LC Proc 10 – 28 JUNI 2021 – Fiscale flux inkomstenjaar 2019 – Definitieve vaststelling van het recht op sociale toeslag en eenoudertoeslag voor 2019: aanvullende richtlijnen

LC Proc 10

Betreft: Fiscale flux inkomstenjaar 2019 - Definitieve vaststelling van het recht op sociale toeslag en eenoudertoeslag voor 2019: aanvullende richtlijnen


Geachte mevrouw
Geachte heer

1. CONTEXT

Met de mail van 1 april 2021 ontvingen de kinderbijslaginstellingen het tijdschema voor de opvraging en de ontvangst van de fiscale gegevens voor inkomstenjaar 2019 door middel van de fluxen T9 en T10 voor de definitieve vaststelling van het recht op een sociale toeslag en eenoudertoeslag voor 2019 (toekenningsvoorwaarden van de AKBW-regeling).

De onderrichtingen voor de opvraging en verwerking van de fiscale gegevens werden eerder meegedeeld met CO 1412 van 20 februari 2017 en dienstbrief 996/127 en addendum.

Voor de definitieve vaststelling van het recht op een toeslag in 2019, worden met voorliggende dienstbrief aanvullende richtlijnen en bijsturingen aan de procedure voorzien. Inkomstenjaar 2019 betreft immers een scharnierjaar, waarbij met name het maandbedrag waarop het gezin in december 2019 aanspraak kon maken bepalend is voor de transitie naar de Brusselse kinderbijslagregeling die inwerking getreden is op 1 januari 2020. Bij de inwerkingtreding van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van de gezinsbijslag van 25 april 2019 werd het bedrag dat werd toegekend voor de maand december 2019 in toepassing van de AKBW vergeleken met het maandbedrag dat kan toegekend worden in toepassing van de ordonnantie. Enkel wanneer de nieuwe regelgeving een gunstiger bedrag oplevert dan het maandbedrag voor december 2019, kantelt het dossier in de nieuwe regeling. In het andere geval worden de oude bedragen verder toegekend in toepassing van de overgangsmaatregelen van artikel 39.

Ingevolge de ontvangst van de gegevens over het gezinsinkomen van 2019 zal in bepaalde dossiers het maandbedrag dat verschuldigd is voor de maand december 2019 wijzigen, omdat er in 2019 een recht op een toeslag is ontstaan of omdat de toeslagen die in 2019 provisioneel werden toegekend uiteindelijk toch niet verschuldigd zijn na de fiscale controle van de inkomsten. Hierdoor zal voor de dossiers die ook na 2019 actief zijn opnieuw een vergelijking gemaakt moeten worden op basis van het bedrag dat definitief verschuldigd is voor de maand december 2019, wat ertoe kan leiden dat ook de betalingen vanaf 1 januari 2020 moeten worden herzien.

2. AFHANDELING VAN DE GEGEVENS VAN INKOMSTENJAAR 2019

Hieronder volgen de vier typescenario's die zich kunnen voordoen bij de afhandeling van de gegevens m.b.t. inkomstenjaar 2019. Hierbij wordt telkens gepreciseerd welke acties vereist zijn bij de verwerking van de ontvangen gegevens en welke de impact is voor de betalingen vanaf 1 januari 2020 en de actuele provisionele beslissing.

2.1 SITUATIE 1: ER WERD IN 2019 DE BASISSCHAAL BETAALD EN DE INKOMENSGRENS WERD OVERSCHREDEN

De betalingen voor 2019 zijn in overeenstemming met de gegevens over het gezinsinkomen dus de betalingen voor 2019 kunnen worden gevalideerd . Daar het referentiebedrag voor december 2019 ongewijzigd blijft, is er geen impact op de betalingen vanaf 1 januari 2020. Evenmin is er een impact op de actuele provisionele beslissing.

Er is geen bijkomende actie of motivering aan het gezin vereist.

2.2 SITUATIE 2: ER WERD IN 2019 EEN PROVISIONELE TOESLAG BETAALD EN DE INKOMENSGRENS WERD NIET OVERSCHREDEN

De betalingen van de provisioneel toegekende toeslagen voor 2019 zijn in overeenstemming met de ontvangen gegevens over het gezinsinkomen, dus de betalingen voor 2019 kunnen worden gevalideerd (inclusief de trimestrialisering tot en met maart 2020). Daar het referentiebedrag voor december 2019 ongewijzigd blijft is er geen impact op de betalingen vanaf 1 januari 20201Indien er vanaf 2020 op aanvraag van het gezin echter geen toeslag meer betaald werd of overgeschakeld werd naar de toeslag 'gemiddeld inkomen' van art. 9,2° dient rekening gehouden te worden met de trimestrialisering van het recht op toeslag voor 2019 tot en met maart 2020. en evenmin is er een impact op de actuele provisionele beslissing.

Er is geen bijkomende actie of motivering aan het gezin vereist.

2.3 SITUATIE 3: ER WERD IN 2019 DE BASISSCHAAL BETAALD EN DE INKOMENSGRENS WERD NIET OVERSCHREDEN

De toeslagen voor 2019 worden retroactief toegekend en deze beslissing wordt gemotiveerd aan de bijslagtrekkende. Als bijlage 1 bij deze dienstbrief gaat het model van motiveringsbrief waarmee de kinderbijslaginstellingen de positieve regularisatie van de betalingen kunnen motiveren conform het Handvest van de sociaal verzekerde.

