09 JULI 2019 – Algemene afwijkingen overeenkomstig artikel 5, 16 en 17 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag

Algemene afwijkingen overeenkomstig artikel 5, 16 en 17 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag

I. Openen van het recht op gezinsbijslag – Afwijkingen voor het kinderen dat in het buitenland verblijft (artikel 5)

Overeenkomstig artikel 5 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, heeft het Verenigd College, op advies van de Beheerraad voor Gezinsbijslag, beslist dat onderstaande kinderen die in het buitenland verblijven het recht op gezinsbijslag openen1Deze afwijking is van toepassing onverminderd artikel 4, 2° (het kind moet Belg zijn of als vreemdeling begunstigde van een verblijfsvergunning zijn) en artikel 4, 3° (het kind moet voldoen aan de voorwaarden om rechtgevend te zijn) van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag.

  1. Kinderen die in België al een einddiploma in het niet-hoger onderwijs 2Zoals bedoeld in het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van … tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen. hebben behaald en die niet-hoger onderwijs volgen buiten de Europese Economische Ruimte. Deze algemene afwijking is beperkt tot maximaal één schooljaar3Met inbegrip van de schoolvakanties zoals bepaald in artikel … van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van … tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen..
  2. Kinderen die al dan niet in België of in het buitenland een einddiploma in het hoger onderwijs4Zoals bepaald in artikel 3, 11° van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. hebben behaald en die hoger onderwijs volgen in een land buiten de Europese Economische Ruimte. Deze algemene afwijking is beperkt tot maximaal één academiejaar5Met inbegrip van de schoolvakanties zoals bepaald in artikel … van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van … tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen..
  3. Jongeren ingeschreven als werkzoekende schoolverlaters die in het buitenland verblijven als vrijwilliger of in het kader van een stage of opleiding tijdens hun beroepsinschakelingstijd waarin de werkloosheidswetgeving voorziet, op voorwaarde dat de directeur van het werkloosheidsbureau of de RVA beslist om hun verblijf in het buitenland gelijk te stellen met de beroepsinschakelingstijd6Toepassing van artikel 36, § 2, 5°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.. Deze afwijking is beperkt tot één jaar vanaf de datum waarop de jongere zich als werkzoekende inschrijft.
  4. Kinderen die voor een korte periode in het buitenland verblijven. Onder ‘korte periode’ wordt verstaan: een verblijf van maximaal twee maanden in één of meerdere keren gedurende hetzelfde kalenderjaar.
  5. Kinderen die tijdens de schoolvakanties 7Schoolvakanties zoals bepaald in het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van … tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van kinderen die lessen volgen of een opleiding doorlopen.in het buitenland verblijven. Deze periode mag gecumuleerd worden met de in punt 4 vermelde periode van twee maanden.
  6. Kinderen die om medische redenen in het buitenland verblijven of die een ouderfiguur 8Onder ‘ouderfiguur’ worden verstaan: een ouder, een persoon die geen bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad van die ouder en met wie laatstgenoemde feitelijk of wettelijk samenwoont, en de echtgenoot van de ouder.vergezellen die om medische redenen in het buitenland verblijft, voor een periode van maximaal drie jaar die in één of meerdere keren wordt opgenomen. De medische redenen die het buitenlands verblijf van het kind of de ouderfiguur rechtvaardigen en de ziekteperiode moeten door de bevoegde diensten goedgekeurd worden op basis van artikel 26 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag.
  7. Kinderen van gedetacheerde werknemers 9Onder ‘gedetacheerde werknemer’ wordt verstaan: een loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar die buiten België werkt en tijdens de detachering in het buitenland onderworpen blijft aan de Belgische wetgeving inzake sociale zekerheid.die met hun ouder in het buitenland verblijven. Deze afwijking geldt voor de duur van de detachering. Als de werknemer terugkeert naar België en het kind in het buitenland blijft om er het lopende studiejaar te beëindigen, blijft de afwijking bovendien van toepassing voor het lopende studiejaar.
  8. Kinderen die in het buitenland geboren of geadopteerd zijn, op voorwaarde dat het kind binnen twee maanden na de geboorte of adoptie gedomicilieerd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Deze voorwaarde geldt niet wanneer het kind in het buitenland geboren of geadopteerd is en om medische redenen (punt 6) of in het kader van een detachering10De voorwaarden vermeld in punt 6 en 7 blijven bovendien van toepassing. (punt 7) langer dan twee maanden in het buitenland verblijft. Bovendien moet de bijslagtrekkende gedomicilieerd zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of, wanneer hij zelf in het buitenland is, moest hij er vlak voor zijn vertrek gedomicilieerd zijn.
  9. Kinderen die het slachtoffer zijn van ontvoering11De ontvoering moet voldoen aan de voorwaarden van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van … tot uitvoering van artikel 19, § 3, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. en in het buitenland verblijven.
  10. Kinderen die op 31 december 2019 recht hebben op kinderbijslag op basis van een algemene afwijking overeenkomstig artikel 52 van de Algemene Kinderbijslagwet. Onverminderd de algemene voorwaarden die hieronder worden vermeld, wordt het recht op de kinderbijslag toegekend onder de specifieke voorwaarden die worden bepaald door de betreffende algemene afwijking, uitgezonderd indien die specifieke voorwaarden minder gunstig zijn dan de voorwaarden die in de deze omzendbrief worden vermeld.

Die algemene afwijkingen zijn alleen geldig wanneer aan de volgende algemene voorwaarden cumulatief is voldaan:

a) Vlak voordat het kind naar het buitenland vertrekt, moet zijn woonplaats in de zin van artikel 3, 4°, van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad zijn. Die voorwaarde geldt niet voor kinderen die in het buitenland geboren of geadopteerd zijn.

b) Voor hetzelfde kind bestaat geen ander recht op kinderbijslag 12De algemene afwijking is dan niet van toepassing, zelfs niet als het recht op basis van een andere regelgeving of regel leidt tot een lager bedrag dan de bedragen die vastgelegd zijn in de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. op basis van het recht van de Europese Unie, internationale overeenkomsten die in België gelden, buitenlandse wet- of regelgevende bepalingen of van een andere Belgische gefedereerde deelentiteit of regels die van toepassing zijn op het personeel van een instelling van internationaal publiekrecht.

II. Kraamgeld en adoptiepremie – Afwijkingen (artikel 16 en 17)

Overeenkomstig artikel 16 en 17 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag heeft het Verenigd College, op advies van de Beheerraad voor Gezinsbijslag beslist dat de volgende kinderen recht hebben op kraamgeld of een adoptiepremie:

-kinderen die in het buitenland geboren of geadopteerd zijn en die voldoen aan de in punt 8 vermelde voorwaarden.

Die afwijkingen kunnen alleen worden toegekend als er voor hetzelfde kind geen ander recht op kraamgeld of een adoptiepremie 13De algemene afwijking is dan niet van toepassing, zelfs niet als het recht op basis van een andere regelgeving of regel leidt tot een lager bedrag dan de bedragen die vastgelegd zijn in de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag.bestaat op basis van het recht van de Europese Unie, internationale overeenkomsten die in België gelden, buitenlandse wet- of regelgevende bepalingen of van een andere Belgische gefedereerde deelentiteit of regels die van toepassing zijn op het personeel van een instelling van internationaal publiekrecht.

Inwerkingtreding

Deze algemene afwijkingen treden in werking op 01 januari 2020.

Voor het Verenigd College:

De leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezinsbeleid,

 

C. FREMAULT

P. SMET