslagtrekkende haar beslissing kan meedelen om van kinderbijslaginstelling te veranderen en de datum waarop deze beslissing uitwerking heeft, overeenkomstig artikel 26, § 2, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag;

4° de vermelding van de inhoud van artikel 31 van dezelfde ordonnantie;

5° de vermelding van de verplichtingen bepaald in artikel 4, eerste lid, 9°, van dezelfde ordonnantie.

§ 3. Het aanvraagformulier wordt door de bijslagtrekkende of toekomstige bijslagtrekkende gedagtekend.

§ 4. De aanvraag tot aansluiting die niet voldoet aan de voorwaarden die zijn vermeld in de paragrafen 1 en 2, of voorafgaand aan de in artikel 2 vermelde tijdstippen is ingediend, moet als nietig worden beschouwd.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de aanvragen tot aansluiting die worden ingediend nadat er een geldige aanvraag werd ingediend en vooraleer de daaropvolgende periode bedoeld in artikel 26, § 2, eerste lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag is verstreken.

Onderafdeling 3. - Datum van de aanvraag

Art. 4.

§ 1. De aanvraag wordt gedateerd aan de hand van de postdatum van een schriftelijke aanvraag of de datum van de verzending van een elektronische aanvraag. Bij gebreke daaraan geldt de datum van de ontvangstbevestiging bedoeld in paragraaf 2 als datum van de aanvraag.

Indien er meerdere aanvragen worden ingediend op dezelfde datum, lichten de betrokken kinderbijslagsinstellingen daaromtrent onverwijld het departement van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag in dat instaat voor het toezicht zoals bedoeld in artikel 35, § 1, eerste lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag. Het departement zal vervolgens contact opnemen met de bijslagtrekkende of toekomstige bijslagtrekkende om te vernemen bij welke kinderbijslaginstelling deze zich wenst aan te sluiten. Deze keuze dient door de bijslagtrekkende of toekomstige bijslagtrekkende op schriftelijke of elektronische wijze bevestigd te worden.

De aanvraag van de bijslagtrekkende of toekomstige bijslagtrekkende die zich voor het eerst bij een kinderbijslaginstelling aansluit, heeft uitwerking op de datum bedoeld in het eerste of tweede lid.

§ 2. De kinderbijslaginstelling die de aanvraag ontvangt, stuurt of overhandigt een gedagtekende ontvangstbevestiging aan de bijslagtrekkende.

Afdeling 2. - Aansluiting van rechtswege

Onderafdeling 1. - Geldigheidsvoorwaarden van de aansluiting bedoeld in artikel 26, § 1, vijfde lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag

Art. 5.

Het aanmaken van een betaaldossier in de zin van artikel 26, § 1, vierde lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag, vereist dat de kinderbijslaginstelling voor het betrokken kind één of meerdere betaalperiodes heeft geregistreerd in het kadaster van de kinderbijslag.

Onderafdeling 2. - Datum van de aansluiting van rechtswege

Art. 6.

§ 1. De datum van de aansluitingen van rechtswege bedoeld in artikel 26, § 1, vierde en vijfde lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag komt overeen met de datum van de vaststelling door de in de voormelde bepalingen bedoelde kinderbijslaginstelling van het feit dat de bijslagtrekkende zich niet tijdig heeft aangesloten bij een kinderbijslaginstelling van zijn keuze.

§ 2. De kinderbijslaginstelling waarbij de bijslagtrekkende van rechtswege wordt aangesloten, stuurt of overhandigt een kennisgeving van deze aansluiting aan de bijslagtrekkende. De kennisgeving vermeldt:

1° de datum waarop de bijslagtrekkende overeenkomstig het eerste lid is aangesloten bij de kinderbijslaginstelling;

2° de vermelding van de termijn na verloop waarvan de bijslagtrekkende haar beslissing kan meedelen om van kinderbijslaginstelling te veranderen en de datum waarop deze beslissing uitwerking heeft, overeenkomstig artikel 26, § 1, zesde lid, of 26, § 2, eerste lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag;

3° de vermelding van de inhoud van artikel 31 van dezelfde ordonnantie;

4° de vermelding van de verplichtingen bepaald in artikel 4, eerste lid, 9°, van dezelfde ordonnantie.

Afdeling 3. - Mededeling van de beslissing om van kinderbijslaginstelling te veranderen

Art. 7.

§ 1. De mededeling door de bijslagtrekkende van zijn beslissing om van kinderbijslaginstelling te veranderen in de zin van artikel 26, § 1, zesde lid, of § 2, eerste lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 3, §§ 1 en 2.

§ 2. De mededeling die niet voldoet aan de voorwaarden die zijn vermeld in artikel 3, §§ 1 en 2 moet als nietig worden beschouwd.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de mededelingen die worden ingediend vooraleer de periode bedoeld in artikel 26, § 2, eerste lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag is verstreken.

§ 3. Artikel 4 is van toepassing op de mededelingen die het voorwerp vormen van dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK 2. - Aansluitingsregister

Art. 8.

§ 1. Met het oog op de oprichting en het beheer van het aansluitingsregister bedoeld in artikel 26/1, § 1, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag, leveren de kinderbijslaginstellingen Iriscare op continue wijze de in paragraaf 2 bedoelde gegevens aan betreffende de aanvragen tot aansluiting die de bijslagtrekkenden, toekomstige bijslagtrekkenden of andere personen tot hen richten.

Hetzelfde geldt ingeval van de aansluiting van rechtswege bedoeld in artikel 26, § 1, vierde of vijfde lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag.

De aanleveringen bedoeld in het eerste en het tweede lid vinden plaats zodra de kinderbijslaginstellingen kennis hebben van de gegevens.

§ 2. De in artikel 26/1, § 3, van dezelfde ordonnantie bedoelde gegevens hebben, naargelang het geval, betrekking op:

1° het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ) van de in paragraaf 1 bedoelde persoon;

2° de aanleiding tot de aansluiting, te weten:

a) een aanvraag bedoeld in artikel 16, § 2, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, ofwel;

b) een aansluiting van rechtswege bedoeld in artikel 26, § 1, vierde of vijfde lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag, ofwel;

c) elke andere aanvraag op grond van, naargelang het geval, artikel 26, § 1, tweede of derde lid, van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag;

3° datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 4, § 1, eerste of tweede lid

4° datum van de aansluiting van rechtswege zoals bedoeld in artikel 6, § 1;

5° de datum bedoeld in artikel 1;

6° de datum waarop het kraamgeld kan worden aangevraagd overeenkomstig artikel 16, § 2, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag.

Art. 9.

De kinderbijslaginstellingen delen de in artikel 8, § 2, bedoelde gegevens mee aan Iriscare via een bestandsformaat en een wijze van dataoverdracht die door Iriscare wordt bepaald.

HOOFDSTUK 3. - Bepalingen van inwerkingtreding en uitvoering

Art. 10.

Hebben uitwerking op 1 januari 2022:

1° artikel 3 van de ordonnantie van 22 juli 2021 betreffende diverse bepalingen met betrekking tot gezinsbijslagen;

2° dit besluit, met uitzondering van de artikelen 3, § 4, en 7, § 2.

Art. 11.

De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Gezinsbijslagen, worden belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 22 januari 2022.