CO GB 10-1 – 23 APRIL 2020 – Samenloop met de gezinsbijslagen toegekend op grond van de statutaire bepalingen van toepassing op ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Unie, en op daarmee gelijkgestelde categorieën – Gewijzigd op 23 maart 2023
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
Als gevolg van de wijziging van artikel 27 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag door de ordonnantie van 15 december 20221Zie art. 17 van de ordonnantie van 15 december 2022 tot wijziging van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag en de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, BS, 1 februari 2023. dient de CO GB 10 van 23 april 2020 te worden aangepast.
De aangepaste versie van de CO GB 10 vindt u hieronder, de voormelde aanpassingen zijn aangeduid door middel van track changes.
Bedankt voor uw medewerking.
Hoogachtend,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar
Betreft: Samenloop met de gezinsbijslagen toegekend op grond van de statutaire bepalingen van toepassing op ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Unie, en op daarmee gelijkgestelde categorieën
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
Context
Artikel 27 van ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag (hierna de ordonnantie genoemd) bevat een anticumulatieregeling naar analogie met deze in artikel 60 van de AKBW.
De regeling in artikel 27 van de ordonnantie is vanaf 1 januari 2020 van toepassing op alle Brusselse gezinnen2Inclusief de gezinnen waarop de overgangsregeling bepaald in artikel 39, tweede lid, van de ordonnantie van toepassing is..
In vergelijking met artikel 60 AKBW, bevat de regeling in artikel 27 echter verschillen voor wat betreft de samenloop met uitkeringen van dezelfde aard die worden toegekend op basis van het statuut van het personeel van de Europese Unie en daarmee gelijkgestelde instellingen.
Na een algemene toelichting onder punt 1, worden in punt 2 de toepassingsmodaliteiten van de anticumulatieregeling ten aanzien van die personeelsleden verduidelijkt.
Tot slot vermeldt punt 3 de instellingen van internationaal publiek recht waartoe de anticumulatieregeling voor EU-personeel werd uitgebreid.
1. Toelichting
Vooreerst moet erop worden gewezen dat artikel 27 van de ordonnantie hoofdzakelijk, maar niet volledig, overeenstemt met het voormalige artikel 60 AKBW.
Beide artikelen bepalen dat het bedrag van de gezinsbijslag wordt verminderd met de uitkeringen van dezelfde aard waarop voor hetzelfde kind aanspraak wordt gemaakt op basis van een buitenlandse regeling of krachtens regelen van toepassing op het personeel van een instelling van internationaal publiekrecht.
Ook de gunstmaatregel voor EU-personeel blijft principieel behouden. Het bedrag van de gezinsbijslag wordt namelijk volledig toegekend indien er voor het kind aanspraak kan worden gemaakt op uitkeringen van dezelfde aard krachtens het statuut dat van toepassing is op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie en van de daarmee gelijkgestelde instellingen vermeld onder punt 3.
De ordonnantie beperkt het toepassingsgebied van die gunstmaatregel tot situaties waarbij een ouder van het rechtgevend kind die tot het EU-personeel behoort of de echtgenoot3Ongeacht, bijvoorbeeld, de scheiding van tafel en bed van een dergelijke ouder, een beroepsactiviteit als werknemer4Parl. St. Verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, nr. B-160/1, p. 34. Zie eerder Ministeriële omzendbrief nr. 454 van 12 november 1987. of als zelfstandige5Wijziging van artikel 27 van de ordonnantie van 25 april 2019 door de ordonnantie van 15 december 2022 tot wijziging van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag en de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, BS 1 februari 2023. uitoefent in België. Het is daarbij niet vereist dat de ouder die tot het EU-personeel behoort of zijn echtgenoot tot het gezin van de bijslagtrekkende behoren.
2. Toepassingsmodaliteiten van de gunstmaatregel voor EU-personeel
Hierna worden de concrete toepassingsvoorwaarden van de gunstmaatregel voor personeelsleden van de Europese Unie6Het gaat daarbij om de personeelsleden van instellingen die worden vermeld in de LC Regl 03. Het speelt geen rol of deze personen in een vast ambt zijn aangesteld bij deze instellingen, dan wel bijvoorbeeld met een arbeidsovereenkomst of als parlementair medewerker. en van de daarmee gelijkgestelde instellingen verduidelijkt.
2.1. Beroepsactiviteit als werknemer
De in punt 1 bedoelde beroepsactiviteit als werknemer moet zijn onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen als werknemer. Daarnaast wordt ook de beroepsactiviteit als ambtenaar bij een Belgische overheidsinstelling in aanmerking genomen7Concreet gaat het om de tewerkstellingen bedoeld in art. 51, § 1, 1° tot en met 4°, AKBW..
Ook de toekenning van een vervangingsinkomen dat zijn grondslag vindt in de voormelde beroepsactiviteiten heeft tot gevolg dat de gunstmaatregel toepassing vindt8Concreet gaat het om de situaties bedoeld in de onderstaande artikelen van de AKBW. De voorwaarde van rechthebbende te zijn op ten minste zes maandelijkse forfaitaire bijslagen dient uiteraard, desgevallend, niet te zijn vervuld: - Art. 53, § 1; - Art. 56, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, art. 56, § 2, eerste lid, 1° tot en met 4° en art. 56, § 3; - Art. 56octies; - Art. 56nonies, 1°; - Art. 56undecies; - Art. 57, eerste lid, 1° en 2°..
De kinderbijslaginstellingen worden gevraagd Iriscare op de hoogte te brengen van andere eventuele toepassingsgevallen dan degene die in voetnoot worden vermeld, om te onderzoeken of deze lijst eventueel moet worden bijgewerkt.
Op basis van de rechtspraak van 1987 van het Hof van Justitie van de Europese Unie9HvJ 7 mei 1987, nr. C-186/85. werd de tewerkstelling als zelfstandige niet in aanmerking genomen. De Europese Commissie liet onlangs echter weten van mening te zijn dat de principes die gelden voor de voormelde gunstmaatregel voor ambtenaren en hun echtgenoten die een beroepsactiviteit als werknemer uitoefenen ook geldt als de ambtenaren of hun echtgenoten een beroepsactiviteit als zelfstandige uitoefenen.
2.2. Beroepsactiviteit als zelfstandige
Naar aanleiding van het bovenvermelde advies van de Europese Commissie werd artikel 27 van de ordonnantie van 25 april 2019 gewijzigd om te bepalen dat de Brusselse kinderbijslag ook prioritair wordt uitbetaald als de ambtenaar-ouder of diens echtgenoot een beroepsactiviteit uitoefent als zelfstandige.
Aldus wordt de tewerkstelling als zelfstandige in aanmerking genomen als die tewerkstelling onderworpen is aan de sociale bijdragen voor zelfstandigen.
Zoals bij een beroepsactiviteit als werknemer leidt ook de toekenning van een vervangingsinkomen die is gebaseerd op een beroepsactiviteit als zelfstandige tot de toepassing van de gunstmaatregel10De situaties die worden bedoeld in de volgende artikelen van de AKBW: - art. 53, § 2/1; - art. 56, § 1, eerste lid, 5° tot 7°; - art. 56, § 2, eerste lid, 5°; - art. 56 nonies, 1°; - art. 56 terdecies, 3°; - art. 57, eerste lid, 3° en 4°..
Deze maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020, de datum van inwerkingtreding van de nieuwe regeling.
Dossiers waarvoor eerder een negatieve beslissing is genomen, worden op verzoek van de sociaal verzekerde en binnen de grenzen van de verjaring herzien.
2.23. Uitkeringen van dezelfde aard toegekend op grond van statuut ambtenaren en overige personeelsleden van de EU
Wanneer er niet is voldaan aan de voormelde voorwaarden, kan de gunstmaatregel niet worden toegepast en wordt het bedrag van de Brusselse gezinsbijslag alsnog verminderd met het bedrag van de uitkeringen van dezelfde aard waarop voor het kind aanspraak kan worden gemaakt op grond van het statuut van het EU-personeel. Het is dus niet vereist dat het laatste bedrag ook effectief wordt toegekend.
Concreet moet in dat geval enerzijds het bedrag van de kinderbijslag bedoeld in de artikelen 7 tot en met 15 van de ordonnantie worden verminderd met de gezinstoelage11De 'gezinstoelage' in de zin van het statuut vormt een periodieke tegemoetkoming in de gezinslast van het personeelslid van de Europese Unie en vormt aldus een uitkering van dezelfde aard als de kinderbijslag bedoeld in de artikelen 7 tot en met 15 en 39, tweede lid, van de ordonnantie. die kan worden toegekend op grond van het statuut van de ambtenaren en het overige personeel van de Europese Unie12Verordening nr. 31 (E. E. G.), 11 (E. G. A.), tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. (hierna het statuut genoemd).
Hetzelfde geldt voor de kinderbijslagbedragen die op grond van de overgangsregeling bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de ordonnantie worden toegekend.
Anderzijds, en los daarvan, moet ook bedrag van het kraamgeld13Bedoeld in artikel 16 van de ordonnantie. en van de adoptiebijslag14Bedoeld in artikel 17 van de ordonnantie. desgevallend worden verminderd met het bedrag van de geboortetoelage15De 'geboortetoelage' in de zin van het statuut vormt een eenmalige tegemoetkoming naar aanleiding van de geboorte of de adoptie van een kind van het personeelslid van de Europese Unie en vormt aldus een uitkering van dezelfde aard als het kraamgeld, respectievelijk de adoptiebijslag. die wordt toegekend op grond van het statuut.
3. Gelijkgestelde instellingen
Met een besluit van 4 juli 201916Besluit van 4 juli 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot uitvoering van artikel 27, derde lid, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, BS 8 augustus 2019. heeft het Verenigd College bepaald dat de statutaire regels die van toepassing zijn op de onderstaande categorieën moeten worden gelijkgesteld aan het statuut dat van toepassing zijn op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie:
- het onderwijzend personeel van de Europese Scholen;
- het vast personeel van Eurocontrol.
Dit betekent dat deze categorieën aanspraak kunnen maken op het voordeel van de gunstmaatregel voor het personeel van de Europese Unie, voor zover er voldaan is aan de voorwaarden die worden toegelicht in deze omzendbrief, doch wat betreft de uitkeringen van dezelfde aard die worden toegekend op grond van het statuut van deze instellingen.
Bedankt voor uw medewerking.
Hoogachtend,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar