CO GB 13 – 12 NOVEMBER 2020 – Tijdelijke opheffing van de plafonds inzake de winstgevende activiteit of de toekenning van een sociale uitkering voor het rechtgevend kind voor het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021
Betreft: Tijdelijke opheffing van de plafonds inzake de winstgevende activiteit of de toekenning van een sociale uitkering voor het rechtgevend kind voor het vierde kwartaal 2020 en het eerste kwartaal 2021
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
I. Context
In april 2020 werd de omzendbrief CO 11 goedgekeurd1CO 11 van 23 april 2020- Tijdelijke opheffing van de plafonds inzake de winstgevende activiteit of de toekenning van een sociale uitkering voor het rechtgevend kind om tijdelijk de plafonds op te heffen inzake de winstgevende activiteit of de toekenning van een sociale uitkering voor het rechtgevende kind in het tweede en derde kwartaal van 2020.
Die maatregel bleek nodig wegens de gevolgen van de COVID-19-crisis voor de arbeidskrachten in bepaalde activiteitensectoren.
Omdat de tweede golf van de COVID-19-pandemie opnieuw leidt tot een alarmerende situatie wat betreft de arbeidscapaciteit in meerdere sectoren, met name in de zorg- en onderwijssector, worden er uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen genomen die soortgelijk zijn aan die van april.
II. Maatregelen betreffende de opheffing van de plafonds inzake de winstgevende activiteit of de toekenning van een sociale uitkering
Verschillende besluiten binnen de kinderbijslagregeling leggen de regels vast omtrent de plafonds die gelden ten aanzien van het rechtgevend kind inzake de winstgevende activiteit of de toekenning van een sociale uitkering.
Deze regels zijn meer bepaald opgenomen in de volgende besluiten:
- besluit van 9 juli 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen (artikel 12, §§ 1 en 2, eerste lid);
- besluit van 9 juli 2009 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten voordele van kinderen die verbonden zijn door een leerovereenkomst (artikel 2 en 3, eerste lid);
- besluit van 9 juli 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een eindverhandeling voor hogere studies voorbereidt (artikel 2, §§ 1 en 2, eerste lid);
- besluit van 9 juli 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten voordele van de kinderen die een stage volgen om in een ambt te kunnen worden benoemd (artikel 2, §§ 1 en 2, eerste lid);
- besluit van 24 oktober 2019 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de kinderbijslag voor jongeren ingeschreven als werkzoekende (artikel 2, §§ 1 en 2, eerste lid);
- koninklijk besluit van 3 mei 1991 (artikel 12, eerste lid, 3° en 4°).
In het kader van de acties die worden ondernomen in de strijd tegen de gevolgen van de huidige pandemie, worden de volgende maatregelen genomen.
Gedurende het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021, zijn de volgende regels in de voormelde besluiten van het Verenigd College niet van toepassing:
- de regel volgens dewelke de toekenning van de kinderbijslag wordt geschorst indien de rechtgevende kinderen meer dan 240 uur per kwartaal werken;
- in samenhang daarmee, de regel volgens dewelke de winstgevende activiteit van het rechtgevend kind die een onderwerping aan het sociaal statuut van de zelfstandigen in hoofdberoep met zich meebrengt, wordt geacht te worden uitgeoefend gedurende meer dan 240 uur per kwartaal en daardoor de schorsing van de kinderbijslag met zich meebrengt;
- de regel volgens dewelke de toekenning van een sociale uitkering die voortvloeit uit een niet toegelaten activiteit die wordt uitgeoefend in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 - m.a.w. uit een overschrijding van de 240 uren-norm op kwartaalbasis - een schorsing van de toekenning van de kinderbijslag met zich meebrengt2Er dient te worden opgemerkt dat de sociale uitkering die zijn oorsprong vindt in een activiteit die in het vierde kwartaal van 2020 of het eerste kwartaal van 2021 wordt uitgeoefend, desgevallend na deze periode kan worden toegekend..
Bovendien belet de winstgevende activiteit die door een kind met een aandoening wordt uitgeoefend in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 en die aanleiding geeft tot verzekeringsplicht ingevolge één van de regelingen van sociale zekerheid, of de sociale uitkering die er haar oorsprong in vindt, niet de toekenning van de toeslag bedoeld in artikel 47 AKBW.
De voormelde maatregelen zullen binnenkort worden opgenomen in een besluit van het Verenigd College.
In afwachting van dat besluit, worden de kinderbijslaginstellingen gevraagd om die voormelde maatregelen toe te passen met ingang van 1 oktober 2020.
Bedankt voor uw medewerking.
Hoogachtend,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar