18 DECEMBER 2008 – Ordonnantie betreffende de toegang van assistentiehonden tot voor het publiek toegankelijke plaatsen
Art. 5.
[Een assistentiehond in de zin van deze ordonnantie is een hond :
1° die afgericht is of wordt door een instructeur zoals bedoeld in artikel 2, 6° ;
2° die onder de hoede staat van een gastgezin zoals bedoeld in artikel 2, 5°.
De hond moet evenwel identificeerbaar zijn aan de hand van een door de erkende en met de africhting belaste instructeur en/of het gastgezin afgeleverd identiteitspapier. De afgerichte of in africhting zijnde hond is herkenbaar aan een harnas of cape.]1