4 APRIL 2024 – Gezamenlijk decreet en ordonnantie houdende het Brussels Wetboek inzake de gelijkheid, de non-discriminatie en de bevordering van diversiteit
TITEL 6. - Toegankelijkheid tot voor het publiek toegankelijke plaatsen voor assistentiehonden
Art. 158.
§ 1. De toegang tot voor het publiek toegankelijke plaatsen is toegestaan voor assistentiehonden.
Deze toelating mag niet gekoppeld worden aan een bijkomende betaling van welke aard dan ook.
§ 2. De assistentiehond is de hond erkend overeenkomstig de ordonnantie van 18 december 2008 betreffende de toegang van assistentiehonden tot voor het publiek toegankelijke plaatsen.
Art. 159.
In afwijking van artikel 158, § 1, kan de toegang tot de voor het publiek toegankelijke plaatsen geweigerd worden:
1° uit hoofde van een andersluidende wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling;
2° indien het gaat om de toegang tot ruimten of delen van ruimten die bestemd zijn voor intensieve zorg en ingrijpende medische procedures;
3° indien het gaat om de toegang tot operatiekamers, verloskamers, onco-hematologische afdelingen, hemodialyse-eenheden en brandwondenafdelingen.
Deze weigering wordt ter kennis van het publiek gebracht door aanplakking van een bericht opgesteld naar het door het Verenigd College bepaalde model.
Art. 160.
Al wie een assistentiehond de toegang tot voor het publiek toegankelijke plaatsen ontzegt op basis van een andere reden dan die waarin deze Titel voorziet wordt bestraft met een geldboete van 50 tot 100 euro.
TITEL 3. - Verzoening
DEEL 5. - Monitoring van dit Wetboek
Art. 181.
Een tweejaarlijks verslag, waarin de eventueel ontvangen klachten, alsook de door de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek met betrekking tot de toegankelijkheid voor het publiek toegankelijke plaatsen voor assistentiehonden gestelde problemen worden opgenomen, zal aan het Verenigd College door de diensten van het Verenigd Collegeworden voorgelegd.
DEEL 7. - Slotbepalingen
Art. 204.
Bij de inwerkingtreding van dit Wetboek, worden de volgende bepalingen opgeheven:
- artikel 27, § 6, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- artikel 120bis, derde tot en met achtste lid, van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988;
- titel X van de Brusselse Huisvestingscode;
- de artikelen 2, 3°, 3, 4, 6 en 7 van de ordonnantie van 18 december 2008 betreffende de toegang van assistentiehonden tot voor het publiek toegankelijke plaatsen;
- artikel 13 van het decreet van 24 april 2014 betreffende het bestuur en de transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten;
- artikel 79, derde lid, van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, zoals ingevoegd bij artikel 2 van de ordonnantie van 23 juni 2016 tot invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in het Milieucollege;
- artikel 59, tweede lid, 1°, van de ordonnantie van 5 juli 2018 betreffende de specifieke gemeentelijke bestuursvormen en de samenwerking tussen gemeenten;
- artikel 26, § 3, tweede lid, van het de decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur bij Brusselse instellingen.