24 APRIL 2008 – Ordonnantie betreffende de voorzieningen voor ouderen
HOOFDSTUK III. - Erkenning.
Art. 11.
§ 1. [Zonder voorafgaande erkenning als ouderenvoorziening door het Verenigd College of zonder daarvoor een toelating te hebben gekregen van het Verenigd College door middel van een voorlopige werkingsvergunning kan geen enkele in artikel 2, 4° a), b), alpha), c), d), e), f) of g) bedoelde voorziening in gebruik worden gesteld en mag geen enkele beheerder diensten aanbieden in een in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorziening]1.
[De erkenning wordt door het Verenigd College, na advies van de Beheerraad, voor onbepaalde duur toegekend]1.
De in het tweede lid bedoelde beslissing tot erkenning bepaalt het maximum aantal [ouderen]2die in de voorziening kunnen worden gehuisvest of opgevangen.
Om te worden erkend door het Verenigd College, moet de voorziening in voorkomend geval voldoen aan de door de bevoegde federale overheid opgelegde normen alsook aan de normen die het Verenigd College, na advies [van de Beheerraad]3, kan opleggen voor iedere categorie van voorzieningen bedoeld in artikel 2, 4°.
Die normen hebben betrekking op :
1° de opname en de opvang van de [ouderen]2[, en de regels voor het bijhouden van [een individuele fiche en]4een vertrouwelijk dossier voor elke oudere, waarvan het Verenigd College de inhoud bepaalt]1;
2° het respect voor de bejaarde, zijn grondwettelijke en wettelijke rechten en vrijheden, rekening houdend met zijn gezondheid [, zijn recht op een menswaardig leven en het verbod van elke discriminatie ten zijn opzichte, in de zin van de ordonnantie van 30 juni 2022 ter bevordering van de diversiteit en ter bestrijding van de discriminatie in de instellingen, centra en diensten die tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren alsook in de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]5met name het verbod voor de voorziening of de personeelsleden om het beheer van het geld en van de goederen van de [oudere]2of van zijn vertegenwoordiger of hun inbewaargeving te eisen of te aanvaarden, zijn recht om zich vrij te verplaatsen en slechts de bezoekers van zijn keuze te ontvangen, zijn recht om vrij over zijn bezittingen te beschikken, [, en de regels voor het bijhouden van een vertrouwelijk dossier voor elke oudere, waarvan het Verenigd College de inhoud bepaalt]1zonder afbreuk te doen aan de beperkingen van die rechten en vrijheden door of krachtens de wet, het decreet of de ordonnantie;
[2/1° de voorwaarden waaronder in een voorziening maatregelen inzake immobilisatie, toezicht of afzondering kunnen worden genomen, met dien verstande dat die maatregelen slechts in uitzonderlijke omstandigheden mogen worden genomen, als er een risico op gevaar is voor de oudere of voor een derde, nadat alle alternatieve maatregelen zijn uitgeput, en met garanties op voorlichting;]4
3° het [leefproject van de voorziening]1alsook de wijzen van participatie en voorlichting van de [ouderen]2of van hun vertegenwoordiger;
4° het onderzoek en de behandeling van de klachten van de [ouderen]2of van hun vertegenwoordiger;
5° de voeding, de hygiëne [, begeleiding, [de aan de ouderen te verstrekken hulp en zorg, met inbegrip van de toediening van geneesmiddelen, alsook activiteiten die aan de ouderen moeten worden aangeboden binnen of buiten de voorziening"]4]1;
[5/1° [de regels voor het bijhouden van een individueel gezondheidsdossier voor elke oudere, waarvan het Verenigd College de inhoud bepaalt. Dit individuele gezondheidsdossier omvat in elk geval de gegevens die zijn opgenomen in het patiëntendossier in de zin van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;]4;
5/2° de maatregelen die bestemd zijn om de preventie van besmettelijke ziekten te garanderen ; " ;
6° [het aantal, de opdrachten, de kwalificatie, het opvangbeleid, de voortgezette opleiding, met inbegrip van het plan voor voortgezette opleiding, de moraliteit en de minimale aanwezigheidsvereisten voor het personeel en de directie en, wat die laatste betreft, de onverenigbaarheden en de vereiste ervaringsvoorwaarden]4;
[6/1° de moraliteit van de beheerder;
6/2° de samenwerking met zorgverleners en externe personen of diensten die in of ten behoeve van de voorziening prestaties leveren en de vereiste van een functionele band met een andere voorziening, dienst of zorginstelling;
6/3° het kwaliteitsbeleid van de voorzieningen, waarvoor het Verenigd College de nadere regels vastlegt;
6/4° voor voorzieningen waar medische verzorging wordt verstrekt, het beleid voor de organisatie van de verzorging en de medische activiteit binnen de voorziening, met inbegrip van de vaststelling van de rechten en plichten van de behandeld artsen die in de voorziening werken;]4
7° behalve de in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorzieningen, de architectonische en veiligheidsnormen die specifiek gelden voor de voorzieningen [, alsook het brandveiligheidsattest zoals bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid]4;
[7/1° de verplicht ter beschikking van de ouderen gestelde uitrusting ;
7/2° de maximale capaciteit van de voorziening ;
7/3° de lijst van goederen en diensten die in de dagprijs moeten worden opgenomen of die het voorwerp kunnen uitmaken van een toeslag of voorschot ten gunste van derden]3
8° behalve in de in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorzieningen, de overeenkomst voor opvang of huisvesting. Het Verenigd College bepaalt de inhoud ervan.
De overeenkomst moet onder meer duidelijk en uitputtend vermelden welke elementen gedekt worden door de dagprijs en welke kosten kunnen aangerekend worden hetzij als toeslagen hetzij als voorschotten ten gunste van derden bovenop de dagprijs.
Ze mag niet voorzien in de betaling van een ander voorschot of andere waarborgsom dan die door het Verenigd College toegestaan.
Het Verenigd College kan, in voorkomend geval, aanvullende regels vastleggen voor de bepaling van de gefactureerde prijzen;
9° het huishoudelijk reglement;
10° de boekhouding, [met inbegrip van]1de individuele rekening die wordt opgesteld voor elke gehuisveste of opgevangen persoon, de maandelijkse factuur en het recht voor de bejaarde of zijn vertegenwoordiger om de opgestelde rekening te raadplegen, met naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen die op de beheerders van toepassing zijn wat de boekhouding betreft;
11° in de in artikel 2, 4°, b) (bêta), bedoelde voorzieningen, de overeenkomst gesloten tussen de vereniging van de mede-eigenaars of haar gemachtigde, en de kandidaatdienstverlener; <Erratum, B.S. 24-07-2008, p. 38602>
overeenkomst die iedere bewoner verplicht dient te onderschrijven; indien de [oudere]2geen eigenaar is, worden alle verplichtingen tussen eigenaar en dienstverlener opgenomen in de huurovereenkomst;
12° de verzekeringscontracten die door de beheerder gesloten moeten worden.
[13° de normen voor de bijzondere erkenning van plaatsen voor de verzorging van zwaar afhankelijke en hulpbehoevende ouderen.]4
[§ 1/1. Het Verenigd College stelt specifieke normen vast voor de huisvesting in een aangepaste eenheid voor verwarde ouderen of ouderen met ernstige cognitieve stoornissen of bij wie dementie is vastgesteld.]6
§ 2. Het Verenigd College kan, na advies [van de Beheerraad]3, voor groeperingen en fusies van voorzieningen speciale normen vaststellen.
Art. 12.
[§ 1. De erkenningsaanvraag gaat vergezeld van een beschrijvend dossier, waarvan de inhoud door het Verenigd College, op advies van de Beheerraad, wordt vastgesteld.
Behalve voor de in artikel 2, 4°, b), bèta, bedoelde voorzieningen, bevat het in het eerste lid bedoelde beschrijvend dossier in elk geval een door de burgemeester afgeleverd brandveiligheidsattest, op basis van een bezoekverslag van de brandweer. Dit attest bepaalt in welke mate de voorziening voldoet aan de voor haar geldende brandveiligheidsnormen.
Het Verenigd College stelt de nadere regels voor het in het tweede lid bedoelde brandveiligheidsattest vast, met name de toekenningsprocedure en de geldigheidsduur.
De in het derde lid bedoelde toekenningsprocedure bepaalt in elk geval dat, op verzoek van de beheerder en op advies van de in artikel 19/5 bedoelde Commissie voor brandveiligheid in ouderenvoorzieningen, een afwijking van de in artikel 11, § 1, vijfde lid, 7°, bedoelde veiligheidsnormen aan een voorziening kan worden toegekend in het kader van de afgifte van het in het tweede lid bedoelde attest.
§ 2. Het Verenigd College meldt de ontvangst van de in § 1, eerste lid, bedoelde erkenningsaanvraag binnen vijftien dagen na de ontvangst ervan en geeft, in voorkomend geval, aan of bijkomende documenten nodig zijn voor zijn onderzoek.
