20 JULI 2006 – Programmawet.
HOOFDSTUK VIII. - Sociaal akkoord - Federale gezondheidssectoren.
Art. 55
Voor de uitvoering van het sociaal akkoord dat betrekking heeft op de federale gezondheidssectoren en dat in 2005 door de federale regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, worden twee sectorale fondsen gevestigd [bij de Federale Pensioendienst]1, respectievelijk voor de werknemers van de private en publieke sector en voor de zelfstandige verpleegkundigen.
In 2006 wordt van het RIZIV [naar de Federale Pensioendienst]1getransfereerd : 15.580.000 euro voor de werknemers van de private en publieke sector - 3.420.000 euro voor de zelfstandige verpleegkundigen. (In 2007 zal een transfer zoals bedoeld in de vorige zin ten gunste van de werknemers van de private en publieke sector uitgevoerd worden en 6.717. 000 euro bedragen.) (Voor het jaar 2008 wordt voor de financiering van de actuariële studie tot oprichting van een tweede pensioenpijler voor het personeel van de federale private gezondheidssectoren door het Globaal beheer van de sociale zekerheid voor werknemers, vanuit de niet-benutte middelen van de enveloppe bestemd voor de tewerkstelling van jongeren in de federale globale projecten van de private socio-nonprofitsector, zoals bedoeld artikel 80 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, een bedrag van 300 000 euro overgedragen aan het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, waarvan de maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Handelskaai 48, gevestigd is.) <W 2006-12-27/30, art. 112, 002; Inwerkingtreding : 07-01-2007> <W 2008-12-22/32, art. 118, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2008>
[In 2011 wordt een bedrag van 891.284 euro van het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering [naar de Federale Pensioendienst]1getransfereerd, ten gunste van de werknemers van de publieke sector.
In 2011 wordt het bedrag van 7.964.197 euro van het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, waarvan de maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Handelskaai 48, gevestigd is, getransfereerd, ten gunste van de werknemers van de private sector.
In 2011 wordt een bedrag van 18.190.461,02 euro [van de Federale Pensioendienst]1naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, waarvan de maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Handelskaai 48 gevestigd is, getransfereerd, ten gunste van de werknemers van de private sector.]2
[[Vanaf 2012 [tot en met 2018]3wordt een bedrag van 904.653 euro overgedragen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering [naar de Federale Pensioendienst]1ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector. Een bedrag van 8.083.660 euro wordt overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector. Deze overdrachten gebeuren in de maand juni van elk jaar. Deze bedragen worden vanaf 2013 elk jaar aangepast aan de evolutie van het rekenkundig gemiddelde van het gezondheids-indexcijfer van de maand juni en de indexcijfers van de drie voorafgaande maanden tussen 30 juni van het voorlaatste jaar en 30 juni van het vorige jaar. De verhouding die deze evolutie uitdrukt wordt tot op vier cijfers na de komma afgerond, naar boven indien het vijfde cijfer minstens 5 is, zoniet naar beneden. De bedragen worden door het Instituut ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging. De bedragen die in 2013 worden gestort en betrekking hadden op 2012 worden door het Instituut ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging van 2012.
Vanaf 2013 [tot en met 2018]3wordt een bedrag van 1.427.000 euro overgedragen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering [naar de Federale Pensioendienst]1ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector. Deze overdracht gebeurt in de maand juni van elk jaar. Dit bedrag wordt vanaf 2014 elk jaar aangepast aan de evolutie van het rekenkundig gemiddelde van het gezondheidsindexcijfer van de maand juni en de indexcijfers van de drie voorafgaande maanden tussen 30 juni van het voorlaatste jaar en 30 juni van het vorige jaar. De verhouding die deze evolutie uitdrukt wordt tot op vier cijfers na de komma afgerond, naar boven indien het vijfde cijfer minstens 5 is, zoniet naar beneden. Dit bedrag wordt door het Instituut ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Het bedrag dat in 2014 wordt gestort en betrekking had op 2013 woordt door het Instituut ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging van 2013.]4]5
[In 2017 wordt een bedrag van 25 000 000 euro van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van zowel de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector als bij een werkgever van de publieke sector; de Koning bepaalt de verdeling van dit bedrag tussen beide sectoren op basis van de loonkost van deze werknemers. Deze bedragen worden door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging van 2017.
