CO GB 2 – 05 JULI 2019 – Procedure voor de provisionele toekenning van de sociale toeslagen in het Brussels Gewest vanaf 1 januari 2020

CO GB 2

Betreft: Procedure voor de provisionele toekenning van de sociale toeslagen in het Brussels Gewest vanaf 1 januari 2020


Mevrouw, Mijnheer,

1. INLEIDING : CONTEXT

In de Algemene Kinderbijslagwet (AKBW) wordt enkel wanneer de rechthebbende een bepaald socio-professioneel statuut heeft of het kind in een eenoudersituatie wordt opgevoed onder inkomensvoorwaarden een toeslag bovenop de gewone kinderbijslag betaald.
De "working poor" komen binnen de AKBW niet in aanmerking voor een toeslag, voor zover zij niet aan de voorwaarden van het socio-professioneel statuut voldoen.
In de toekomstige kinderbijslagregeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die in werking treedt op 1 januari 2020, komen alle gezinnen, los van het socio-professioneel statuut van de ouders en het gezinstype (eenoudergezin of niet) onder inkomensvoorwaarden in aanmerking voor een sociale toeslag bovenop de basisbijslag. Er zal in de nieuwe regeling dus voor alle gezinnen een inkomensonderzoek dienen te gebeuren.

In deze omzendbrief wordt toegelicht welke voorbereidende maatregelen de kinderbijslagfondsen reeds dienen te treffen in 2019 om voor elk Brussels gezin het correcte kinderbijslagbedrag te kunnen bepalen waarop het vanaf 1 januari 2020 aanspraak kan maken, alsook volgens welke procedure de toekenning van de sociale toeslagen vanaf 2020 zal verlopen.

2. BASISPRINCIPES VOOR DE TOEKENNNING VAN DE SOCIALE TOESLAGEN

2.1. Toekenning in twee fasen

Zoals voorheen gebeurt de vaststelling van het recht op een toeslag in het Brussels Gewest in twee stappen:

Stap 1:
men neemt in "real time" een beslissing over de provisionele betaling van de toeslag: ofwel wordt deze ambtshalve provisioneel toegekend als daarvoor de voorwaarden zijn voldaan1Zie. Punt 5.2. : Voorwaarden voor de ambtshalve provisionele toekenning. Cf. art 6 van het 'Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de sociale toeslagen en bepaalde toeslagen waarin de AKBW voorziet (hierna BVC genoemd). . Daarnaast kan de toeslag ook provisioneel worden toegekend na een aanvraag van het gezin met bewijsstukken over het actuele bruto gezinsinkomen.

Stap 2:
twee jaar later wordt voor alle gezinnen2Ook deze die geen provisionele toeslag ontvangen hebben. het belastbaar inkomen gecontroleerd aan de hand van de fiscale flux en gebeurt de definitieve vaststelling van het recht op de sociale toeslag op basis van de fiscale gegevens die door de authentieke bron ter beschikking worden gesteld.3In bepaalde gevallen waarbij de gegevens niet via de fiscale flux bezorgd kunnen worden, zal de validatie via een ad hoc procedure gebeuren. De verklaring op erewoord wordt gehandhaafd voor de sociaal verzekerden die in het buitenland verblijven cf. infra.

2.2. De gezinsnotie

Bij het inkomensonderzoek moeten voor elk dossier in de eerste plaats de gezinsleden geïdentificeerd worden van wie het inkomen in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het jaarlijks gezinsinkomen.

Deze identificatie gebeurt volgens de gezinsnotie zoals beschreven in art 2. van het ontwerp van BVC4Ontwerp van BVC tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de sociale toeslagen en bepaalde toeslagen waarin de AKBW voorziet. :

  • Ofwel de bijslagtrekkende die alleen woont.
  • Ofwel de bijslagtrekkende die samenwoont met zijn echtgenoot en/of elk ander inwonend gezinslid dat geen bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad en waarmee de bijslagtrekkende een feitelijk gezin vormt.

Bijzondere situatie: de bijslagtrekkende woont samen met meerdere niet verwante personen tot en met de derde graad:

Indien de bijslagtrekkende met twee of meer andere niet verwante personen tot en met de derde graad een gezin vormt, wordt conform art 4. van het BVC het jaarlijks gezinsinkomen berekend door het jaarlijkse inkomen van de bijslagtrekkende samen te tellen met het gemiddelde van de jaarlijkse inkomens van de andere gezinsleden.

Onverminderd de toepassing van art. 28 van de ordonnantie van 25 april 2019 gebeurt de vaststelling van het recht op een sociale toeslag voor een bepaalde maand op basis van het jaarlijks gezinsinkomen van de gezinsleden die op dat moment deel uitmaken van het gezin.

2.3. Het inkomensbegrip: welke inkomsten worden in aanmerking genomen?

Bij de definitieve vaststelling van het recht op een sociale toeslag op basis van het jaarlijks gezinsinkomen worden volgende inkomsten5Art.3, 7° van de ordonnantie van 25 april 2019 en Art. 3 van het ontwerp BVC sociale toeslagen. , die betrekking hebben op het fiscale of kalenderjaar in kwestie, in aanmerking genomen:

  • de belastbare beroepsinkomsten voor aftrek van de beroepskosten,
  • de belastbare vervangingsinkomsten
  • de beroepsinkomsten als zelfstandige vermenigvuldigd met een breuk 100/80
  • de beroepsinkomsten van de personeelsleden van de Europese of andere internationale instellingen voor hun totaalbedrag verminderd met de persoonlijke bijdragen voor de door de instelling georganiseerde verzekering voor de dekking van sociale zekerheidsrisico's.

In een eerste periode vanaf 2020 wordt nog geen rekening gehouden met de kadastrale inkomens. De implementatie van de K.I.-test vereist bijkomende analyse waardoor de introductie ervan tot nader order wordt uitgesteld.

Wanneer de bijslagtrekkende in afwachting van de definitieve vaststelling van het recht op een sociale toeslag een aanvraag indient om de toeslag provisioneel te ontvangen, wordt deze toegekend indien uit de aanvraag met bewijsstukken blijkt dat het jaarlijkse bruto gezinsinkomen van de gezinsleden voldoet aan de inkomensgrenzen.

