4 JUNI 2009- Besluit tot vaststelling van de overgangsprogrammering, alsmede de procedures voor de vergunningen en de erkenning van de voorzieningen voor ouderen

HOOFDSTUK VII. - [Schorsing,]1Weigering en intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning

Art. 18.

[§ 1. Als na afloop van een controleverslag wordt vastgesteld dat een voorziening geheel of gedeeltelijk niet voldoet aan de erkenningsnormen, kan Iriscare een voorstel van weigering, intrekking of schorsing van een erkenning formuleren.

Als de in het eerste lid bedoelde vaststelling plaatsvindt tijdens de periode van de voorlopige werkingsvergunning, kan Iriscare een voorstel formuleren om de voorlopige werkingsvergunning in te trekken of te schorsen.

Wanneer Iriscare een voorstel van beslissing formuleert zoals bedoeld in het eerste of tweede lid stelt hij de beheerder daarvan in kennis.

§ 2. Iriscare vult het dossier aan met de schriftelijke opmerkingen van de beheerder, met alle verzamelde nuttige inlichtingen en documenten en met het proces-verbaal van verhoor van de beheerder.

Daartoe roept hij de beheerder op bij aangetekende brief, of per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs, of bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend en vermeldt hij de plaats en het tijdstip van de hoorzitting. In de oproeping wordt de mogelijkheid vermeld om zich door een raadsman te laten bijstaan.

Als geweigerd wordt om te verschijnen of zich te verdedigen, wordt dat in het proces-verbaal van het verhoor opgenomen.

Iriscare stelt een verslag op dat ter advies aan de beheerraad wordt voorgelegd.

Binnen vijftien dagen na het advies van de beheerraad worden het verslag van Iriscare en het advies van de beheerraad bezorgd aan de ministers, die beslissen over het voorstel van beslissing en de beheerder van hun beslissing in kennis stellen]2.

Art. 18/1.

[Op elk ogenblik tijdens de procedure kan Iriscare beslissen het voorstel te wijzigen of van de procedure af te zien, afhankelijk van de verzamelde aanvullende elementen en de aangebrachte verduidelijkingen. Hij brengt de beheerder hiervan onmiddellijk op de hoogte.]3

Art. 18/2.

[§ 1. De duur van de schorsing van een erkenning of een voorlopige werkingsvergunning mag niet meer dan zes maanden bedragen.

§ 2. In geval van schorsing van een erkenning of een voorlopige werkingsvergunning kan de beheerder om opheffing van de schorsing verzoeken als hij van oordeel is dat de redenen die de maatregel rechtvaardigden, niet langer bestaan. Het verzoek, dat bij aangetekende brief of bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend aan Iriscare wordt toegezonden, wordt vergezeld van een verweerschrift. Er wordt onmiddellijk overgegaan tot een controle van de voorziening. De ministers nemen hun beslissing binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek. Als er geen beslissing wordt genomen, wordt de beslissing tot schorsing geacht te zijn opgeheven.]3

Art. 19.

[...]10

Art. 20.

[...]10

HOOFDSTUK VII/1. [Specifieke bepalingen voor voorzieningen die zonder voorlopige werkingsvergunning of erkenning werken.]3

Art. 20/1.

[Wanneer Iriscare een voorstel formuleert tot sluiting van een voorziening die zonder voorlopige werkingsvergunning of erkenning werkt, stelt hij de beheerder daarvan in kennis.

Iriscare vult het dossier aan met de schriftelijke opmerkingen van de beheerder, met alle verzamelde nuttige inlichtingen en documenten en met het proces-verbaal van verhoor van de beheerder

Daartoe roept hij de beheerder op bij aangetekende brief, of per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs, of bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend en vermeldt hij de plaats en het tijdstip van de hoorzitting. In de oproeping wordt de mogelijkheid vermeld om zich door een raadsman te laten bijstaan.

Als geweigerd wordt om te verschijnen of zich te verdedigen, wordt dat in het proces-verbaal van het verhoor opgenomen.

Iriscare stelt een verslag op dat ter advies wordt voorgelegd aan de beheerraad.

Binnen vijftien dagen na het advies van de beheerraad worden het verslag van Iriscare en het advies van de beheerraad bezorgd aan de ministers, die beslissen over het voorstel van sluiting en de beheerder in kennis stellen van hun beslissing.]4

Art. 20/2.

[De artikelen 21 en 22 zijn van toepassing op de procedure tot sluiting van een voorziening die geëxploiteerd wordt zonder een voorlopige werkingsvergunning of een erkenning te hebben gekregen.]4

HOOFDSTUK VIII. - Sluiting

Art. 20/3.

[De in artikel 8, eerste lid, van de ordonnantie bedoelde beslissing tot sluiting wordt genomen door de ministers .]5

Art. 21.

Onverminderd [artikel 17, § 1/2]6, van de ordonnantie, heeft de beslissing van de Ministers houdende weigering of intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning, de sluiting van de betrokken voorziening tot gevolg [drie maanden na haar kennisgeving aan de beheerder]6.

[In afwijking van het eerste lid behouden de plaatsen waarop de beslissing tot weigering of intrekking van de bijzondere erkenning betrekking heeft hun basiserkenning en mag hun exploitatie op grond van die basiserkenning worden voortgezet als de beslissing tot weigering of intrekking enkel op een bijzondere erkenning betrekking heeft.

In het vorige lid wordt onder "bijzondere erkenning" verstaan een erkenning of een voorlopige werkingsvergunning die aan een voorziening kan worden toegekend voor plaatsen die voldoen aan specifieke erkenningsnormen voor de verzorging van sterk afhankelijke en zorgbehoevende ouderen]6

Art. 22.

De beheerder moet de bejaarden of hun vertegenwoordigers alsmede het personeel op de hoogte brengen van de ministeriële beslissing tot weigering of intrekking van voorlopige werkingsvergunning of erkenning alsmede van de gevolgen van de sluiting van de voorziening en moet op de gevel van de voorziening een bericht, conform het in bijlage IV bij dit besluit gevoegde model, zichtbaar aanplakken met de datum waarop de bejaarden de voorziening moeten hebben verlaten.

Art. 23.

[...]11

Art. 24.

§ 1. Wanneer de Ministers, om redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid onmiddellijk de voorlopige sluiting van een voorziening bevelen, overeenkomstig artikel 17, § 2, van de ordonnantie, geven zij hiervan kennis aan de beheerder die voor de onmiddellijke evacuatie van de bejaarden moet zorgen alsmede de burgemeester en de procureur des Konings. Bovendien plakt hij zichtbaar op de gevel van de voorziening een bericht aan, conform het in bijlage V bij dit besluit gevoegde model;. in voorkomend geval, zorgt de burgemeester voor deze aanplak.

[De beheerraad wordt meteen op de hoogte gebracht van de in het eerste lid bedoelde beslissing]7.

§ 2. [Iriscare deelt de beheerder onmiddellijk mee dat hij vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving over een termijn van vijftien werkdagen beschikt om zijn schriftelijke opmerkingen in te dienen.

Iriscare vult het dossier aan met de schriftelijke opmerkingen van de beheerder, met alle verzamelde nuttige inlichtingen en documenten en met het proces-verbaal van verhoor van de beheerder.

Daartoe roept hij de beheerder op bij aangetekende brief, of per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs, of bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend en vermeldt hij de plaats en het tijdstip van de hoorzitting. In de oproeping wordt de mogelijkheid vermeld om zich door een raadsman te laten bijstaan.

Als geweigerd wordt om te verschijnen of zich te verdedigen, wordt dat in het proces-verbaal van het verhoor opgenomen.

Iriscare stelt een verslag op dat ter advies aan de beheerraad wordt voorgelegd.

Binnen vijftien dagen na het advies van de beheerraad worden het verslag van Iriscare en het advies van de beheerraad bezorgd aan de ministers, die beslissen over de definitieve sluiting van de voorziening en de beheerder van hun beslissing in kennis stellen]7.

HOOFDSTUK VIII/1. [Inspecties en sancties]8

Art. 25/2

[§1. De ministers wijzen de ambtenaar van Iriscare aan die gelast is de administratieve boetes op te leggen.

§ 2. Een afschrift van het verslag dat de inbreuk vaststelt, wordt door Iriscare aan de overtreder toegezonden, bij aangetekende brief of bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend.

Na een hoorzitting legt de aangewezen ambtenaar de boete op binnen zestig dagen na de in het tweede lid bedoelde kennisgeving.

Ze wordt betekend aan de overtreder bij aangetekende brief of bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, samen met een uitnodiging om de boete binnen een termijn van vier maanden te betalen.

De betaling van de boete maakt een einde aan de rechtshandeling van Iriscare.

De beslissing tot het opleggen van een administratieve boete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van de termijn.

Als de overtreder de boete niet betaalt, kan Iriscare deze innen door middel van een dwangbevel. De ministers wijzen de ambtenaren aan die gemachtigd zijn een dwangbevel uit te vaardigen en uitvoerbaar te verklaren.]8

Art. 25/3

[Wanneer Iriscare een beslissing betekent waarbij een administratieve boete wordt opgelegd, wijst hij de beheerder op de mogelijkheid om tegen deze beslissing beroep aan te tekenen bij de ministers binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze beslissing.]8

Art. 25/4

[Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de termijnen dwingend.]8

HOOFDSTUK VIII/2. [Commissaris]9

Art. 25/5.

[De ministers kunnen een commissaris aanwijzen wanneer tekortkomingen ten opzichte van de ordonnantie en de erkenningsnormen in uitvoering van die ordonnantie werden vastgesteld die de veiligheid en de gezondheid van de bewoners in gevaar kunnen brengen en de beheerder deze niet binnen de gestelde termijn heeft verholpen.

De beslissing tot aanwijzing van de commissaris verduidelijkt het doel van zijn opdracht, de duur ervan en zijn bezoldiging, die niet hoger mag zijn dan de bezoldiging die verbonden is aan de schaal A300 die is vastgesteld bij het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren en stagiairs van de bicommunautaire Dienst voor gezondheid, bijstand aan personen en gezinsbijslag van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad.

De kosten, erelonen of wedden die zijn verbonden aan de uitvoering van de opdracht van de commissaris zijn ten laste van de beheerder die in gebreke blijft.

De commissaris woont van rechtswege de vergaderingen van de beheersorganen van de voorziening bij.

Vooraleer een commissaris te sturen, zenden de ministers de beheerder bij aangetekende brief of bij elk ander middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, een gemotiveerde waarschuwing waarin wordt uitgelegd wat van hem wordt gevraagd of welke maatregelen hij nog nalaat te nemen. Deze waarschuwing stelt aan de in gebreke blijvende beheerder voor dat een commissaris wordt aangewezen die gelast wordt alle nodige maatregelen te nemen om de situatie te herstellen. Als de beheerder niet instemt met dit voorstel, wordt onmiddellijk een procedure tot intrekking van de erkenning ingeleid.]9