LC Proc 03 – 24 APRIL 2020 – Verwerking van de gegevens met betrekking tot de verblijfssituatie van het buitenlands kind

LC Proc 03

Betreft: Verwerking van de gegevens met betrekking tot de verblijfssituatie van het buitenlands kind


Mevrouw, Mijnheer,

I. INLEIDING: CONTEXT

In de omzendbrief met de aanvullende richtlijnen bij de CO PF-GB 5 betreffende het rechtgevend kind toegelaten of gemachtigd om in België te verblijven, staat dat de kinderbijslaginstellingen elektronische gegevensstromen te hunner beschikking hebben om zich over de verblijfssituatie van het buitenlands kind in België, op basis van zijn INSZ-nummer, te kunnen uitspreken:

  • De consultatieflux P026 “Wettelijke gegevens” (flux P026) van het kadaster die alle wettelijke gegevens bevat uit het Rijksregister, het register van de KSZ of het RAD-register.
  • De distributieflux D026 (flux D026) waarmee automatisch informatie over de wijzigingen van de wettelijke gegevens in het register van de KSZ, het RAD-register of het RAN-register wordt ontvangen.
  • De consultatieflux P029 “Historiek van de wettelijke gegevens” (flux P029) van het kadaster die de historische gegevens van de wettelijke gegevens uit het Rijksregister, het register van de KSZ of het RAD-register bevat1In het vervolg zullen we voor een nieuwe aanvraag uitsluitend naar de consultatieflux P029 verwijzen. Die is immers vollediger dan de P026. .
  • De consultatieflux P031 “Buitenlandse ingezetenen” (flux P031) voor de gegevens met betrekking tot de verblijfssituatie bij de KSZ2In de bijlage 1 vindt u een nota met de werkingsprincipes van de flux P031. .

De twee voorwaarden waaraan het kind moet voldoen, met name gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven, moeten worden gecontroleerd om het recht op gezinsbijslag voor dit kind te openen3Ter herinnering, de voorwaarde om toegelaten of gemachtigd te zijn om in België te verblijven wordt voldaan geacht voor het kind dat volgens een Belgische regeling op 31.12.2019 kinderbijslag ontvangt. Zie art. 37 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van de gezinsbijslag en de CO PF 5 met betrekking tot de voorwaarden om het recht op gezinsbijslag te openen - CO Bijlage 2 - Verblijfsvergunning (punt I.B.) .

De procedure om deze dubbele voorwaarde voor opening van het recht op gezinsbijslag in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te controleren berust op de raadplegingen van flux P029 en P031. Dankzij de D026 kan dit worden opgevolgd.

De elektronische gegevens, afkomstig van de authentieke bron en opgenomen in deze fluxen, zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel en kunnen geldig gebruikt worden om het recht op uitbetaling van de gezinsbijslag te verantwoorden.

Dankzij de raadpleging van flux P029 kan de domiciliëring4Voor het vervolg van onderhavige dienstbrief wordt verondersteld dat aan de voorwaarde van domiciliëring van het kind in Brussel voldaan is. en de nationaliteit van het kind worden gecontroleerd. Wanneer deze nationaliteit niet Belgisch is, kunnen dankzij de flux P031 de verblijfsredenen en, indien nodig, de verblijfsdocumenten worden gecontroleerd. Voor het kind met “onbepaalde” nationaliteit is het onderzoek van zijn verblijfssituatie hetzelfde als voor het kind met de nationaliteit van een derde land (noch Belgisch noch van een land van de Europese Unie).

Dit document beschrijft de redenering die moet worden gevolgd voor de uitvoering van die controles.

Voor elk kind afzonderlijk wordt de verblijfssituatie onderzocht, ook al behoort het tot een gezin dat uit meerdere kinderen bestaat. Het kan dus dat binnen eenzelfde gezin de data voor de toekenning van de gezinsbijslag voor elk kind van dit gezin verschillend zijn.

II. VOORAFGAANDE OVERWEGINGEN

1. Het kind dat in België is geboren

Dit kind hangt af van de verblijfssituatie van zijn ouders of van een van de ouders (de meest gunstige situatie). Deze kenmerkende eigenschap van een in België geboren kind maakt het mogelijk om op deze basis zijn verblijfsrecht te onderzoeken voor elke periode waarvan geen informatie beschikbaar is, en voor zover het kind zich niet in een onwettige situatie bevindt.

