24 APRIL 2008 – Ordonnantie betreffende de voorzieningen voor ouderen

HOOFDSTUK II. - Programmering

Afdeling 2. - Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.

Art. 8.

Het Verenigd College beveelt, na advies [van de Beheerraad]1, de sluiting van een voorziening die in gebruik of in exploitatie is genomen zonder de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie te hebben verkregen of waarvan de aanvraag is geweigerd.

Het artikel [artikel 17, § 1/2,]2is van toepassing.

HOOFDSTUK III. - Erkenning.

Art. 17.

§ 1. [Als wordt vastgesteld dat een norm vastgesteld krachtens artikel 11, § 1, vierde lid, niet of niet meer wordt nageleefd in een voorziening waarop hij van toepassing is, kan het Verenigd College:

1° na advies van de Beheerraad en nadat het vooraf de beheerder heeft gehoord, de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning, naargelang van het geval, weigeren, schorsen of intrekken;

2° de beheerder van deze voorziening bevelen binnen een vastgestelde termijn een of meerdere overeenkomstig artikel 11, § 1, vierde lid, vastgestelde normen na te leven.

De in het eerste lid, 1°, bedoelde beslissingen tot weigering, schorsing of intrekking van een erkenning of een voorlopige werkingsvergunning kunnen betrekking hebben op alle of een deel van de plaatsen van de voorziening]3.

§ 2. Onverminderd § 3 van dit artikel, kan het Verenigd College, bij wijze van overgangsmaatregel, de onmiddellijke sluiting van een voorziening bevelen, wanneer redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid het rechtvaardigen.

Onverminderd § 3 van dit artikel, moet de beheerder toezien op de onmiddellijke evacuatie van de bejaarde personen. Het Verenigd College licht onmiddellijk de afdeling over haar maatregel in. Het neemt een definitieve beslissing na ontvangst van het advies van de afdeling, dat binnen de dertig dagen wordt uitgebracht.

§ 3. Voor de in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde voorzieningen, wanneer het Verenigd College de intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de intrekking dan wel de weigering van erkenning van de voorziening of nog de onmiddellijke intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of erkenning beveelt, geeft het eveneens onmiddellijk kennis van deze beslissing aan de vereniging der mede-eigenaars of aan haar gemachtigde die, onverwijld, de behoudende maatregelen neemt die de beslissing inhoudt.

Art. 18.

Het Verenigd College kan, na advies [van de Beheerraad]1, bijkomende bepalingen vaststellen inzake de procedure, de kennisgeving of de uitvoering van de beslissingen tot toekenning, weigering tot intrekking [, schorsing]4van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning, [het in artikel 17, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde bevel,]5onmiddellijke sluiting of onmiddellijke intrekking van de erkenning [, met inbegrip van de duur van de schorsing]4.

Art. 19.

Iedere beslissing tot erkenning, tot voorlopige werkingsvergunning, tot intrekking [of tot schorsing]6van de voorlopige werkingsver gunning, tot weigering [, tot schorsing]6of tot intrekking van de erkenning en tot sluiting van een voorziening wordt binnen de zestig dagen aan de burgemeester meegedeeld. Hij houdt een register bij van de voorzieningen op het grondgebied van zijn gemeente. Dat register is toegankelijk voor de bevolking.

Art. 19/1.

[§ 1. Het Verenigd College legt de sluiting op van alle ouderenvoorzieningen die in gebruik genomen of geëxploiteerd worden zonder dat zij beschikken over een voorlopige werkingsvergunning of een erkenning.

Het Verenigd College stelt, op advies van de Beheerraad de procedure, vast die van toepassing is op de in het eerste lid bedoelde sluiting.

