24 APRIL 2008. – Ordonnantie betreffende de voorzieningen voor ouderen
HOOFDSTUK II. - Programmering.
Afdeling 2. - Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.
Art. 6
Het is verboden om een [ouderenvoorziening]1in gebruik te nemen of te exploiteren, of een uitbreiding van de opvang- of huisvestingscapaciteit van een van die bestaande voorzieningen in gebruik te nemen of te exploiteren zonder de toestemming van het Verenigd College, indien de betrokken voorziening onder een categorie van voorzieningen valt waarvoor het Verenigd College een programmering vastgesteld heeft overeenkomstig hoofdstuk II.[...]1.
[De in het eerste lid bepaalde toestemming, die betekent dat een project past in de programmering, wordt een " specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie " genoemd.]1
[...]2
Art. 7
§ 1. [De in artikel 6 bedoelde vergunning wordt door het Verenigd College toegekend na advies van de Beheerraad en stelt het aantal plaatsen vast waarvoor ze wordt verleend.
De specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie geldt enkel voor de voorziening die is gevestigd op het adres in de vergunningsaanvraag.
Bij de vergunningsaanvraag wordt een beschrijvend dossier gevoegd waarvan de inhoud wordt bepaald door het Verenigd College op advies van de Beheerraad.
Het Verenigd College meldt de ontvangst van de aanvraag binnen vijftien dagen na de ontvangst ervan en geeft aan of bijkomende documenten nodig zijn voor zijn onderzoek.
De beslissing van het Verenigd College, genomen op advies van de Beheerraad, wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen 120 dagen na ontvangst van een volledig aanvraagdossier.
De in het voorgaande lid bedoelde termijn wordt opgeschort in juli en augustus]3
[Het Verenigd College kan, overeenkomstig de door hem bepaalde voorwaarden, bepalen welke administratieve beslissingen van andere deelentiteiten die bevoegd zijn voor voorzieningen die uitsluitend behoren tot de ene of de andere Gemeenschap, gelijkgesteld worden met een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.
Het vorige lid is uitsluitend van toepassing op voorzieningen die niet meer uitsluitend tot de ene of de andere Gemeenschap behoren bij toepassing van artikel 48/1, § 1, tweede en vierde lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.]4
[§ 1/1. Het Verenigd College stelt op advies van de Beheerraad bijkomende nadere regels vast voor de toekenning van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie. Het stelt op advies van de Beheerraad met name de criteria vast die gelden voor de toekenning van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.
De in het eerste lid bedoelde criteria hebben met name betrekking op :
1° de financiële toegankelijkheid van de voorziening ;
2° de bereidheid van de voorziening om zich aan te sluiten bij een gediversifieerd aanbod van diensten en samen te werken met de bestaande diensten in een gegeven geografisch gebied om continue bijstand en zorg te garanderen voor de ouderen ;
3° de mate waarin het leefproject van de voorziening is afgestemd op de betrokken begunstigde doelgroep ;
4° de inspraak van de ouderen, mantelzorgers en het personeel in de organisatie van het leven en de verzorging in de voorziening ;
5° de mate waarin de voorziening wordt omkaderd door onderhouds-, hulp- en verzorgingspersoneel ;
6° het goede administratieve en financiële beheer van de voorziening ;
7° de architecturale kwaliteit van het project, met inbegrip van zijn indeling in kleine leefeenheden, zijn inplanting en de middelen die worden aangewend om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling ;
8° de maximale huisvestingscapaciteit van de voorziening ;
9° de evenwichtige verdeling van de capaciteit van de voorzieningen over het grondgebied van Brussel-Hoofdstad ;
10° de sector waartoe de beheerder behoort, met het oog op een evenwichtige verdeling van de capaciteit van de voorzieningen behorende tot de openbare sector, tot de private sector zonder winstoogmerk en tot de private sector met winstoogmerk. Met het oog op het waarborgen van de keuzevrijheid van de ouderen tussen voorzieningen van de verschillende sectoren, en van de toegang tot betaalbare en toegankelijke voorzieningen, zal geen enkele vergunning voor de exploitatie van rusthuisplaatsen worden toegekend aan voorzieningen die tot de private sector met winstoogmerk behoren, zolang deze sector een aandeel vertegenwoordigt van meer dan 50 % van het totaal van de op grond van deze ordonnantie of van de uitvoeringsbesluiten hiervan als rusthuisplaatsen erkende plaatsen, met inbegrip van de rusthuisplaatsen die een voorlopige werkingsvergunning hebben. Zonder afbreuk te doen aan het voorgaande principe, bepaalt het Verenigd College wat moet worden verstaan onder " een evenwichtige verdeling ".