Indien deze positieve regularisatie ook de maand december 2019 omvat, dient er een nieuwe evaluatie te gebeuren van de betalingen vanaf 1 januari 2019:

  • Als vanaf januari 2020 de basisschaal werd betaald (inkomen te hoog/ongekend),wordt de sociale toeslag in toepassing van art 39 geregulariseerd tot en met maart 2020 (trimestrialisering)
  • Als vanaf januari 2020 de 'toeslag gemiddeld inkomen'2Toeslag art 9, 2° van de ordonnantie van 25 april 2019. werd betaald, maar de toeslag in toepassing van art 39 een gunstiger bedrag oplevert, dan worden de maanden januari tot en met maart 2020 geregulariseerd naar het hogere toeslagbedrag in toepassing van art. 39(trimestrialisering)
  • Als vanaf januari 2020 de 'toeslag laag inkomen'3Toeslag art 9,1° van de ordonnantie van 25 april 2019. betaald werd, maar de toeslag in toepassing van art 39een gunstiger bedrag oplevert, wordt vanaf januari 2020 de bijpassing gedaan naar het meer gunstige bedrag van de sociale toeslag in toepassing van art 39 en dit voor alle daaropvolgende maanden waarin zonder onderbreking desociale 'toeslag laag inkomen' werd toegekend en het maandbedrag in toepassing van art 39 gunstiger blijft (retroactieve terugkanteling vanaf januari 2020) Echter, als de sociale toeslag 'laag inkomen' werd toegekend vanaf januari 2020, maar deze inmiddels werd stopgezet omdat het gezin een inkomensverhoging gemeld heeft, mag de regularisatie naar het hogere bedrag van art. 39 enkel gebeuren voor de betalingen tot en met maart 2020.

De vaststelling van het recht op een toeslag voor 2019 en de bijpassing heeft geen impact op de actuele provisionele beslissing (lopende betalingen). In de dossiers waarin op datum van de ontvangst van de fiscale gegevens geen provisionele toeslag wordt betaald, wordt het gezin in de motiveringsbrief geïnformeerd over de mogelijkheid om een sociale toeslag aan te vragen voor de volgende jaren als zij denken te voldoen aan de toekenningsvoorwaarden.

2.4 SITUATIE 4: ER WERD IN 2019 EEN PROVISIONELE TOESLAG BETAALD EN DE INKOMENSGRENS WERD OVERSCHREDEN

Uit de controle van de gezinsinkomsten blijkt dat er geen recht op een toeslag bestaat in2019. Alle provisioneel betaalde toeslagen op basis van een referentiemaand in 2019 dienen te worden teruggevorderd. Als bijlage 2 gaat het model van motiveringsbrief waarmee de kinderbijslaginstellingen de terugvordering van de toeslag kunnen motiveren conform het Handvest van de sociaal verzekerde.

Indien deze negatieve regularisatie ook de maand december 2019 omvat, dient er een nieuwe evaluatie te gebeuren van de betalingen vanaf 1 januari 2019:

  • Als vanaf januari 2020 de toeslag werd doorbetaald in toepassing van art 39 moet het verschil tussen het bedrag van de 'toeslag art 39' en bedrag van de 'toeslag laag inkomen'4In bepaalde situaties (grote gezinnen) blijft het bedrag van de kinderbijslag met toeslag 'laag inkomen' van het nieuwe systeem lager dan het bedrag 'basisschaal verworven rechten art 39'. In dat geval wordt het verschil tussen bedrag 'toeslag art 39' en bedrag 'basisschaal art 39' teruggevorderd. Het gezin blijft op basis van de basisbedragen van de AKBW in het systeem van de verworven rechten vanaf januari 2020. eveneens teruggevorderd worden vanaf januari 2020 tot op heden, aangezien er geen verworven recht bestaat op het hogere bedrag van de toeslag art 41, 42bis of 50ter AKBW. (zie bijlage 2: optionele motiveringsmodule toe te voegen in de brief van de notificatie van de terugvordering).
  • Als vanaf januari 2020 de 'toeslag laag inkomen' werd betaald is er geen impact op de betalingen vanaf januari 2020. De definitieve vaststelling van het recht voor 2020 gebeurt in 2022 bij ontvangst van de gegevens m.b.t inkomstenjaar 2020.
  • Als vanaf januari 2020 de toeslag 'gemiddeld inkomen'werd betaald is er geen impact er geen impact op de betalingen vanaf januari 2020. De definitieve vaststelling van het recht voor 2020 gebeurt in 2022 bij ontvangst van de gegevens m.b.t inkomstenjaar 2020.

De terugvordering van de sociale toeslagen voor 2019 leidt in bepaalde dossiers tot een herziening van de actuele ambtshalve provisionele beslissing (de lopende betalingen):

  • Als op heden de toeslag 'laag inkomen' wordt betaald op basis van de procedure tot ambtshalve toekenning of op basis van een aanvraag ingediend vanaf 1 januari 2020 worden provisionele betalingen verdergezet. Er heeft immers na 2019 reeds een nieuw (ambtshalve) inkomensonderzoek plaatsgevonden dat de huidige provisionele betalingen rechtvaardigt.
  • Als echter op heden een toeslag wordt betaald in toepassing van art 39 of een toeslag 'laag inkomen' op basis van een aanvraag die dateert van vóór 2020 dienen de provisionele betalingen te worden stopgezet( optionele motiveringsmodule in de motiveringsbrief van de terugvordering)
  • Als op heden de toeslag 'gemiddeld inkomen' wordt toegekend is er geen impact en worden de provisionele betalingen verdergezet.
  • Als op heden de basisschaal wordt toegekend, is er geen impact en wordt verder de basisschaal toegekend.

Dank voor de medewerking.

Hoogachtend

 

 

 

Tania Dekens
Leidend ambtenaar

Bijlagen:

  1. Brief terugvordering
  2. Brief positieve regularisatie