22 FEBRUARI 2024 – Ordonnantie betreffende de financiering van de infrastructuur van diverse types instellingen behorend tot het beleid inzake Bijstand aan personen en Gezondheid
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling, definities en algemene beginselen
Artikel 1.
Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.
Art. 2.
Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder:
1° instelling: voorziening voor ouderen, centrum voor daklozen, centrum of dienst voor personen met een handicap, centrum voor algemeen welzijnswerk, revalidatiecentrum, multidisciplinaire structuur, initiatief van beschut wonen, kinderopvang of dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
2° voorziening voor ouderen: een voorziening, bedoeld in artikel 2, 4°, van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor ouderen;
3° centrum voor daklozen: een centrum, bedoeld in artikel 2, 9°, van de ordonnantie van 14 juni 2018 betreffende de noodhulp aan en de inschakeling van daklozen;
4° centrum of dienst voor personen met een handicap: een centrum of een dienst, bedoeld in artikel 3, 4°, van de ordonnantie van 7 november 2002 betreffende de centra en diensten voor Bijstand aan Personen;
5° centrum voor algemeen welzijnswerk: een centrum, bedoeld in artikel 3, 2°, van de ordonnantie van 7 november 2002 betreffende de centra en diensten voor Bijstand aan Personen;
6° revalidatiecentrum: een centrum waarmee Iriscare, in het kader van het revalidatiebeleid, een overeenkomst heeft afgesloten, bedoeld in artikel 3, 5°, van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;
7° multidisciplinaire structuur: een eerstelijnsdienst, bedoeld in artikel 1, 1°, van het besluit van het Verenigd College van 27 januari 2022 betreffende de ondersteuning van de multidisciplinaire praktijken en jonge artsen;
8° initiatief van beschut wonen: een initiatief van beschut wonen ten behoeve van psychiatrische patiënten, bedoeld in artikel 6 van de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;
9° kinderopvang: een kinderopvang bedoeld in artikel 2, 2°, van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de organisatie van kinderopvang;
10° dienst voor geestelijke gezondheidszorg: een dienst voor geestelijke gezondheidszorg bedoeld in artikel 2, 1°, van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
11° subsidie: een bouwsubsidie of aankoopsubsidie verleend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
12° bouwsubsidie: een subsidie bedoeld voor het dekken van de kosten van nieuwbouw-, uitbreidings-, renovatie- of verbouwingswerken, alsook van de uitrusting van een gebouw;
13° aankoopsubsidie: een subsidie bedoeld voor het dekken van de kosten gerelateerd aan de aankoop van zakelijke rechten op een terrein en/of gebouw voor een minimumduur van twintig jaar;
14° waarborg: de waarborg verleend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de terugbetaling van leningen die zijn aangegaan door de aanvrager voor de financiering van infrastructuurkosten van een gesubsidieerd project;
15° maximumkost: het maximum aan infrastructuurkosten van een project die in aanmerking kunnen komen voor de subsidie;
16° Verenigd College: het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad;
17° ministers: de leden van het Verenigd College bevoegd voor, naargelang het geval, het beleid inzake Bijstand aan personen of Gezondheid;
18° administratie: de diensten van het Verenigd College, of, voor wat betreft de opdrachten bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, Iriscare;
19° aanvrager: de instelling die een aanvraag heeft ingediend met het oog op het verkrijgen van een subsidie of een waarborg;
20° financiële instelling: de Europese Investeringsbank (E.I.B.), de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (C.E.B), een kredietinstelling die de vergunning bedoeld in artikel 7 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingenheeft bekomen en op grond van de Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, en de ermee verbonden vennootschappen in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen alsook iedere kredietinstelling die ressorteert onder een andere lidstaat van de Europese Unie en die, in overeenstemming met boek III van de voormelde wet van 25 april 2014, haar werkzaamheden op het Belgische grondgebied mag uitoefenen;
21° pari-passu overeenkomst: een overeenkomst, tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de kredietverlenende financiële instellingen, met betrekking tot de opbrengst in geval van een gedwongen verkoop van onroerende goederen waarvoor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de financiële instellingen een hypotheek hebben genomen.
Art. 3.
Deze ordonnantie is van toepassing op de instellingen bedoeld in artikel 2, 1°.
Art. 4.
§ 1. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan een financiering toekennen voor het dekken van de door de aanvrager gemaakte kosten voor het verkrijgen van een kwalitatieve infrastructuur. Deze financiering kan bestaan uit:
1° een bouwsubsidie;
2° een aankoopsubsidie;
3° een waarborg.
