13 FEBRUARI 2020 – Besluit betreffende de tegemoetkoming van Iriscare in de kosten van de vakbondspremies van de rusthuizen, de rust- en verzorgingstehuizen, de centra voor dagverzorging en de centra voor kortverblijf

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° "Iriscare": de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;

2° "RSZ" : Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;

3° "inrichtingen" :

- de "rusthuizen" en "rust- en verzorgingstehuizen" in de zin van artikel 2, 4°, c), van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen, die erkend zijn door het Verenigd College [...]1;

- de "centra voor dagverzorging" in de zin van artikel 2, 4°, d), van dezelfde ordonnantie, die erkend zijn door het Verenigd College of door Iriscare; en

- de "centra voor kortverblijf" in de zin van artikel 2, 4°, f), van [dezelfde ordonnantie]1, die erkend zijn door het Verenigd College of door Iriscare.

4° "de vakbondspremiebijdrage" : de bijdrage zoals bedoeld in [artikel 4]1van de wet van 1 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector;

["referentiejaar"]1: het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar tijdens hetwelk het recht op de uitbetaling van de vakbondspremie ontstaat.

Art. 2.

§ 1. [Elk jaar stort Iriscare een tegemoetkoming in de kosten voor vakbondspremiebijdrage aan de inrichtingen van de overheidssector, zoals bedoeld in artikel 1, 3°. Deze tegemoetkoming moet worden aangewend in het kader van de vakbondspremiebijdragen die ze verschuldigd zijn aan de RSZ]2.

§ 2. Elk jaar stort Iriscare een tegemoetkoming in de kosten voor vakbondspremies aan het Syndicaal Fonds Non-Profit met KBO-nummer 0480.161.084, dat bestaat uit de representatieve werknemersorganisaties en dat de juridische vorm heeft van een vzw. Deze tegemoetkoming moet worden aangewend voor de uitkering van een vakbondspremie aan de werknemers in de inrichtingen uit de privésector vermeld in artikel 1, 3°.

Art. 3.

§ 1. De tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, bedraagt 73.329,88 euro.

[Het bedrag van de tegemoetkoming, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt verdeeld tussen de inrichtingen van de overheidssector, overeenkomstig artikel 6.]3

§ 2. De tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, bedraagt 135.501,20 euro.

Het bedrag bedoeld in het vorige lid wordt vereffend op rekening nr. BE71 0013 8501 1769 van de vzw Syndicaal Fonds Non-Profit, met KBO-nummer 0480.161.084, Sudermanstraat 5, 2000 Antwerpen.

Art. 4.

De vzw Syndicaal Fonds Non-Profit, met KBO-nummer 0480.161.084, stuurt jaarlijks aan Iriscare haar in de algemene vergadering goedgekeurde begroting, de jaarrekening, de toelichting bij de balans en de resultatenrekening met een duidelijke opsplitsing van de gedane uitgaven en het rapport van de bedrijfsrevisor.

Het overmaken van deze documenten is een voorwaarde opdat Iriscare het bedrag zoals bedoeld in artikel 2, § 2, aan het Syndicaal Fonds Non-Profit kan storten.

Het in artikel 2, § 2, bedoelde bedrag wordt gestort op voorwaarde dat uit de laatste door de algemene vergadering van deze vzw goedgekeurde balans blijkt dat het eigen vermogen groter is dan 1 euro en dat de schulden maximaal 3.500.000 euro bedragen. Indien uit diezelfde balans blijkt dat het eigen vermogen groter is dan 7.000.000 euro, dan wordt het bedrag van de tegemoetkoming verminderd met het bedrag van het verschil tussen het eigen vermogen en 7.000.000 euro.

Art. 5.

§ 1. [De in artikel 2, § 1, bedoelde tegemoetkoming wordt ten laatste op 31 maart van het jaar volgend op het referentiejaar door Iriscare aan de inrichtingen van de overheidssector gestort met vermelding van het referentiejaar.

In afwijking van het eerste lid, wordt de in artikel 2, § 1, bedoelde tegemoetkoming die betrekking heeft op het referentiejaar 2021 ten laatste op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van bekendmaking van dit besluit door Iriscare aan de inrichtingen van de overheidssector, gestort]4.

§ 2. De in artikel 2, § 2, bedoelde tegemoetkoming wordt ten laatste op [30 juni]4van het jaar volgend op het referentiejaar door Iriscare aan de vzw Syndicaal Fonds Non-Profit gestort, met vermelding van het referentiejaar.

Art. 6.

Voor de bij de RSZ aangesloten inrichtingen van de overheidssector wordt de vakbondspremiebijdrage voor een deel gedekt door de tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 2, § 1. Deze tegemoetkoming wordt door Iriscare per aangeslotene als volgt berekend:

OA = (T/PB)*PA

Waarbij :

OA = omslag van de tegemoetkoming voor aangeslotene A.

T = tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 2, § 1.

PB = totaal aantal erkende bedden in de rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen van de overheidssector die aangesloten zijn bij de RSZ en erkend zijn door het Verenigd College [...]5, op 30 juni van het referentiejaar.

PA = aantal bedden in de rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen van de aangeslotene op 30 juni van het referentiejaar.

Art. 7.

De bedragen zoals voorzien in artikel 3, §§ 1 en 2, worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,04 (basis 2013 = 100).

Deze bedragen worden aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, en dit in uitvoering van de bepalingen van artikel 6, 1°, van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

Art. 8.

[...]6

Art. 9.

Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 10.

De Leden van het Verenigd College bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen worden belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 13 februari 2020.