3. OVERGANGSFASE: VOORBEREIDENDE MAATREGELEN IN 2019

Bij de inwerkingtreding van de nieuwe kinderbijslagregeling dient voor elk gezin te worden onderzocht of het gezinsinkomen onder een van de geldende inkomensplafonds ligt om het maandelijks kinderbijslagbedrag te kunnen vaststellen dat de bijslagtrekkende vanaf januari 2020 verschuldigd is volgens de nieuwe barema's van de ordonnantie. Dit bedrag wordt vergeleken met de barema's die de bijslagtrekkende ontving voor de maand december 2019. Als het resultaat van de berekening volgens de nieuwe regelgeving een voordeliger of even gunstig bedrag oplevert dan de referentiemaand december 2019, worden de barema's van de nieuwe regeling van toepassing (het dossier wordt "ingekanteld") . Indien niet, worden verder de AKBW barema's toegekend in toepassing van de overgangsmaatregelen van art. 39 van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van de gezinsbijslag (systeem van de verworven rechten)6Cf. Ontwerp van CO betreffende de overgangsmaatregelen krachtens art. 39 van de ordonnantie van 25 april 2019. .

Om onmiddellijk vanaf 1 januari 2020 (betaling op 8 februari 2020) voor elk gezin het juiste kinderbijslagbedrag te kunnen vaststellen, waarbij desgevallend rekening werd gehouden met het recht op een inkomensgerelateerde toeslag, voeren de kinderbijslagfondsen voor alle dossiers een voorbereidende inkomensbepaling uit waarbij zij als volgt te werk gaan:

3.1 Voorbereidende inkomensbevraging in september 2019

Om het inkomen te bevragen van alle bijslagtrekkenden waarvan het inkomen niet gekend is, wordt op 15 september 2019 een onderzoeksformulier gestuurd. Het betreft hier een bevraging van alle bijslagtrekkenden7Uitgezonderd deze buiten België (Cf. punt 8). die onder de bestaande federale regelgeving geen inkomensgerelateerde toeslag ontvangen, meer bepaald:

  • de bijslagtrekkenden die kinderbijslag ontvangen aan basisschaal art. 40 of de verhoogde wezenbijslag schaal 50 bis
  • de bijslagtrekkenden die een toeslag ontvangen zonder inkomensvoorwaarde (art. 56quater, 56quinquies, 56septies AKBW)8In toepassing van de overgangsmaatregelen van art 39 van de ordonnantie van 25 april 2019 kan verder de schaal 50ter toegekend worden zonder inkomensvoorwaarde. Het inkomen dient echter gekend te zijn om na te gaan of het maandelijks kinderbijslagbedrag dat verschuldigd is in toepassing van de nieuwe regeling een gunstiger bedrag oplevert.

Voor deze inkomensbevraging stuurt het kinderbijslagfonds het drieledige informatie- en aanvraagformulier bestaande uit de bijlagen 'Voorbereidend Onderzoek'_0919, het infoblad en het antwoordformulier met de inkomensverklaring 'Verklaring_SUPPL'. Met dit formulier wordt de bijslagtrekkende geïnformeerd over de inwerkingtreding van de ordonnantie op 1 januari 2020 en de gewijzigde toekenningvoorwaarden voor het recht op een sociale toeslag. In de brief wordt meegedeeld dat er geen provisionele toeslag zal toegekend worden, daar het kinderbijslagfonds geen informatie heeft over het gezinsinkomen, maar dat de provisionele toeslag kan aangevraagd worden door de bijgevoegde inkomensverklaring terug te sturen. De aandacht wordt gevestigd op de toekenningsprocedure die bestaat uit een provisionele beslissing op basis van een aanvraag met bewijstukken van het actuele bruto-inkomen en een definitieve beslissing na controle van het belastbare jaarinkomen met de fiscale flux. Aan het antwoordformulier, waarop wordt aangekruist onder welke inkomensgrens het gezinsinkomen zich bevindt, dienen volgende bewijsstukken te worden gevoegd om de toeslag provisioneel te ontvangen.

  • voor werknemers/belgische ambtenaren/internationaal ambtenaren : een kopie van een recente loonfiche
  • voor uitkeringsgerechtigden: een kopie van het uitkeringsattest (een attest van de betaalbureaus van de RVA, het RIZIV, de pensioendienst, de vakbonden of de ziekenfondsen
  • voor zelfstandigen: een attest van het sociaal verzekeringsfonds met het bedrag waarop de sociale bijdragen worden berekend of met het bedrag van het geraamde inkomen.

In de verklaring op het antwoordformulier verbindt de bijslagtrekkende zich er tevens toe om wijzigingen van het inkomen steeds te signaleren aan het kinderbijslagfonds.

Aandachtspunt:
In dossiers waarin provisioneel een toeslag wordt betaald en waarbij deze betaling na 15 september 2019 wordt stopgezet naar aanleiding van een nieuwe gebeurtenis9Vb. wijziging gezinssamenstelling, stopzetting op vraag van de sociaal verzekerde, … , dient aan de motiveringsbrief van deze beslissing steeds een onderzoeksformulier te worden bijgevoegd.

3.2 Inschaling van de bijslagtrekkenden die reeds een toeslag ontvangen onder de federale regelgeving

De bijslagtrekkenden die in december 2019 de schaal art 41, art 50ter of 42bis genieten krachtens de Algemene Kinderbijslagwet of de wet Gewaarborgde Gezinsbijslag worden geacht te voldoen aan de laagste inkomensgrens. Zij ontvangen bij een ongewijzigde gezinssamenstelling verder een provisionele toeslag vanaf 1 januari 2020. Het gezin wordt ingelicht over deze beslissing uiterlijk in januari 2020 (cf. infra).

4. PROCEDURE VOOR DE PROVISIONELE BESLISSING VANAF 2020

Voor alle dossiers in betaling dient een provisionele beslissing te worden genomen worden ten laatste op 31 januari 2020 (betaling op 8 februari 2020). Er zijn 4 mogelijkheden:

1. Voortzetting van de provisionele betaling op basis van de maand december 2019

De provisionele betaling van de toeslag wordt verdergezet vanaf 1 januari 2020 voor alle bijslagtrekkenden die een sociale- of eenoudertoeslag ontvingen in toepassing van de AKBW of de wet gewaarborgde gezinsbijslag in de maand december 2019, op voorwaarde dat de gezinssamenstelling niet gewijzigd10Tenzij het gaat om het ontstaan van een eenoudersituatie. is.

