13 FEBRUARI 2020 – Besluit betreffende de administratiekosten van de Brusselse verzekeringsinstellingen
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° Iriscare : de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen, en Gezinsbijslag, zoals bedoeld in artikel 2 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen, en Gezinsbijslag;
2° Ministers : de Leden van het Verenigd College bevoegd voor het gezondheidsbeleid en het beleid inzake bijstand aan personen;
3° Ordonnantie van 21 december 2018 : de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen;
4° Rechthebbende : iedere Brusselse verzekerde, zowel een gerechtigde als een persoon ten laste, die overeenkomstig de bepalingen van de ordonnantie van 21 december 2018 recht heeft op tegemoetkomingen in individuele zorgverstrekkingen;
5° Rechthebbende RVT : iedere rechthebbende die recht heeft op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
6° Rechthebbende 65+ : iedere rechthebbende met een leeftijd van minstens 65 jaar;
7° RMOB : een Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand zoals bedoeld in artikel 2, 5°, van de ordonnantie van 21 december 2018.
Art. 2.
Het deel van de in artikel 3 bedoelde globale jaarlijkse toelage, waarop iedere RMOB ten hoogste aanspraak kan maken, wordt enerzijds op kwantitatieve en anderzijds op kwalitatieve basis vastgesteld via het responsabiliseringsmechanisme bedoeld in artikel 5.
Art. 3.
De globale jaarlijkse toelage om de administratiekosten van de RMOB's te dekken wordt voor het jaar 2020 vastgesteld op 8.431.320 euro.
Vanaf 1 januari 2021 wordt het bedrag van de globale jaarlijkse toelage, achtereenvolgens :
1° gekoppeld aan de spilindex (basis 2013 = 100). De globale jaarlijkse toelage wordt vanaf het jaar 2021 aangepast met de volgende coëfficiënt : gemiddelde spilindex jaar X/ gemiddelde spilindex jaar X-1, waarbij een nieuwe spilindex geldt vanaf de maand na overschrijding van de vorige spilindex.
2° jaarlijks herzien op basis van de werklast. De globale jaarlijkse toelage wordt aangepast met de volgende formule : A = 50% X + 10% Y + 40% Z, waarbij :
- "A" staat voor de coëfficiënt toegepast op de toelage, uitgedrukt in percenten;
- "X" staat voor de evolutie van het aantal rechthebbenden, uitgedrukt in percenten;
- "Y" staat voor de evolutie van het aantal rechthebbenden RVT, uitgedrukt in percenten;
- "Z" staat voor de evolutie van het aantal rechthebbenden 65+, uitgedrukt in percenten.
[Vanaf 1 januari 2024 wordt het bedrag van de globale jaarlijkse toelage, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op [11.130.330]5 euro. Op dit bedrag is de formule, zoals bedoeld in het tweede lid, van toepassing, met dien verstande dat hierbij "2025" gelezen moet worden in plaats van "2021".]1
De berekening vermeld in punt 2° van het vorige lid, gebeurt op basis van het gemiddelde van de betreffende categorie van rechthebbenden van alle RMOB's samen, van de laatste 2 gekende jaren. De gegevens die de basis vormen van de berekening worden overgenomen van de website van het RIZIV.
Art. 4.
De globale jaarlijkse toelage wordt verdeeld over de RMOB's op basis van de volgende criteria :
1° 5% wordt gelijk verdeeld over de RMOB's;
2° 47,5% op basis van het aantal rechthebbenden;
3° 9,5% op basis van het aantal rechthebbenden RVT;
4° 38% op basis van het aantal rechthebbenden 65+.
De berekening gebeurt op basis van het gemid-delde van de betreffende categorie van rechthebbenden van de betrokken RMOB van de laatste 2 gekende jaren. De gegevens die de basis vormen van de berekening worden overgenomen van de website van het RIZIV.
Art. 5.
Van het deel van de globale jaarlijkse toelage, waarop iedere RMOB ten hoogste aanspraak kan maken, wordt het gedeelte dat verband houdt met de kwaliteit van de prestaties van de RMOB's als volgt vastgesteld :
1° 5% voor 2022;
2° 7,5% voor 2023;
3° 10% voor 2024;
4° 15% vanaf 2025.
Art. 6.
[Om de kwaliteit van de prestaties van de RMOB's te evalueren, wordt het technische, administratieve en financiële beheer van de RMOB's geëvalueerd op basis van de criteria, en de wegingscoëfficiënten van deze criteria, vastgelegd door de Ministers, op voorstel van de Beheerraad, rekening houdend met:
1° de naleving door de RMOB's van de wettelijke, regelgevende en administratieve bepalingen;
2° de organisatorische, boekhoudkundige en financiële kwaliteit van de RMOB's;
3° de naleving door de RMOB's van termijnen voor administratieve, boekhoudkundige, financiële en statistische documenten;
4° de initiatieven, en de kwaliteit ervan, die de RMOB's nemen om de Brusselse verzekerden te informeren;
5° de correcte uitvoering van het vooropgesteld aantal controles op de indicatiestellingen in de voorzieningen voor ouderen;
6° de correcte controle op de naleving van de opnamevoorwaarden in de voorzieningen voor ouderen.