Als bij een gezinshereniging de persoon die vervoegd wordt, geschrapt werd of niet langer over een verblijfsvergunning beschikt, kan het verblijfsrecht van het kind met buitenlandse nationaliteit dat in België is geboren dus nog steeds worden vastgesteld via de verblijfssituatie van een van de ouders in België. Zo kan een weigering of schrapping van de betaling van de gezinsbijslag worden vermeden.

Hetzelfde geldt wanneer het kind geen enkele vermelding heeft in het veld “Bijzondere informatie vreemdelingen” van flux P031 en jonger is dan 12 jaar. Zijn verblijfssituatie kan worden vastgesteld via die van zijn ouders, of een van beiden. Dit principe is ook van toepassing wanneer er een wijziging optreedt in de verblijfssituatie van een van de ouders waarvan het kind zich in dezelfde verblijfssituatie bevindt. De situatie van de andere ouder kan gunstiger worden of de plaats innemen van de situatie van de andere ouder wanneer die zijn verblijfsrecht verliest of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor een geldig verblijfsrecht. De ouder waarvan het kind zich in dezelfde verblijfssituatie bevindt, moet als bijslagtrekkende of 4de actor worden opgenomen om de opvolging via D026 mogelijk te maken.

Voorbeeld: het kind is in gezinshereniging met zijn vader. Die laatste verlaat België en door zijn vertrek verliest het kind de verblijfsreden die het aan zijn vader bindt. Het kind zal een nieuwe verblijfsreden via gezinshereniging moeten verkrijgen met bijvoorbeeld zijn moeder die in het gezin blijft. Dit kan enige tijd in beslag nemen. Voordat de nieuwe verblijfsreden wordt aangegeven in de P031 of als deze wijziging van reden uiteindelijk niet wordt doorgevoerd, kan het kind aanspraak maken op hetzelfde verblijfsrecht als zijn moeder in het gezin (= gevolg van het feit dat het kind in België is geboren), als zij beschikt over een geldige verblijfsvergunning. Echter, wanneer de vader nog deel uitmaakte van het gezin volgde het kind het verblijfsrecht van de vader dat gunstiger was en derhalve prevaleerde boven dit van de moeder.

2. Verblijfsdocumenten andere dan verblijfsvergunningen

Ter herinnering, het attest van immatriculatie wordt niet beschouwd als een geldige verblijfsvergunning. Hetzelfde geldt voor bijlages 12 en 35 (zie bijlage 4). Daarom kan de periode waarvoor de geraadpleegde gegevens een dergelijk document bevatten geen aanleiding geven tot de betaling van gezinsbijslag. In zeldzame gevallen bleek echter dat ondanks een geldige verblijfsreden er een attest van immatriculatie werd afgeleverd (of ter goedkeuring voorlag).

Twee situaties zijn mogelijk:
De verblijfsreden, waaruit blijkt dat de verblijfsvergunning is verleend, verschijnt in het veld van flux P031 gedurende de periode die door een attest van immatriculatie wordt gedekt. Wanneer de toekenning van een verblijfsreden door de Dienst Vreemdelingenzaken plaatsvindt na de afgifte van het attest van immatriculatie, moet deze beslissing tot toekenning van een verblijfsvergunning vanaf de vermelde datum in aanmerking worden genomen zonder dat het attest van immatriculatie een belemmering vormt voor de verblijfsvergunning. In dit geval is het niet nodig om de betaling te schorsen of de aanvang ervan uit te stellen.
De aflevering van een attest van immatriculatie vindt plaats na de toekenning van een verblijfsreden door de Dienst Vreemdelingzaken : in principe is het verblijfsrecht onverenigbaar met een dergelijk attest. De betaling moet worden geschorst en de situatie moet voor controle aan Iriscare worden voorgelegd (Dienst Gezinnen - Administratieve controle).