§ 2. Onder kwalitatieve infrastructuur wordt begrepen een infrastructuur die minstens aan de brandveiligheidsnormen en de architecturale erkenningsnormen voldoet of, desgevallend, de architecturale normen opgenomen in een overeenkomst bedoeld in artikel 2, 6°, van deze ordonnantie.
Het Verenigd College kan bijkomende kwaliteitsnormen vastleggen waaraan de infrastructuur moet voldoen in het kader van een financiering op basis van deze ordonnantie.
Art. 5.
Met uitzondering van de centra voor daklozen en de centra voor algemeen welzijnswerk, worden de subsidies en waarborgen toegekend aan de instellingen, in overeenstemming met het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Zij worden toegekend als compensatie voor de verplichtingen die voortvloeien uit de opdracht van openbare dienstverlening die aan de instellingen is toevertrouwd met het oog op het waarborgen van een kwalitatieve en toegankelijke welzijns- en gezondheidszorg.
In de specifieke gevallen waarbij de centra voor daklozen of de centra voor algemeen welzijnswerk een dienst van algemeen economisch belang uitoefenen, verzekert het Verenigd College de conformiteit van de toegekende financiering ten opzichte van het voornoemde besluit 2012/21/EU.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden om voor een subsidie of waarborg in aanmerking te komen
Art. 6.
Om voor een subsidie of waarborg in aanmerking te komen, moet de aanvrager de vorm van één van volgende rechtspersonen aannemen:
1° stichting van openbaar nut;
2° publiekrechtelijk rechtspersoon;
3° privaatrechtelijke rechtspersoon zonder winstoogmerk;
4° ziekenfonds of landsbond van ziekenfondsen;
5° coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming.
Art. 7.
Om in aanmerking te komen voor een waarborg moet de aanvrager een lening aangaan bij een financiële instelling. Het Verenigd College bepaalt de voorwaarden waaraan een lening moet voldoen om in aanmerking te komen voor een waarborg.
HOOFDSTUK 3. - Berekening van de subsidie
Art. 8.
Het Verenigd College bepaalt de infrastructuurkosten die in aanmerking komen voor de subsidie.
Art. 9.
De administratie berekent de maximumkost per type instelling voor elk project, op basis van de capaciteit of de oppervlakte, overeenkomstig de door het Verenigd College vastgelegde nadere regels.
Art. 10.
Wanneer de infrastructuur die het voorwerp uitmaakt van een subsidieaanvraag, gedeeltelijk bestemd is voor de uitvoering van een activiteit die buiten de door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie toevertrouwde opdracht van algemeen belang valt, wordt het aldus berekende bedrag verminderd met het gedeelte van de investering dat voor deze externe activiteit is bestemd.
Art. 11.
§ 1. Voor de voorzieningen voor ouderen, de diensten voor personen met een handicap, de centra voor algemeen welzijnswerk, de multidisciplinaire structuren, de initiatieven van beschut wonen en de kinderopvang, is het maximaal subsidiebedrag van een project beperkt tot zestig procent van het laagste van onderstaande bedragen:
1° de maximumkost;
2° de werkelijke infrastructuurkosten.
§ 2. Voor de centra voor daklozen, de revalidatiecentra, de centra voor personen met een handicap en de diensten voor geestelijke gezondheidszorg, is het maximaal subsidiebedrag van een project beperkt tot het laagste van onderstaande bedragen:
1° de maximumkost;
2° de werkelijke infrastructuurkosten.
§ 3. Het Verenigd College bepaalt hoe de werkelijke infrastructuurkosten worden vastgesteld.
Art. 12.
De som van door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie reeds toegekende subsidies en het door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie gewaarborgde bedrag mag op geen enkel moment de maximumkost of de werkelijke infrastructuurkosten van een project overschrijden.
HOOFDSTUK 4. - Investeringskalender
Art. 13.
§ 1. Een project kan slechts opgenomen worden in een investeringskalender na deelname en selectie in het kader van een projectoproep.
Het Verenigd College kan afwijken van deze regel voor dringende of uitzonderlijke gevallen en mits motivatie.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de procedure en de nadere regels betreffende de organisatie van projectoproepen.
Art. 14.
Om in aanmerking te komen voor een subsidie, moet een project opgenomen zijn in een door het Verenigd College goedgekeurde investeringskalender. Deze kalender:
1° heeft een vooropgesteld budget en is beperkt tot de beschikbare begrotingskredieten;
2° heeft een minimumduur van 3 jaar;
3° bevat een lijst met de in de investeringskalender opgenomen projecten met per project:
a) een korte beschrijving;
b) een maximaal subsidiebedrag, bedoeld in artikel 11;
c) een inschatting van de datum van de start van de werken of de aankoop.
HOOFDSTUK 5. - Procedure betreffende de toekenning van een bouwsubsidie
Afdeling 1. - Ontwerpdossier
Art. 15.
§ 1. De aanvrager dient een ontwerpdossier in bij de administratie ten laatste zes maanden voor de in de investeringskalender voorziene startdatum van de werken.
Als de aanvrager binnen de voorziene termijn geen dossier of een aanvraag tot uitstel van deze termijn heeft ingediend, wordt het project geschrapt van de investeringskalender.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt:
1° de nadere regels met betrekking tot het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van het ontwerpdossier;
2° de regels voor de behandeling van de aanvragen tot uitstel.
Afdeling 2. - Gunning van opdrachten voor werken of leveringen
Art. 16.
§ 1. De aanvrager dient een gunningsdossier in bij de administratie voor één of meerdere percelen opgenomen in het goedgekeurde ontwerpdossier.
De aanvrager mag geen opdracht gunnen vóór de goedkeuring van het bijhorende gunningsdossier, behalve in geval van dwingende spoed die voortvloeit uit gebeurtenissen die niet konden voorzien worden door de aanvrager.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de nadere regels met betrekking tot het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van het gunningsdossier.
§ 3. De goedkeuring van het gunningsdossier verleent een subjectief recht tot subsidiëring van de kosten gelinkt aan de percelen die opgenomen zijn in het gunningsdossier.
Afdeling 3. - Uitvoering van de werken of leveringen
Art. 17.
Het Verenigd College bepaalt de nadere regels betreffende de in te dienen documenten, wijzigingen en het toezicht van de administratie tijdens de uitvoering van werken of leveringen.
Afdeling 4. - Eindafrekening
Art. 18.
§ 1. De aanvrager dient een eindafrekeningsdossier in bij de administratie binnen de zes maanden volgend op de voorlopige oplevering.
Als de aanvrager binnen de voorziene termijn geen dossier of een aanvraag tot uitstel van deze termijn heeft ingediend, kan de verdere vereffening van de subsidie stopgezet worden.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt:
1° de nadere regels betreffende het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van het eindafrekeningsdossier;
2° de regels voor de behandeling van de aanvragen tot uitstel en de stopzetting van de vereffening.
HOOFDSTUK 6. - Procedure betreffende de toekenning van een aankoopsubsidie
Afdeling 1. - Aankoopdossier
Art. 19.
§ 1. De aanvrager dient een aankoopdossier in bij de administratie ten laatste twee jaar na de datum van de aankoop zoals voorzien in de investeringskalender.
Als de aanvrager binnen de voorziene termijn geen dossier of een aanvraag tot uitstel van deze termijn heeft ingediend, wordt het project geschrapt van de investeringskalender.
De aanvrager mag geen verkoopovereenkomst of authentieke akte tekenen vóór de goedkeuring van het aankoopdossier.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt:
1° de nadere regels betreffende het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van het aankoopdossier;
2° de regels voor de behandeling van de aanvragen tot uitstel.
§ 3. De goedkeuring van het aankoopdossier verleent een subjectief recht op subsidiëring van de kosten voor de aankoop van het terrein en/of gebouw.
§ 4. In functie van de eventuele goedkeuring van het aankoopdossier, maakt de aanvrager het de administratie mogelijk om het terrein en/of gebouw te bezoeken.
Afdeling 2. - Afrekening aankoop
Art. 20.
§ 1. De aanvrager dient een afrekeningsdossier met betrekking tot de aankoop van het terrein en/of gebouw in bij de administratie binnen zes maanden na het verlijden van de authentieke akte.
Als de aanvrager binnen de voorziene termijn geen dossier of een aanvraag tot uitstel van deze termijn heeft ingediend, kan de reeds toegekende subsidie volledig teruggevorderd worden.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt:
1° de nadere regels voor het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van het afrekeningsdossier;
2° de regels betreffende de behandeling van de aanvragen tot uitstel en de terugvordering van de subsidie.
HOOFDSTUK 7. - Vereffening van de subsidie
Art. 21.
§ 1. Een subsidie kan als volgt vereffend worden:
1° via een directe financiering:
a) in geval van een bouwsubsidie: na voorlegging van de vorderingsstaten en bij de goedkeuring van het eindafrekeningsdossier;
b) in geval van een aankoopsubsidie: bij de respectievelijke goedkeuring van het aankoopdossier en het afrekeningsdossier met betrekking tot de aankoop;
2° via een financiering over een periode van 20 jaar mits een forfaitaire interestvergoeding.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de nadere regels voor de vereffening van de subsidies en de berekening van de interestvergoeding.
