CO GB 17 – 23 JULI 2021 – Verlenging van de toekenningsperiode voor jonge werkzoekenden jonger dan 21 jaar die niet in aanmerking komen voor een recht op inschakelingsuitkering omdat zij niet voldoen aan de diplomavoorwaarden bepaald door de werkloosheidssector
Betreft: Verlenging van de toekenningsperiode voor jonge werkzoekenden jonger dan 21 jaar die niet in aanmerking komen voor een recht op inschakelingsuitkering omdat zij niet voldoen aan de diplomavoorwaarden bepaald door de werkloosheidssector
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
1. CONTEXT
De ordonnantie1Ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, BS, 8 mei 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag voorziet in de toekenning van kinderbijslag aan jongeren die hun studies hebben voltooid2Art. 25, § 2, eerste lid, d), van de ordonnantie van 25 april 2019 en van wie, na de inschrijving als werkzoekende3zie het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 24 oktober 2019 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de kinderbijslag voor jongeren ingeschreven als werkzoekende, BS, 22 november 2019 (hierna “BVC van 24 oktober 2019” genoemd) , de beroepsinschakelingstijd (hierna BIT genoemd)4Zie artikel 36, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS, 31 december 1991 aanvangt. Het recht op inschakelingsuitkeringen ontstaat wanneer de jongere twee – al dan niet opeenvolgende – positieve evaluaties kreeg, aantoont dat hij een diploma heeft dat hem toegang tot dit recht geeft en bewijst dat hij gedurende ten minste 310 effectieve dagen als werkzoekende ingeschreven bleef.
Na afloop van zijn beroepsinschakelingstijd (BIT) van een jaar, dus na twee positieve evaluaties, loopt het recht op kinderbijslag af en ontvangt de jonge werkzoekende in principe inschakelingsuitkeringen van de werkloosheidssector.
Na afloop van de BIT heeft een jonge werkzoekende die als werkzoekende is en blijft ingeschreven, maar niet aan de vereiste diplomavoorwaarden voldoet, echter pas recht op een inschakelingsuitkering vanaf de leeftijd van 21 jaar5Art. 36, § 1 en § 1/1, van het KB houdende de werkloosheidsreglementering en krijgt hij geen kinderbijslag meer.
Om deze situatie te voorkomen, besloot het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een nieuwe maatregel6Art. 1, tweede lid, van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 17 juni 2021 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de kinderbijslag voor jongeren ingeschreven als werkzoekende, BS, 28 juni 2021 (hierna "BVC van 17 juni 2021" genoemd) goed te keuren waarbij de toekenningsperiode van kinderbijslag wordt verlengd voor jonge werkzoekenden onder de 21 jaar die geen recht kregen op inschakelingsuitkeringen omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, § 1/1, eerste lid van het KB houdende de werkloosheidsreglementering7Voor de lijst van diploma's, getuigschriften en attesten die recht geven op inschakelingsuitkeringen, zie de website van de RVA beschikbaar op https://www.rva.be/nl/documentatie/infoblad/t35, z.d., geraadpleegd op 13 juli 2021 .
2. TOEPASSING VAN DE NIEUWE MAATREGEL
2.1 VOORWAARDEN VOOR DE VERLENGING VAN DE PERIODE VAN 360 KALENDERDAGEN
De nieuwe maatregel heeft tot doel de onderbreking tussen de uitbetaling van kinderbijslag en de uitbetaling van inschakelingsuitkeringen te voorkomen of te beperken. Het BVC van 17 juni 2021 maakt het mogelijk de toekenningsperiode van 360 kalenderdagen of de eerste verlenging van deze toekenningsperiode tot de tweede positieve evaluatie te verlengen voor een jonge werkzoekende die nog geen 21 jaar oud is en die niet in aanmerking komt voor een inschakelingsuitkering omdat hij niet voldoet aan de diplomavoorwaarden. Het voormelde nieuwe besluit verlengt, onder bepaalde voorwaarden, de toekenningsperiode tot na de 360 kalenderdagen, totdat de jonge werkzoekende jonger dan 21 jaar tot het werkloosheidsstelsel wordt toegelaten.
Om voor deze verlenging van het recht op kinderbijslag in aanmerking te komen, moet de jongere voldoen aan de specifieke voorwaarden voor de toekenning van kinderbijslag aan jonge werkzoekenden die zijn vastgesteld in het BVC van 24 oktober 2019. Alleen de voorwaarde over de voltooiing van de BIT hoeft niet meer te worden onderzocht.
Op het ogenblik van zijn aanvraag moet de jongere aan de volgende voorwaarden voldoen:
- gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- als werkzoekende ingeschreven zijn;
- jonger zijn dan 21 jaar;
- tijdens zijn BIT twee positieve evaluaties hebben gekregen;
- geen recht hebben op kinderbijslag uit hoofde van een andere hoedanigheid;
- van de RVA een weigering hebben gekregen met betrekking tot de toekenning van inschakelingsuitkeringen omdat hij niet voldoet aan de studievoorwaarden bepaald in artikel 36, § 1/1, van het besluit houdende de werkloosheidsreglementering.
