LC Proc 20-1 – 19 JULI 2024 – BVC van 9 juli 2019 – toepassing en aanpassing van het schoolattest P7/P7 KA/P7 Int voor het schooljaar 2024-2025

LC Proc 20-1

Betreft: BVC van 9 juli 2019 - toepassing en aanpassing van het schoolattest P7/P7 KA/P7 Int voor het schooljaar 2024-2025


1. INLEIDING

De wijziging1Besluit van het Verenigd College van 13 JULI 2023 tot wijziging van het Besluit van het Verenigd College van 9 juli 2019 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen. van het besluit van het Verenigd College van 9 juli 2019 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen (hierna "BVC Studenten" genoemd) heeft tot aanpassingen geleid van de vereisten voor de vaststelling van het recht op kinderbijslag voor kinderen die lessen opleiding volgen of een opleiding doorlopen die niet afhangt van het hoger onderwijs.

Naar aanleiding van deze aanpassingen, werd het formulier P7 gewijzigd, met name door een nieuwe rubriek toe te voegen die twee nieuwe kwesties behandelt.

De dienstbrief LC Proc 20 van 9 juni 2023 werd opgesteld om gedetailleerde administratieve instructies te geven over de verwerking van de nieuwe versie van formulier P7.Het is de bedoeling om duidelijk de criteria en situaties te vermelden waarin formulier P7 moet worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de regelgeving voor studenten die kinderbijslag ontvangen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uniform en coherent wordt toegepast.

Bovendien verduidelijkte de dienstbrief de procedures en verstrekt ze de verschillende Brusselse kinderbijslaginstellingen de nodige instrumenten om het recht op kinderbijslag vast te stellen en bij de gezinnen op te volgen.

De huidige LC Proc 20/1 biedt aanvullende verduidelijkingen met betrekking tot de P7-formulieren die worden afgeleverd door een onderwijsinrichting die zichzelf als hoger onderwijs beschouwt zonder erkend te zijn door een van de bevoegde Gemeenschappen in België (zie punt 2.2 hieronder).

De voorliggende instructies vormen een update van de LC Proc 20, die wordt opgeheven.

De LC Proc 20/1 is van toepassing voor het nieuwe schooljaar 2024-2025.

2. WIJZIGING VAN HET BVC STUDENTEN DOOR HET BVC VAN 13 JULI 2023

Punt 2.1 hieronder herinnert kort aan de wijzigingen die zijn aangebracht in artikel 1 van de BVC studenten door het BVC van 13 juli 2023.

Vervolgens bevat punt 2.2 instructies met betrekking tot de toepassing van dit artikel op onderwijsinrichtingen die zich als hoger onderwijs beschouwen zonder erkend te zijn door een van de bevoegde Gemeenschappen in België.

2.1. ALGEMEEN

Het besluit van het Verenigd College van 13 juli 2023 tot wijziging van het BVC Studenten voerde twee grote aanpassingen in met betrekking tot het onderwijs dat niet afhangt van het hoger onderwijs. Deze aanpassingen betreffen meer bepaald:

  • Artikel 1, eerste lid, van het BVC Studenten bepaalt uitdrukkelijk als toekenningsvoorwaarde voor kinderbijslag dat het kind les volgt in een onderwijsinrichting die door een van de gemeenschappen wordt erkend, georganiseerd of gesubsidieerd of leergangen van de permanente opleiding van de middenstand volgt in de fase van de opleiding tot bedrijfsleider die worden ingericht door een opleidingscentrum dat erkend, georganiseerd of gesubsidieerd wordt door een van de gemeenschappen of de Franse Gemeenschapscommissie (hierna "FGC").
  • De tweede aanpassing heeft betrekking op artikel 1, eerste lid, van het BVC Studenten en bepaalt de cumulatieve voorwaarden waaronder kinderbijslag ook wordt toegekend aan een kind dat les volgt in een onderwijsinrichting of opleidingscentrum dat NIET voldoet aan de voorwaarde van erkenning, organisatie of subsidiëring door een van de Gemeenschappen of de FGC.

Concreet betreft deze tweede aanpassing een reeks criteria waarbij, zodra eraan is voldaan, kan worden besloten dat de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum gemachtigd is om P7's uit te reiken waarmee een recht kan worden geopend krachtens artikel 1 van het BVC Studenten.

2.2. TOEPASSING VAN ARTIKEL 1 VAN HET BVC STUDENTEN OP DE ONDERWIJSINSTELLINGEN DIE ZICH ALS HOGER ONDERWIJS BESCHOUWEN ZONDER ECHTER ALS DUSDANIG ERKEND TE ZIJN DOOR EEN VAN DE BEVOEGDE GEMEENSCHAPPEN IN BELGIË

We herinneren eraan dat artikel 1 van het BVC Studenten specifiek bedoeld is voor het onderwijs dat niet afhangt van het hoger onderwijs (zie punt 2.1), aangezien studies en opleidingen die tot het hoger onderwijs behoren, niet onder deze bepaling vallen.

Het recht op kinderbijslag voor kinderen die een studie of opleiding volgen in het hoger onderwijs dat wordt erkend door een van de Gemeenschappen in België2Het kadaster van onderwijsinstellingen die afhangen van het hoger onderwijs en als dusdanig zijn erkend door de Federatie Wallonië-Brussel is online beschikbaar: http://www.enseignement.be/index.php?page=28260&navi=4596 terwijl voor de Vlaamse en Duitstalige Gemeenschap een D062-flux beschikbaar is om een onderwijsinstelling als zodanig te kwalificeren (zie punt 5.1 hieronder). , is namelijk onderworpen aan de specifieke voorwaarden die zijn opgesomd in de artikelen 8 en volgende van het BVC Studenten, gelezen in combinatie met artikel 3, 11°, van de Ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag (hierna 'ordonnantie van 25 april 2019' genoemd).

Indien een onderwijsinrichting die zich als hoger onderwijs beschouwt, maar niet als zodanig kan worden beschouwd in de zin van de voornoemde ordonnantie, moet deze bijgevolg worden beschouwd als een instelling die NIET afhangt van het hoger onderwijs 3Zie punt 2 van de CO 1354 van 8 juli 2008 met betrekking tot de hervormingen in het hoger onderwijs - Wijzigingen in de kinderbijslagreglementering. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een niet-erkende onderwijsinrichting die voorbereidende opleidingen aanbiedt voor universitaire studies (geneeskunde, ingenieur, etc.)., en daarom moet de P7B die door deze instelling wordt afgegeven, de verificatieprocedure volgen zoals vermeld in punt 6 hieronder.

Deze onderwijsinstellingen moeten dus "nee" aankruisen in rubriek 00 van het P7B-formulier.

3. AANPASSING VAN DEEL B VAN FORMULIER P7

WAAROVER GAAT HET?

Deel B van formulier P7 (bijlage 1) voegt een nieuwe rubriek in, "rubriek 00", waarbij, in voorkomend geval, volgende verklaringen worden ingevoerd:

Ik, ondergetekende (naam en voornaam), ……………………………………………………………………………………………………………………………
verklaar dat (naam en voornaam van de jongere): …………………………………………………………………………………………………………………..

  • is (was) ingeschreven bij onze onderwijsinrichting (naam en adres): .......................................................................................................
  • is (was) ingeschreven bij ons opleidingscentrum (naam en adres): .............................................................................................

Deze inleiding gaat vergezeld van twee nieuwe vragen die als volgt zijn opgesteld:

Rubriek 00 type onderwijs/opleiding (MOET WORDEN INGEVULD)

01. Organiseert uw inrichting onderwijs dat erkend, georganiseerd of gesubsidieerd wordt door een van de gemeenschappen? ☐Ja ☐Neen

02. Organiseert uw opleidingscentrum een voortgezette opleiding die "permanente opleiding van de
middenstand" genoemd wordt en erkend, georganiseerd of gesubsidieerd is door een van de gemeenschappen? ☐Ja ☐Neen

Deze nieuwe rubriek 00 moet worden ingevuld door om het even welke onderwijsinrichting en/of opleidingscentrum dat lessen/opleidingen in België organiseert.

4. VERKORTE ATTESTEN: UITZONDERING

Aangezien de rubriek 00 specifiek werd ingevoerd om lessen en opleidingen in kaart te brengen die niet door de gemeenschappen zijn georganiseerd, erkend of gesubsidieerd, blijven de gebruikelijke verkorte attesten die de traditionele P7's vervangen, geldig en worden ze nog steeds gebruikt in de sector van duaal leren (bijvoorbeeld CEFA).

Zelfs als rubriek 00 niet wordt beantwoord, volstaan deze verkorte attesten dus om het recht op kinderbijslag vast te stellen.

Deze keuze wordt gerechtvaardigd door het feit dat onderwijsinrichtingen en/of opleidingscentra die deze verkorte attesten uitreiken om het recht op kinderbijslag correct vast te stellen, daartoe werden gemachtigd in de regeling van de AKBW4Zie CO GB 6 van 10 oktober 2019 - De rechtgevende kinderen, blz. 8 en LC 999/178 van 5 juli 2016 - Aanpassing van de procedure voor de controle van de jongeren die onderwijs volgen - Aanpassing van de procedure in verband met formulier P7 voor het schooljaar 2016 - 2017. . Ze moeten daarom rubriek 00 niet beantwoorden.

Na ontvangst van een verkort attest van de kinderbijslaginstelling is geen specifieke actie vereist.

5. BEHANDELING VAN HET SCHOOLATTEST DOOR ELKE GEMEENSCHAP

Hoewel de schoolattesten (P7 - D062) nog steeds worden behandeld overeenkomstig de instructies van CO GB 65CO GB 6 van 10 oktober 2019 - De rechtgevende kinderen bedoeld in artikel 25 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. en de instructies die vallen onder het federale stelsel6CO GB 8 van 16 januari 2019 - Richtlijnen met betrekking tot de nieuwe Brusselse kinderbijslagregeling - voorlopige handhaving van de richtlijnen vastgelegd in het kader van de AKBW en de wet op de GGB. , blijken enkele verduidelijkingen van administratieve procedures nodig als gevolg van de invoering van de nieuwe rubriek 00.

5.1 D062 (DE VLAAMSE EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)

Elektronische attesten van type D062 blijven normaal behandeld worden. Omdat deze fluxen afkomstig zijn van onderwijsinrichtingen en/of opleidingscentra die door de Vlaamse of Duitstalige Gemeenschap zijn erkend, zijn deze richtlijnen niet op hen van toepassing.

Wanneer echter voor bepaalde soorten Nederlandstalige of Duitstalige onderwijsinrichtingen/opleidingscentra7Voor een volledige lijst van inschrijvingen waarvoor geen attest D062 wordt verzonden, zie LC 999/169 van 5 juli 2013 - informatiefiches over de verwerking van attesten D062. geen D062 wordt verzonden, is er nog steeds een correct ingevulde P7 vereist om het recht op kinderbijslag vast te stellen.

5.2. DE FRANSE GEMEENSCHAP

Voor de lessen of opleiding die door de Franse Gemeenschap of de FGC erkend, georganiseerd of gesubsidieerd worden bestaat er momenteel geen elektronisch attest dat gelijkwaardig is aan het formulier D062 dat de Vlaamse of de Duitstalige Gemeenschap aanbiedt. Daarom is de goedkeuring van het recht op kinderbijslag uitsluitend gebaseerd op P7's (of zelfs via een verkort attest) die door de onderwijsinrichtingen en/of opleidingscentra correct zijn ingevuld.

6. OPVOLGING VAN RUBRIEK 00

6.1 HYPOTHESE 1: POSITIEF ANTWOORD

Wanneer rubriek 00 van formulier P7B een positief antwoord van de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum vermeldt, wordt het recht op kinderbijslag vastgesteld overeenkomstig de geldende instructies (zie CO GB 6).

6.2 HYPOTHESE 2: NEGATIEF ANTWOORD

Wanneer rubriek 00 van formulier P7B een negatief antwoord van de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum vermeldt, is het absoluut noodzakelijk dat de kinderbijslaginstelling het formulier P7B in kwestie systematisch en zo snel mogelijk naar Iriscare stuurt.

De P7B's moeten worden verstuurd naar het e-mailadres: P7.CTRL@iriscare.brussels.

Voor alle ontvangen P7's voert Iriscare een onderzoek om vast te stellen of de inrichting of het opleidingscentrum voldoet aan de voorwaarden van artikel 1, tweede lid, van het BVC Studenten.

Indien niet aan deze voorwaarden is voldaan, is het mogelijk dat het kind gedurende een overgangsperiode gebruik kan maken van de overgangsmaatregel vermeld in punt 7 hieronder.

Om zich uit te spreken over deze voorwaarden, beschikt Iriscare over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop de kinderbijslaginstelling het P7 naar Iriscare stuurt.

De datum vermeld op de e-mail die Iriscare ontvangt, is bepalend voor het tellen van de 30 kalenderdagen.

Deze termijn kan worden verlengd (binnen de grenzen van het Handvest van de sociaal verzekerde) als de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum niet antwoordt en Iriscare genoodzaakt is andere nuttige stappen te ondernemen om alle nodige informatie te verkrijgen.

Iriscare informeert de kinderbijslaginstelling dat de behandelingstermijn is overschreden en de reden daarvan, zodat de instelling het gezin daarover kan inlichten.

Zodra de procedure is beëindigd, stuurt Iriscare het resultaat van het onderzoek per kerende e-mail naar de kinderbijslaginstelling. Deze informatie geldt alleen voor het formulier P7B in kwestie (deze jongere, deze opleiding en dit schooljaar) en kan niet worden gebruikt voor een andere P7B in dezelfde inrichting.

6.3 HYPOTHESE 3: GEEN ANTWOORD

Wanneer rubriek 00 van formulier P7B vermeldt dat de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum niet heeft geantwoord, moet ook formulier P7 naar Iriscare worden gestuurd, zodat dezelfde onderzoeksprocedure als in hypothese 2 over het negatieve antwoord, kan worden toegepast.

Ter herinnering: als de kinderbijslaginstelling een D062 of een verkort attest ontvangt, hoeft rubriek 00 niet te worden bekeken.

6.4 WAT MOET ER WORDEN GEDAAN IN AFWACHTING VAN HET RESULTAAT VAN HET ONDERZOEK?

In afwachting van het resultaat van het onderzoek stelt de kinderbijslaginstelling het gezin per post in kennis van haar beslissing om het recht op kinderbijslag niet vast te stellen omdat de aanvraag wordt onderzocht.

De briefmodules die moeten worden gebruikt, zijn opgenomen als bijlage bij deze omzendbrief (bijlage 2 en 3).

  • Opgelet: De beslissing om het recht op kinderbijslag niet vast te stellen voor een kind waarvan het gezin de regeling van de verworven rechten geniet omdat de aanvraag in onderzoek is, kan ertoe leiden dat het gezin tijdelijk naar de nieuwe regeling wordt overgeheveld.

6.5 AFHANKELIJK VAN HET RESULTAAT VAN HET ONDERZOEK

Aan het einde van deze interne procedure, ofwel:

A. wordt de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum door Iriscare geacht bevoegd te zijn de P7's uit te reiken waarmee een recht kan worden geopend krachtens artikel 1 van het BVC Studenten. In dat geval kan het recht op kinderbijslag worden vastgesteld met terugwerkende kracht tot de begindatum van de lessen of de opleiding (gezinnen met verworven rechten die zijn omgeschakeld naar de nieuwe regeling zullen moeten terugschakelen);

B. wordt de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum door Iriscare geacht niet-bevoegd te zijn om P7's uit te reiken waarmee een recht kan worden geopend op grond van artikel 1 van de BVC Studenten. In dat geval wordt het recht op kinderbijslag geweigerd. In dat laatste geval stelt de kinderbijslaginstelling het gezin met de briefmodule P7/2_weigering (bijlage 3) in kennis van de beslissing om het recht op kinderbijslag te weigeren, eventueel met een debetnota om de onverschuldigde betalingen terug te vorderen.

