4 JULI 2024 – Besluit tot uitvoering van de ordonnantie van 22 juli 2021 betreffende de erkenning en subsidiëring van de diensten die actief zijn op het vlak van de beperking van de aan druggebruik verbonden risico’s

TITEL 3. - Procedures voor de toekenning, schorsing, intrekking en weigering van de erkenning en nadere regels voor de controle van de dienst

HOOFDSTUK 1. - Toekenning en weigering van de erkenning van de dienst

Art. 48.

§ 1. Om erkend te worden dient de inrichtende macht van een dienst per aangetekend schrijven en per elektronische post een erkenningsaanvraag in op het volgende adres:

De leden van het Verenigd College die bevoegd zijn voor het welzijn en de gezondheid,

P/a Iriscare

Departement Beleid Hulp- en Zorginstellingen

Belliardstraat 71 bus 2

1040 Brussel

agrements_erkenningen@iriscare.brussels

§ 2. Om ontvankelijk te zijn dient de erkenningsaanvraag de volgende gegevens te bevatten:

1° een motivatiedossier waarin uiteen wordt gezet op welke manier de kandidaat de opdrachten en activiteiten vermeld in artikel 3 van de ordonnantie vervult of denkt te zullen vervullen. Dit dossier beschrijft onder meer:

a) de ervaring en de expertise waarover de kandidaat beschikt in deze verschillende materies;

b) de werking van het project (coördinatie, vergaderingen, uurroosters, enz.) en met name het verloop van het traject van de gebruiker van de dienst, de voorwaarden voor de toelating of weigering van toelating, de in te voeren procedures en protocollen (noodgevallen, hygiëne, toezicht, enz.);

c) een beschrijving van het team belast met de uitvoering van het project, met vermelding van de minimale personeelsformatie en het verwachte aantal consumptiehandelingen onder toezicht per dag, zoals bedoeld in de artikelen 45 en 47;

d) het therapeutisch project dat nodig is voor de toepassing van artikel 5, § 2, eerste lid, 3°, van de ordonnantie, voor de uitvoering van de verplichte opdrachten;

e) het zorgnetwerk waarover de kandidaat beschikt;

f) de waarden die de kandidaat verdedigt en zijn strategieën voor tussenkomsten als actor voor laagdrempelige toegang;

2° een administratief dossier waarin uiteen wordt gezet op welke manier de kandidaat voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 5 van de ordonnantie, en in titel 2, en dat de nuttige administratieve en verklarende documenten of stukken bevat, met name een ontwerp van huishoudelijk reglement, zoals bedoeld in artikel 21.

§ 3. De leidend ambtenaar van Iriscare meldt de ontvangst van de erkenningsaanvraag, binnen 15 dagen na de ontvangst van het aangetekend schrijven, en geeft aan of het volledig is of niet en, in voorkomend geval, welke bijkomende gegevens nog moeten worden ingediend binnen een termijn van drie maanden.

Indien de erkenningsaanvraag binnen de termijn van drie maanden, bedoeld in het eerste lid, niet werd vervolledigd, wordt ze als niet ontvankelijk beschouwd.

§ 4. Binnen twee maanden na ontvangst van een ontvankelijke erkenningsaanvraag, delen de Ministers per aangetekend schrijven aan de inrichtende macht van de dienst hun beslissing mee om al dan niet een voorlopige erkenning af te leveren.

De voorlopige erkenning geldt voor één jaar en is eenmaal hernieuwbaar voor een nieuwe periode van één jaar.

§ 5. De Beheerraad maakt, uiterlijk vier maanden voor het einde van de voorlopige erkenning, een advies over aan de Ministers met betrekking tot de definitieve erkenning van de betreffende dienst, op basis van de voorkomende evaluatieverslagen bedoeld in artikel 50, § 1.

De Ministers leggen, op basis van het advies van de Beheerraad, en op basis van de voorkomende evaluatieverslagen, een voorstel van beslissing voor aan het Verenigd College om al dan niet een definitieve erkenning af te leveren aan de betreffende dienst.

Uiterlijk twee maanden voor het einde van de voorlopige erkenning delen de Ministers per gemotiveerd aangetekend schrijven aan de inrichtende macht van de dienst de beslissing van het Verenigd College mee om al dan niet een definitieve erkenning af te leveren.

De definitieve erkenning bedoeld in het vorige lid geldt voor onbepaalde duur.

§ 6. De voorlopige en de definitieve erkenning vermelden de inrichtende macht, het adres, de minimale personeelsformatie en het verwachte aantal consumptiehandelingen onder toezicht per dag, zoals bedoeld in de artikelen 45 en 47.