HOOFDSTUK 8. - Procedure met betrekking tot de toekenning van de waarborg
Afdeling 1. - Principeakkoord
Art. 22.
Het Verenigd College bepaalt de nadere regels betreffende het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van het dossier met betrekking tot het verkrijgen van een principeakkoord voor de toekenning van de waarborg.
Afdeling 2. - Toekenning van de waarborg
Art. 23.
§ 1. Na het verkrijgen van een principeakkoord voor de toekenning van de waarborg en nadat desgevallend een eerste gunningsdossier of aankoopdossier werd goedgekeurd, kan de aanvrager een aanvraag indienen tot toekenning van de waarborg.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de nadere regels betreffende het indienen, de samenstelling en de goedkeuring van de aanvraag tot toekenning van de waarborg en betreffende de machtiging voor het ondertekenen van de bijhorende financieringscontracten en desgevallend pari-passu overeenkomsten.
Afdeling 3. - Verplichtingen verbonden aan de toekenning van de waarborg
Art. 24.
Het Verenigd College bepaalt de verplichtingen van de aanvrager en van de financiële instelling verbonden aan de toekenning van de waarborg.
HOOFDSTUK 9. - Toezicht en sancties
Art. 25.
§ 1. Het Verenigd College beslist om een subsidie terug te vorderen en/of de jaarlijkse vereffening van een subsidie stop te zetten in volgende gevallen:
1° de bestemming of het gebruik van het goed wijzigt;
2° als er sprake is van vervreemding of verandering inzake zakelijke rechten van het goed;
3° het goed wordt niet beheerd en onderhouden als een voorzichtig en redelijk persoon dat zou doen;
4° een of meerdere normen, bedoeld in artikel 4, § 2, worden niet nageleefd;
5° de infrastructuur is niet erkend door het Verenigd College of de aanvrager beschikt niet over een overeenkomst met Iriscare voor wat betreft deze infrastructuur.
§ 2. Het Verenigd College kan de in paragraaf 1 bedoelde gevallen preciseren, en bepaalt hoe een subsidie teruggevorderd wordt en hoe de jaarlijkse vereffening van een subsidie stopgezet wordt.
§ 3. Na de ingebruikname van een infrastructuur waarvoor een subsidie werd toegekend, kan de administratie ter plaatse of op stukken controleren of de infrastructuur zich bevindt in één van de gevallen bedoeld in paragraaf 1.
HOOFDSTUK 10. - Opheffings- en overgangsbepalingen
Art. 26.
Hoofdstuk V van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor ouderen wordt opgeheven.
Art. 27.
De subsidiëring van projecten wordt afgehandeld volgens de regels die vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie van kracht waren, indien voor deze projecten vóór de datum van de inwerkingtreding van deze ordonnantie:
1° het Verenigd College een afzonderlijk subsidiebesluit heeft goedgekeurd;
2° de ministers een voorontwerpdossier hebben goedgekeurd als bedoeld in artikel 5 van het besluit van het Verenigd College van 7 mei 2009 tot bepaling van de regels betreffende de verschillende vormen van financiële tegemoetkoming van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de bouw, de uitbreiding, de verbouwing of de uitrusting van gebouwen bestemd voor de uitoefening van de activiteiten van de voorzieningen bedoeld in de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor ouderen;
3° de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare een principeakkoord heeft goedgekeurd voor de financiering van werken in het kader van het forfait voor de revalidatiecentra.
Art. 28.
Onverminderd artikel 27, geldt de termijn van zes maanden opgenomen in artikel 15, § 1, eerste lid, niet voor projecten die reeds vóór de datum van de inwerkingtreding van deze ordonnantie opgenomen zijn in een bestaande investeringskalender.
Voor de projecten bedoeld in het eerste lid, dient de aanvrager uiterlijk vóór 1 januari 2025 een ontvankelijk ontwerpdossier in bij de administratie.
Art. 29.
Volgende bepalingen zijn niet van toepassing op projecten waarvoor een verkoopovereenkomst werd ondertekend tussen 1 juli 2023 en 1 juli 2024, in zoverre de aanvrager ten laatste op 1 juli 2025 een aanvraag tot aankoopsubsidie ingediend heeft in het kader van een projectoproep:
1° artikel 19, § 1, derde lid;
2° de termijn van zes maanden bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 22 februari 2024.