24 APRIL 2008 – Ordonnantie betreffende de voorzieningen voor ouderen
HOOFDSTUK III. - Erkenning.
Art. 11.
§ 1. [Zonder voorafgaande erkenning als ouderenvoorziening door het Verenigd College of zonder daarvoor een toelating te hebben gekregen van het Verenigd College door middel van een voorlopige werkingsvergunning kan geen enkele in artikel 2, 4° a), b), alpha), c), d), e), f) of g) bedoelde voorziening in gebruik worden gesteld en mag geen enkele beheerder diensten aanbieden in een in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorziening]1.
[De erkenning wordt door het Verenigd College, na advies van de Beheerraad, voor onbepaalde duur toegekend]1.
De in het tweede lid bedoelde beslissing tot erkenning bepaalt het maximum aantal [ouderen]2die in de voorziening kunnen worden gehuisvest of opgevangen.
Om te worden erkend door het Verenigd College, moet de voorziening in voorkomend geval voldoen aan de door de bevoegde federale overheid opgelegde normen alsook aan de normen die het Verenigd College, na advies [van de Beheerraad]3, kan opleggen voor iedere categorie van voorzieningen bedoeld in artikel 2, 4°.
Die normen hebben betrekking op :
7° behalve de in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorzieningen, de architectonische en veiligheidsnormen die specifiek gelden voor de voorzieningen [, alsook het brandveiligheidsattest zoals bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid]4;
Art. 12.
[§ 1. De erkenningsaanvraag gaat vergezeld van een beschrijvend dossier, waarvan de inhoud door het Verenigd College, op advies van de Beheerraad, wordt vastgesteld.
Behalve voor de in artikel 2, 4°, b), bèta, bedoelde voorzieningen, bevat het in het eerste lid bedoelde beschrijvend dossier in elk geval een door de burgemeester afgeleverd brandveiligheidsattest, op basis van een bezoekverslag van de brandweer. Dit attest bepaalt in welke mate de voorziening voldoet aan de voor haar geldende brandveiligheidsnormen.
Het Verenigd College stelt de nadere regels voor het in het tweede lid bedoelde brandveiligheidsattest vast, met name de toekenningsprocedure en de geldigheidsduur.
De in het derde lid bedoelde toekenningsprocedure bepaalt in elk geval dat, op verzoek van de beheerder en op advies van de in artikel 19/5 bedoelde Commissie voor brandveiligheid in ouderenvoorzieningen, een afwijking van de in artikel 11, § 1, vijfde lid, 7°, bedoelde veiligheidsnormen aan een voorziening kan worden toegekend in het kader van de afgifte van het in het tweede lid bedoelde attest.]5.
HOOFDSTUK III/2. [Commissie voor brandveiligheid in ouderenvoorzieningen]6
Art. 19/5.
[Bij Iriscare wordt een Commissie voor brandveiligheid in ouderenvoorzieningen opgericht, die bevoegd is adviezen uit te brengen over de brandveiligheid in de ouderenvoorzieningen, met uitzondering van de in artikel 2, 4°, b), bèta, bedoelde voorzieningen. Deze adviserende bevoegdheid heeft betrekking op:
1° nieuwe regelgevende initiatieven inzake brandpreventie in ouderenvoorzieningen;
2° de toekenning van afwijkingen op de in artikel 11, § 1, vijfde lid, 7°, bedoelde veiligheidsnormen.
Het Verenigd College bepaalt de samenstelling en de werking van de in het eerste lid bedoelde commissie. Het Verenigd College stelt bovendien de regels vast voor de financiering van de werkingskosten van de commissie en de vergoedingen van de leden.]6
- 1 <ORD 2022-12-15/30, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 2 <ORD 2022-12-15/30, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 3 <ORD 2022-12-15/30, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 4 <ORD 2023-12-22/19, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 5 <ORD 2023-12-22/19, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 6 <Ingevoegd bij ORD 2023-12-22/19, art. 14, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>