22 OKTOBER 2009 – Besluit houdende uitvoering van de ordonnantie van 18 december 2008 betreffende de toegang van assistentiehonden tot voor het publiek toegankelijke plaatsen

HOOFDSTUK III. - Erkenningsnormen betreffende de africhters van assistentiehonden

Art. 12.

Om erkend te worden voor de africhting van assistentiehonden moet de africhter voor een vereniging werken.

Die vereniging moet aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° bijstand aan personen met een handicap en de bevordering van hun autonomie via onder meer de africhting van assistentiehonden als maatschappelijk doel hebben;

2° zich houden aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de toegang van gehandicapte personen met een assistentiehond tot voor het publiek toegankelijke plaatsen;

3° een actieve ervaring hebben in de opleiding van assistentiehonden; deze ervaring wordt bevestigd door het aantal opleidingen dat in de voorbije drie jaren uitgevoerd werd;

4° vóór de opleiding, een pluridisciplinaire beoordeling uitvoeren (medisch, sociaal en technisch verslag) van de kandidaat-gebruiker om zijn integratie en zijn deelname in het opleidingsproces van een assistentiehond te beoordelen;

5° de toekomstige assistentiehond minimaal zes maanden opleiden;

6° zich ertoe verbinden om het welzijn van het dier van bij zijn aankomst tot zijn aflevering te verzekeren en een veterinaire opvolging uitvoeren.

Wanneer een vereniging erkend is door een andere bevoegde entiteit, dan wordt ze beschouwd als een vereniging die aan de criteria van dit artikel voldoet.