Deze beslissing wordt gemotiveerd aan het gezin met de brief Voortzetting + Infoblad uiterlijk verzonden op 31 januari 2020. Deze brief heeft als doel:

  • De bijslagtrekkende te informeren dat bij de inwerkingtreding van de nieuwe kinderbijslagregeling in het Brussels Gewest verder een toeslag wordt toegekend op basis van art.9 of 39 van de ordonnantie, waarbij wordt verduidelijkt dat het een provisionele toekenning betreft en het kinderbijslagfonds hierbij veronderstelt dat het jaarlijks gezinsinkomen lager ligt dan 31.000 EUR.
  • Te verwittigen dat de belastbare beroeps- en vervangingsinkomsten a posteriori gecontroleerd worden in 2022 op basis van de gegevens op het aanslagbiljet (inkomsten 2020) die worden opgevraagd bij de FOD Financiën teneinde het recht op de toeslag definitief vast te stellen (validatie of terugvordering van de betalingen)
  • Te verduidelijken welke inkomsten van welke gezinsleden in aanmerking genomen worden om te bepalen of de inkomensgrens wordt overschreden .
  • De bijslagtrekkende te vragen om zo snel mogelijk de betaalinstelling op de hoogte te brengen wanneer hij meent dat het jaarlijks gezinsinkomen de inkomensgrens dreigt te overschrijden om onterechte betalingen te vermijden.
  • De bijslagtrekkende te vragen zijn kinderbijslaginstelling te verwittigen van elke wijziging van zijn gezins-en inkomenssituatie.

2. De provisionele toeslag wordt toegekend vanaf januari 2020 wanneer een positief gevolg kan gegeven worden aan een aanvraag met model 'Verklaring_SUPPL' n.a.v de inkomensbevraging van september 2019

De provisionele beslissing tot toekenning wordt gemotiveerd aan de bijslagtrekkende met de Brief Toekenning_YES + Infoblad . Deze brief heeft als doel:

  • de bijslagtrekkende te informeren dat in toepassing van art.9 van de ordonnantie een sociale toeslag wordt toegekend, waarbij wordt verduidelijkt dat het een provisionele toekenning betreft en kinderbijslagfonds hierbij veronderstelt dat het gezinsinkomen lager ligt dan 31.000 EUR of 45.000 EUR per jaar.
  • Te verwittigen dat de belastbare beroeps-en vervangingsinkomsten a posteriori gecontroleerd worden in 2022 op basis van de gegevens op het aanslagbiljet (inkomsten 2020) die worden opgevraagd bij de FOD Financiën teneinde het recht op de toeslag definitief vast te stellen (validatie of terugvordering van de betalingen).
  • Te verduidelijken welke inkomsten van welke gezinsleden in aanmerking genomen worden om te bepalen of de inkomensgrens wordt overschreden
  • De bijslagtrekkende te vragen om zo snel mogelijk de betaalinstelling op de hoogte te brengen wanneer hij meent dat het jaarlijks gezinsinkomen de inkomensgrens dreigt overschrijden om onterechte betalingen te vermijden.
  • De bijslagtrekkende te vragen zijn kinderbijslaginstelling te verwittigen van elke wijziging van zijn gezins-en inkomenssituatie.

3. De provisionele betaling van de toeslag wordt geweigerd na aanvraag met het model Verklaring_SUPPL

Wanneer niet afdoende wordt aangetoond met de nodige stavingsstukken dat het gezinsinkomen onder een van de geldende inkomensgrenzen ligt, wordt de toeslag provisioneel geweigerd. De beslissing wordt gemotiveerd aan de bijslagtrekkende met de brief Toekenning_NO +Infoblad + Verklaring_SUPPL . Deze brief heeft als doel:

  • de bijslagtrekkende te informeren dat er geen provisionele toeslag kan worden toegekend omdat wordt vermoed dat het inkomen het grensbedrag zal overschrijden, en dat het kinderbijslagfonds de fiscale gegevens over het inkomen van FOD Financiën afwacht. Als daaruit alsnog blijkt dat het inkomen onder het grensbedrag ligt, zal de toeslag met terugwerkende kracht worden toegekend.
  • Te verduidelijken welke inkomsten van welke gezinsleden in aanmerking genomen worden om te bepalen of de inkomensgrens wordt overschreden
  • Te informeren over de mogelijkheid om een aanvraag tot herziening in te dienen wanneer de bijslagtrekkende beschikt over nieuwe elementen die aantonen dat voldaan is aan de inkomensvoorwaarden (wijziging gezins-of inkomenssituatie).

4. Het gezin ontving geen toeslag in december 2019 en deed geen aanvraag naar aanleiding van de inkomensbevraging in september 2019

Er wordt geen provisionele toeslag betaald. Deze beslissing dient niet te worden gemotiveerd. De bijslagtrekkende ontving in september 2019 reeds informatie over de nieuwe toekenningsvoorwaarden en de procedure.

5. OPVOLGING VAN DE PROVISIONELE BESLISSING

Hierna worden de gebeurtenissen beschreven die aanleiding geven tot een nieuwe provisionele beslissing of een nieuw inkomensonderzoek (onderzoeksmomenten).

5.1. Wijziging van de gezinssamenstelling van de bijslagtrekkende

5.1.1 De toeslag wordt provisioneel betaald

Wanneer het kinderbijslagfonds verneemt dat de gezinssituatie van de bijslagtrekkende is gewijzigd11Behalve het begin van een eenoudersituatie (einde van de eenoudersituatie, een nieuwe toeslagactor in het dossier,…) dient het inkomen opnieuw bevraagd te worden. Binnen de 30 dagen na ontvangst van het gegeven verstuurt het de brief 'Toekenning_NO' + het infoblad + het antwoordformulier 'Verklaring_SUPPL' . De sociale toeslag wordt nog provisioneel doorbetaald tot en met de maand waarin het formulier werd verzonden12Als een toeslag art 41, art 42.bis of 50 ter AKBW wordt betaald krachtens art.39 van de ordonnantie van 25 april 2019, worden de betalingen van de toeslag pas geschorst na de uittrimestrialisering. . Als de inkomensverklaring wordt teruggestuurd en blijkt dat het gezamenlijk inkomen voldoet aan de inkomensvoorwaarden, wordt de provisionele toeslag zonder onderbreking toegekend.

