4 JUNI 2009- Besluit tot vaststelling van de overgangsprogrammering, alsmede de procedures voor de vergunningen en de erkenning van de voorzieningen voor ouderen
HOOFDSTUK II. - Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
Art. 2.
De in artikel 7, § 1, eerste lid, van de ordonnantie, bedoelde specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie wordt, [, op advies van de beheerraad,]1, door de Ministers toegekend.
Art. 2bis.
[De inrichtingen die uitsluitend behoorden tot de ene of de andere gemeenschap en op datum van 1 januari 2015 een principieel akkoord genoten dat was toegekend door een bevoegde overheid, en aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie hebben te kennen gegeven dat ze wegens hun organisatie niet meer uitsluitend behoorden tot de ene of de andere gemeenschap, worden voor de toepassing van de ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, gelijkgesteld met inrichtingen die beschikken over een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, van de ordonnantie.]2
Art. 3.
[§ 1. De aanvraag voor een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie wordt ingediend bij Iriscare door de beheerder.
§ 2. Om ontvankelijk te zijn, moet de in § 1 bedoelde aanvraag :
1° betrekking hebben op beschikbare plaatsen in de zin van artikel 1/2;
2° ten laatste op 15 februari van elk jaar worden ingediend;
3° worden ingediend door middel van het door Iriscare opgestelde en bezorgde aanvraagformulier, ingevuld en ondertekend door de beheerder;
4° gepaard gaan met een bechrijvend dossier met:
a) voor aanvragen met betrekking tot een reeds door de Ministers erkende voorziening:
- de meest recente versie van het huishoudelijk reglement;
- de meest recente versie van het leefproject van de voorziening
- de meest recente versie van de plannen van de verschillende verdiepingen, met vermelding van de verschillende lokalen, de afmetingen en de bestemmingen ervan en, in voorkomend geval, het aantal bedden per kamer;
- het bewijs dat de jaarrekening is neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België, voor instellingen die aan deze formaliteit zijn onderworpen, of dat de jaarrekening is afgegeven
- een geldig Energie Prestatiecertificaat voor het gebouw;
b) Voor aanvragen met betrekking tot een nieuwe vestiging :
- indien de beheerder van de voorziening een privaatrechtelijke rechtspersoon is, een afschrift van zijn statuten, opgesteld in het Nederlands en het Frans, alsmede een beschrijving van zijn eigendoms- en financiële structuur;
- het leefproject van de voorziening, zoals bedoeld in artikel 2, 10° van de ordonnantie;
- een personeelsplan om aan te tonen dat de voorziening voldoet aan de toepasselijke personeelsnormen of zich ertoe verbindt daaraan te voldoen
- plannen van de verschillende verdiepingen, met vermelding van de verschillende lokalen, de afmetingen en de bestemmingen ervan en, in voorkomend geval, het aantal bedden per kamer;
- het ontwerp van huishoudelijk reglement;
- een geldig Energie Prestatiecertificaat voor het gebouw of een berekening van het jaarlijkse primaire energieverbruik/m2, uitgevoerd door een erkend EPB-adviseur;
- een document dat de geplande strategie beschrijft om de financiële duurzaamheid van de voorziening te garanderen;
5° worden ingediend bij aangetekende brief of door middel van elektronische procedures voor aangetekende zending die het bewijs van verzending en van het tijdstip van verzending, alsook het bewijs van de identiteit van de afzender mogelijk maken.
§ 3. De Ministers melden de ontvangst van aanvraag bedoeld in het eerste lid, binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst ervan, en delen mee of de aanvraag volledig is en, zo nee, welke bijkomende gegevens nog moeten worden verstrekt, binnen een termijn van maximaal vijftien dagen.
De leidend ambtenaar van Iriscare of zijn gemachtigde is bevoegd om namens de Ministers de in het vorige lid bedoelde ontvangstbevestigingen te ondertekenen.
Indien de aanvraag niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn is aangevuld, wordt deze niet-ontvankelijk geacht.]3
Art. 4.
[...]4
[Art. 4/1.
§ 1. In afwijking van artikel 7, § 2, van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor ouderen, behoudt een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie die wordt toegekend na 1 januari 2023 haar uitwerking na de periode van vijf jaar voor plaatsen die:
1° zijn opgenomen in het meerjarenplan 2017-2023 voor investeringen in de infrastructuur van instellingen die behoren tot het beleid inzake bijstand aan personen, zoals goedgekeurd door de beslissing van het Verenigd College van 8 juni 2017, op voorwaarde dat de beheerder een ontvankelijke erkenningsaanvraag indient binnen de zes maanden na de voorlopige oplevering van de gesubsidieerde werken die in uitvoering van dit meerjarenplan worden verricht;
2° zijn opgenomen in een investeringskalender in de zin van artikel 14 van de ordonnantie van 22 februari 2024 betreffende de financiering van de infrastructuur van diverse types instellingen behorend tot het beleid inzake gezondheid en bijstand aan personen, op voorwaarde dat de beheerder een ontvankelijke erkenningsaanvraag indient binnen de zes maanden na de gesubsidieerde aankoop van het gebouw in uitvoering van de investeringskalender of, in het geval van gesubsidieerde werken, de voorlopige oplevering van de gesubsidieerde werken die in uitvoering van de investeringskalender worden verricht;
3° tijdelijk gesloten zijn voor werken, overeenkomstig artikel 14/1, tweede en derde lid, voor zover de beheerder binnen zes maanden na het einde van deze tijdelijke sluiting een geldige erkenningsaanvraag indient.
§ 2. In afwijking van artikel 38 van de ordonnantie van 15 december 2022 tot wijziging van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen, behouden specifieke vergunningen tot ingebruikneming en exploitatie die werden uitgereikt voor 1 januari 2023 hun uitwerking na 1 januari 2025 voor de plaatsen waarop een van de hypothesen bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 3° van toepassing is.
§ 3. Indien de beheerder aantoont dat hij door overmacht verhinderd is een ontvankelijke erkenningsaanvraag in te dienen voordat de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie vervalt, kunnen de ministers besluiten de geldigheidsduur van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie te verlengen.
De ministers beoordelen de overmacht.
De verlenging van de geldigheidsduur van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie die door de ministers wordt verleend wegens overmacht, is beperkt tot maximaal zes maanden na de datum waarop de overmachtsituatie is geëindigd. De specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie verliest automatisch haar werking als de beheerder geen ontvankelijke erkenningsaanvraag heeft ingediend voordat de door de ministers vastgestelde verlengingstermijn is verstreken.]5
- 1 <BESL 2023-06-29/06, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 19-08-2023>
- 2 <Ingevoegd bij BESL 2019-05-23/09, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- [3] <BESL 2024-03-28; art. 4; Inwerkingtreding: 11-04-2024>
- [4] <Opgeheven bij BESL 2024-03-28, art. 5; Inwerkingtreding: 11-04-2024>
- [5] <Ingevoegd bij BESL 2024-09-12; art.1; Inwerkingtreding: >