Indien de Ministers binnen 1 jaar na de inwerkingtreding van de bepalingen van het vorige lid geen voorstel van de Beheerraad hebben ontvangen, leggen ze autonoom de nadere regels en de wegingscoëfficiënten van de evaluatiecriteria vast.]2
Art. 7.
De RMOB's bezorgen Iriscare de volgende rapportering:
1° documenten T20, waarin ook de uitgaven inzake administratiekosten voor de voorbije maand worden opgenomen, deze worden maandelijks bezorgd vóór de 29ste van de maand volgend op de gerapporteerde maand;
2° het document T2, de administratiekosten van de RMOB's op basis van de boekhoudkundige balansen, dit wordt jaarlijks bezorgd vóór 15 juli van het jaar volgend op het gerapporteerde jaar;
3° het document T4, de jaarlijkse balans, dit wordt jaarlijks bezorgd vóór 15 juli van het jaar volgend op het gerapporteerde jaar.
Art. 8.
De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare bepaalt het gedeelte van de globale jaarlijkse toelage in verband met de werklast dat aan iedere RMOB toekomt en beoordeelt de kwaliteit van hun prestaties.
De controle die voorafgaat aan die evaluatie, voor een jaar X, wordt uitgevoerd in het jaar X + 1, en de toelage wordt uiterlijk op 1 december van het jaar X + 2 bepaald. De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare beslist over de voorlopig te betalen bedragen voordat de toelage wordt toegekend. De eerste controle zal betrekking hebben op 2022. Een testcontrole, die zonder gevolgen blijft voor de administratiekosten, zal betrekking hebben op het jaar 2021.
[In afwijking van het tweede lid en voor wat betreft de regel zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, 6° zal de eerste controle betrekking hebben op het jaar 2026. Een testcontrole, die zonder gevolgen blijft voor de administratiekosten, zal betrekking hebben op het jaar 2025.]3
Het gedeelte van de toelage in verband met de werklast dat aan iedere RMOB toekomt, wordt betaald door middel van voorschotten die zijn gebaseerd op het aandeel van iedere RMOB in de toelage van het laatst gekende volledige jaar.
De voorschotten bedoeld in het vorige lid zijn voor het jaar 2020 gebaseerd op de geïndexeerde bedragen opgenomen in artikel 9, § 1, eerste lid, van het besluit van 13 december 2018 met betrekking tot de toekenning aan de Brusselse verzekeringsinstellingen van een bijzondere investeringssubsidie en van een toelage voor de administratiekosten voor het jaar 2019.
De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare legt jaarlijks een financieringsplan met betaalkalender en een lijst van de begunstigde RMOB's vast.
Art. 8/1.
[§ 1. De feitelijke vaststellingen gedaan in het kader van de evaluatie van de kwaliteit van de prestaties bedoeld in artikel 8, eerste lid worden meegedeeld aan de RMOB's, die hieromtrent hun opmerkingen kunnen mededelen aan Iriscare.
§ 2. Een ontwerp van evaluatieverslag van de performantie per RMOB wordt door Iriscare opgesteld en aan de betrokken RMOB voor opmerkingen overgemaakt.
§ 3. Op basis van het in § 2 bedoelde evaluatieverslag per RMOB en de opmerkingen hierop, stelt Iriscare een eindverslag per RMOB op, dat wordt voorgelegd aan de Beheerraad ter goedkeuring in september van het jaar X+2 en dat ter informatie aan de betrokken RMOB wordt meegedeeld.
Het eindverslag, zoals bedoeld in het voorgaande lid, bevat een voorstel tot bepaling van het deel van de globale jaarlijkse toelage waar iedere RMOB overeenkomstig artikel 5 recht op heeft, en geeft een gedetailleerde omschrijving, per RMOB, van de elementen waarmede werd rekening gehouden bij de bepaling van voormeld deel.]4
Art. 9.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 10.
De Leden van het Verenigd College bevoegd voor Welzijn en Gezondheid zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 13 februari 2020.
- 1 <BESL 2024-04-18/04, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- 2 <BESL 2024-04-18/04, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- 3 <BESL 2024-04-18/04, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- 4 <Ingevoegd bij BESL 2021-03-18/06, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 08-04-2021>
- [5] <BESL 2025-01-23, art. 1; Inwerkingtreding: 01-01-2024>