3. Het kind bereikt de leeftijd van 12 jaar

De geldigheid van het verblijf moet niet noodzakelijk systematisch worden herzien omdat het kind de leeftijd van 12 jaar bereikt. Wanneer het kind 12 jaar wordt, is de gemeente waar het verblijft verplicht om een verblijfsdocument af te geven, wat geen invloed heeft op de huidige verblijfssituatie van het kind. Dit is een wettelijk formaliteit. Het verschaft echter wel nuttige informatie over het verblijfsrecht. Het is dus verplicht om de flux te raadplegen voor een kind dat de leeftijd van 12 jaar bereikt, in de veronderstelling dat het recht heeft op gezinsbijslag terwijl het geen geldige verblijfsreden kan voorleggen (veld “Bijzondere informatie vreemdelingen”). Deze raadpleging is aanbevolen, maar niet verplicht, naargelang de elementen in het dossier van de betaalinstelling.

III. RAADPLEGING FLUX P029

1. Het kind dat burger is van de Europese Unie5De verblijfsprocedure voor Europese onderdanen betreft de onderdanen die de nationaliteit hebben van een lidstaat van de Europese Unie (Duitsland, Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Kroatië, Denemarken, Spanje, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen, Portugal, de Tsjechische Republiek, Roemenië, het Verenigd Koninkrijk (met aandacht voor de brexit), Slovakije, Slovenië en Zweden).

Flux P029 bevat een veld “Historiek van de nationaliteiten” (Nationality in de fluxbeschrijving) dat nuttige informatie bevat voor de identificatie van een onderdaan van de Europese Unie (EU).

Het kind dat onderdaan is van een land van de EU moet bij zijn inschrijving in het Rijksregister als begunstigde van een verblijfsvergunning worden beschouwd (historiek van de adressen - P029). Het recht op gezinsbijslag kan vanaf zijn inschrijving in de registers van een gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden toegekend.

Dit principe dient echter genuanceerd te worden. De raadpleging van flux P031 zou ook nodig kunnen zijn, na een schrapping van het betrokken kind (zie punt V).

Opmerking:

Een burger van de EU of een lid van zijn gezin ontvangen een formulier Bijlage 19 of Bijlage 19ter als bewijs van hun aanvraag tot inschrijving in het Rijksregister. Dit formulier dekt het verblijf van de betrokkene. Het recht op gezinsbijslag kan worden geopend vanaf de datum van het document (onder voorbehoud van zijn domiciliëring in een Brusselse gemeente).

2. Het kind met het statuut van vluchteling of staatloze

Hetzelfde veld van flux P029 maakt het mogelijk om een als vreemdeling of staatloze erkend kind te identificeren.

In dit veld kan dankzij de vermelding “van oorsprong + nationaliteit” worden afgeleid dat het kind het statuut van vluchteling toegewezen kreeg. De datum die ook in dit veld wordt vermeld, verwijst naar de datum van erkenning van dit statuut. Op die datum beschikt het kind over een verblijfsreden. Het recht op gezinsbijslag kan worden geopend vanaf de maand die volgt op de datum van de beslissing tot erkenning van zijn statuut (art. 6, tweede lid, van de ordonnantie).

Dit veld “Historiek van de nationaliteiten” kan ook “staatloze” vermelden. De voor dit statuut aangegeven datum is die van de erkenning door de rechterlijke macht en niet die van de toekenning van de verblijfsvergunning die eruit kan voortvloeien. Daarom moet de P031 worden geraadpleegd om de datum van de verblijfsvergunning te kennen. De in aanmerking te nemen datum is die in verband met de verblijfsreden (of Reasoncode) in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" (zie punt IV. hieronder).

Het recht op gezinsbijslag kan worden geopend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van de in de P029 vermelde datum voor het kind dat vluchteling is of de datum die is ingevoerd in flux P031 voor het staatloze kind, door toepassing van art. 6, tweede lid van de ordonnantie.

IV. CONSULTATIE FLUX P031

1. Nuttige velden

A) Veld "Bijzondere informatie vreemdelingen (Reasoncode)

Als het buitenlands kind geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, of geen staatloze of vluchteling is, moet de consultatieflux P031 worden geraadpleegd om het verblijfsrecht vast te stellen.