[Vanaf 2018]6worden de bedragen die in uitvoering van het zesde en zevende lid bedoeld zijn voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector, door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector.]7
[In 2018 wordt een bedrag van 25 000 000 euro van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van zowel de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector als bij een werkgever van de publieke sector; de Koning bepaalt de verdeling van dit bedrag tussen beide sectoren op basis van de loonkosten van deze werknemers. Deze bedragen worden door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging van 2018.
[In 2019 wordt een bedrag van 4 646 336 euro en een bedrag van 13 792 390 euro van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector. Het bedrag van 13. 792 390 euro valt ten laste van de begroting 2018 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.]6
Vanaf 2019 wordt een bedrag van 1 169 812 euro overgedragen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector. Een bedrag van 6 369 172 euro wordt door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector. [Vanaf 2019 wordt een bedrag van 12 000 000 euro]6door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering overgedragen naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van zowel de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector als bij een werkgever van de publieke sector; de Koning bepaalt de verdeling van dit bedrag tussen beide sectoren op basis van de loonkost van deze werknemers. Deze overdrachten gebeuren in de maand juni van elk jaar. Deze bedragen worden vanaf 2019 elk jaar aangepast aan de evolutie van het rekenkundig gemiddelde van het gezondheidsindexcijfer van de maand juni en de indexcijfers van de drie voorafgaande maanden tussen 30 juni van het voorlaatste jaar en 30 juni van het vorige jaar. De verhouding die deze evolutie uitdrukt wordt tot op vier cijfers na de komma afgerond, naar boven indien het vijfde cijfer minstens 5 is, zo niet naar beneden. Deze bedragen worden door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering ten laste gelegd van de begroting van de verzekering voor geneeskundige verzorging.]3
[Vanaf 2020 wordt een bedrag van 322.687,72 euro overgedragen van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van zowel de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector als bij een werkgever van de publieke sector. De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van de Dienst bepaalt de herverdeling van dit bedrag onder de twee sectoren naargelang de door het Verenigd College bepaalde nadere regels. Deze overdrachten vinden elk jaar in juni plaats. Vanaf 2021 worden deze bedragen elk jaar aangepast aan de evolutie van het rekenkundige gemiddelde van de gezondheidsindex van juni en aan de indexcijfers van de drie voorafgaande maanden tussen 30 juni van het voorlaatste jaar en 30 juni van het jaar dat voorafging. De verhouding die deze evolutie uitdrukt, wordt tot op vier cijfers na de komma afgerond, naar boven als het vijfde cijfer ten minste vijf is en naar beneden voor de andere gevallen. De bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag rekent dit bedrag aan op de begroting van de tak "gezondheid en bijstand aan personen".]8
[Op een door de Koning te bepalen tijdstip en meer bepaald na oprichting van het pensioenfonds voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector, worden de in uitvoering van de vorige leden gedane stortingen ten behoeve van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector door het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren overgedragen aan dit nog op te richten pensioenfonds.
Op dat ogenblik zullen alle in de vorige leden voorziene stortingen ten behoeve van de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector niet langer aan het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren maar wel aan dit nieuw op te richten fonds voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de publieke sector gebeuren.
Een overeenkomst opgesteld tussen de Federale Staat en het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren zal de modaliteiten organiseren van de overhevelingen bedoeld in de vorige leden met betrekking tot de werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst met een werkgever van de publieke sector.]6
----------
- 1 <W 2016-03-18/03, art. 161, 011; Inwerkingtreding : 01-04-2016>
- 2 <W 2010-12-29/01, art. 122, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
- 3 <W 2018-12-21/49, art. 77, 015; Inwerkingtreding : 27-01-2019>
- 4 <W 2014-04-10/23, art. 61, 008; Inwerkingtreding : 10-05-2014>
- 5 <W 2013-03-19/03, art. 25, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
- 6 <W 2019-06-26/01, art. 21, 017; Inwerkingtreding : 27-06-2019>
- 7 <W 2017-12-25/01, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 08-01-2018>
- 8 <ORD 2019-04-25/13, art. 46, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2019>