Voorbeeld:

  1. Een alleenstaande bijslagtrekkende met 2 kinderen ontvangt provisioneel de verhoogde sociale toeslag voor eenoudergezinnen. Het kinderbijslagfonds verneemt op 15 maart 2020 dat de bijslagtrekkende sinds 27 februari 2020 een feitelijk gezin vormt. Op 10 april (binnen de 30 dagen na ontvangst van het gegeven) wordt de motiveringsbrief met het formulier verstuurd. Er wordt nog provisioneel een sociale toeslag betaald tot en met de maand april Echter de verhoging voor eenoudergezinnen moet wel reeds worden opgeschort vanaf maart 2020.
  2. De langdurig zieke alleenstaande bijslagtrekkende ontvangt de schaal 50ter AKBW voor haar enige kind geboren in 2016 in toepassing van de verworven rechten krachtens art 39 (maandelijks bedrag 200,73 EUR). Zij gaat samenwonen op 5/3/2020. Naar aanleiding van de flux van de samenwoonst stuurt het kinderbijslagfonds de motiveringsbrief Toekenning_NO + Infoblad +Verklaring_SUPPL. De schaal 50ter wordt nog uitgetrimestrialiseerd tot 30/06/2020. Vanaf juli wordt enkel de basisschaal betaald en daar deze voordeliger is in de nieuwe regeling, wordt overgeschakeld naar de nieuwe regeling. In oktober 2020 wordt het formulier ontvangen waaruit blijkt dat het gezamenlijk inkomen van de bijslagtrekkende en de partner nog steeds lager is dan 31.000 EUR. Op dat moment worden de betalingen vanaf juli 2020 geregulariseerd naar de schaal 50ter. De overstap naar de nieuwe regeling was met andere woorden onterecht: het verworven recht krachtens art 39 blijft onafgebroken van toepassing.

5.1.2 Er wordt betaald aan de basisschaal

  • Ontstaan van een eenoudersituatie

Naar aanleiding van de ontvangst van het gegeven dat een eenoudersituatie is ontstaan in een dossier waar er geen provisionele toeslag wordt betaald, onderzoekt het fonds vooreerst of er ambtshalve provisioneel een toeslag kan toegekend worden (cf. infra 5.2 Voorwaarden voor de ambtshalve toekenning). Is dit niet het geval, dan wordt een informatief onderzoeksformulier 'Onderzoek+ Infoblad + Verklaring_SUPPL' naar de bijslagtrekkende gestuurd, tenzij deze in het lopende jaar reeds een onderzoeksformulier heeft ontvangen13De verzending van een informatieve onderzoeksformulier wordt beperkt tot 1 maal per jaar om overmatige bevraging te vermijden. .

Opmerking: naar aanleiding van het ontstaan van een eenoudersituatie in een dossier waarin de lagere toeslag voor gezinsinkomens lager dan 45.000 EUR wordt betaald, vindt eenzelfde onderzoek plaats.

  • Wijziging van de gezinsgrootte van 1 naar 2 rechtgevende kinderen

Wanneer het fonds verneemt dat de gezinsgrootte gewijzigd is van één rechtgevend kind naar twee (of meer) rechtgevende kinderen, waardoor het gezin een potentieel recht verwerft op de lagere toeslag voor gezinnen met een inkomen lager dan 45.000 EUR, wordt een informatief onderzoeksformulier gestuurd, tenzij het fonds in de voorbije zes maanden reeds een inkomensverklaring ontving die nog steeds geldig is.

Voorbeelden:

  1. Naar aanleiding van de inkomensbevraging in september 2019 ontvangt het kinderbijslagfonds op 15 november 2019 de verklaring van de bijslagtrekkende die aangeeft dat het inkomen hoger ligt dan 45.000 EUR. Op 15 maart 2020 verneemt het fonds dat een tweede kind geboren werd. Aangezien de bijslagtrekkende reeds een inkomensverklaring heeft afgelegd in de voorbije zes maanden, dient geen nieuwe inkomensbevraging te gebeuren.
  2. Een bijslagtrekkende met één kind ontvangt kinderbijslag aan de basisschaal. Het kinderbijslagfonds verneemt op 10 oktober 2020 dat een tweede kind werd geboren in het gezin. Binnen de 30 dagen na ontvangst van het bericht wordt een informatief onderzoeksformulier 'Onderzoek + infoblad + Verklaring_SUPPL' gestuurd naar de bijslagtrekkende

5.2. Permanente opvolging van de voorwaarden voor een ambtshalve provisionele toekenning

Om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare gezinnen de sociale toeslag zoveel mogelijk ontvangen op het moment dat zij deze nodig hebben, onderzoekt het kinderbijslagfonds doorlopend of het in afwezigheid van een aanvraag van de sociaal verzekerde de toeslag ambtshalve provisioneel kan toekennen.

5.2.1 Voorwaarden voor de ambtshalve provisionele toekenning14Art. 6 BVC sociale toeslagen.

De sociale toeslag wordt ambtshalve provisioneel toegekend in volgende situaties:

  1. Ofwel indien minstens één gezinslid15Cf. notie gezinsleden van art 1, 2° van het BVC Sociale toeslagen: de bijslagtrekkende en, in voorkomend geval, de echtgenoot waarmee deze samenwoont en/of elk ander inwonend gezinslid. een (equivalent) leefloon van het OCMW (D048) ontvangt en dit voor minimaal 6 maanden166 maanden in het lopende jaar, maar niet noodzakelijk opeenvolgende maanden. in het lopende jaar. Alle gezinsleden mogen aanspraak maken op andere Belgische of buitenlandse vervangingsinkomsten. Telt het gezin twee gezinsleden, dan mogen deze een toegelaten beroepsactiviteit uitoefenen. Zijn er meer dan twee gezinsleden, dan mogen enkel de gezinsleden die een (equivalent) leefloon ontvangen, een dergelijke beroepsactiviteit uitoefenen17Het OCMW controleert de vervangings- en beroepsinkomsten van de persoon met een (equivalent) leefloon alsook deze van de samenwonende partner . .
  2. Ofwel indien volgende 3 cumulatieve voorwaarden vervuld zijn in hoofde van de bijslagtrekkende:

