CO GB 20/2 – 12 FEBRUARI 2025 – gezinsbijslag voor ontheemden uit Oekraïne die bij Uitvoeringsbesluiten (EU) 2022/382 en 2024/1836 van de Raad van de Europese Unie het statuut van tijdelijke bescherming genieten

CO GB 20/2

Betreft: Gezinsbijslag voor ontheemden uit Oekraïne die bij Uitvoeringsbesluiten (EU) 2022/382 en 2024/1836 van de Raad van de Europese Unie het statuut van tijdelijke bescherming genieten


Geachte mevrouw, geachte heer,

1. CONTEXT

Op 4 maart 2022 nam de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG een besluit tot toekenning van het statuut van tijdelijke bescherming aan bepaalde categorieën personen die de oorlog in Oekraïne ontvlucht zijn sinds 24 februari 2022.

Personen die ontheemd zijn als gevolg van deze oorlog en die voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen, krijgen dus tijdelijke bescherming in de Unie. Deze maatregel werd door het uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1836 van 25 juni 2024 van de Raad van de Europese Unie opnieuw verlengd, tot en met 4 maart 2026.1Dit Uitvoeringsbesluit werd op 3 juli 2024 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en trad twintig dagen daarna, op 23 juli 2024, in werking.

Deze bescherming wordt toegekend aan alle Oekraïense onderdanen en hun gezinsleden die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne woonden, en aan staatlozen en onderdanen van derde landen aan wie in Oekraïne internationale of nationale bescherming is toegekend, en hun gezinsleden, die vóór die datum in Oekraïne woonden.

Deze instructie heeft tot doel de kinderbijslaginstellingen te informeren over de toekenning van Brusselse gezinsbijslag aan deze specifieke bevolkingsgroep.

Deze omzendbrief CO GB 20/2 betreft een update van de omzendbrief CO GB 20/1 van 4 maart 2024, die wordt opgeheven.

2. VOORWAARDEN VOOR DE OPENING VAN HET RECHT OP GEZINSBIJSLAG VOOR PERSONEN DIE TIJDELIJKE BESCHERMING GENIETEN

De voorwaarden voor de opening van het recht op gezinsbijslag voor kinderen blijven ongewijzigd.

Door te voldoen aan de voorwaarden van artikel 4 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, opent elk Belgisch of buitenlands kind het recht op Brusselse gezinsbijslag en heeft het in dat opzicht het statuut van rechtgevend kind.

De kinderbijslaginstellingen blijven de bestaande richtlijnen toepassen, kennen de gezinsbijslag toe en betalen deze uit op basis van de authentieke gegevens in de elektronische fluxen.

2.1. VERBLIJFSVERGUNNING

In beginsel verblijven kinderen die aan de toekenningsvoorwaarden van de tijdelijke bescherming voldoen, rechtsgeldig in België (consultatieflux P031 "Bijzondere informatie vreemdelingen").

Via het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" van flux P031 kunnen de personen in kaart worden gebracht die een verblijfsrecht hebben op basis van de tijdelijke bescherming. De datum waarmee rekening moet worden gehouden, is de datum die staat in de verblijfsreden. Die stemt overeen met de afgiftedatum van het attest van tijdelijke bescherming.

Dit recht wordt geformaliseerd door een A-kaart met een geldigheidsduur van een jaar, voorafgegaan door een bijlage 15 (geldig gedurende 45 dagen) om het verblijfplaatsonderzoek uit te voeren.

Die A-kaart is geldig vanaf de datum van het attest van tijdelijke bescherming. Als gevolg van de verlenging van de tijdelijke bescherming door Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1836 van 25 juni 2024, kunnen tijdelijk ontheemden met een A-kaart voor een beperkt verblijf zich aanmelden bij hun gemeente om ze te verlengen. De vernieuwde kaart zal geldig zijn tot en met 4 maart 2026.

Ontheemden die pas aankomen vanaf begin 2025 en daarna een attest van tijdelijke bescherming ontvangen, krijgen eveneens een verblijfstitel in de vorm van een A-kaart voor een beperkt verblijf die tot en met 4 maart 2026 geldig is.

Als er geen gegevens zijn in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen", kan het veld "Identiteitsbewijs" worden gebruikt en kan de door de A-kaart gedekte periode in aanmerking worden genomen.

2.2 DE WOONPLAATS

Overeenkomstig de instructies in CO GB 5-1 moet het kind zijn woonplaats hebben, in de zin van art. 3, 4°, van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, in een van de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

3. IMPACT VAN DE DOMICILIËRING VAN MEERDERE GEZINNEN OP HETZELFDE ADRES

3.1. WEERLEGGING VAN HET VERMOEDEN DAT EEN FEITELIJK GEZIN GEVORMD WORDT

Om het hoofd te bieden aan de uitzonderlijke situatie die ontstond als gevolg van het gewapende conflict in Oekraïne, bepaalden de overheden2 dat ontheemden met het statuut van tijdelijke bescherming in het Rijksregister worden ingeschreven, afzonderlijk van het gezin dat hen opvangt, maar op hetzelfde adres.

