10 DECEMBER 1990 – Koninklijk besluit houdende vaststelling van de regels voor het bepalen van de opnemingsprijs voor personen die worden opgenomen in psychiatrische verzorgingstehuizen

Informele consolidatie

Art. 2.

De in artikel 1 bedoelde opnemingsprijs bestaat uit 3 delen:

1.een deel A dat bestaat uit:

a) een Onderdeel A1 dat de afschrijvingslasten dekt, met inbegrip van de financiële lasten voor aangegane leningen, voor bouw- of verbouwingen, uitrusting en apparatuur, grote onderhoudswerken en eerste installatie;

b) een Onderdeel A2 dat de korte termijn kredietlasten dekt.

2. een deel B dat bestaat uit:

a) een Onderdeel B1 dat alle werkingskosten dekt behoudens de lasten van het verzorgend en paramedisch personeel;

b) een Onderdeel B2 dat de lasten van het verzorgend en paramedisch personeel dekt.

[[...]1]6

3. een deel C dat betrekking heeft op de inhaalbedragen.

[Art. 2.bis.

De tegemoetkoming in de zin van artikel 2, 18° van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen op het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen dekt de kosten van [onderdelen B2 en C2A]7 zoals vermeld in artikel 2, 2. en 3. van de opnemingsprijs.]2

Art. 5.

[§ 1. Onderdeel B2 van de opnemingsprijs, zoals vermeld in artikel 2, 2., b), is vastgesteld van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 op 104,17 euro per verblijfsdag voor een bewoner met een verstandelijke beperking en op 97,19 euro per verblijfsdag voor een andere bewoner.

Vanaf 1 oktober 2020 zijn de bedragen in onderdeel B2, zoals vermeld in artikel 2, 2., b), vastgesteld op 92,76 euro per verblijfsdag voor een bewoner met een verstandelijke beperking en op 85,78 euro per verblijfsdag voor een andere bewoner.

[Vanaf 1 augustus 2021 zijn de bedragen in onderdeel B2, zoals vermeld in artikel 2, 2., b), vastgesteld op 106,79 euro per verblijfsdag voor een bewoner met een verstandelijke beperking en op 99,81 euro per verblijfsdag voor een andere bewoner.

Vanaf 1 oktober 2021 zijn de bedragen in onderdeel B2, zoals vermeld in artikel 2, 2., b), vastgesteld op 94,89 euro per verblijfsdag voor een bewoner met een verstandelijke beperking en op 87,91 euro per verblijfsdag voor een andere bewoner]8

[Vanaf 1 januari 2023 zijn de bedragen in onderdeel B2, zoals vermeld in artikel 2, 2., b), vastgesteld op 116,04 euro per verblijfsdag voor een bewoner met een verstandelijke beperking en op 108,02 euro per verblijfsdag voor een andere bewoner.]9

§ 2. Onderdeel B2 van de opnemingsprijs, zoals vermeld in artikel 2, 2., b) dekt de volgende verzorgingskosten:

1° de verzorging verleend door verpleegkundigen;

2° de kinesitherapieverstrekkingen en de logopedieverstrekkingen verleend door de daartoe bevoegde zorgverstrekkers, met uitzondering van de kinesitherapieverstrekkingen die niet aansluiten op de psychiatrische behandeling en die zijn voorgeschreven door een andere behandelende arts dan de coördinerende en behandelende psychiater;

3° Assistentie bij handelingen in het dagelijks leven en alle handelingen voor reactivering en sociale re-integratie, met inbegrip van ergotherapie;

4° het toezicht door de coördinerende en behandelende psychiater.

§ 3. De bedragen zoals vermeld in paragraaf 1, [2de en 4de lid]8, zijn verbonden aan de spilindex 107,20 (basis 2013 = 100) en worden aangepast overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld waarbij de verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de eerste maand nadat het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt]3

[De bedragen bedoeld in § 1, vijfde lid, worden gekoppeld aan de spilindex 123,14 (basis 2013 = 100) en worden aangepast overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld waarbij de verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de eerste maand nadat het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt.]9

Art. 5bis.

[Voor de registratie van de minimale psychiatrische gegevens krijgt elk psychiatrische verzorgingstehuis jaarlijks een basisbedrag van 3.551,71 EUR, vermeerderd met 76,97 EUR per erkend bed dat bestond op 1 januari voor de vastlegging van de begroting. Iriscare betaalt dit bedrag aan de psychiatrische verzorgingstehuizen uiterlijk op 1 maart van elk jaar.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden geïndexeerd krachtens de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld waarbij de verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de eerste maand nadat het indexcijfer een waarde bereikt die een wijziging rechtvaardigt. De koppeling aan het indexcijfer, vermeld in het tweede lid, wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 107,20 (basis 2013=100)]4

Art. 5ter.

[Onderdelen C2A en C2B, zoals vermeld in artikel 2, 3., worden als volgt bepaald:

a) C2A: het verschil tussen het inhaalbedrag dat nog niet in aanmerking is genomen van de psychiatrische verzorgingstehuizen gedeeld door het aantal dagen dat overeenkomt met het gemiddeld aantal bedden van de instelling met een bezettingsgraad van 90 %, en het onderdeel C2B;

B) C2B: het gemiddelde inhaalbedrag verkregen door optelling van de inhaalbedragen die nog niet in aanmerking zijn genomen voor het geheel van de erkende psychiatrische verzorgingstehuizen, gedeeld door het aantal dagen dat overeenkomt met het gemiddeld aantal bedden van de sector met een bezettingsgraad van 90 %, waarna van dit gemiddelde inhaalbedrag een bedrag van 1,60 euro wordt afgetrokken.

Voor de berekening van het gemiddeld aantal bedden, zoals vermeld in het eerste lid, a) en b), wordt rekening gehouden met de laatst gekende gegevens.

Indien het resultaat van de berekening zoals vermeld in het eerste lid, a) en b), negatief is, dan wordt onderdeel C2B teruggebracht tot nul.

Indien het resultaat van de berekening zoals vermeld in het eerste lid, a) en b), hoger is dan 4,85 euro, dan wordt onderdeel C2B begrensd tot 4,85 euro.]5

[1] < ingevoegd met BESL 2020-09-17; art. 1; Inwerkingtreding: 01-09-2020>

[2] <BESL 2020-09-17, art. 2; Inwerkingtreding: 01-09-2020>

[3] <BESL 2020-09-17; art. 3; Inwerkingtreding: 01-09-2020>

[4] <BESL 2021-07-15; art. 4; Inwerkingtreding: 01-10-2021>

[5] <BESL 2020-09-17, art. 5; Inwerkingtreding: 01-01-2020>

[6] <Opgeheven met BESL 2021-07-15;art.1 Inwerkingtreding: 01-10-2021>

[7] <BESL 2021-07-15; Inwerkingtreding: 01-10-2021>

[8] <BESL 2021-07-15; art. 3; Inwerkingtreding: 13-08-2021>

[9] <BESL 2023-02-16; art. 2; Inwerkingtreding: 01-01-2023>