21 DECEMBER 2018 – Ordonnantie betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen

Informele consolidatie

HOOFDSTUK 6. - Controle

[Afdeling 1. - De financiële, statutaire en kwaliteitscontrole]1

Art. 24.

Voor de toepassing van dit artikel moet worden verstaan onder :

- financiële controle : de controle op de toepassing door de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand van de boekhoudkundige en financiële bepalingen van deze ordonnantie, en van de uitvoeringsbesluiten hiervan;

- statutaire controle : de controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden die krachtens artikel 5, eerste lid, van toepassing zijn op de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand;

- kwaliteitscontrole : de controle op de kwaliteit van het administratief beheer, op de uitvoering van de opdrachten en het vervullen van de verplichtingen, zoals bedoeld in hoofdstuk 4, en op het correct naleven van elke andere toepasselijke regelgeving door de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand.

[Onder voorbehoud van de bepalingen van de geldende samenwerkingsakkoorden gesloten tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Federale Staat met betrekking tot de controle op de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand, oefent Iriscare de controles, zoals bedoeld in het eerste lid, uit. Hiertoe dienen de diensten van Iriscare jaarlijks en uiterlijk in de maand oktober een omstandig verslag in bij de Beheerraad met betrekking tot deze controle. De Beheerraad legt het model voor de mededeling van de rapportage vast. Het Verenigd College kan de nadere regels van deze controleopdracht vastleggen.

Voor de uitoefening van de controle, zoals bedoeld in het eerste lid, kan Iriscare beroep doen op een externe dienstverlener.]2

Art. 25.

§ 1. [Het Verenigd College wijst, op voordracht van Iriscare, de ambtenaren aan die belast zijn met de controleopdrachten zoals bedoeld in artikel 24.]3

De in het vorige lid bedoelde ambtenaren beschikken over de bevoegdheden vermeld in de artikelen 23 tot 42 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun controleopdracht.

§ 2. De inbreuken op de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten hiervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.

[§ 3. De Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand verstrekken Iriscare of de externe dienstverlener, waarop Iriscare beroep doet in uitvoering van artikel 24, derde lid, op hun kosten en binnen de door Iriscare of de externe dienstverlener vastgelegde termijnen, alle inlichtingen, informatie of documenten die Iriscare of de externe dienstverlener opvraagt om diens controleopdracht of een gedeelte ervan zoals bedoeld in artikel 24, eerste lid, te kunnen uitoefenen.]3

§ 4. Elke Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand verstrekt zonder kosten de in de eerste paragraaf bedoelde ambtenaren :

1° alle inlichtingen die zij voor de uitoefening van hun opdracht nodig hebben, zonder dat het zichzelf kan vrijstellen of zonder dat het kan vrijgesteld worden van deze verplichting wegens om het even welke reden;

2° toegang tot de gegevensbanken, kwartaalverslagen, briefwisseling en alle andere stukken waarvan de raadpleging nuttig kan zijn in het kader van de uitoefening van hun opdrachten.

§ 5. Voor 1 juli van ieder jaar zenden de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand de balans van de algemene rekeningen, en de balans van de winst- en verliesrekening van het voorgaande jaar aan Iriscare.

Voor het einde van de eerste maand van ieder kwartaal zenden de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand een kwartaalverslag van hun activiteit tijdens het voorafgaande kwartaal aan Iriscare.

[...]3

De in uitvoering van deze paragraaf te bezorgen kwartaalverslagen zullen opgemaakt worden overeenkomstig een door de Beheerraad te bepalen model.

 

HOOFDSTUK 7. - Evaluatie en administratieve sancties

Art. 26.

§ 1. Elk jaar evalueert Iriscare de uitvoering door de Brusselse regionale maatschappijen van onderlinge bijstand van hun opdrachten, volgens de nadere regels die het Verenigd College bepaalt.

Bij de in het vorige lid vermelde evaluatie wordt rekening gehouden [met het verslag opgesteld door Iriscare]4 in toepassing van artikel 24.

De diensten van Iriscare stellen een algemeen evaluatierapport op per Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand, en delen het mee aan de Beheerraad.

§ 2. In het geval van een negatieve evaluatie, of op elk moment als administratieve sanctie wegens het niet-naleven van de bepalingen van deze ordonnantie, kan de Beheerraad het Verenigd College voorstellen om één van de volgende maatregelen te nemen :

1° een waarschuwing;

2° het opstellen van een herstelplan.

Het in het vorige lid vermelde herstelplan bevat de te ondernemen acties en te bereiken doelstellingen om de kwaliteit van het administratief en financieel beheer te verbeteren.

Bij gebrek aan een gepast herstelplan binnen de door het Verenigd College opgelegde termijn, kan dit laatste, na advies te hebben ingewonnen bij de Beheerraad, zelf een herstelplan opleggen aan de betrokken Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand.

In het geval zoals bedoeld in het vorige lid, kan de betrokken Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand in beroep gaan tegen het opgelegde herstelplan, volgens de nadere regels door het Verenigd College bepaald.

Bij het beëindigen van het herstelplan formuleert de Beheerraad een gemotiveerd advies aan het Verenigd College.

§ 3. De Beheerraad kan bovendien het Verenigd College voorstellen de erkenning van een Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand in te trekken, in één of meerdere van de volgende gevallen :

1° een derde negatieve evaluatie binnen een termijn van tien jaar;

2° een weigering om het opgelegd herstelplan, zoals bedoeld in paragraaf 2, derde lid, uit te voeren;

3° een weigering om de in artikel 25, § 1, bedoelde ambtenaren inlichtingen te verstekken of toegang te geven tot de stukken, vermeld in artikel 25, § 4;

4° indien de betrokken Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand niet langer voldoet aan één of meerdere van de erkenningsvoorwaarden vermeld in artikel 5, eerste lid.

In het geval van punt 1° van het vorige lid, geldt de derde negatieve evaluatie als mogelijke aanleiding tot het intrekken van de erkenning, ongeacht de eventuele verjaring van een of twee voorgaande negatieve evaluaties, volgens hetgeen is bepaald in artikel 19, § 3.

§ 4. Het Verenigd College bepaalt de nadere regels in geval van stopzetting van activiteiten van een Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand[...]4

§ 5. Het evaluatierapport of het gemotiveerd voorstel van administratieve sanctie wordt medegedeeld aan de betrokken Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand. Deze laatste kan :

1° zijn opmerkingen kenbaar maken, binnen een termijn en volgens de nadere regels vastgelegd door het Verenigd College;

2° vragen om gehoord te worden door de hiertoe door de Beheerraad aangeduide persoon, volgens de nadere regels vastgelegd door het Verenigd College.

§ 6. Op basis van het evaluatierapport of het gemotiveerd voorstel van administratieve sanctie en, in voorkomend geval, de opmerkingen van de Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand of het verslag van de hoorzitting met deze laatste, neemt het Verenigd College een gemotiveerde beslissing en betekent deze aan de betrokken Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand, binnen de termijn en volgens de nadere regels door het Verenigd College vastgelegd.

----------

[1] <ORD. 23-11-2023, Art. 18; Inwerkingtreding 01-01-2024>

[2] <ORD. 23-11-2023, Art. 19; Inwerkingtreding 01-01-2024>

[3] < ORD. 23-11-2023, Art. 20; Inwerkingtreding 01-01-2024>

[4] <ORD. 23-11-2023, Art. 22; Inwerkingtreding 01-01-2024>