De nieuwe verlenging van de toekenning van kinderbijslag geldt ook voor alle jongeren die eerder al een dubbele positieve evaluatie kregen en die op 1 augustus 2021 aan dezelfde voorwaarden voldoen8Art. 1, tweede lid, van het BVC van 17 juni 2021 .
2.2 TIJDGERELATEERDE TOEPASSING VAN DE NIEUWE MAATREGEL
De nieuwe maatregel waarin het BVC van 17 juni 2021 voorziet, komt overeen met de invoering van een nieuw voordeel in de zin van artikel 28, vijfde lid, van de ordonnantie. Deze nieuwe maatregel heeft geen vertragende uitwerking op de uitbetaling van kinderbijslag.
- Nieuwe gevallen vanaf 1 augustus 2021
De verlenging van de toekenningsperiode van de kinderbijslag gaat in op de eerste dag van de maand waarin de oorspronkelijke of verlengde periode van 360 kalenderdagen wordt afgesloten, als aan alle in punt 2.1 genoemde voorwaarden is voldaan. Er moet op worden gewezen dat de jongere pas een aanvraag voor de inschakelingsuitkering bij de RVA kan indienen (via zijn vakbond of de HVW) als hij ingeschreven is of zich als jonge werkzoekende laat inschrijven.
Voorbeeld 1:
Anissa (geboren op 7 maart 2002) schreef zich op 10 juli 2020 bij Actiris in als werkzoekende. Haar toekenningsperiode voor kinderbijslag begint op 1 augustus 2020 en eindigt op 27 juli 2021. Het recht op kinderbijslag loopt af op 31 juli 2021.
In die periode kreeg Anissa twee positieve evaluaties, maar de RVA weigerde haar aanvraag voor een inschakelingsuitkering omdat dat zij niet over het vereiste diploma, getuigschrift of attest beschikte.
Op 21 oktober 2021 ontvangt de kinderbijslaginstelling een afschrift van de weigeringsbeslissing van de RVA. Anissa kan een verlenging krijgen van haar recht op kinderbijslag met ingang op 1 augustus 2021, tot de leeftijd van 21 jaar (de maand van haar verjaardag, dus tot 31 maart 2023), als ze tijdens die periode aan alle andere voorwaarden voor het recht op kinderbijslag als werkzoekende voldoet.
Voorbeeld 2:
Andy (geboren op 15 december 2000) schrijft zich in bij Actiris als werkzoekende op 10 juli 2020. Zijn toekenningsperiode voor kinderbijslag start op 1 augustus 2020 en stopt op 27 juli 2021.
Andy krijgt een eerste positieve evaluatie op 20 januari 2021 en een negatieve evaluatie op 10 mei 2021.
Het recht op de kinderbijslag wordt op 31 juli 2021 verlengd tot de volgende positieve evaluatie, omdat hij geen twee positieve evaluaties kreeg. Andy krijgt zijn tweede positieve evaluatie in september 2021.
Andy dient op 2 oktober 2021 een aanvraag voor een inschakelingsuitkering in bij de RVA, maar op 10 november meldt de RVA hem dat hij daar geen recht op heeft omdat hij niet beschikt over het vereiste diploma, getuigschrift of attest.
Zijn recht op kinderbijslag loopt af op 30 september 2021. De kinderbijslaginstelling ontvangt op 15 november 2021 een afschrift van de weigeringsbeslissing van de RVA. Andy kan een verlenging krijgen van het recht op kinderbijslag vanaf 1 oktober 2021 en hoogstens tot hij 21 is (de maand van zijn verjaardag, dus tot 30 december 2021) als hij tijdens die periode aan alle andere voorwaarden voor het recht op kinderbijslag als werkzoekende voldoet.
- Gevallen van voor 1 augustus 2021
Als opnieuw een recht kan worden gegeven voor een jonge werkzoekende voor wie de oorspronkelijke of verlengde toekenningsperiode van 360 kalenderdagen afliep vóór de inwerkingtreding van deze nieuwe maatregel en als de jongere zich – wanneer het nieuwe recht onderzocht wordt – in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met de hierboven uiteengezette situatie, kan de toekenningsperiode verlengd worden door zijn recht opnieuw te doen ingaan vanaf 1 augustus 2021.
Voorbeeld 3:
Tom (geboren op 5 mei 2001) schrijft zich in als werkzoekende op 15 januari 2019. Zijn toekenningsperiode van 360 dagen stopt op 10 januari 2020. Omdat Tom zijn tweede positieve evaluatie kreeg op 5 april 2020, werd zijn recht op kinderbijslag verlengd tot en met 30 april 2020. De RVA laat hem op 6 juni 2020 echter weten dat zijn aanvraag voor een inschakelingsuitkering geweigerd werd omdat hij niet beschikt over het vereiste diploma, getuigschrift of attest. Tom gaat op 10 oktober 2021 naar het bevoegde kinderbijslaginstelling en bezorgt het afschrift van de weigeringsbeslissing van de RVA. Het recht op kinderbijslag gaat opnieuw in vanaf 1 augustus 2021 tot maximaal 30 mei 2022 als tijdens die periode voldaan is aan de andere voorwaarden voor het recht op kinderbijslag als werkzoekende.
