21 DECEMBER 2018 – Ordonnantie betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen
HOOFDSTUK 4. - Opdrachten en verplichtingen van de Brusselse verzekeringsinstellingen
Afdeling 4. - Cumulatie, subrogatie en terugvordering
Art. 18.
§ 1. De Brusselse verzekeringsinstellingen [of een door hen aangeduide externe dienstverlener]1 vorderen de ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen terug.
Het Verenigd College kan de nadere regels van de terugvordering zoals bedoeld in het vorige lid bepalen, evenals de voorwaarden waaraan de beslissing tot terugvordering en de kennisgeving van die beslissing moeten voldoen.
§ 2. De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen kunnen in voorkomend geval in mindering worden gebracht van toekomstige tegemoetkomingen die uitbetaald moeten worden, ten belope van 10 % van iedere latere tegemoetkoming.
In afwijking van het vorige lid kan de terugvordering slaan op het geheel van de latere tegemoetkomingen in de volgende gevallen :
1° als de ten onrechte betaalde tegemoetkomingen verkregen zijn door bedrieglijk handelen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen van de Brusselse verzekerde, [of van de verstrekker]1 ;
2° als het gaat om ten onrechte betaalde tegemoetkomingen door een Brusselse verzekeringsinstelling aan een [verstrekker]1.
§ 3. De ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen die niet kunnen worden teruggevorderd wegens een administratieve vergissing, met inbegrip van de in artikel 19, § 2, vermelde verjaring indien deze te wijten is aan het foutief of niet handelen van de Brusselse verzekeringsinstelling, zijn ten laste van de Brusselse verzekeringsinstelling.
§ 4. De Brusselse verzekeringsinstellingen laten de ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen die niet kunnen worden teruggevorderd, of waarvoor van de terugvordering is afgezien, ten laste van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de volgende gevallen :
1° wanneer afgezien wordt van terugvordering omdat die uit sociaal oogpunt niet raadzaam is;
2° wanneer de terugvordering te onzeker of te duur is of wanneer het bescheiden bedragen betreft, onder de door het Verenigd College bepaalde voorwaarden;
3° wanneer terugvordering technisch onmogelijk is;
4° wanneer er bij het overlijden van diegene aan wie ze zijn uitbetaald, ambtshalve wordt afgezien van de terugvordering van de onterecht betaalde tegemoetkoming indien, op dat ogenblik, nog geen kennis was gegeven van de terugvordering.
Het Verenigd College kan de gevallen vermeld in het vorige lid verduidelijken.
§ 5. De Brusselse verzekerde [of de verstrekker]1 kunnen tegen de beslissingen van de Brusselse verzekeringsinstelling over de terugvordering beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. De vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing.
------------