CO GB 7 – 16 JANUARI 2019 – Kind dat bijslagtrekkende is voor zichzelf – Aanduiding van een andere persoon als bijslagtrekkende op grond van de AKBW – Gevolg van de overgang naar het nieuwe kinderbijslagsysteem
Betreft: Kind dat bijslagtrekkende is voor zichzelf - Aanduiding van een andere persoon als bijslagtrekkende op grond van de AKBW - Gevolg van de overgang naar het nieuwe kinderbijslagsysteem
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
I. Context
De AKBW voorzag in een maatregel waardoor het kind dat bijslagtrekkende is voor zichzelf, in zijn eigen belang, een andere bijslagtrekkende kon aanwijzen, op voorwaarde dat deze persoon en het kind verbonden waren door verwantschap of aanverwantschap in de eerste graad1Artikel 69, § 2, tweede lid, van de AKBW .
De vraag rijst of de bijslagtrekkende die aldus conform de AKBW vóór 1 januari 2020 aangewezen werd zijn hoedanigheid van bijslagtrekkende in de nieuwe Brusselse regeling behoudt of het kind daarentegen opnieuw zelf bijslagtrekkende moet worden.
II. Uiteenzetting
Artikel 19, § 2, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van de gezinsbijslag vermeldt de situaties waarin het kind zijn eigen bijslagtrekkende wordt.
Deze bepaling stemt overeen met artikel 69, § 2, van de AKBW met uitzondering van de maatregel waardoor het kind, overeenkomstig dit artikel, een andere bijslagtrekkende kon aanwijzen.
Overeenkomstig dit principe zou, bij de overgang naar de nieuwe regeling, de persoon die door het kind als bijslagtrekkende werd aangewezen in toepassing van artikel 69, § 2, van de AKBW de hoedanigheid van bijslagtrekkende verliezen ten gunste van het kind dat opnieuw voor zichzelf bijslagtrekkende wordt.
Als gevolg van dit principe zal het bedrag aan kinderbijslag waarop de aldus aangeduide bijslagtrekkende aanspraak kon maken naar aanleiding van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling verminderen.
Om zulke gevolgen te vermijden, die in strijd zijn met het principe van de verworven rechten, en in afwachting van een wijziging van de ordonnantie moet er geen wijziging van de door het kind aangewezen bijslagtrekkende gebeuren zolang dat het kind geen einde maakt aan zijn beslissing tot aanwijzing en dat de aangewezen bijslagtrekkende zijn hoedanigheid van bijslagtrekkende voor dat kind behoudt.
Bedankt voor uw medewerking.
Hoogachtend,
Tania Dekens
Leidend ambtenaar