Het Verenigd College kan de nadere regels, waaronder de weging, vaststellen van de in het vorige lid bedoelde criteria.]5
§ 2. [De specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie geldt geheel of gedeeltelijk niet meer als er geen ontvankelijke erkenningsaanvraag werd ingediend binnen vijf jaar na de ontvangst door de beheerder van de kennisgeving van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.
Het Verenigd College kan, na advies van de Beheerraad, de voorwaarden en nadere regels bepalen op basis waarvan er kan worden afgeweken van het eerste lid]3.]4
§ 3. [De toegekende vergunning kan niet worden overgedragen.
In afwijking van het eerste lid, kan de toegekende vergunning worden overgedragen, mits akkoord van het Verenigd College, wanneer de beheerder verandert van de voorziening waarop de vergunning betrekking heeft en op voorwaarde dat de vergunning wordt ingevuld op dezelfde site en onder dezelfde voorwaarden en termijnen als bepaald bij de toekenning van deze vergunning. Het Verenigd College kan de overdracht weigeren, met name als het gaat om een overdracht ten bezwarende titel of als de overdracht niet past in de programmering.
Het Verenigd College bepaalt de procedure die geldt voor de in het vorige lid bedoelde overdrachten. Het Verenigd College kan ook de nadere regels vastleggen voor de toepassing van het vorige lid]3.
[§ 3/1. Binnen de beperkingen van de begrotingskredieten kan het Verenigd College op vraag van de beheerder de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie van een ouderenvoorziening geheel of gedeeltelijk omzetten in een erkenning of een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie van een ander type ouderenvoorziening.
Het Verenigd College legt, op advies van de Beheerraad, de procedure, de voorwaarden en andere nadere regels, waaronder de financiering van deze omzetting, vast]3
§ 4. Na advies [van de Beheerraad]6en de beheerder, die voorafgaandelijk gehoord wordt, kan het Verenigd College het aantal krachtens paragraaf 1 vergunde bedden of plaatsen afschaffen of verminderen indien die structureel onbezet blijven gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren na hun ingebruikneming of exploitatie.
Het Verenigd College bepaalt de voorwaarden en de regels voor de uitvoering van die paragraaf en stelt met name voor iedere categorie voorzieningen het percentage van de niet bezetting vast dat in aanmerking genomen moet worden en dat niet lager mag zijn dan tien.
Art. 8.
Het Verenigd College beveelt, na advies [van de Beheerraad]6, de sluiting van een voorziening die in gebruik of in exploitatie is genomen zonder de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie te hebben verkregen of waarvan de aanvraag is geweigerd.
Het artikel [artikel 17, § 1/2,]7is van toepassing.
- 1 <ORD 2022-12-15/30, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- [2]<ORD 2022-12-15/30, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 11-04-2024 >
- 3 <ORD 2022-12-15/30, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023
- 4 <ORD 2018-12-06/26, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 06-01-2019>
- 5 <ORD 2022-12-15/30, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 11-04-2024 >
- 6 <ORD 2022-12-15/30, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- 7 <ORD 2022-12-15/30, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2023>