Het belangrijkste veld dat moet worden geraadpleegd is het veld met de verblijfsreden. Dit veld draagt de titel “Bijzondere informatie vreemdelingen” (of "Reasoncode" in de lijst van mogelijke codes - zie bijlage 2). De verblijfsreden bevindt zich in dit veld, samen met de datum waarop de Dienst Vreemdelingenzaken (IBZ) de beslissing heeft genomen om de betrokkene een verblijfsvergunning te verlenen. Die datum moet in aanmerking worden genomen om de datum te bepalen waarop de persoon (het kind) over een verblijfsvergunning beschikt en dus ook de datum die eventueel het recht krachtens art. 6, eerste lid, van de ordonnantie zal openen.

Als bijlage vindt u de lijst met de mogelijke codes van de beschrijving van bericht P031 (bijlage 2+ bijlage 3 die de dezelfde verblijfsredenen bevat, maar dan op een meer gedetailleerde en gestructureerde manier). De codes in deze lijst hebben steeds betrekking op alle buitenlandse personen, kinderen of volwassenen en zijn niet eigen aan de kinderbijslagsector.

Als de persoon een verblijfsvergunning heeft, moet dit veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" automatisch zijn ingevuld. Dit blijkt echter niet altijd het geval te zijn, ook niet wanneer het verblijfsrecht is toegekend. Om meer informatie te bekomen, moet u het veld "Identiteitsbewijs" raadplegen. Dit veld bevat de verblijfskaarten die door de gemeenten aan de persoon zijn afgeleverd.

B) Veld “Identiteitsbewijs” (Cardtype)

Het veld "Identiteitsbewijs” (Cardtype) waarvan de lijst van mogelijke codes zich bevindt in bijlage 4, bevat, ondanks zijn naam, niet alleen de identiteitsbewijzen van de persoon, maar ook alle kaarten, bijlagen of documenten (inclusief de Belgische identiteitskaart) die zijn afgeleverd door de gemeenten, met de overeenkomstige datum. Men vindt er ook de datum terug waarop een verblijfsvergunning is verstreken.

Helaas, en zoals vermeld in de omzendbriefbijlage Verblijfsvergunning, kan op basis van de gegevens in het veld "Identiteitsbewijs" de geldigheid van het effectief verblijf niet worden vastgesteld. De persoon krijgt een verblijfsvergunning zodra de Dienst Vreemdelingenzaken hiertoe beslist, wat niet in het veld "Identiteitsbewijs" wordt weergegeven. De data in dit veld registreren "mechanisch" alle tussentijdse stappen van de afgifte van een document door de gemeenten, maar ook die in verband met het verlies, de vernieuwing, de verlenging of de kennisgevingstermijnen van de beslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken, met inbegrip van nalatigheid of vertraging in de verwerking van de afgifte van verblijfskaarten en -documenten. Dit veld mag dus niet apart worden gebruikt, maar ondersteunt het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen", of vervangt het indien nodig (zie punt 5 hieronder).

Wanneer het verblijfsrecht uiteindelijk wordt vastgesteld op basis van dit veld "Identiteitsbewijs", dat noodgedwongen beperkt is, moet rekening worden gehouden met de data van afgifte (en de geldigheid) van de kaarten. Voor eventuele niet-gedekte periodes moet aanvullende informatie worden opgevraagd bij de bijslagtrekkende (behalve eventueel voor kinderen die in België zijn geboren).

2. Verblijfsreden: subsidiaire bescherming

In het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" wordt de reden voor "Subsidiaire bescherming" aangegeven. In dit geval geeft de aan het kind toegekende subsidiaire beschermingsstatus hem recht op gezinsbijslag vanaf de datum die in dit veld van de consultatieflux P031 wordt vermeld, overeenkomstig artikel 6, tweede lid van de ordonnantie.

3. Verblijfsreden: gezinshereniging

A) INSZ-nummer van de referentiepersoon

Verblijf voor gezinshereniging is een geldige reden, die vele vormen kan aannemen en afhangt van het feit of het een gezinshereniging met een niet-Europeaan, een Europeaan of een Zwitser of met een Belg betreft en of de persoon die vervoegd wordt een echtgeno(o)t(e) of partner of een bloedverwant in opgaande of neerdalende lijn is. In bijlage 2 en 3 vindt u een uitvoerige beschrijving van de mogelijkheden voor gezinshereniging.