In de context van de Brusselse kinderbijslagregelgeving kan die bepaling worden beschouwd als een reden om het vermoeden te weerleggen dat een feitelijk gezin gevormd wordt tussen de leden van het gastgezin en de personen met het statuut van tijdelijke bescherming (zie punt 4.2.1.1, hypothese II, b, van CO GB 25).

De leden van het gastgezin enerzijds en de personen met het statuut van tijdelijke bescherming anderzijds worden dus geacht geen feitelijk gezin te vormen, ondanks het feit dat zij op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn.

Merk op dat de weerlegging van het vermoeden geldt tot het bewijs van het tegendeel, zodanig dat de vorming van een feitelijk gezin te allen tijde kan worden vastgesteld aan de hand van de middelen vermeld in punt 4.2.2.1, hypothese II, b, in fine, van CO GB 25.

Met andere woorden:

  • de personen met het statuut van tijdelijke bescherming worden geacht geen feitelijk gezin te vormen met de personen die gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres die deze status niet hebben en die geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de derde graad, tenzij het tegendeel wordt bewezen;
  • alle personen die gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres die een statuut van tijdelijke-bescherming hebben en geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de derde graad, worden geacht een feitelijk gezin te vormen, tenzij het tegendeel wordt bewezen (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer twee ontheemde gezinnen uit Oekraïne op hetzelfde adres wonen).

3.2. GEVOLGEN VAN DE WEERLEGGING VAN HET VERMOEDEN DAT EEN FEITELIJK GEZIN GEVORMD WORDT

De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin gevormd wordt, heeft als gevolg dat de aanwezigheid van één of meerdere ontheemde personen die bij een Brussels gezin worden opgevangen, geen impact heeft op het eventuele recht op kinderbijslag van dit gezin. Omgekeerd wordt het recht van de opgevangen persoon of het opgevangen gezin met het statuut van tijdelijke bescherming niet beïnvloed door de situatie van het Brusselse gezin.

3.2.1. STATUUT VAN EENOUDERGEZIN BEHOUDEN

Een eenoudergezin vangt een ontheemde op in zijn huishouden die noch een bloedverwant, noch een aanverwant is tot in de derde graad. Het gezin behoudt de hoedanigheid van een eenoudergezin en verliest de verhoging van de toeslag voor een eenoudergezin niet. Hetzelfde zou gelden voor een eenoudergezin uit Oekraïne.

3.2.2. GROEPERING VAN KINDEREN

Wat de groepering van kinderen betreft, is er geen belangrijke impact. De bepalingen over de groepering van artikel 11 van de ordonnantie van 25 april 2019 blijven onverminderd van kracht:

  • als de bijslagtrekkenden die op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn ofwel echtgenoten of bloed- of aanverwanten tot in de derde graad zijn, worden de kinderen voor wie zij kinderbijslag ontvangen, gegroepeerd, ongeacht of zij al dan niet het statuut van tijdelijke bescherming hebben;
  • als de bijslagtrekkenden zich niet in de bovengenoemde situaties bevinden, kunnen de kinderen alleen worden gegroepeerd als de betrokken bijslagtrekkenden verklaren dat zij een feitelijk gezin vormen.

3.2.3. EVALUATIE VAN HET GEZINSINKOMEN

De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, houdt in dat bij de evaluatie van het recht op sociale toeslagen van een bijslagtrekkende met het statuut van tijdelijke bescherming alleen rekening moet worden gehouden met niet-aanverwanten tot in de derde graad met ook het statuut van tijdelijke bescherming, en omgekeerd.

De inkomsten van het gastgezin en het opgevangen gezin die niet tot in de derde graad met elkaar verwant zijn, mogen dus niet samen in aanmerking worden genomen bij het onderzoek van het recht van elk gezin op de sociale toeslag. De instelling onderzoekt de inkomsten van elk gezin afzonderlijk.

Er moet op worden gewezen dat de definitie van feitelijk gezin in de ordonnantie van 25 april 2019 (artikel 3, 6°, van de ordonnantie) de personen uitsluit die bloedverwant of aanverwant zijn tot in de derde graad. De aanwezigheid van aanverwanten op hetzelfde adres heeft dus in geen geval een impact op de evaluatie van de inkomsten. In dit verband mag geen onderscheid worden gemaakt tussen personen met en zonder het statuut van tijdelijke bescherming.

