LC Proc 13 – 16 DECEMBER 2021 – toeslag voor een geplaatst kind met een aandoening met een derde op een spaarrekening (wijziging van artikel 14 van de ordonnantie van 25 april 2019)
Betreft: toeslag voor een geplaatst kind met een aandoening met een derde op een spaarrekening (wijziging1Ingevoegd bij art. 8 van de ordonnantie van 22 juli 2021 betreffende diverse bepalingen met betrekking tot gezinsbijslagen (hierna "de wijzigingsordonnantie" genoemd), BS, 4 augustus 2021 van artikel 14 van de ordonnantie van 25 april 2019)
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
I. CONTEXT
Ter herinnering, in de gezinsbijslagregeling kan een rechtgevend kind dat lijdt aan een door een arts van de bevoegde overheid erkende lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid aanspraak maken op kinderbijslag verhoogd met een toeslag2Art. 12 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag (hierna “de ordonnantie van 25 april 2019” genoemd), BS, 8 mei 2019 .
Er moet ook op gewezen worden dat forfaitaire bijslagen voor de plaatsing in een instelling verschuldigd zijn als het rechtgevend kind in een instelling is geplaatst krachtens de regelgeving betreffende de jeugdbescherming ten laste van de bevoegde overheid en als een spaarrekening op naam van het rechtgevend kind is geopend om een deel van de kinderbijslag op te plaatsen. Die forfaitaire bijslagen worden als volgt uitbetaald en verdeeld3Artikel 14, derde lid, van de ordonnantie van 25 april 2019 :
- een derde op de spaarrekening van het geplaatste kind;
- twee derde aan de overheid die de plaatsing van het rechtgevend kind ten laste neemt.
Merk op dat het bedrag van de forfaitaire bijslag voor plaatsing hoger is4€ 240 aan de instelling/€ 120 op de spaarrekening van de wees en € 140 aan de instelling/€ 70 op de spaarrekening in de andere gevallen als het kind een wees is5van beide ouders of de enige bekende ouder .
Volgens de bepaling die vóór de wijziging ervan bestond, ontving een geplaatst kind met een handicap alleen de forfaitaire bijslag voor plaatsing, zonder de specifieke toeslag op basis van de zelfredzaamheidsgraad van het kind of de ernst van de gevolgen van de aandoening van het kind.
Artikel 14, zoals gewijzigd bij artikel 8 van de wijzigingsordonnantie, verhelpt die situatie door te bepalen dat de toeslag voor kinderen met een aandoening voortaan mag worden toegevoegd aan de forfaitaire bijslag voor plaatsing, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan.
De toeslag moet worden toegekend volgens hetzelfde principe van verdeling van de betaling: een derde op de spaarrekening van het geplaatste kind en twee derde aan de overheid die de plaatsing van het rechtgevend kind ten laste neemt6Artikel 14, vierde lid, van de ordonnantie van 25 april 2019 .
De bovengenoemde maatregel geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 20207Artikel 19 van de wijzigingsordonnantie .
II. PROCEDURE VOOR HERZIENING VAN DE DOSSIERS
De kinderbijslagfondsen moeten de dossiers waarop deze wijziging betrekking heeft herzien.
Zo moet elk dossier waarin vanaf januari 2020 ten minste één betaling wordt of is verricht ten gunste van een in een instelling geplaatst kind met storting op een spaarrekening op naam van het kind, worden herzien en moet de eventuele toeslag worden berekend en toegekend voor zover de ernst van de aandoening die medisch moet worden erkend (T002), recht geeft op een verhoging van de kinderbijslag.
- Voorbeeld 1: Arthur is erkend met een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van 12 punten van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2021. Hij is sinds 1 oktober 2019 geplaatst in een instelling met een derde op een spaarrekening. De regularisatie van de toeslag gebeurt vanaf 1 januari 2020.
- Voorbeeld 2: Yanis is erkend met een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van 9 punten van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020. Hij is geplaatst in een instelling met een derde op een spaarrekening tot en met 31 maart 2020. De regularisatie van de toeslag wordt toegekend voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020.
In geval van een nieuwe medische erkenning in 2020, waarbij de gewijzigde graad van de ernst de toekenning van een toeslag toelaat terwijl het al geplaatste kind er geen recht op had, wordt in geval van een nieuwe aanvraag of een herziening op aanvraag8Zie omzendbrief 996/70 van 7 november 2006 - recht op een toeslag voor kinderen getroffen door een aandoening de overeenstemmende toeslag toegekend met toepassing van het vertragingseffect. Bij ambtshalve herzieningen wordt echter geen vertraginsgeffect toegepast9Zie punt A.1.1.d) van de ministeriële omzendbrief 593 van 3 november 2005 - programmawet van 11 juli 2005 en wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen (uittreksel) + addendum .
- Voorbeeld 3: Sara is van 1 februari 2015 tot en met 28 februari 2020 erkend met een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van 5 punten (minder dan vier punten op P1) en op 1 maart 2020 gaat een nieuwe ambtshalve erkenning in met een graad van 6 punten. Ze is op 1 oktober 2019 geplaatst in een instelling met een derde op een spaarrekening. De toeslag wordt toegekend vanaf 1 maart 2020 (geen uitstel).
- Voorbeeld 4: Jan is op 1 november 2019 geplaatst in een instelling met een derde op een spaarrekening. Op 1 juni 2020 dient de instelling die verantwoordelijk is voor de plaatsing een aanvraag in tot erkenning van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid. Op 1 maart 2020 wordt een erkenning van 4 punten (P1) vastgelegd. De toeslag wordt toegekend vanaf 1 april 2020 (geen uitstel).
Als de erkenning van de aandoening een einddatum in het jaar 2020 vermeldde, wordt de procedure voor de ambtshalve herziening (indien van toepassing) automatisch in werking gesteld en moet een nieuwe T002 kunnen worden geraadpleegd, die de kinderbijslaginstelling in kennis stelt van de resultaten van het medisch onderzoek. Als vervolgens geen T002 wordt ontvangen, moet een aanvraag (T001) worden ingediend of moet contact worden opgenomen met de bevoegde overheid.
Volgens de in juni 2020 verzamelde gegevens zou het gaan om een beperkt aantal dossiers voor de vijf Brusselse kinderbijslaginstellingen.
De dossiers moeten tegen 30 juni 2022 worden geregulariseerd. De maandelijkse rapportering zal worden aangepast om deze cijfergegevens te verzamelen, mogelijk vanaf januari 2022.
Na de regularisatie van zijn dossiers en uiterlijk op 30 juni 2022 stuurt elke instelling een lijst naar de regulator met het aantal gevallen waarin de toeslag voor een kind met een aandoening is geregulariseerd, en voor elk dossier: de geregulariseerde periode, de graad van handicap/aandoening en het geregulariseerde bedrag.
Bedankt voor uw medewerking.
Hoogachtend,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar