4 JUNI 2009- Besluit tot vaststelling van de overgangsprogrammering, alsmede de procedures voor de vergunningen en de erkenning van de voorzieningen voor ouderen
[HOOFDSTUK I/1. Overgangsprogrammering
Art. 1/1.
§ 1. De overgangsprogrammering wordt als volgt vastgesteld:
Ruisthuisplaatsen 12.060
- waarvan rust- en verzorgingstehuisplaatsen 6.650
- waarvan plaatsen voor kortverblijf 157
Dagverzorgingscentrumplaatsen 145
§ 2. De Ministers kunnen, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, de cijfers van de in paragraaf 1 bedoelde overgangsprogrammering wijzigen.
Art. 1/2.
In januari van elk jaar bepalen de Ministers, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten en ter uitvoering van de begrotingsordonnantie van het lopende jaar, het aantal beschikbare plaatsen in de overgangsprogrammering bedoeld in artikel 1/1.]1
HOOFDSTUK II. - Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
[Art. 4/1.
§ 1. In afwijking van artikel 7, § 2, van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor ouderen, behoudt een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie die wordt toegekend na 1 januari 2023 haar uitwerking na de periode van vijf jaar voor plaatsen die:
1° zijn opgenomen in het meerjarenplan 2017-2023 voor investeringen in de infrastructuur van instellingen die behoren tot het beleid inzake bijstand aan personen, zoals goedgekeurd door de beslissing van het Verenigd College van 8 juni 2017, op voorwaarde dat de beheerder een ontvankelijke erkenningsaanvraag indient binnen de zes maanden na de voorlopige oplevering van de gesubsidieerde werken die in uitvoering van dit meerjarenplan worden verricht;
2° zijn opgenomen in een investeringskalender in de zin van artikel 14 van de ordonnantie van 22 februari 2024 betreffende de financiering van de infrastructuur van diverse types instellingen behorend tot het beleid inzake gezondheid en bijstand aan personen, op voorwaarde dat de beheerder een ontvankelijke erkenningsaanvraag indient binnen de zes maanden na de gesubsidieerde aankoop van het gebouw in uitvoering van de investeringskalender of, in het geval van gesubsidieerde werken, de voorlopige oplevering van de gesubsidieerde werken die in uitvoering van de investeringskalender worden verricht;
3° tijdelijk gesloten zijn voor werken, overeenkomstig artikel 14/1, tweede en derde lid, voor zover de beheerder binnen zes maanden na het einde van deze tijdelijke sluiting een geldige erkenningsaanvraag indient.
§ 2. In afwijking van artikel 38 van de ordonnantie van 15 december 2022 tot wijziging van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen, behouden specifieke vergunningen tot ingebruikneming en exploitatie die werden uitgereikt voor 1 januari 2023 hun uitwerking na 1 januari 2025 voor de plaatsen waarop een van de hypothesen bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 3° van toepassing is.
§ 3. Indien de beheerder aantoont dat hij door overmacht verhinderd is een ontvankelijke erkenningsaanvraag in te dienen voordat de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie vervalt, kunnen de ministers besluiten de geldigheidsduur van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie te verlengen.
De ministers beoordelen de overmacht.
De verlenging van de geldigheidsduur van de specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie die door de ministers wordt verleend wegens overmacht, is beperkt tot maximaal zes maanden na de datum waarop de overmachtsituatie is geëindigd. De specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie verliest automatisch haar werking als de beheerder geen ontvankelijke erkenningsaanvraag heeft ingediend voordat de door de ministers vastgestelde verlengingstermijn is verstreken.]2
-----------
[1] <Ingevoegd met BESL 2024-03-28; art. 3; Inwerkingtreding 11-04-2024>