3.2.4. PROCEDURE VOOR DE AMBTSHALVE PROVISIONELE TOEKENNING

De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, houdt ook in dat de procedure voor de ambtshalve toekenning van de sociale toeslag afzonderlijk van toepassing is op de gastgezinnen en de opgevangen gezinnen.

Voorbeeld: een gezin uit Oekraïne wordt opgevangen door een Brussels gezin dat geen sociale toeslag ontvangt. Er is geen verwantschapsband tussen de leden van de twee gezinnen. Het opgevangen gezin ontvangt sinds ten minste zes maanden een leefloon van het OCMW. Het zal in aanmerking komen voor de ambtshalve toekenningsprocedure. Dit heeft geen gevolgen voor het gastgezin en leidt niet tot de toekenning van een sociale toeslag voor het gezin op deze grond.

Anderzijds heeft een eventuele ambtshalve toekenning van een sociale toeslag aan het Brusselse gezin geen impact op het gezin met het statuut van tijdelijke bescherming.

4. PRAKTISCHE UITVOERING:

4.1. DE AAN TE WENDEN GEGEVENSFLUX

De kinderbijslaginstellingen moeten zich beroepen op de elektronische gegevensfluxen (authentieke bronnen) waarover zij beschikken om het recht op gezinsbijslag concreet vast te stellen.

Om de personen met een statuut van tijdelijke bescherming in kaart te brengen, moeten de kinderbijslaginstellingen de gegevensflux P031 (zie paragraaf 2.1. hierboven) raadplegen.

Zoals in paragraaf 3.1 is verduidelijkt, heeft de weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, alleen betrekking op de personen met dit statuut ten opzichte van het gezin dat hen opvangt.

Als het in de toekomst mogelijk blijkt bijkomende gegevensfluxen te gebruiken om de verschillende gezinskernen in kaart te brengen, zullen bijkomende instructies worden gegeven.

4.2. INTEGRATIE EN OPVOLGING

Om de kinderbijslag correct te kunnen vaststellen, worden de kinderbijslaginstellingen gevraagd in het kadaster elke persoon op te nemen die, bij gebrek aan weerlegging van het vermoeden, een impact zou kunnen hebben op het kinderbijslagdossier van een bijslagtrekkende die op hetzelfde adres gedomicilieerd is. De weerlegging van het vermoeden dat een feitelijk gezin wordt gevormd, wordt immers alleen maar toegepast tijdens de periode waarop de verblijfsreden "tijdelijke bescherming" betrekking heeft.

Evenzo, wanneer de tijdelijke bescherming van een rechtgevend kind eindigt, zijn de basisvoorwaarden voor de toekenning van de kinderbijslag van toepassing.
De verblijfsreden tijdelijke bescherming moet dus worden opgevolgd, zowel bij de kinderen met dit statuut als bij alle kinderbijslagdossiers waarin personen met en zonder dit statuut op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn.

Concreet:

  • dossier waarbij ten minste een kind met tijdelijke bescherming kinderbijslag ontvangt: de leden van zijn gezin moeten worden opgevolgd en de leden van het gastgezin of van elke derde moeten worden geïntegreerd, om de opvolging van dit recht te waarborgen;
  • dossier van een gastgezin: de personen uit Oekraïne met een statuut van tijdelijke bescherming (al dan niet kinderen, al dan niet rechtgevend op kinderbijslag) integreren om de onrechtstreekse impact van elke wijziging in de situatie (verhuizing, verlies van het statuut van tijdelijke bescherming, schrapping, enz.) van de persoon of het gezin uit Oekraïne op te volgen.

Er moet op worden gewezen dat de gegevensflux P031 alleen kan worden geraadpleegd. Wijzigingen worden dus niet via een mutatiebericht meegedeeld. De kinderbijslaginstellingen zullen tijdig praktische en technische instructies krijgen voor de opvolging van het statuut van tijdelijke bescherming. In afwachting daarvan wordt hun gevraagd de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle bovenvermelde dossiers te allen tijde kunnen worden in kaart gebracht. Ze zullen ook worden gevraagd Iriscare periodiek te informeren over het aantal dossiers in kwestie.

4.3. BEHEER VAN DE DOSSIERS VAN DE PERSONEN DIE TIJDELIJKE BESCHERMING GENIETEN

De dossiers van rechtgevende kinderen met tijdelijke bescherming, moeten worden beheerd volgens de bestaande voorwaarden en procedures.

Er moet op worden gewezen dat bij de eindevaluatie van het recht op sociale toeslagen, via het ad hoc-formulier (P19Fisc), rekening moet worden gehouden met alle inkomsten in het buitenland.

Ik dank u voor uw medewerking.

 

 

Tania Dekens

Leidend ambtenaar