LC Regl 03 – 16 OKTOBER 2023 – Gevolgen van arrest van het Grondwettelijk Hof – Intrekking van de vermindering van het bedrag van de basiskinderbijslag voor rechtgevende kinderen geboren in december 2019
Onderwerp: Gevolgen van arrest van het Grondwettelijk Hof - Intrekking van de vermindering van het bedrag van de basiskinderbijslag voor rechtgevende kinderen geboren in december 2019
1. CONTEXT
In het arrest nr. 81/2022 van 16 juni 2022 heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat artikel 35 van de ordonnantie van 25 april 2019 het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie schendt in zoverre het van toepassing is op de rechtgevende kinderen die zijn geboren in december 2019.
Op korte termijn zal een ontwerp van ordonnantie tot herziening van de betrokken wettelijke bepalingen worden ingediend in de Verenigde Vergadering. In afwachting van de inwerkingtreding van die ordonnantie, worden de onderhavige instructies aan de kinderbijslaginstellingen meegedeeld.
Aan de rechtgevende kinderen geboren in december 2019 dienen vanaf de inwerkingtreding van de onderhavige maatregel (zie punt 4) en met terugwerking tot 1 januari 2020 (zie punt 3) de bedragen voorzien in artikel 7 van de ordonnantie te worden toegekend, zonder de vermindering bedoeld in artikel 35, en dit overeenkomstig de modaliteiten bepaald in deze dienstbrief1Het ontwerp van ordonnantie houdt in dat de inwerkingtreding plaats vindt op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Dit staat los van het feit dat de ordonnantie uitwerking zal krijgen met terugwerkende kracht, op 1 januari 2020..
De kinderbijslaginstellingen zullen worden ingelicht over de inwerkingtreding.
2. TEMPOREEL EN PERSONEEL TOEPASSINGSGEBIED
De maatregel, die erin bestaat om de vermindering met 10 EUR bedoeld in artikel 35 van de ordonnantie van 25 april 2019 niet toe te passen, is van toepassing op alle rechtgevende kinderen die zijn geboren in december 2019 en ongeacht de periode waarvoor ze aanspraak maken op de basiskinderbijslag bedoeld in artikel 7 van de voormelde ordonnantie.
Concreet gaat het om de rechtsperiodes waarvoor de voormelde basiskinderbijslag is verschuldigd aan het rechtgevend kind geboren in december 2019:
- Rechtsperiodes vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie van 25 april 2019 op 1 januari 2020 tot en met de inwerkingtreding van deze maatregel (zie punt 3);
- Rechtsperiodes die zich situeren vanaf de inwerkingtreding van deze maatregel.
De maatregel geldt dus zowel voor de kinderen waarvoor bij de inwerkingtreding daarvan reeds een recht op kinderbijslag in Brussel is vastgesteld, als voor de kinderen waarvoor een dergelijk recht pas op een later tijdstip vastgesteld zou worden.
3. AMBTSHALVE TOEKENNING VOOR HET VERLEDEN - VERJARING -
De onder punt 2 vermelde rechtgevende kinderen kunnen worden geïdentificeerd op grond van hun geboortedatum in combinatie met de consultatie van de periodes in het betaaldossier waarvoor er een basiskinderbijslag wordt toegekend.
Derhalve moeten de reeds toegekende bedragen van de basiskinderbijslag ambtshalve worden geregulariseerd vanaf 1 januari 2020 tot en met de uitvoering van de onderhavige maatregel (zie punt 4) voor de maanden waarin de voormelde kinderen een recht op de basiskinderbijslag openden.
Bij toepassing van het principe dat de verjaring van een vordering niet loopt gedurende de periode waarin het onmogelijk is om die vordering in te stellen, vangt de verjaringstermijn bedoeld in art. 30, § 1, tweede lid, aan vanaf de laatste dag van het trimester waarin de herziening van artikel 35 in werking zal treden2De inwerkingtreding plaats vindt op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. , en dit voor wat betreft het recht op de verhoging van de basiskinderbijslag met betrekking tot de volledige periode tussen 1 januari 2020 en de inwerkingtreding van die herziening. De regularisatie kan dus met andere woorden plaatsvinden voor rechtsperiodes vanaf 1 januari 2020.
Opgelet: Ingevolge de verhoging met terugwerkende kracht van het basiskinderbijslagbedrag dat wordt toegekend op grond van artikel 7 van de ordonnantie van 25 april 2019, is het mogelijk dat bepaalde gezinnen niet langer aanspraak kunnen maken op de overgangsregeling bepaald in artikel 39, tweede lid, van diezelfde ordonnantie. In dat geval ontvangt het gezin, desgevallend met terugwerkende kracht, de bedragen die zijn verschuldigd op grond van de artikelen 7 tot 13 van de ordonnantie (inkanteling).
4. TIMING VOOR DE ADMINISTRATIEVE UITVOERING
De positieve regularisaties en bijbetalingen worden door de kinderbijslaginstellingen uitgevoerd binnen de 3 maanden vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie die artikel 35 van de ordonnantie van 25 april 2019 zal wijzigen (op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad).
Ik dank u voor uw medewerking.
Met vriendelijke groeten,
Tania Dekens
De Leidend Ambtenaar