1° de bijslagtrekkende vormt een eenoudergezin (D036)
2° de bijslagtrekkende bevindt zich in één of meer van de volgende situaties:

  • a) hij beschikt over de hoedanigheid van volledig werkloze (D042, P063);
  • b) hij bevindt zich in een periode van volledige loopbaanonderbreking of voltijds tijdkrediet (P044 +DMFA)
  • c) hij heeft niet de hoedanigheid van zelfstandige en bevindt zich in een periode van invaliditeit, ziekteverlof of moederschapsrust (D047 +D046)18Uitgezonderd de zieke bijslagtrekkende die nog een arbeidscontract heeft en voor wie DMFA-berichten met code prestatie 50 worden ontvangen. Er bestaat een risico op overschrijding van de inkomensgrens wanneer de werkgever een supplement betaald in het kader van een groepsverzekering. ;
  • d) hij ontvangt een (equivalent) leefloon(D048);
  • e) hij beschikt over de hoedanigheid van volledig werkloze en is deeltijds tewerkgesteld met een inkomensgarantie-uitkering (D042 +DMFA);
  • f) hij geniet een overbruggingsrecht (D047 code K).

3° de bijslagtrekkende bevindt zich minstens zes maanden17 van het lopende jaar in een van bovenstaande situaties.

Wanneer voldaan is aan bovenstaande voorwaarden, wordt veronderstelt dat het jaarlijks gezinsinkomen de laagste inkomensgrens niet zal overschrijden en wordt de hogere toeslag ambtshalve provisioneel toegekend. Gegeven de voorwaarde dat voor minstens zes maanden in het lopende jaar het inkomen enkel uit de voornoemde vervangingsinkomens mag bestaan, zal een initiële ambtshalve provisionele toekenning steeds plaatsvinden in de periode van juli tot december. De betaling van de provisionele toeslag worden op dat moment ambtshalve opgestart voor alle toekomstige betalingen én retroactief toegekend19Tenzij de bijslagtrekkende eerder heeft aangegeven geen provisionele toeslag te willen ontvangen of in het lopende jaar met een voorafgaande nog steeds geldige inkomensverklaring heeft aangegeven de lagere toeslag te willen ontvangen: zie voorbeeld 8 voor alle voorbije maanden van het lopende kalenderjaar waarin de gezinssamenstelling20Cf. Art 1, 2° BVC sociale toeslagen: de gezinsleden waarvan het inkomen in aanmerking wordt genomen. identiek was en rekening houdend met art.28 (Cf. infra voorbeelden ter illustratie ). De beslissing wordt gemotiveerd aan de hand van de brief Toekenning_YES + Infoblad. Deze brief heeft als doel:

  • de bijslagtrekkende informeren dat in toepassing van art.9 van de ordonnantie een sociale toeslag wordt toegekend, waarbij wordt verduidelijkt dat het een provisionele toekenning betreft en het kinderbijslagfonds hierbij veronderstelt dat het gezinsinkomen lager ligt dan 31.000 EUR per jaar.
  • Te verwittigen dat de belastbare beroeps- en vervangingsinkomsten a posteriori gecontroleerd worden in 2022 op basis van de gegevens op het aanslagbiljet (inkomsten 2020) die worden opgevraagd bij de FOD Financiën teneinde het recht op de toeslag definitief vast te stellen (validatie of terugvordering van de betalingen).
  • Te verduidelijken welke inkomsten in aanmerking genomen worden om te bepalen of de inkomensgrens wordt overschreden
  • De bijslagtrekkende te vragen om zo snel mogelijk de betaalinstelling op de hoogte te brengen wanneer hij meent dat het jaarlijks inkomen van zijn gezin de inkomensgrens dreigt te overschrijden om onterechte betalingen te vermijden.
  • De bijslagtrekkende te vragen zijn kinderbijslaginstelling te verwittigen van elke wijziging van zijn gezins-en inkomenssituatie.

5.2.2 Opschorting van de ambtshalve provisionele betaling

Artikel 6, §1, derde lid, BVC bepaalt dat er geen gegeven uit de authentieke bron beschikbaar mag zijn, waaruit blijkt dat de inkomensgrens kan worden overschreden. Ingeval de toeslag ambtshalve provisioneel werd toegekend, dient daarom een nieuw inkomensonderzoek te gebeuren naar aanleiding van volgende gebeurtenissen:

  • Als de gezinssamenstelling wijzigt (einde eenoudersituatie, nieuw inwonend gezinslid in het gezin, zie punt 5.1.)
  • Als de alleenstaande bijslagtrekkende een winstgevende activiteit begint uit te oefenen (einde vervangingsinkomen) of als een gezinslid niet langer een (equivalent) leefloon ontvangt21Onderbreking in de fluxen D048 .
  • Bij gezinnen bestaande uit meer dan twee gezinsleden waarvan minstens één gezinslid een (equivalent) leefloon ontvangt: als een gezinslid, dat geen leefloon ontvangt, een beroepsactiviteit begint uit te oefenen.

Wanneer het kinderbijslagfonds dit gegeven ontvangt, stuurt het de brief 'Toekenning_NO+ Infoblad + Verklaring_SUPPL' naar de sociaal verzekerde, die vervolgens een aanvraag kan indienen om verder een provisionele toeslag te ontvangen als hij denkt dat het inkomen nog steeds onder één van de geldende inkomensplafonds ligt. De toeslag wordt nog provisioneel verder betaald tot en met de maand waarin de brief werd verzonden. Als de inkomensverklaring wordt teruggestuurd en een positief gevolg kan gegeven worden aan de aanvraag, wordt de provisionele toeslag zonder onderbreking toegekend.

Wanneer de toeslag ambtshalve wordt toegekend en de bijslagtrekkende spontaan meedeelt geen provisionele toeslag te willen ontvangen of meedeelt dat het gezinsinkomen gestegen is, worden de betalingen onmiddellijk aangepast aan de verklaring van de bijslagtrekkende22Cf. punt 5.3.1. Herziening op vraag van de sociaal verzekerde: onmiddellijke opschorting of aanpassing naar de lagere toeslagbedragen voor gezinsinkomens lager dan 45.00 EUR). .