Art. 49.

§ 1. Als een dienst opvang aanbiedt:

- ofwel dient hij een erkenningsaanvraag in overeenkomstig artikel 48 voor alle in artikel 3, § 1, van de ordonnantie bedoelde opdrachten;

- ofwel dient hij, als hij al een erkenning heeft verkregen overeenkomstig artikel 48 voor de verplichte opdrachten, een specifieke erkenningsaanvraag in voor de opvang overeenkomstig artikel 5.

§ 2. Artikel 48 is van toepassing op de erkenningsaanvraag ingediend overeenkomstig § 1.

Wanneer een dienst opvang aanbiedt, moet de erkenningsaanvraag de in artikel 48, § 2, opgenomen informatie bevatten, evenals de volgende informatie:

1° de specifieke gegevens in verband met de opvang, bedoeld in artikel 48, § 2, als die op hem van toepassing zijn;

2° de plannen met de namen van de verschillende lokalen en de oppervlakten, met voldoende afmetingen, waaruit blijkt dat rekening werd gehouden met de toegankelijkheid voor personen met een beperkte mobiliteit;

3° een werkblad met de nettovloeroppervlakten van de kamers, de woonkamer en de eetkamer en de overeenkomstige oppervlakten van de ruiten.

Als een dienst een erkenningsaanvraag indient overeenkomstig § 1, tweede streepje, hoeft hij de in artikel 48, § 2, bedoelde documenten niet opnieuw af te leveren, tenzij in de tussentijd een belangrijke wijziging is gebeurd.

§ 3. De voorlopige en definitieve erkenning vermelden, bovenop de vermeldingen opgenomen in artikel 5, § 5, dan ook het aantal erkende plaatsen.

§ 4. De dienst beschikt over één enkele erkenning voor de verplichte opdrachten en de opvang, en behoudt één enkel erkenningsnummer.

HOOFDSTUK 2. - Controle, schorsing en intrekkingvan de erkenning van de dienst

Art. 50.

§ 1. Tijdens de duur van de voorlopige en definitieve erkenning gaan de inspectieambtenaren na of de dienst daadwerkelijk werkt overeenkomstig alle voorwaarden bepaald door de ordonnantie en dit besluit. Ze stellen hun conclusies vast in een evaluatieverslag. Ze stellen evenveel verslagen op als ze nuttig achten. Tijdens de voorlopige erkenning stellen ze minstens één evaluatieverslag op.

De leidend ambtenaar van Iriscare maakt elk evaluatieverslag per aangetekend schrijven over aan de inrichtende macht van de dienst. Deze beschikt over 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst ervan, om haar opmerkingen op het verslag per aangetekend schrijven en per elektronische post te doen toekomen, op het volgende adres:

Iriscare

Departement Beleid Hulp- en Zorginstellingen

Belliardstraat 71 bus 2

1040 Brussel

agrements_erkenningen@iriscare.brussels

In voorkomend geval kunnen de inspectieambtenaren het evaluatieverslag aanpassen op basis van de opmerkingen van de inrichtende macht die binnen de in het tweede lid bedoelde termijn van dertig dagen aan Iriscare zijn bezorgd. De inrichtende macht wordt schriftelijk in kennis gesteld van eventuele aanpassingen.

Als het evaluatieverslag na de termijn van 30 dagen, bedoeld in het tweede lid, niet aangepast is overeenkomstig het derde lid, maakt de leidend ambtenaar van Iriscare het definitieve evaluatieverslag, en, in voorkomend geval, de opmerkingen van de inrichtende macht hierop, over aan de Beheerraad en aan de Ministers.

Als het evaluatieverslag na de termijn van 30 dagen, bedoeld in het tweede lid, aangepast is overeenkomstig het derde lid, beschikt de leidend ambtenaar over 30 dagen extra om het definitieve evaluatieverslag, en de opmerkingen van de inrichtende macht hierop, over te maken aan de Beheerraad en aan de Ministers.

De Beheerraad maakt ook een advies over aan de Ministers binnen 30 dagen na ontvangst van het definitieve evaluatieverslag en de opmerkingen van de inrichtende macht hierop.

§ 2. De inspectieambtenaren worden aangeduid door de Beheerraad. Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan iedere dienst en aan de Ministers.

Art. 51.

§ 1. Als wordt vastgesteld in één of meerdere evaluatieverslagen, bedoeld in artikel 50, § 1, dat een voorwaarde bepaald door de ordonnantie en dit besluit door een dienst niet wordt nageleefd, of wanneer redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid het rechtvaardigen, kunnen de Ministers de voorlopige erkenning schorsen of intrekken. De Ministers houden hierbij rekening met, in voorkomend geval, de opmerkingen van de inrichtende macht van de dienst op het evaluatieverslag, zoals bedoeld in artikel 50, § 1, tweede lid.

§ 2. Als wordt vastgesteld in één of meerdere evaluatieverslagen, bedoeld in artikel 50, § 1, dat een voorwaarde bepaald door de ordonnantie en dit besluit door een dienst niet wordt nageleefd, of wanneer redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid het rechtvaardigen, kan het Verenigd College de definitieve erkenning schorsen of intrekken. Het Verenigd College houdt hierbij rekening met, in voorkomend geval, de opmerkingen van de inrichtende macht van de dienst op het evaluatieverslag, zoals bedoeld in artikel 50, § 1, tweede lid.

§ 3. De schorsing bedoeld in de §§ 1 en 2 geldt voor een termijn van maximum zes maanden, en is eenmaal verlengbaar met een nieuwe termijn van maximum zes maanden. De leidend ambtenaar van Iriscare brengt per aangetekend schrijven de inrichtende macht van de dienst, en de burgemeester van iedere gemeente waar een consumptiezaal van de dienst is gevestigd, van de schorsing op de hoogte.

De schorsing neemt een einde indien de Ministers, in geval van § 1, of het Verenigd College, in geval van § 2, vaststellen dat de problemen die aanleiding gaven tot de schorsing verholpen zijn. De leidend ambtenaar van Iriscare brengt per aangetekend schrijven de inrichtende macht van de dienst, en de burgemeester van iedere gemeente waar een consumptiezaal van de dienst is gevestigd, hiervan op de hoogte.

De dienst hervat zijn activiteiten de eerste werkdag volgend op de ontvangst van dit schrijven.

Indien een evaluatieverslag vaststelt dat de problemen die aanleiding gaven tot de schorsing op het einde van de schorsingstermijn niet verholpen zijn, kunnen de Ministers, in het geval van een voorlopige erkenning, of het Verenigd College, in het geval van een definitieve erkenning, de erkenning intrekken, rekening houdend met, in voorkomend geval, de opmerkingen van de inrichtende macht van de dienst op het evaluatieverslag, zoals bedoeld in artikel 50, § 1, tweede lid.

Onverminderd hetgeen is bepaald in het tweede en derde lid, neemt de schorsing van rechtswege een einde indien de vastgestelde schorsingstermijn verstreken is, zonder betekening van een beslissing tot verlenging van de schorsing, of van een beslissing tot definitieve intrekking van de erkenning, ten laatste 15 dagen vóór het verstrijken van de vastgestelde schorsingstermijn.

§ 4. De leidend ambtenaar van Iriscare brengt per aangetekend schrijven de inrichtende macht van de dienst, en de burgemeester van iedere gemeente waar een consumptiezaal van de dienst is gevestigd, van de intrekking bedoeld in de §§ 1, 2, of 3, derde lid, op de hoogte. De intrekking heeft uitwerking de eerste werkdag volgend op de ontvangst van de betekening ervan. De intrekking van de erkenning is definitief.

§ 5. Overeenkomstig artikel 3, § 4, van de ordonnantie, mag de dienst tijdens de schorsing van de voorlopige of definitieve erkenning of na de intrekking ervan geen van de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, 6° en, in voorkomend geval, 8°, van de ordonnantie uitoefenen.

Als de beslissing betrekking heeft op een dienst die opvang aanbiedt, ziet de inrichtende macht erop toe dat de opgevangen gebruikers van de dienst de dienst verlaten hebben in de dagen die volgen op de schorsing of intrekking.

In afwijking van § 3, derde lid, et § 5, eerste en tweede lid, schorst een niet voor het publiek toegankelijke dienst zijn activiteiten niet, maar mag hij geen nieuwe gebruikers meer opvangen vanaf de datum van de schorsing.

§ 6. Voor een dienst waarvan de erkenning wordt ingetrokken of geschorst overeenkomstig de §§ 1 tot en met 3 en 6, voor de uitvoering van de verplichte opdrachten, wordt de erkenning voor de opvang automatisch ingetrokken of geschorst.

Voor een dienst waarvan de erkenning wordt ingetrokken of geschorst overeenkomstig de §§ 1 tot en met 3 en 6, voor de opvang, wordt de erkenning voor de uitvoering van de verplichte opdrachten niet noodzakelijk ingetrokken of geschorst.