LC Regl 02 – 15 JUNI 2020 – Toepassingsvoorwaarden van het volmachtbesluit nr. 2020/001 van het Verenigd College van 2 april 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de wetgeving en reglementering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of die op grond daarvan zijn ingevoerd

LC Regl 02

Betreft: Toepassingsvoorwaarden van het volmachtbesluit nr. 2020/001 van het Verenigd College van 2 april 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de wetgeving en reglementering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of die op grond daarvan zijn ingevoerd


1. INLEIDING

Het besluit van 2 april 2020 (zie bijlage 1) voorziet in de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft, die vastgelegd zijn in de wetgeving en reglementering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of die op grond daarvan zijn ingevoerd.

Die termijnen worden vanaf 16 maart 2020 opgeschort om de continuïteit van de openbare dienstverlening te verzekeren, het principe van gelijkheid te waarborgen en de rechtszekerheid te bewaren1Zie de aanhef van het besluit van 2 april 2020. .

Hieronder vindt u de toepassingsvoorwaarden van de opschorting van de gezinsbijslag.

2. VOORWAARDEN VAN DE OPSCHORTING

2.1. Termijnen op het vlak van kinderbijslag

In het kader van de kinderbijslag worden de volgende termijnen opgeschort:

  • de termijnen waarover de sociaal verzekerde beschikt: de verjaringstermijnen zoals bepaald in artikel 30 van de ordonnantie van 25 april 20192Ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van de gezinsbijslag. , de termijn zoals bepaald in artikel 11 van het Handvest van de sociaal verzekerde en de termijn zoals bepaald in punt 8 van de omzendbrief van het Verenigd College van 9 juli 20193Omzendbrief van het Verenigd College van 9 juli 2019 over de algemene afwijkingen bij toepassing van artikelen 5, 16 en 17 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot toekenning van de gezinsbijslag. ;
  • naar analogie van artikel 30 van de ordonnantie van 25 april 2019: de in artikel 31 van dezelfde ordonnantie bedoelde terugvorderingstermijnen van de onverschuldigde bedragen.

2.2. Berekening van de opschortingstermijn

Aanvankelijk was de opschortingstermijn voorzien voor een duur van een maand, op basis van het eerder genoemde besluit van 2 april 2020. Deze aanvankelijke termijn werd echter een eerste keer verlengd met een maand bij het besluit van 16 april 20204Besluit van het Verenigd College van 16 april 2020 houdende verlenging van de termijnen bepaald in artikel 1 van het volmachtbesluit nr. 2020/001 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd. en nog een tweede keer bij het besluit van 14 mei 20205Besluit van het Verenigd College van 14 mei 2020 houdende een tweede verlenging van de termijnen bepaald in artikel 1 van het volmachtbesluit nr. 2020/001 betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd. , omdat de gezondheidssituatie die aan de basis lag van de opschorting van de termijnen en de eerste verlenging ervan identiek waren en de evolutie ervan nog onzeker was.

Gelet op die verschillende verlengingen worden de in punt 2.3 bedoelde termijnen dan ook opgeschort gedurende een periode van 3 maanden die begint vanaf 16 maart 2020.

2.3. Praktische toepassing

2.3.1. Verjaringstermijn van het recht op gezinsbijslag

Het recht op kinderbijslag, kraamgeld en de adoptiepremie verjaart in principe na een termijn van drie maanden6Voor de adoptiepremie neemt deze termijn aanvang de laatste dag van het trimester waarin de geboorte plaatsvindt. Voor de adoptiepremie neemt deze termijn aanvang de laatste dag van het trimester waarin het verzoekschrift dat de wil uitdrukt om te adopteren wordt ingediend bij de bevoegde rechtbank of, bij gebrek hieraan, de laatste dag van het trimester waarin de adoptieakte is ondertekend. . Voor de kinderbijslag betreffende een zeker aantal dagen van een trimester, neemt de termijn van drie jaar aanvang de laatste dag van het genoemde trimester. Er zijn ook specifieke regels van toepassing voor de berekening van de verjaring van het kraamgeld en de adoptiepremie7Zie CO PF 9 van 13 februari 2020 betreffende de berekening van de verjaringstermijn van het recht op gezinsbijslag - overgang van het oude naar het nieuwe stelsel .

Door de opschorting van de termijnen loopt de verjaringstermijn van het recht niet tijdens de bedoelde periode.

Voorbeeld: De basiskinderbijslag werd toegekend op 2 februari 2020. Er is ook een sociale toeslag verschuldigd. De verjaringstermijn om dit recht te laten gelden bedraagt 3 jaar vanaf de datum van betaling van de basiskinderbijslag, 2 februari 2020. Op 16 maart 2020 wordt het resterende deel van die termijn (2 jaar, 10 maanden en 1 dag) opgeschort van 16 maart tot en met 15 juni en begint de termijn vanaf 16 juni opnieuw te lopen.

2.3.2. Termijn die voorzien is in artikel 11 van het Handvest van de sociaal verzekerde

Bij toepassing van artikel 11 van het Handvest van de sociaal verzekerde verzamelt de kinderbijslaginstelling die een verzoek moet behandelen uit eigen beweging alle ontbrekende inlichtingen om de rechten van de sociaal verzekerde te kunnen beoordelen.

Indien de verzoeker, ondanks de hem toegezonden herinnering, gedurende meer dan een maand nalaat de aanvullende inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden door de instelling van sociale zekerheid, mag die instelling, na alle voor het inwinnen van die inlichtingen dienstige stappen te hebben gedaan, beslissen op grond van de inlichtingen waarover zij beschikt, behalve indien de verzoeker een reden opgeeft die een langere antwoordtermijn rechtvaardigt.

Deze termijn waarover de sociaal verzekerde beschikt, moet worden beschouwd als opgeschort overeenkomstig de in punt 2.2 bedoelde voorwaarden.

2.3.3. Omzendbrief van het Verenigd College van 9 juli 2019 over de algemene afwijkingen

De omzendbrief van het Verenigd College van 9 juli 2019 bepaalt de voorwaarden waaronder, bij algemene afwijking, een recht op gezinsbijslag wordt toegekend ten gunste van kinderen in bepaalde bedoelde situaties of situaties waarin een recht op kraamgeld of adoptiepremie voor een kind dat in het buitenland verblijft kan worden vastgesteld.

Voor kinderen die in het buitenland geboren of geadopteerd zijn, legt punt 8 van de omzendbrief de voorwaarde op dat het kind binnen twee maanden na de geboorte of adoptie gedomicilieerd moet zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

Deze termijn wordt opgeschort volgens de in punt 2.2. bedoelde voorwaarden

Voorbeeld: een kind wordt op 12 februari 2020 geboren in de Verenigde Staten. In de COVID-19-context kan het gezin niet naar België terugkeren op de geplande datum zodat het kind niet binnen 2 maanden na de geboorte, dus uiterlijk op 11 april 2020, in Brussel kan gedomicilieerd zijn. De termijn wordt vanaf 16 maart 2020 opgeschort en de inschrijving in een Brusselse gemeente moet uiterlijk op 11 juli 2020 plaatsvinden.

2.3.4. Termijn voor het terugvorderen van de onverschuldigde gezinsbijslag

De betaalinstelling moet de terugvordering van de onverschuldigde gezinsbijslag aanvragen binnen drie jaar na de datum waarop de betaling is verricht.

Voorbeelden:

Een betaling van de kinderbijslag, verricht op 8 april 2017, blijkt uiteindelijk onterecht en moet van de bijslagtrekkende worden teruggevorderd. De aangetekende brief moet uiterlijk op 7 april 2020 verstuurd zijn. Deze termijn vervalt tijdens de opschortingsperiode. Hij begint dus opnieuw te lopen op 16 juni en loopt bijgevolg af op 7 juli 2020, de uiterlijke datum waarop de aangetekende brief aan de bijslagtrekkende moet zijn verstuurd.

Een betaling van de kinderbijslag, verricht op 8 februari 2019, blijkt uiteindelijk onterecht en moet worden teruggevorderd. De brief waarin de terugvordering van het onverschuldigde bedrag wordt gevraagd, moet in principe uiterlijk op 7 april 2022 verstuurd zijn. Door de opschorting van de termijnen voor de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 wordt de termijn voor de terugvordering echter met 3 maanden verlengd en moet de aangetekende brief uiterlijk op 7 mei 2022 verstuurd zijn.

Opmerking

De opschorting van de termijnen is bedoeld om de burger te beschermen, maar ook om de overheidsactoren in staat te stellen de administratieve procedures doeltreffend af te handelen, ondanks eventuele moeilijkheden. De volledige sector van de gezinsbijslag heeft zich ingezet om een optimale dienstverlening te bieden aan de gezinnen en er valt geen enkele betalingsachterstand te betreuren.

Iriscare is verheugd dat het hoofdzakelijk de verjaringstermijnen of de termijnen die een voorwaarde zijn voor de afwijkingen ten gunste van de sociaal verzekerden zijn die door de huidige crisis worden beïnvloed en dat de dienstverlening aan de gezinnen met de gebruikelijke kwaliteit en binnen de gebruikelijke termijnen is uitgevoerd.

Dank u voor uw medewerking.

Met vriendelijke groeten,

 

 

 

Tania Dekens
Leidend ambtenaar