Voorbeelden ter illustratie van de opvolgingsprocedure voor de ambtshalve provisionele toekenning

  1. De bijslagtrekkende ontvangt kinderbijslag aan de basisschaal. Een eenoudersituatie ontstaat op 15 oktober 2020. Naar aanleiding daarvan voert het fonds een ambtshalve onderzoek uit. De bijslagtrekkende is reeds werkloos sinds 1 januari 2020. De sociale toeslag wordt op dat moment ambtshalve toegekend vanaf 1 november 2020. De toeslag wordt verder ambtshalve provisioneel toegekend zolang de bijslagtrekkende enkel een vervangingsinkomen geniet en alleenstaande blijft.
  2. De bijslagtrekkende ontvangt kinderbijslag aan de basisschaal. Een eenoudersituatie ontstaat op 15 oktober 2020. De bijslagtrekkende is werkloos sedert 1 augustus 2020. Aangezien zij nog geen zes maanden werkloos is in het lopende jaar, kan de toeslag niet ambtshalve worden toegekend en wordt een informatief onderzoeksformulier verstuurd, waarmee betrokkene desgewenst zelf de provisionele toeslag kan aanvragen. In juli 2021 wordt het bericht ontvangen dat de alleenstaande bijslagtrekkende 6 maanden werkloos is in het lopende jaar. Als de bijslagtrekkende nog geen eerdere aanvraag deed en zich doorlopend in een eenoudersituatie bevond, wordt de toeslag op dat moment ambtshalve toegekend vanaf 1 januari 2021. Zij blijft de toeslag verder ambtshalve provisioneel ontvangen zolang zij enkel een vervangingsinkomen geniet en alleenstaande blijft.
  3. De bijslagtrekkende ontvangt kinderbijslag aan de basisschaal. Een eenoudersituatie ontstaat op 20 oktober 2020. De bijslagtrekkende is ziek sinds 15 juni 2020 en genoot een gewaarborgd inkomen tot 14 juli 2020. Aangezien zij nog geen zes maanden in het lopende jaar ziekte-uitkeringen geniet, kan er geen ambtshalve toekenning van eens sociale toeslag gebeuren en wordt een onderzoeksformulier gestuurd.
  4. De bijslagtrekkende ontvangt kinderbijslag aan de basisschaal. Zij is alleenstaand en zij was werkloos van 1 januari tot 31 maart 2020 en opnieuw vanaf 1 juni 2020. Op 15 september 2020 verneemt het fonds dat zij 6 maanden werkloos is in het lopende jaar. Op dat moment wordt de sociale toeslag haar automatisch provisioneel toegekend vanaf januari 2020. Zij blijft de toeslag verder ambtshalve provisioneel ontvangen zolang zij enkel een vervangingsinkomen geniet en alleenstaande blijft.
  5. De bijslagtrekkende woont samen met een partner en ontvangt kinderbijslag aan de basisschaal. Vanaf 1 maart 2020 ontvangt de bijslagtrekkende een leefloon. In september 2020 verneemt het fonds dat de bijslagtrekkende inmiddels in het lopende jaar zes maanden een leefloon genoot. Op dat moment wordt de sociale toeslag provisioneel toegekend vanaf januari 2020. Zolang de bijslagtrekkende maandelijks een leefloon blijft ontvangen, wordt de provisionele betaling verdergezet.
  6. Er wordt provisioneel de lagere sociale toeslag betaald voor gezinnen met een inkomen lager dan 45.000 EUR. Een eenoudersituatie ontstaat op 15 maart 2020 en de bijslagtrekkende was reeds werkloos sinds het begin van het jaar. Aangezien zij nog geen zes maanden werkloos is in het lopende jaar, kan op dat moment de hogere toeslag niet ambtshalve worden toegekend en wordt een informatief onderzoeksformulier verstuurd. Op 15 juli 2020 wordt het bericht ontvangen dat de bijslagtrekkende 6 maanden werkloos is in het lopende jaar. De hogere toeslag wordt op dat moment ambtshalve toegekend vanaf 1 april 2020.
  7. De sociale toeslag wordt in juli 2020 ambtshalve provisioneel toegekend aan de alleenstaande bijslagtrekkende die ziekte-uitkeringen geniet sinds 1 januari 2020 (retroactieve toekenning vanaf de maand januari 2020). Het kinderbijslagfonds verneemt op 15 februari 2021 dat zij opnieuw tewerkgesteld is sinds 1 februari 2021. Het fonds verstuurt de brief met de provisionele weigering en een onderzoeksformulier (Toekenning_NO +Infoblad+ Verklaring_SUPPL) ten laatste op 17 maart 2021. Ingeval het formulier in de maand maart wordt verzonden, worden de ambtshalve provisionele betalingen van de toeslag opgeschort vanaf 1 april 2021. Na analyse van het teruggestuurde formulier kunnen desgevallend de betalingen worden hernomen vanaf 1 april 2021.
  8. Er wordt betaald aan de basisschaal. De alleenstaande bijslagtrekkende is werkloos sinds 15 december 2019. Ze vormt een feitelijk gezin gedurende de periode van 15 maart tot 25 mei 2020, waarna zij opnieuw alleenstaand is. Naar aanleiding van het ontstaan van de eenoudersituatie verstuurt het fonds een informatief onderzoeksformulier aangezien zij in het lopende jaar nog geen zes maanden een vervangingsinkomen heeft. In juli 2020 verneemt het kinderbijslagfonds dat zij inmiddels 6 maanden in het lopende jaar een vervangingsinkomen genoot. De sociale toeslag wordt ambtshalve toegekend voor de maanden januari tot en met maart 2020 en vanaf juni 2020.
  9. Een eenoudersituatie ontstaat op 2 februari 2020 en de bijslagtrekkende is werkloos sinds 1/1/2020. Gezien een ambtshalve toekenning niet mogelijk is, wordt bij het ontstaan van de eenoudersituatie een informatief onderzoeksformulier verstuurd. De werkloze moeder verklaart daarop dat het inkomen tussen 31.000 en 45.000 EUR ligt, waardoor ze vanaf maart 2020 de lagere toeslag ontvangt. In juli 2020 wordt het bericht ontvangen dat de bijslagtrekkende inmiddels 6 maanden in het lopende jaar werkloos is, waardoor haar ambtshalve de hogere sociale toeslag kan worden toegekend. Echter, gezien haar eerdere inkomensverklaring nog steeds geldig is (deze dateert nl. uit het lopende jaar en er was sindsdien geen wijziging in de gezinssamenstelling noch in haar socio-professionele situatie), ontvangt ze verder de toeslag voor inkomens lager dan 45.000 EUR.

5.3. Herziening op vraag van de sociaal verzekerde

5.3.1 De toeslag wordt provisioneel betaald

Wanneer de sociaal verzekerde het fonds spontaan verwittigt dat zijn inkomsten het toegelaten grensbedrag dreigen te overschrijden, worden de provisionele betalingen onmiddellijk stopgezet.
Het fonds motiveert de stopzetting aan de hand van de motiveringsbrief Toekenning_NO +infoblad.

Opmerking: Ingeval de hogere sociale toeslag voor inkomens lager dan 31.000 EUR werd betaald en het gezin meldt dat het inkomen gestegen is boven 31.000 EUR, maar niettemin nog voldoet aan de inkomensgrens van 45.000 EUR, worden de toekomstige provisionele betalingen onmiddellijk aangepast naar de lagere toeslagbedragen23ingeval het gezin 2 of meer kinderen telt . Deze beslissing wordt gemotiveerd met de brief 'Toekenning_YES' +Infoblad.

5.3.2 Er wordt betaald aan de basisschaal

De bijslagtrekkende kan op elk moment een aanvraag indienen vergezeld van de nodige bewijsstukken (cf. supra) om aan te tonen dat het bruto inkomen onder de inkomensgrens ligt. Een nieuwe provisionele beslissing wordt genomen op basis van de ontvangen informatie. De nieuwe beslissing wordt gemotiveerd aan de sociaal verzekerde (brieven 'Toekenning_NO en Toekenning_YES en het infoblad).

Wanneer er een positief gevolg kan gegeven worden aan de aanvraag, wordt de toeslag provisioneel toegekend en dit tevens voor alle voorbije maanden van het kalenderjaar waarin de gezinssamenstelling overeenstemt met deze op het moment van de aanvraag en rekening houdend met art 28.

Voorbeelden:

  1. De bijslagtrekkende is alleenstaand sinds 2019. In augustus 2020 verstuurt ze het formulier om een provisionele toeslag te ontvangen. Aangezien de bijslagtrekkende alle voorbije maanden van het kalenderjaar alleenstaand was, wordt de toeslag provisioneel toegekend vanaf januari 2020.
  2. De bijslagtrekkende is alleenstaand van 1/12/2019 tot 5/04/2020 en opnieuw vanaf 5/08/2020. In oktober 2020 doet zij een aanvraag om een provisionele toeslag te ontvangen. De sociale toeslag wordt provisioneel betaald voor de maanden januari tot en met april 2020 en vanaf september 2020.

5.4. Informatieve zending met het oog op de responsabilisering van de gezinnen

Wanneer de toeslag provisioneel wordt betaald op basis van een aanvraag van de bijslagtrekkende, verbindt de bijslagtrekkende zich ertoe in de verklaring op het formulier om elke verhoging van de beroepsinkomsten en/of uitkeringen aan het kinderbijslagfonds te melden.24Hetgeen een toepassing vormt van de algemene verplichting in artikel 33 van de Ordonnantie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. De aanvraag blijft met andere woorden geldig zolang er geen tegenbericht van de bijslagtrekkende wordt ontvangen en de gezinssituatie ongewijzigd blijft (Cf. punt 5.1.1.). Teneinde de gezinnen te responsabiliseren en onverschuldigde betalingen zoveel mogelijk te vermijden wordt voorzien in volgende bijkomende maatregel:

Wanneer het kinderbijslagfonds vaststelt dat het gezin in het lopende jaar gedurende 6 maanden andere inkomsten had dan louter vervangingsinkomens25M.a.w. wanneer één van de gezinsleden gedurende 6 maanden in het lopende jaar zich in een socio-professionele situatie bevindt die niet overeenstemt met de situaties bedoeld in art 6, §2, 3° van het BVC Sociale toeslagen. , stuurt het een informatieve herinnering + Infoblad + Verklaring_SUPPL naar de bijslagtrekkende, tenzij deze in het lopende kalenderjaar reeds een informatieformulier heeft ontvangen. Deze brief heeft als doel het gezin te herinneren aan de toekenningsvoorwaarden en te vragen om zo snel mogelijk de betaalinstelling op de hoogte te brengen van elke wijziging van de gezins-en inkomenssituatie. Aangezien deze brief louter informatief is, gebeurt een opschorting van de provisionele betalingen enkel als de bijslagtrekkende daar zelf om verzoekt.

Voorbeeld:
Een werkende bijslagtrekkende ontvangt de lagere toeslag voor gezinnen met een inkomen onder 45.000 EUR. Op 1 maart 2021 vormt zij een eenoudergezin en wordt naar aanleiding daarvan informatief onderzoeksformulier verzonden. Er dient in 2021 geen bijkomend informatief onderzoeksformulier meer te worden gestuurd. In juli 2022 wordt wel een informatieve herinnering +infoblad + Verklaring_SUPPL verstuurd, daar de bijslagtrekkende 6 maanden in het lopende jaar inkomsten uit arbeid heeft en er in 2022 nog geen eerder informatieformulier werd verstuurd.

5.5 Synthese opvolgingsprocedure

Onderstaande tabel bevat een samenvattend overzicht van de gebeurtenissen die een actie van het kinderbijslagfonds vereisen. Deze zijn opgelijst volgens drie beginsituaties, namelijk betalingen aan de bassischaal, ambtshalve provisionele betalingen en provisionele betalingen op basis van een aanvraag.

Beginsituatie

 

Betaling bassischaal Provisionele betaling op basis van een aanvraag Provisionele betaling op basis van een ambtshalve toekenning
Gebeurtenis → Actie Aanvraag van de sociaal verzekerde

→ provisionele toekenning26Met toepassing van het retroactiviteitprincipe. /weigering +motivering

Inkomensoverschrijding gemeld door de sociaal verzekerde→ onmiddellijke stopzetting27Of aanpassing van de toeslagbedragen indien het inkomen lager blijft dan 45.000 EUR. provisionele betalingen +motivering Inkomensoverschrijding gemeld door de sociaal verzekerde → onmiddellijke stopzetting provisionele betalingen +motivering
Ontstaan eenoudersituatie

→ onderzoek naar Ambtshalve toekenning. Indien niet mogelijk: onderzoeksformulier28Tenzij reeds een formulier ontvangen in het lopende jaar. +info+ verklaring

Wijziging van 1 naar 2 rechtgevende kinderen → onderzoeksformulier + info+verklaring, indien geen inkomensverklaring ontvangen in de voorbije 6 maanden

Einde eenoudersituatie / nieuwe toeslagactor in het gezin → Brief Toekenning_NO+info +Verklaring. Stopzetting29Als een toeslag art 41, art 42.bis of 50 ter AKBW wordt betaald krachtens art.39, worden de betalingen van de toeslag pas geschorst na de uittrimestrialisering vanaf de maand na verzending formulier Einde eenoudersituatie of nieuwe toeslagactor in het gezin→ Brief Toekenning_NO+info +Verklaring. Stopzetting vanaf de maand na verzending formulier
Alleenstaande bijslagtrekkende bereikt 6de maand met louter vervangingsinkomsten in lopend jaar

OF

Minstens één gezinslid heeft gedurende minstens 6 maand in het lopend jaar recht op een (equivalent) leefloon

→ Ambtshalve toekenning27 +motivering (toekenning_ YES)

Het gezinsinkomen bestaat gedurende 6 maanden in het lopend jaar uit andere inkomsten dan louter vervangingsinkomsten

→ informatief herinneringsformulier (tenzij reeds info ontvangen in lopend jaar)

De alleenstaande bijslagtrekkende start een winstgevende activiteit (einde vervangingsinkomsten) of geen enkel gezinslid ontvangt nog een (equivalent) leefloon.

OF

Bij gezinnen bestaande uit meer dan 2 gezinsleden waarvan minstens één gezinslid een (equivalent) leefloon ontvangt: als één van de andere gezinsleden30Een gezinslid dat geen leefloon ontvangt. een beroepsactiviteit uitoefent.

→ Brief Toekenning_NO +info +Verklaring. Stopzetting vanaf de maand na verzending formulier

Aandachtspunt:
Conform de overgangsbepaling van artikel 10 van het ontwerp van BVC worden alle dossiers, waarbij vanaf 1 januari 2020 de provisionele betalingen van de toeslag werden verdergezet op basis van de betaling van schaal art.41, 42bis of 50ter AKBW voor de maand december 2019, op dezelfde wijze opgevolgd als deze waarvoor het kinderbijslagfonds de toeslag betaald op basis van een aanvraag, zelfs indien de bijslagtrekkende in 2019 de toeslag ambtshalve provisioneel kreeg toegekend.

6. WERKWIJZE BIJ NIEUWE DOSSIERS

Het gaat hier om nieuwe aanvragen vanaf 1 januari 2020. Voor al deze dossiers wordt onderzocht of de toeslag ambtshalve provisioneel kan worden toegekend op basis van gegevens in het Trivia (zie punt 5.3 Ambtshalve provisionele toekenning). Als de voorwaarden voor een ambtshalve provisionele toekenning niet voldaan zijn, wordt een informatief onderzoeksformulier 'Onderzoek + Infoblad + Verklaring_SUPPL' gestuurd naar de bijslagtrekkende.

7. CREATIE VAN EEN HISTORIEK

Bij de definitieve vaststelling van het recht, wanneer de gegevens over de inkomsten bij de FOD Financiën beschikbaar zijn, dient voor elke maand in het fiscaal jaar het recht op de sociale toeslag te worden onderzocht.
Om deze inkomenstoets te kunnen uitvoeren dienen de kinderbijslagfondsen vanaf 1 januari 2020 een historiek van de gezinsleden en van de gezinsgrootte samen te stellen. Op basis van de historiek kan dan voor elke maand worden aangegeven voor welke personen (INSZ-nummer) de fiscale gegevens over het inkomen dienen te worden opgevraagd en aan welke inkomensgrens/inkomensgrenzen31Afhankelijk van de gezinsgrootte die inkomsten moeten worden getoetst.
Indien het fonds over de informatie beschikt dat een gezinslid een internationale ambtenaar is of dat hij buiten België werkt, wordt dit eveneens vermeld in de historiek.

8. GEZINNEN BUITEN BELGIË

Alle kinderen aan wie op basis van de Europese Verordeningen (aanvullende) kinderbijslag verschuldigd is, komen vanaf 1 januari 2020 in aanmerking voor sociale toeslag, onder dezelfde voorwaarden als de kinderen die in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest gedomicilieerd zijn.
Voor de gezinnen buiten België kan het inkomen niet gecontroleerd worden aan de hand van de fiscale flux en blijft de bestaande procedure met het formulier P19Fisc A behouden: jaarlijks op 15 januari wordt het controleformulier P19 Fisc A verstuurd teneinde de provisionele betalingen van het voorbije jaar te kunnen valideren en de provisionele betalingen te kunnen verderzetten. Voor de validatie van de betalingen blijven de richtlijnen meegedeeld met de CO 1386/2018 onverkort van toepassing.

Het formulier P19Fisc A, dat naast controleformulier ook dienst doet als informatieformulier, wordt aangepast met de informatie over de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2020. Aan de gezinnen buiten België die in 2019 geen sociale toeslag ontvingen, wordt op 15 januari 2020 een formulier P19fiscA gestuurd waarmee de mogelijkheid wordt aangereikt om een aanvraag om sociale toeslag in te dienen waaraan volgende bewijsstukken moeten worden gevoegd:
attesten uitgereikt door een buitenlandse belastingdienst of attesten van werkgevers, diensten of instellingen die aantonen dat de inkomsten het grensbedrag niet overschrijden.

9. MOTIVATIEBRIEVEN EN FORMULIEREN

De motivatiebrieven en formulieren voor het voorbereidend onderzoek en de toepassing van de procedure voor de provisionele betaling zullen u weldra als bijlage worden bezorgd.

Met dank voor de medewerking.

Hoogachtend,

Tania Dekens
Leidend ambtenaar