Als de reden in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" gezinshereniging is, geeft de consultatieflux P031 in dit veld ook het INSZ-nummer aan van de persoon die het kind vervoegt en die daarmee zijn verblijfsrecht bedingt. Die persoon is niet altijd de vader of de moeder.

Mocht de persoon die de gezinshereniging mogelijk maakte geen actor in het dossier zijn, moet hij als 4de actor worden opgenomen, zodat zijn situatie door de betalingsinstelling kan worden opgevolgd. Een verandering in de situatie van die persoon kan leiden tot een verandering in het dossier van het rechtgevend kind (bijvoorbeeld als die persoon het gezin van het kind verlaat). De invoering van de persoon maakt de opvolging via flux D026 mogelijk.

Om het kind in aanmerking te laten komen voor een verblijfsvergunning op basis van gezinshereniging moet de persoon die het vervoegd heeft zelf een geldige verblijfsreden hebben. Dit kan worden onderbroken door een schrapping wegens verlies van de verblijfsvergunning, met als gevolg dat het kind niet langer een geldige verblijfsreden heeft.

B) Stappen in het onderzoek van de verblijfsvergunning

Het onderzoek van het verblijfsrecht van de referentiepersoon, verloopt in verschillende stappen.

De eerste stap bestaat erin via flux P029 te controleren of de referentiepersoon nog steeds een adres heeft in België en niet is geschrapt (zie aandachtspunten hieronder).

Als aan deze voorwaarde is voldaan en de referentiepersoon de Belgische nationaliteit of een van de EU-nationaliteiten heeft of een erkend vluchteling of staatloze is, is de verblijfsreden van het kind verantwoord. De voor het kind aangegeven datum in verband met de verblijfsreden via "gezinshereniging" in flux P031, moet dan in aanmerking worden genomen om het recht op gezinsbijslag te bepalen.

Als de persoon die vervoegd wordt geen onderdaan van de EU of geen vluchteling of staatloze is, moet naar stap twee worden gegaan.

De tweede stap bestaat erin het veld "Bijzondere informatie voor vreemdelingen" (Reasoncode) van flux P031 van de persoon die vervoegd wordt te controleren om de verblijfsreden te achterhalen.

Als de persoon die vervoegd wordt de subsidiaire beschermingsstatus geniet, is de verblijfsreden van het kind ook geldig.

Indien de persoon die vervoegd wordt zelf een gezinshereniging geniet, moet de geldigheid van het verblijfsrecht van de persoon die hij zelf vervoegd heeft, worden nagegaan om het verblijf van het kind in kwestie te valideren (cascadeonderzoek).

Indien de persoon die vervoegd wordt een andere dan de bovengenoemde redenen heeft, moet de geldigheid van de reden worden gecontroleerd (zie de lijst in de bijlagen 2 en 3). Als de reden als geldig wordt beschouwd, wordt ook het verblijfsrecht van het kind bevestigd.

In zeldzame gevallen verschijnt de geldige verblijfsreden echter in het overeenkomstige veld, ook al wordt in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) na de verblijfsreden een attest van immatriculatie6Of een bijlage 12 of ook een bijlage 35. vermeld. Het attest van immatriculatie is echter geen verblijfsdocument. De periode die eventueel door dit document wordt gedekt, moet dus niet als geldig worden beschouwd wat betreft het verblijfsrecht en het recht op gezinsbijslag voor die periode kan niet worden geopend ten gunste van het kind waarvan de verblijfssituatie afhangt van de persoon die vervoegd wordt(cf. punt II.2. supra).

Als er in het overeenkomstige veld geen verblijfsreden wordt vermeld, moet naar stap drie worden gegaan.

De derde stap bestaat erin het veld "Identiteitsbewijs” (Cardtype) van flux P031 te raadplegen en er zich uitsluitend op te baseren om een geldige verblijfsvergunning te vinden, zodat de persoon kan worden beschouwd als een persoon die in het bezit is van een verblijfsvergunning.

Als het verblijfsrecht gebaseerd is op de vermeldingen in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype), moet het recht bij het verstrijken van de geldigheidsduur van het verblijfsdocument worden herzien, des te sneller wanneer het werd vastgesteld aan de hand van tijdelijke kaarten (bijvoorbeeld van het type A of H). De geldigheidsduur van de verblijfskaarten wordt in dit veld aangegeven.

Als de verblijfsreden geldig is uit hoofde van de persoon die de gezinshereniging mogelijk maakte, voldoet de verblijfsreden van het kind ook aan de voorwaarde van artikel 4, 2°, van de ordonnantie en moet de kinderbijslag worden toegekend vanaf de datum aangegeven in de P031 van het kind die gezinshereniging vermeldt als verblijfsreden.

C) Andere verblijfsredenen

De hierboven uiteengezette redenen komen het meest voor. Elke andere verblijfsreden is geldig zolang die overeenstemt met een reden uit de overeenkomstige lijst (bijlage 2).

Het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) moet echter worden geraadpleegd om eventuele door een attest van immatriculatie of een bijlage 12 of 35 gedekte periodes uit te sluiten (zie bijlage 4).

D) Afwezigheid verblijfsreden

Als geen verblijfsreden is opgegeven, moet men in het veld "Identiteitsbewijs" op zoek gaan naar de nodige informatie om het verblijfsrecht van het kind vast te stellen.

Voor kinderen onder de 12 jaar, staat in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) geen relevante informatie (zie punt II. 3. hierboven). Tenzij het kind in België is geboren, moet de bijslagtrekkende dus aan de hand van officiële documenten informatie verstrekken over de verblijfssituatie van het kind. Als de situatie onduidelijk blijft, moet men contact opnemen met Iriscare (Dienst Gezinnen - Administratieve controle).

Voor kinderen ouder dan 12 jaar moet in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) van flux P031 een geldige verblijfsvergunning worden vermeld. Als dit het geval is, kan het recht op kinderbijslag worden vastgesteld. Als echter wordt vermeld dat het kind alleen een attest van immatriculatie of een attest bijlage 12 of een attest bijlage 35 heeft (zie hierboven), of als er niets wordt vermeld, dan kan er geen recht op kinderbijslag worden vastgesteld (behalve eventueel voor het kind dat in België is geboren).

V. OPVOLGING VIA FLUX D026

Voor alle kinderen met een buitenlandse nationaliteit moet het recht worden herzien op basis van de informatie ontvangen via de berichten van flux D026.

Flux D026 stelt de kinderbijslaginstellingen onder andere op de hoogte van een schrapping uit het Rijksregister, zonder de aard ervan te preciseren. Om de reden van schrapping te achterhalen, moet flux P029 worden geraadpleegd. De te nemen maatregelen verschillen naargelang de aard van de schrapping7De lijst met de schrappingscodes vindt men terug in de beschrijving van de berichten P029_V3 .

1. Afvoering wegens verlies van verblijfsrecht

Deze afvoering volgt op een beslissing om het verblijf te weigeren of om het verblijfsrecht te beëindigen. In dat geval moeten de betalingen worden onderbroken en moeten, in voorkomend geval, afhankelijk van de in de flux vermelde datum de onverschuldigde bedragen in debet geplaatst worden. Een nieuwe inschrijving in het Rijksregister is alleen mogelijk als de persoon met een buitenlandse nationaliteit een andere verblijfsaanvraag heeft ingediend. De hervatting van de betalingen zal dus pas mogelijk zijn vanaf de datum van de nieuwe beslissing om een verblijfsvergunning te verlenen, hetzij in de vorm van een nieuwe verblijfsreden of in de vorm van een nieuw verblijfsdocument die deze machtiging bevestigt (en bij gebrek daaraan dient het geval aan Iriscare te worden voorgelegd (Dienst Gezinnen - Administratieve controle)). De volledige procedure voor de vaststelling van het verblijfsrecht moet dan worden herhaald, met name door het raadplegen van flux P031.

In de praktijk verliezen EU-onderdanen hun verblijfsrecht en worden ze om die reden afgevoerd. Het EU-burgerschap leidt echter tot een gemakkelijkere toegang tot het verblijfsrecht in België en alleen al op basis van P029 kan het recht op gezinsbijslag worden toegekend. Bij wijze van voorzorgsmaatregel zal bij afvoering wegens verlies van verblijfsrecht, ook voor EU-burgers, een onderzoek via de flux P031 worden uitgevoerd zodat de situatie die voortvloeit uit de P029-gegevens daadwerkelijk overeenstemt met de meer nauwkeurigere gegevens in flux P031.

2. Afvoering van ambtswege

In dit geval wordt de vreemdeling verondersteld het land te hebben verlaten8Artikel 39, §7, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen., maar heeft hij nog steeds het recht om binnen het jaar terug te keren, of onder bepaalde voorwaarden zelfs later9Artikel 39, § 3, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. . Gezien dit recht op terugkeer mag er niet van worden uitgegaan dat de verblijfsreden vóór de ambtshalve afvoering niet langer geldig is.

Als de persoon inderdaad kan bewijzen dat hij het land nooit heeft verlaten, of als hij terugkeert binnen de termijnen voorgeschreven in het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1981, wordt hij opnieuw ingeschreven zonder een nieuwe verblijfsaanvraag te moeten indienen en is de vorige verblijfsreden nog steeds geldig..

In deze gevallen kunnen de betalingen worden hervat zonder te wachten op een nieuwe verblijfsreden op basis van de raadpleging van flux P03110wanneer de basisprincipes voor de identificatie van de verblijfsreden een dergelijke consultatie vereisen, wat niet het geval is voor Europese burgers, in de veronderstelling van de afvoering van ambtswege. .

In geval van twijfel moet de bijslagtrekkende worden gevraagd om de nodige verduidelijkingen te verstrekken.

VI. SLOTOPMERKINGEN

Deze instructies gaan ervan uit dat het gaat om een onderzoek van de verblijfsvergunning voor een nieuw recht, waarvan de mogelijke periode wordt gedekt door een verblijfsreden.

Voor de onderzochte periode kunnen echter verschillende verblijfsredenen elkaar opvolgen in het overeenkomstige veld van flux P031 en voor elke verblijfsreden moet dezelfde redenering worden toegepast. Als het kind als vluchteling is erkend, belet dit niet dat hem eerder een verblijfsvergunning wordt verleend om een andere reden (bijvoorbeeld een 9ter of 9bis).

Anderzijds moet bij een intrekking van het verblijfsrecht na een afvoering of na het verstrijken van de geldigheidsduur van de kaart waarop het verblijfsrecht is gebaseerd, bijvoorbeeld, het recht op gezinsbijslag tegelijk met het begin van de afvoeringstermijn of de vervaldatum van de kaart worden onderbroken. De bijslagtrekkende moet worden ingelicht en gevraagd om meer informatie te verstrekken over het verblijfsrecht van het kind of om opnieuw contact op te nemen met het fonds zodra het kind opnieuw in België wordt toegelaten of mag verblijven.

Wanneer gezinsbijslag wordt betaald voor periodes die niet door een verblijfsvergunning worden gedekt, moet die als een onterechte betaling worden beschouwd en worden teruggevorderd. De bijslagtrekkende kan echter te allen tijde een officieel11Document afgeleverd door een overheidsinstantie die bevoegd is op het gebied van verblijf (Dienst Vreemdelingenzaken, gemeente, bevoegde minister, beroepsinstantie inzake verblijfsrecht, enz.) document voorleggen waaruit blijkt dat het kind een verblijfsrecht heeft.

De kinderbijslagfondsen vinden in bijlage 5 een beslissingsschema met de te volgen redenering om te bepalen of het kind in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning in de zin van artikel 3, 1°, van de ordonnantie.

Bij vragen of als de instructies in deze omzendbrief het niet mogelijk maken het verblijfsrecht van het kind vast te stellen, worden de betalingsinstellingen verzocht contact op te nemen met Iriscare (Dienst Gezinnen - Administratieve controle).

Bedankt voor uw medewerking.

Hoogachtend.

 

Tania Dekens
Leidend ambtenaar

Bijlagen:

  1. Werkingsprincipes van flux P031
  2. Verblijfsreden - Reasoncode (volgens de terminologie van bericht P031)
  3. Uitvoerige beschrijving van de verblijfsredenen door de Dienst Vreemdelingenzaken
  4. Lijst met identiteitsbewijscodes - Cardtype (volgens de terminologie van bericht P031)
  5. Beslissingsschema