De beslissing van het Verenigd College, genomen op advies van de Beheerraad, wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen de 120 dagen na ontvangst van een volledig aanvraagdossier. Wanneer deze termijn is verstreken, wordt de erkenning geacht te zijn toegekend.
De in het tweede lid bedoelde termijn wordt opgeschort in juli en augustus, alsook vanaf de toekenning van een voorlopige werkingsvergunning, en gedurende de geldigheidsduur daarvan.
§ 3. Het Verenigd College kan aanvullende nadere regels voor de erkenningsprocedure vaststellen]7.
Art. 15.
§ 1.[In deze paragraaf verstaat men onder:
1° "voorziening": een voorziening die valt onder een categorie van voorzieningen waarvoor het Verenigd College een programmering heeft vastgesteld op grond van hoofdstuk II of door toepassing van artikel 31, met uitzondering van de centra voor dagverzorging en van de plaatsen voor kortverblijf;
2° "gemiddelde niet-bezettingsgraad": de niet-bezettingsgraad van een voorziening, zoals beschikbaar in de toepassing voor de tegemoetkomingsberekening, die wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde aantal plaatsen van de voorziening tijdens een bepaalde periode;
3° "jaarlijkse gemiddelde niet-bezettingsgraad": de gemiddelde niet-bezettingsgraad tijdens de referentieperiode;
4° "referentieperiode": referentieperiode die start op 1 juli van het jaar T-2 en eindigt op 30 juni van het jaar T-1, waarbij het eerste jaar T het jaar 2024 betreft;
5° "plaats": een plaats waarbij een voorziening een erkenning of een voorlopige werkingsvergunning geniet.
Elk jaar vervallen van rechtswege de erkenningen van de helft van het gemiddelde aantal plaatsen van een voorziening die tijdens de referentieperiode onbezet waren. Het verval van de erkenningen wordt door Iriscare vastgesteld op 15 april van elk jaar T op basis van de jaarlijkse gemiddelde niet-bezettingsgraad van elke voorziening.
In afwijking van het tweede lid heeft, wanneer het aantal plaatsen waarvan het verval van de erkenning zou moeten worden vastgesteld hoger is dan het gemiddelde aantal onbezette plaatsen tijdens het laatste kwartaal van het jaar T-1, het verval alleen betrekking op het gemiddelde aantal onbezette plaatsen tijdens het laatste kwartaal van het jaar T-1.
In afwijking van het tweede en het derde lid mag elke voorziening over onbezette plaatsen ten belope van vijf procent van haar plaatsen beschikken, met een minimum van drie onbezette plaatsen. Het minimum van drie niet-bezette erkende plaatsen wordt verhoogd tot 25 wanneer de toepassing van het tweede of het derde lid het totale aantal plaatsen met een bijzondere erkenning voor de verzorging van zwaar afhankelijke en hulpbehoevende ouderen in een voorziening zou verlagen naar minder dan 25.
Voor alle latere opvang- of huisvestingcapaciteitstoenames moet opnieuw een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie worden aangevraagd.
Het aantal onbezette plaatsen waarvoor de erkenning in toepassing van het tweede of het derde lid als vervallen moet worden beschouwd, wordt, in voorkomend geval, naar de lagere eenheid afgerond.
Het aantal onbezette plaatsen waarover een voorziening in toepassing van het vierde lid mag beschikken wordt, in voorkomend geval, naar de hogere eenheid afgerond.
Het tweede lid is niet van toepassing gedurende de eerste vijf jaar na de toekenning van de eerste voorlopige werkingsvergunning van de voorziening, noch gedurende de eerste vijf jaar na de toekenning van een voorlopige werkingsvergunning voor een uitbreiding met meer dan 20% van de erkende capaciteit van de voorziening.
Het Verenigd College mag de regels voor de berekening van de gemiddelde niet-bezettingsgraad van de plaatsen, zoals bedoeld in deze paragraaf, verduidelijken en aanvullen. Het mag het percentage en het aantal plaatsen, zoals bedoeld in het vierde lid, wijzigen. Het mag ook het aantal jaren en het percentage, zoals bedoeld in het achtste lid, wijzigen]8
§ 2. De erkenning en de voorlopige werkingsvergunning gelden slechts voor de voorziening gevestigd op het adres vermeld in de erkenningsaanvraag. Zij vervallen van rechtswege in geval van verandering van de beheerder.
De erkenning of de voorlopige werkingsvergunning moet worden vermeld op alle akten, facturen, brieven, bestel bons en andere stukken uitgaande van de voorziening.
De naam en het nummer van de erkenning of de voorlopige werkingsvergunning van de voorziening worden goed zichtbaar op de voorgevel van de voorziening aangebracht.
Art. 15/1.
[§ 1. De beheerder die wil afzien van de erkenning van een deel van zijn plaatsen brengt het Verenigd College hiervan onmiddellijk op de hoogte, hetgeen de erkenning in overeenstemming daarmee wijzigt.
Voor alle latere opvang- of huisvestingcapaciteitstoenames moet opnieuw een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie worden aangevraagd.
§ 2. Het Verenigd College kan, op advies van de Beheerraad, de voorwaarden en nadere regels bepalen op basis waarvan er kan worden afgeweken van § 1, tweede lid, met name in het geval van tijdelijke sluiting van plaatsen wegens werken .]9
Art. 16.
Indien zich tijdens de erkenningsperiode wijzigingen voordoen in de voor de toepassing van artikel 11, § 1, vierde lid, relevante gegevens, brengt de beheerder het Verenigd College daarvan op de hoogte.
Art. 17.
§ 1. [Als wordt vastgesteld dat een norm vastgesteld krachtens artikel 11, § 1, vierde lid, niet of niet meer wordt nageleefd in een voorziening waarop hij van toepassing is, kan het Verenigd College:
1° na advies van de Beheerraad en nadat het vooraf de beheerder heeft gehoord, de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning, naargelang van het geval, weigeren, schorsen of intrekken;
2° de beheerder van deze voorziening bevelen binnen een vastgestelde termijn een of meerdere overeenkomstig artikel 11, § 1, vierde lid, vastgestelde normen na te leven.
De in het eerste lid, 1°, bedoelde beslissingen tot weigering, schorsing of intrekking van een erkenning of een voorlopige werkingsvergunning kunnen betrekking hebben op alle of een deel van de plaatsen van de voorziening]10.
§ 2. Onverminderd § 3 van dit artikel, kan het Verenigd College, bij wijze van overgangsmaatregel, de onmiddellijke sluiting van een voorziening bevelen, wanneer redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid het rechtvaardigen.
Onverminderd § 3 van dit artikel, moet de beheerder toezien op de onmiddellijke evacuatie van de bejaarde personen. Het Verenigd College licht onmiddellijk de afdeling over haar maatregel in. Het neemt een definitieve beslissing na ontvangst van het advies van de afdeling, dat binnen de dertig dagen wordt uitgebracht.
§ 3. Voor de in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorzieningen, wanneer het Verenigd College de intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de intrekking dan wel de weigering van erkenning van de voorziening of nog de onmiddellijke intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of erkenning beveelt, geeft het eveneens onmiddellijk kennis van deze beslissing aan de vereniging der mede-eigenaars of aan haar gemachtigde die, onverwijld, de behoudende maatregelen neemt die de beslissing inhoudt.
Art. 18.
Het Verenigd College kan, na advies [van de Beheerraad]3, bijkomende bepalingen vaststellen inzake de procedure, de kennisgeving of de uitvoering van de beslissingen tot toekenning, weigering tot intrekking [, schorsing]11van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning, [het in artikel 17, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde bevel,]12onmiddellijke sluiting of onmiddellijke intrekking van de erkenning [, met inbegrip van de duur van de schorsing]11.
Art. 19.
Iedere beslissing tot erkenning, tot voorlopige werkingsvergunning, tot intrekking [of tot schorsing]13van de voorlopige werkingsver gunning, tot weigering [, tot schorsing]13of tot intrekking van de erkenning en tot sluiting van een voorziening wordt binnen de zestig dagen aan de burgemeester meegedeeld. Hij houdt een register bij van de voorzieningen op het grondgebied van zijn gemeente. Dat register is toegankelijk voor de bevolking.
- 1 <ORD 2022-12-15/30, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 2 <ORD 2022-12-15/30, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 3 <ORD 2022-12-15/30, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 4 <ORD 2023-12-22/19, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 5 <ORD 2022-06-30/06, art. 30, 004; Inwerkingtreding : 14-08-2022>
- 6 <ORD 2023-12-22/19, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 7 <ORD 2023-12-22/19, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 8 <ORD 2023-12-22/19, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 9 <Ingevoegd bij ORD 2022-12-15/30, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 10 <ORD 2023-12-22/19, art. 11, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 11 <ORD 2022-12-15/30, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 12 <ORD 2023-12-22/19, art. 12, 006; Inwerkingtreding : 11-01-2024>
- 13 <ORD 2022-12-15/30, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>