4 JULI 2024 – Besluit tot uitvoering van de ordonnantie van 22 juli 2021 betreffende de erkenning en subsidiëring van de diensten die actief zijn op het vlak van de beperking van de aan druggebruik verbonden risico’s
TITEL 4. - Subsidiëringswijze van de dienst
Art. 52.
In toepassing van artikel 10 van de ordonnantie en binnen de grenzen van de begrotingskredieten kent Iriscare een subsidie toe aan de diensten overeenkomstig deze titel.
De subsidie wordt toegekend aan de diensten voor zover ze de kwaliteitscriteria bedoeld in titel 2 naleven.
De jaarlijkse subsidie wordt toegekend aan de dienst vanaf de datum van inwerkingtreding van de voorlopige erkenning, overeenkomstig artikel 48, § 4, tweede lid, in verhouding tot het aantal maanden waarvoor de voorlopige erkenning geldt, en vervolgens tijdens de volledige duur van de definitieve erkenning.
In afwijking van het tweede lid wordt de in artikel 54 bedoelde subsidie toegekend aan de diensten tijdens de in artikel 45, § 5, tweede lid, bedoelde periode, los van het gemiddelde aantal consumptiehandelingen onder toezicht per dag die daadwerkelijk plaatsvonden op een jaar.
HOOFDSTUK 1. - Subsidie voor de werkingskosten in het kader van de verplichte opdrachten
Art. 53.
§ 1. Een jaarlijks bedrag van maximaal 310.000 euro wordt toegekend aan de dienst voor zijn werkingskosten in verband met de verplichte opdrachten.
De gedekte werkingskosten zijn:
- de kosten voor het afsluiten van de noodzakelijke verzekeringen en voor het verbruik (water, gas, elektriciteit);
- de kosten voor de beveiliging van de lokalen;
- de kosten voor het administratieve beheer;
- de kosten voor het gebruik van de lokalen;
- de kosten voor het onderhoud van de lokalen;
- de kosten voor de aankoop en het gebruik van het materiaal dat noodzakelijk is om de verplichte opdrachten uit te voeren.
§ 2. De in § 1 bedoelde gesubsidieerde werkingskosten mogen niet reeds gesubsidieerd worden door een andere subsidiërende overheid of door Iriscare.
HOOFDSTUK 2. - Subsidie voor de personeelskosten voor de minimale personeelsformatie van de dienst, zoals bedoeld in de artikelen 45, §§ 3 en 4, en 47, § 1
Art. 54.
§ 1. De in het tweede lid opgenomen jaarlijkse maximumbedragen worden toegekend aan de dienst voor de werkelijke personeelskosten voor de minimale personeelsformatie, bedoeld in de artikelen 45, §§ 3 en 4, en 47, § 1.
De voor de subsidie toegelaten functies zijn diegene die opgenomen zijn binnen de grenzen van de minimale personeelsformatie, bedoeld in de artikelen 45, §§ 3 en 4, en 47, § 1:
- 80.000 euro voor 1 VTE coördinator;
- 88.000 euro voor 1 VTE hoofdverpleegkundige;
- 54.000 euro voor 1 VTE verpleegkundige;
- 54.000 euro voor 1 VTE opvoeder of maatschappelijk assistent.
De in het tweede lid bedoelde gesubsidieerde functies mogen niet reeds gesubsidieerd worden door een andere subsidiërende overheid of door Iriscare.
De in het tweede lid bedoelde gesubsidieerde functies mogen enkel aan de dienst toegewezen zijn. Als dat niet het geval is, wordt de subsidie verlaagd in verhouding tot het aantal uren dat daadwerkelijk voor de dienst wordt gewerkt.
§ 2. Een jaarlijkse subsidie van 1 % van het totale overeenkomstig § 1 toegekende bedrag wordt toegekend voor de bijscholing van het personeel dat de gesubsidieerde functies uitvoert.
HOOFDSTUK 3. - Subsidievoorwaarden van de dienst
Art. 55.
De in de artikelen 53 en 54 bedoelde bedragen worden elk jaar op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex tussen 30 december van het tweede jaar ervoor en 30 december van het jaar ervoor.
Art. 56.
De jaarlijkse subsidie wordt betaald in vier kwartaalvoorschotten, die elk overeenkomen met 20 % van de geraamde jaarlijkse subsidie.
Ze wordt uiterlijk uitbetaald op de dertigste dag van de eerste maand van het kwartaal waarvoor ze wordt toegekend.
Art. 57.