Deze procedure bevat in elk geval de oprichting door het Verenigd College van een cel die erop gericht is het proces van verhuizing van de bewoners naar een andere voorziening te begeleiden, waarbij de keuzevrijheid van de bewoner en de verplichting voor de beheerder om aan dit proces mee te werken zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De verhuizing dient plaats te vinden binnen een termijn van drie maanden vanaf de ontvangst door de beheerder van de kennisgeving van de in het eerste lid bedoelde beslissing tot sluiting. Eens deze termijn overschreden, is de voorziening gesloten.

§ 2. Het Verenigd College legt de stopzetting van activiteiten op aan de beheerder van een in artikel 2, 4°, b), bêta), bedoelde serviceresidentie die niet over een voorlopige werkingsvergunning of erkenning beschikt.

Het Verenigd College stelt, op advies van de Beheerraad, de procedure vast die van toepassing is op in het eerste lid bedoelde beslissing tot stopzetting van activiteiten.]7

Art. 19/2.

[Als ondanks de inwerkingtreding van een beslissing tot sluiting van een voorziening, zoals bedoeld in de artikelen 8, 17, §§ 1/2 en 2, en 19/1, § 1, wordt vastgesteld dat de exploitatie ervan niet is stopgezet, gaat de burgemeester, op schriftelijk verzoek van het Verenigd College, over tot de effectieve sluiting, onverminderd de bevoegdheid die door de Nieuwe Gemeentewet aan de burgemeester is verleend. Hij beveelt de stopzetting van de activiteiten en, in voorkomend geval, de ontruiming van de gebouwen, en verzegelt de gebouwen.

Die maatregelen worden uitgevoerd op kosten en risico van de beheerder. Het Verenigd College bepaalt de procedure daarvan .]8

Art. 19/3.

[Indien bij de controle ernstige tekortkomingen worden vastgesteld en de beheerder deze niet verhelpt binnen de door de diensten van Iriscare gestelde termijn, kan het Verenigd College op kosten van de beheerder een commissaris aanstellen om de directie van de voorziening te begeleiden gedurende de tijd die nodig is om de vastgestelde ernstige tekortkomingen in orde te brengen.

De commissaris keurt vooraf alle beslissingen met betrekking tot de voorziening en de bewoners goed.

Het Verenigd College stelt de nadere regels en voorwaarden ter zake vast, alsook de rechten en plichten van de commissaris en de voorzieningen.]9

HOOFDSTUK VI. - [Klachten, inspectie]10en strafbepalingen.

Art. 28/1.

[§ 1. Een administratieve geldboete :

1° van 2.500 tot 25.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder die een voorziening exploiteert zonder erkenning of voorlopige werkingsvergunning ;

2° van 2.500 tot 25.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder die een hoger aantal bewoners opvangt dan het aantal toegestaan door de erkenning of de voorlopige werkingsvergunning waarover hij beschikt ;

[2/1° van 2.500 tot 25.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder aan wie het Verenigd College heeft bevolen binnen een vastgestelde termijn een of meerdere normen na te leven die zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 11, § 1, vierde lid, en die de in het bevel bedoelde normen niet naleeft binnen die termijn;".

2/2° van 2.500 tot 25.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder die de op grond van artikel 19/4, eerste en tweede lid, vastgestelde procedureregels, die bedoeld zijn om de ouderen te beschermen, overtreedt of de op grond van artikel 19/4, derde lid, aan de vrijwillige sluiting verbonden gevolgen overtreedt.]11

3° van 2.500 tot 25.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder die nieuwe bewoners opvangt ondanks een beslissing tot schorsing van de erkenning of van de voorlopige werkingsvergunning ;

4° van 250 euro tot 5.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder die opzettelijk een onjuiste of onoprechte verklaring aflegt om een specifieke vergunning voor ingebruikneming en exploitatie, een vergunning voor werken, een voorlopige werkingsvergunning of een erkenning te verkrijgen of te behouden ;

5° van 5.000 euro tot 50.000 euro wordt opgelegd aan de beheerder die de termijnen van de vergunning voor werken niet naleeft ;

6° van 250 euro tot 5.000 euro wordt opgelegd aan de persoon die opzettelijk weigert de op grond van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten vereiste gegevens te verstrekken aan Iriscare of aan de in artikel 27 bedoelde ambtenaren of die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt.

§ 2. In geval van herhaling binnen vijf jaar na de vaststelling [van een inbreuk die aanleiding heeft gegeven tot een administratieve boete als bedoeld in paragraaf 1]11worden de hierboven genoemde bedragen verdubbeld.

§ 3. [De administratieve geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de inbreuk is vastgesteld en nadat de betrokkene is gehoord.

Indien de vaststelling van de inbreuk wordt vastgesteld in een controleverslag in de zin van artikel 28, § 2, loopt de in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden vanaf de kennisgeving van het in artikel 28, § 5, bedoelde controleverslag.

Indien een administratieve geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de betalingswijze en de betalingstermijn ervan. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en binnen welke termijn beroep tegen de beslissing kan worden aangetekend]11.

Het Verenigd College stelt de voorwaarden vast waarop de administratieve geldboete wordt opgelegd en betaald. Het Verenigd College stelt de ambtenaren aan die ertoe gemachtigd zijn de geldboete op te leggen.

De opbrengst van de in dit artikel bedoelde administratieve geldboetes wordt gestort in de begroting van Iriscare.

Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de in het [vierde lid]11bedoelde ambtenaren het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete verlagen, zelfs tot een lager niveau dan het toepasselijke minimumbedrag.

Indien de betrokkene weigert de administratieve geldboete te betalen, wordt deze geïnd door middel van een dwangbevel. Het Verenigd College stelt de ambtenaren aan die gemachtigd zijn een dwangbevel uit te vaardigen en uitvoerbaar te verklaren. Een dwangbevel wordt betekend door een deurwaardersexploot met een rechterlijk bevel tot betaling.

Het rechterlijk bevel tot betaling van de administratieve geldboete vervalt na een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de in het eerste lid bedoelde beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek.]12

Art. 29.

§ 1. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 13 tot 125 EUR per [oudere]13opgevangen in zijn voorziening of met een van die straffen alleen :

[...]14;

2° de beheerder die ten onrechte melding maakt van de erkenning of de voorlopige werkingsvergunning;

3° de beheerder die de rekeningen van de [ouderen]13op een niet-geïndividualiseerde wijze beheert;

4° de beheerder die door list, dwang, bedreiging, bedrog of gebruik makend van de zwakke toestand of ziektetoestand van de [ouderen]13, de goederen van die persoon opeist;

5° de beheerder die, onverminderd de bepalingen van de overeenkomst, de gelden of goederen van de [oudere]13beheert;

6° de beheerder die aan de [oudere]13of zijn vertegenwoordiger, als voorafgaandelijke voorwaarde voor de opvang of het verblijf, de uitbetaling van een ander dan door het Verenigd College toegestane voorschot of andere waarborg oplegt.

§ 2. De beheerder die met overtreding van de bepalingen van deze ordonnantie en van de krachtens deze ordonnantie genomen uitvoeringsbesluiten een voorziening exploiteert, is burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten en gerechtskosten waartoe de directeur wordt veroordeeld.

§ 3. Bij wijze van veiligheidsmaatregelen kunnen de hoven en rechtbanken bovendien verbieden dat de overtreders van de strafwet of van de bepalingen van deze ordonnantie en van de uitvoeringsbesluiten ervan een in artikel 2, 4° bedoelde voorziening zouden exploiteren of leiden, zowel persoonlijk als via een tussenpersoon, gedurende een door hen te bepalen periode; die periode kan niet langer zijn dan tien jaar.

Het verbod treedt slechts in werking als er tegen de veroordeling geen gewoon of buitengewoon beroep meer mogelijk is. De overtreding van dat verbod wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een geldboete van 25 tot 125 EUR per [oudere]13opgevangen in de voorziening of met een van die straffen alleen.