Aandachtspunten:
- In ieder denkbeeldig geval eindigt de verlenging van de toekenningsperiode overeenkomstig de nieuwe maatregel op de laatste dag van de maand waarin de jongere 21 wordt.
- De andere voorwaarden voor het behoud van de kinderbijslag blijven van toepassing tijdens de verlenging van de toekenningsperiode9CO GB06 . Als de toekenningsvoorwaarden niet meer vervuld zijn, wordt de verlenging van de in deze omzendbrief beoogde toekenningsperiode opgeschort of opgeheven (zie punt 3 over de opvolging van het recht).
3. VASTSTELLING VAN HET RECHT
Als een jonge werkzoekende twee (al dan niet achtereenvolgende) positieve evaluaties krijgt, moet hij contact opnemen met een vakbond naar keuze of de HVW om een aanvraag in te dienen voor een recht op een inschakelingsuitkering.
De RVA beoordeelt geval per geval de ontvankelijkheid van de aanvragen om inschakelingsuitkeringen. De beslissing wordt meegedeeld aan de jongere die er een afschrift van moet bezorgen aan de bevoegde kinderbijslaginstelling. De instelling onderzoekt op basis daarvan of het recht op kinderbijslag kan verlengd worden voor de jonge werkzoekende.
De jongere of zijn gezin moet absoluut de nodige stappen ondernemen om het recht op verlenging van de kinderbijslag te laten gelden bij hun kinderbijslaginstelling, overeenkomstig het beginsel dat gezinsbijslag verschuldigd is op aanvraag10Art. 30, § 1, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. .
Noch voor de werkloosheidssector noch voor de kinderbijslagsector is het immers mogelijk om rechtstreeks de jongeren op te sporen die in aanmerking komen op basis van hun respectieve gegevens, wat met name geldt voor jongeren die al twee positieve evaluaties kregen en geen recht meer hebben op kinderbijslag.
Het is noodzakelijk om de gezinnen in te lichten zodat de jongeren in kwestie actie kunnen ondernemen om hun recht te laten gelden. De instellingen die kinderbijslag uitbetalen, verstrekken die informatie via aangepaste formulieren en brieven aan de jonge werkzoekende tijdens zijn BIT. Daarnaast deelt Iriscare dit mee aan de verenigingen die gezinnen en jongeren ondersteunen, Actiris, de RVA, de vakbonden en hun verschillende partners.
De aangepaste formulieren en de ad-hocbrief die moet gericht worden tot jongeren op wie deze maatregel van toepassing kan zijn, worden via deze omzendbrief bezorgd aan de instellingen die kinderbijslag uitbetalen.
4. OPVOLGING VAN HET RECHT OP KINDERBIJSLAG
De andere voorwaarden die gelden tijdens de oorspronkelijke of verlengde toekenningsperiode en die in CO GB6 en dienstbrief LC Proc 02 zijn opgenomen, blijven van toepassing tijdens de verlenging.
Zaken die verhinderen dat de kinderbijslag toegekend wordt tijdens de verlenging van de toekenningsperiode worden onderzocht met behulp van de beschikbare gegevensstromen, overeenkomstig de procedures uit CO GB6 en de dienstbrief LC Proc 02.
Bij gebrek aan beschikbare gegevensstroom wordt de informatie over de BIT en de vaststelling van het recht door de verlenging van de toekenningsperiode aan het gezin opgevraagd via formulieren.
Zo worden jonge werkzoekenden voor wie het recht op de kinderbijslag verlengd wordt op grond van het BVC van 17 juni 2021 op dezelfde manier opgevolgd als jonge werkzoekenden in de BIT. Om het recht van de jongeren te kunnen opvolgen, blijven zij in het kinderbijslagkadaster opgenomen tijdens de mogelijke toekenningsperiode. De hoedanigheid van werkzoekende wordt volgens dezelfde principes opgevolgd. De schrapping van een jonge werkzoekende door een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling heeft geen gevolg voor het recht op kinderbijslag (zie punt 2 van CO 1369 van 2 oktober 2007) van jonge werkzoekenden die in aanmerking zullen komen voor de nieuwe maatregel. Artikel 1, § 1, tweede lid van het BVC van 24 oktober 2019 vermeldt uitdrukkelijk dat de schrapping van een jongere tijdens de toekenningsperiode van 360 kalenderdagen geen gevolgen heeft voor de toekenning van de kinderbijslag.
De kinderbijslaginstellingen worden verzocht regelmatig verslag uit te brengen (maandelijks cijfers te bezorgen) aan de regulator, Iriscare, om op te volgen wat de impact is van deze nieuwe maatregel op de jongeren in kwestie.
Bedankt voor uw medewerking.
Met vriendelijke groeten,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar