LC Proc 22 – 16 OKTOBER 2023 – Instructies voor de terugvordering van kinderbijslag die ten onrechte is ontvangen in het kader van de door een onderwijsinstelling georganiseerde fraude waarbij opzettelijk onjuiste formulieren P7 zijn ingediend
Betreft: Instructies voor de terugvordering van kinderbijslag die ten onrechte is ontvangen in het kader van de door een onderwijsinstelling georganiseerde fraude waarbij opzettelijk onjuiste formulieren P7 zijn ingediend
Context
Het doel van deze omzendbrief is duidelijke administratieve instructies te geven aan de kinderbijslaginstellingen over de terugvordering van kinderbijslagbedragen die ten onrechte zijn ontvangen als gevolg van frauduleuze praktijken. Deze praktijken werden georganiseerd door een vzw die Franse taalcursussen aanbiedt en zijn door de kinderbijslaginstellingen ontdekt.
Omdat er nog een onderzoek loopt dat desgevallend zal leiden tot een gerechtelijke procedure, zal de betrokken vereniging zonder winstoogmerk steeds "onderwijsinstelling" worden genoemd.
In de fase van het onderzoek en op grond van bewijselementen bevestigt het arbeidsauditoraat van Brussel dat op basis van formulieren P7 (en tijdens de periode in kwestie) kinderbijslag werd ontvangen als gevolg van frauduleuze praktijken.
Alle betrokken gezinnen moeten Daarom moeten alle betrokken gezinnen op de hoogte worden gebracht van de onverschuldigd betaalde bedragen.
We vragen bijgevolg de kinderbijslaginstellingen de hier meegedeelde instructies strikt toe te passen en rekening te houden met de specifieke kenmerken van elk individueel dossier.
De instructies van deze omzendbrief zijn onmiddellijk van toepassing en moeten uiterlijk op 31 december 2023 zijn afgerond.
1. TERUGVORDERINGSPROCEDURE
Op grond van artikel 28 van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag, gelezen in samenhang met artikel 31, tweede lid, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, zijn de kinderbijslaginstellingen verplicht onterecht betaalde gezinsbijslagbedragen binnen een termijn van vijf jaar terug te vorderen, als ze werden verkregen als gevolg van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige verklaringen.
De verjaringstermijn ging in op de datum waarop Iriscare kennis nam van de frauduleuze praktijken van de vzw Sub-Sahara, namelijk 27 juli 20231Opgelet: gelet op het risico dat de procedure tot terugvordering meer tijd in beslag kan nemen, met name door de eventuele lopende gerechtelijke procedures, herinneren wij eraan te waken over de stuiting van de verjaring..
1.1 VASTSTELLING VAN DE BETREFFENDE DOSSIERS
Om alle fraudegevallen afkomstig van de onderwijsinstelling te identificeren en de integriteit van de regeling te vrijwaren, wordt de kinderbijslaginstellingen gevraagd de dossiers op te zoeken van de rechtgevende kinderen die in de betwiste periode kinderbijslag hebben gekregen op basis van een formulier P7 van deze onderwijsinstelling met inbegrip van de dossiers die niet meer in uitbetaling zouden zijn.
Voor dit onderzoek stellen we de volgende criteria voor als richtsnoeren:
- wettelijke basis: artikel 25, § 1, b), van de ordonnantie van 25 april 2019;
- statuut: het rechtgevende kind is een "student";
- betwiste periode: tussen 1 september 2019 en 15 april 2021;
- opleidingsniveau: niet-hoger onderwijs;
- soort instelling: vzw; - opleidingscentrum;
- soort opleiding: leren lezen en schrijven - Frans.
We moedigen elke kinderbijslaginstelling ten zeerste aan om deze criteria, of elk ander middel, te gebruiken om de dossiers in kwestie te vinden.
1.2 VASTSTELLING VAN DE TERUGVORDERINGSPERIODE
Het is essentieel om de terugvorderingsperiode voor de onterecht betaalde bedragen nauwkeurig vast te stellen.
Aangezien uit de bewijselementen van het dossier blijkt dat de sociale fraude echt in omvang toenam vanaf de datum waarop de nieuwe gezinsbijslagregeling op 1 januari 2020 in werking trad, kan de terugvordering van onverschuldigde bedragen betrekking hebben op periodes vanaf die datum .