C. heeft de onderwijsinrichting of het opleidingscentrum binnen de voorziene termijn niet positief meegewerkt aan het onderzoek van Iriscare en worden de daar georganiseerde lessen of opleidingen onverenigbaar geacht met de criteria van artikel 1, tweede lid, van het BVC Studenten. In dat laatste geval stelt de kinderbijslaginstelling het gezin met de briefmodule P7/2_weigering (bijlage 3) in kennis van de beslissing om het recht op kinderbijslag te weigeren, eventueel met een debetnota om de onverschuldigde betalingen terug te vorderen.

Voorbeelden:

  1. In het schooljaar 2023-2024 vermeldt het formulier voor Matéo een negatief antwoordin rubriek 00. Hij kan niet in aanmerking komen voor de overgangsmaatregel en het onderzoek van Iriscare concludeert dat de onderwijsinrichting niet voldoet aan de criteria van het BVC Studenten. Het recht van Matéo op kinderbijslag wordt voor het gehele schooljaar in kwestie geweigerd. In hetzelfde jaar dient Béatrice een P7B in van dezelfde onderwijsinrichting waar Matéo is ingeschreven. Hoewel het om hetzelfde academiejaar en dezelfde inrichting gaat, zal de kinderbijslaginstelling Iriscare van de P7B in kennis stellen en zal het resultaat van het onderzoek hetzelfde zijn, namelijk een weigering van het recht op kinderbijslag voor het gehele schooljaar in kwestie.
  2. In het schooljaar 2023-2024 dient Anne-Marie een P7B in, dat een negatief antwoord vermeldt in rubriek 00. Zij kan niet in aanmerking komen voor de overgangsmaatregel en het onderzoek van Iriscare concludeert dat de onderwijsinrichting niet voldoet aan de criteria van het BVC Studenten. Het recht van Anne-Marie op kinderbijslag wordt voor het gehele schooljaar in kwestie geweigerd. In het daaropvolgende schooljaar, 2024-2025, dient Alberto een P7B in van hetzelfde opleidingscentrum waar Anne-Marie was ingeschreven, maar ditmaal concludeert het nieuwe onderzoek van Iriscare dat het opleidingscentrum voldoet aan de criteria van het BVC Studenten. Het recht van Alberto op kinderbijslag wordt voor het gehele schooljaar in kwestie toegekend.
  • Aandacht: in alle situaties heeft de aanvaarding of weigering van het recht op kinderbijslag alleen betrekking op het academiejaar zoals vermeld op het onderzochte P7B formulier.

7. OVERGANGSREGELING VOOR DE LOPENDE DOSSIERS

Er werd een overgangsmaatregel ingevoerd om het recht op kinderbijslag dat vóór de wijziging in kwestie bestond, niet aan te tasten. Daarom moet er worden gelet op de volgende beginselen:

◊ het dossier van de rechtgevende controleren op het bestaan van een P7 voor het schooljaar dat onmiddellijk voorafgaat aan de inwerkingtreding van de nieuwe vereisten.

◊ Wanneer een jongere al een studiecyclus doorloopt (van één jaar of langer) in één of twee onderwijsinrichtingen en/of opleidingscentra die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 1 van het BVC Studenten, kan de betaling van de kinderbijslag worden voortgezet op voorwaarde dat:

  1. een P7 is ingeleverd voor het nieuwe schooljaar, ongeacht het antwoord in de nieuwe rubriek 00;
  2. de jongere voldoet aan de voorwaarden van het BVC Studenten zoals die vóór de wijziging in kwestie zijn vastgesteld;
  3. de jongere is ingeschreven bij dezelfde onderwijsinrichting(en) of hetzelfde (dezelfde) opleidingscentrum (opleidingscentra);
  4. hij of zij strikt genomen dezelfde opleiding volgt;
  5. geen vrijwillige onderbreking heeft plaatsgevonden in de loop van de studie- of opleidingscyclus, met uitzondering van een onderbreking door overmacht zoals beoordeeld door Iriscare.

◊ De jongere blijft kinderbijslag ontvangen, maar onder de voorwaarden van het BVC studenten vóór de wijziging.

Hetzelfde geldt voor de jongere de een schooljaar overdoet omdat hij niet geslaagd was, mits aan de vijf bovengenoemde cumulatieve voorwaarden is voldaan. Herinnering: ondanks de voortzetting van de betalingen moet de P7 worden bezorgd aan Iriscare (P7.CTRL@iriscare.brussels).

8. P7 STUDIES EN OPLEIDINGEN GEVOLGD BUITEN BELGIE

Ter herinnering, wanneer een kind een opleiding volgt buiten België waarvan het programma erkend is door de buitenlandse overheid of overeenstemt met een programma erkend door deze overheid, zijn de voorwaarden bepaald in - respectievelijk - de artikelen 1 en 8 van het BVC Studenten vervuld8Zie respectievelijk de artikelen 4, 2°, en 8, § 1, vierde lid, van het BVC Studenten..

Daarom is het voor de kinderbijslaginstelling niet nodig om te controleren of wordt voldaan aan de voorwaarde inzake inrichting, erkenning of subsidiëring door een van de Gemeenschappen in België, noch om de norm van 17 lesuren of 27 studiepunten te controleren.

Voorbeeld:

Een instelling voor hoger onderwijs waarvan het programma erkend is door Frankrijk en die vanuit Frankrijk afstandsonderwijs in België aanbiedt, zal een Europees P7-formulier afleveren dat de toekenning van het recht op kinderbijslag toelaat gedurende de opleidingsperiode of het academiejaar waarop het formulier betrekking heeft, mits aan alle andere toekenningsvoorwaarden is voldaan.

Daarentegen, wanneer een onderwijsinstelling waarvan het programma erkend is door een buitenlandse autoriteit zijn opleiding rechtstreeks op Belgisch grondgebied aanbiedt, moet deze onderwijsinstelling een naar behoren ingevuld P7B-formulier afleveren en wordt het recht op kinderbijslag vastgesteld op basis van de verstrekte informatie in de verschillende relevante rubrieken en mits aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan.

Bovendien, en onder voorbehoud dat het niet gaat om een instelling voor hoger onderwijs in de zin van artikel 3, 11°, van de ordonnantie van 25 april 2019, moet deze instelling voldoen aan de voorwaarden die van toepassing zijn op het onderwijs dat niet afhangt van het hoger onderwijs (zie punt 2 hierboven).

Er dient te worden opgemerkt dat de keuze van het formulier P7 (klassiek, Europees of internationaal) afhangt van de plaats waar het onderwijs gevolgd wordt (in België of buiten België). Wat betreft afstandsonderwijs, wordt de keuze van het formulier P7 (klassiek, Europees of internationaal) eveneens bepaald door de plaats van waaruit het onderwijs wordt gegeven.

9. BIJKOMENDE INFORMATIE

  1. Negatieve antwoorden of geen antwoorden op vragen in rubriek 00 gelden alleen voor het schooljaar in kwestie. Zo zijn deze antwoorden nooit definitief en kunnen ze per schooljaar worden herzien.
  2. Een beslissing om het recht op kinderbijslag niet vast te stellen op grond van het feit dat de aanvraag in onderzoek is, kan ertoe leiden dat een gezin met verworven rechten naar het nieuwe systeem wordt overgeheveld totdat een definitief besluit is genomen. Bij een positieve beslissing moet het recht worden geregulariseerd.
  3. Alle gevolgen die voortvloeien uit de weigering van het recht op kinderbijslag die een impact hebben op de dossiers van gezinnen, moeten normaal worden behandeld in overeenstemming met de geldende regels en procedures.

10. BIJLAGE

  1. P7 2024-2025

Bedankt voor uw medewerking.

 

 

Tania Dekens
Leidend ambtenaar