Uiterlijk aan het begin van de tweede maand die volgt op elk kwartaal legt de dienst aan Iriscare een bewijsschrift voor over het gebruik van de tijdens het voorbije kwartaal toegekende voorschotten, dat het volgende omvat:
1° de wijzigingen aan de lijst van personeelsleden die tijdens de voorbije periode gesubsidieerde functies hebben uitgeoefend;
2° een afschrift van de individuele rekening van de personeelsleden die gesubsidieerde functies uitoefenen en, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 54, § 1, vierde lid, de door de personeelsleden in kwestie daadwerkelijk bij de dienst gewerkte uren;
3° de verantwoordingsstukken voor de werkingskosten van de voorbije periode, bedoeld in artikel 53;
4° het gemiddelde aantal consumptiehandelingen onder toezicht per dag in de voorbije periode, overeenkomstig artikel 45, §§ 3 en 4.
Iriscare kan elk ander document opvragen dat nuttig is voor de controle van de toegekende voorschotten.
De Beheerraad kan de inhoud van dat document nader omschrijven.
Als dat document niet wordt overgelegd, wordt de uitbetaling van de kwartaalvoorschotten vanaf het volgende kwartaal geschorst.
Art. 58.
§ 1. Jaarlijks wordt er, op 31 december, op basis van een dossier waarvan de Beheerraad de inhoud nader kan omschrijven, een eindafrekening opgemaakt van de jaarlijkse subsidie. Dat dossier wordt voor 31 mei aan Iriscare toegezonden en bevat minstens:
1° een jaarlijks activiteitenverslag;
2° een jaarrekening van de ontvangsten en uitgaven die, voor de privédiensten, gecontroleerd is door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijke accountant;
3° een ontwerpbegroting voor het volgende boekjaar, waarvan de Beheerraad het model kan vaststellen;
4° een overzicht van de gevolgde opleidingen, overeenkomstig artikel 44;
5° in voorkomend geval, een document met de uitsplitsing van de verschillende subsidies van andere subsidiërende overheden voor de personeelskosten en de werkingskosten.
Bovendien bezorgt de dienst een exemplaar van de jaarrekening van het voorbije jaar en een begroting voor het lopende boekjaar; voor de privédiensten wordt er ofwel een afschrift aan toegevoegd van het verslag van de bedrijfsrevisor die de jaarrekening gecertificeerd heeft, ofwel een attest van een onafhankelijke accountant die ze gecontroleerd heeft.
§ 2. Het in § 1, eerste lid, 1°, bedoelde activiteitenverslag vermeldt met name, op anonieme wijze:
- het gemiddelde aantal consumptiehandelingen onder toezicht;
- het aantal, het profiel, de analyse van de regelmaat waarmee er gebruik wordt gemaakt van de dienst, enz.;
- de geconsumeerde drugs;
- het aantal bezoeken van de dienst;
- de klachten en bijwerkingen en hun aantal;
- de uitgevoerde screenings en hun aantal;
- het aantal opgestarte zorgtrajecten of doorverwijzingen naar een consultatie;
- het aantal doorverwijzingen naar een ziekenhuisopname of naar om het even welke andere voorziening voor psychologische, medische of sociale zorg of hulp;
- het aantal tussenkomsten op de openbare weg;
- het aantal vergaderingen met de verschillende tussenkomende personen;
- de samenwerking met netwerken: ziekenhuizen, gezondheid, welzijn, medisch-sociaal, enz.
§ 3. Als het in § 1 bedoelde dossier niet wordt overgelegd, wordt de uitbetaling van de kwartaalvoorschotten geschorst tot de indiening ervan.
§ 4. Na de dienst in kennis te hebben gesteld van de eindafrekening en nadat deze door de dienst werd goedgekeurd binnen 15 dagen na de kennisgeving, wordt overgegaan tot de uitbetaling of terugvordering van de nog verschuldigde of onrechtmatig uitbetaalde bedragen.
Als de dienst niet reageert binnen een maand na de kennisgeving van de eindafrekening, wordt deze laatste als goedgekeurd beschouwd.
Bij niet-goedkeuring van de eindafrekening, tekent de dienst beroep aan bij de Ministers. De Ministers geven binnen een termijn van twee maanden volgend op de ontvangst van het beroep kennis van hun beslissing.
In de in het tweede en derde lid bedoelde gevallen wordt dan overgegaan tot de uitbetaling of terugvordering van de nog verschuldigde of onrechtmatig uitbetaalde bedragen.
Art. 59.
In geval van schorsing of intrekking van de erkenning bedoeld in artikel 51, met uitzondering van het geval van schorsing bedoeld in artikel 51, § 5, derde lid, wordt de subsidiëring van de dienst overeenkomstig titel 4 eveneens geschorst of beëindigd.