Als de betalingsperioden van de oude en de nieuwe regeling elkaar echter overlappen (schooljaar 2019-2020), is het belangrijk om te onderscheiden of het formulier P7 vóór of na 1 januari 2020 werd ondertekend.
A. FORMULIER P7 ONDERTEKEND VÓÓR 1 JANUARI 2020:
Als het formulier P7 vóór 1 januari 2020 werd ondertekend, moet het P7 van het rechtgevende kind voor onderzoek worden voorgelegd aan de dienst Geschillen en Bemiddeling van Iriscare.
In dergelijke situaties moet Iriscare het specifieke geval van het dossieronderzoeken en bepalen of er al dan niet redenen zijn om het frauduleuze karakter van de ontvangen kinderbijslag te weerhouden op basis van het formulier P7 dat het gezin bezorgde voor het schooljaar 2019-2020.
De beslissing om de onverschuldigde bedragen terug te vorderen of om het recht als geldig vastgesteld te beschouwen, wordt aan de kinderbijslaginstelling meegedeeld.
Aandacht : de formulieren P7 die vóór 1 september 2019 werden ondertekend, moeten niet worden gemeld zolang het onderzoek door de gerechtelijke autoriteiten niet tot die datum wordt uitgebreid.
B. DE FORMULIEREN P7 DIE WERDEN ONDERTEKEND NA 1 JANUARI 2020, MET TERUGWERKENDE KRACHT TOT 1 SEPTEMBER 2019:
Als het formulier P7 werd ondertekend na 1 januari 2020, maar de start van de opleiding vermeldt met terugwerkende kracht, begint de terugvorderingsperiode op de eerste dag van de lessen zoals vermeld in het formulier P7 en ten vroegste op 1 september 2019.
Bedragen die vanaf deze datum ten onrechte zijn betaald, moeten worden teruggevorderd over de gehele opleidingsperiode, zoals aangegeven op het formulier P7 dat de onderwijsinstellinginvulde.
C. FORMULIER P7 ONDERTEKEND NA 1 JANUARI 2020, ZONDER TERUGWERKENDE KRACHT:
Voor alle formulieren P7 die vanaf 1 januari 2020 ondertekend zijn en die aangeven dat de opleiding ten vroegste op of vanaf 1 januari 2020 begint, moeten de ten onrechte betaalde bedragen automatisch in debet worden geplaatst voor de volledige opleidingsperiode, zoals vermeld op het formulier P7 dat de onderwijsinstelling invulde.
1.2 KENNISGEVINGEN AAN DE BETROKKEN GEZINNEN
De kinderbijslaginstellingen wordt gevraagd de gezinnen in kennis te stellen van het debet door gebruik te maken van de daartoe bestemde standaardbrief waarin daartoe voorzien is, samen met de vermeldingen over het Handvest van de sociaal verzekerde (bijlage 1).
1.3 TOEPASSING VAN ARTIKEL 28 VAN DE ORDONNANTIE TOT VASTSTELLING VAN HET BETAALCIRCUIT
Op grond van artikel 28 van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag wordt de kinderbijslaginstellingen gevraagd om de onverschuldigde bedragen terug te vorderen ten belope van 100% van de later verschuldigde gezinsbijslag, en dit tot het debet integraal is teruggevorderd overeenkomstig artikel 1410, § 4, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Als de onverschuldigde bedragen niet teruggevorderd kunnen worden via de latere kinderbijslag, kan bij andere socialezekerheidssectoren, voor zover mogelijk, worden teruggevorderd.
Als het niet mogelijk is om onverschuldigde bedragen terug te vorderen via latere betalingen en/of andere sociale uitkeringen, zal de kinderbijslaginstelling overgaan tot een terugvordering via gerechtelijke weg2Onverminderd de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, dat het volgende bepaalt: De burgerlijke rechtsvordering kan tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden als de strafvordering. Zij kan ook afzonderlijk vervolgd worden; in dat geval is zij geschorst, zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld in zoverre er gevaar bestaat voor onverenigbaarheid tussen de beslissing van de strafrechter en die van de burgerlijke rechter en onverminderd de uitzonderingen uitdrukkelijk bepaald door de wet." Dit principe is ook vastgelegd in het adagium "le criminel tient le civil en état"..
2. MEDEDELING AAN IRISCARE
Na de behandeling van een betwist formulier P7 wordt van elke kinderbijslaginstelling verwacht dat ze systematisch een kopie van dat formulier en het precieze bedrag van het debet voor elk dossier naar de dienst Geschillen en Bemiddeling stuurt.
Iriscare zal deze documenten en het bedrag van het debet bezorgen aan het gerecht.
Via een medium dat Iriscare daartoe specifiek bepaalt en tijdig meedeelt, deelt elke kinderbijslaginstelling uiterlijk op 31 december 2023 een gedetailleerde lijst mee aan de Regulator met het totale aantal gevallen die in debet zijn geplaatst en voor elk dossier: de betwiste periode, het bedrag van het totale debet, het al teruggevorderde bedrag, of de terugvordering aan de gang is of geblokkeerd, de wijze van terugvordering of, bij gebrek daaraan, de vermelding van de dossiers die niet het voorwerp zijn van een terugvordering via de middelen die in deze omzendbrief zijn vastgesteld (zie punt 3) en, in voorkomend geval, de bijbehorende beweegreden.
3. AANDACHTSPUNTEN
√ Onze regeling bepaalt dat om kinderbijslag te ontvangen op grond van het statuut van werkzoekende, het rechtgevende kind eerst moet deelnemen aan een studie of opleiding, zoals opgelegd door artikel 1, § 1, a), van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 24 oktober 2019 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de kinderbijslag voor jongeren ingeschreven als werkzoekende.
Als dus uit de behandelde dossiers blijkt dat studenten van de betrokken onderwijsinstelling zich onmiddellijk na de opleiding als werkzoekende hebben ingeschreven, terwijl er in de betwiste periode geen enkele andere geldige opleiding werd gevolgd, moeten de kinderbijslaginstellingen ook de betalingen voor de hoedanigheid van werkzoekende terugvorderen, zodra volgens de conclusies van het auditoraat de rechthebbenden van deze uitkeringen de lessen nooit hebben gevolgd en het formulier P7 op frauduleuze wijze werd ingevuld.
√ Als de kinderbijslaginstelling vaststelt dat geen enkele van de hierboven in punt 1.3 bepaalde terugvorderingsprocedures kan worden uitgevoerd, moeten de betwiste dossiers in kwestie ook aan de dienst Geschillen en Bemiddeling worden gemeld volgens de in punt 2 bepaalde procedure. Voor elk dossier verduidelijkt de kinderbijslaginstelling de reden waarom het onverschuldigde bedrag niet kan worden teruggevorderd, de betwiste periode en het totale onverschuldigde bedrag.
√ Alle gevolgen van de terugvordering die een impact hebben op het dossier van de betrokken gezinnen of, bij uitbreiding, op de gezinnen die een groepering genieten, moeten worden behandeld in overstemming met de geldende regels en procedures (overgang naar de nieuwe regeling met terugwerkende kracht, einde groepering van de kinderen, verlies van leeftijdstoeslag, verlies van de sociale toeslag, enz.).
4. BEROEPSMOGELIJKHEDEN
4.1 DIENST GESCHILLEN EN BEMIDDELING
Als een gezin de terugvordering van onverschuldigde bedragen als gevolg van georganiseerde fraude bij de betrokken onderwijsinstelling wil betwisten, kan het een klacht indienen bij de dienst Geschillen en Bemiddeling.
Iriscare onderzoekt zorgvuldig de klacht en, in voorkomend geval, de nieuwe elementen van het dossier.
Als de klacht van het gezin gegrond wordt verklaard, wordt de betwiste beslissing tot terugvordering nietig verklaard.
4.2 ARBEIDSRECHTBANK
Gezinnen die zich benadeeld voelen, kunnen, onafhankelijk van of naast het interne beroep bij de dienst Geschillen en Bemiddeling, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank tegen de beslissing tot terugvordering van de kinderbijslag die werd ontvangen op grond van frauduleuze praktijken.
De aangevochten beslissing moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep, binnen zes maanden na de kennisgeving van de beslissing worden voorgelegd aan de bevoegde arbeidsrechtbank (nieuw art. 31/1 van de toekenningsordonnantie).
Alvast bedankt voor uw medewerking.
Hoogachtend,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar