7 NOVEMBER 2002 – Ordonnantie betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 3. 4°
De volgende centra en diensten, die gevestigd zijn in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en die wegens hun organisatie niet beschouwd kunnen worden als uitsluitend te behoren tot de ene of de andere gemeenschap, worden in deze ordonnantie bedoeld :
4° Centra en diensten voor personen met een handicap :
Deze centra en diensten nemen de volgende opdrachten waar :
a) 's nachts en tijdens de weekends kinderen of volwassenen met een verstandelijke, fysieke of zintuiglijke handicap opvangen om hun o.m. huisvesting, opvoeding, scholing, medische en psychosociale begeleiding alsmede sociale steun aan hun gezinsmilieu te bezorgen. Zij bieden hen hetzij sociale aanpassingen paramedische, hetzij sociale, creatieve of recreatieve activiteiten aan om de voor het dagelijks leven noodzakelijke vaardigheden te kunnen verwerven of te behouden en om hun zelfstandigheid en hun integratie in de maatschappij te bevorderen;
b) personen met een verstandelijke, fysieke of zintuiglijke handicap overdag opvangen en tegelijkertijd instaan voor een medische, psychologische, paramedische, sociale en opvoedkundige begeleiding zodat ze een zo groot mogelijke zelfredzaamheid zouden kunnen opbrengen en behouden, alsmede een optimaal maatschappelijk en familiaal integratieniveau; deze centra zorgen voor de opvang van al dan niet geschoolde minderjarige of meerderjarige personen met een handicap die zich niet kunnen integreren in een opleidingscentrum of een al dan niet aangepaste werkplaats;
c) instaan voor de begeleiding van personen met een handicap die alleen (willen) wonen, met het oog op het behoud of het bevorderen van een zo groot mogelijke zelfredzaamheid en met het oog op een optimaal familiaal en sociaal integratieniveau;
d) thuishulp bieden aan volwassen personen met een ernstige lichamelijke handicap, op hun aanvraag, om de lichamelijke beperkingen bij het verrichten van de dagdagelijkse activiteiten te verhelpen, zonder dat die hulp een sociale, medische of therapeutische tussenkomst inhoudt.
Art. 4.
De in deze ordonnantie bedoelde organiserende instanties van een in artikel 3 omschreven centrum of dienst, zijn de volgende :
1° een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
2° [een vereniging gevormd door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met één of meerdere openbare centra voor maatschappelijk welzijn van dit gebied, met andere overheidsinstanties en/of met rechtspersonen anders dan die met een winstoogmerk, om één van de taken uit te voeren die bij de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn aan de centra zijn toevertrouwd;]1;
3° een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
4° een intercommunale bestaande uitsluitend uit gemeenten van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
5° een ziekenfonds of een landsbond van ziekenfondsen;
6° een rechtspersoon bedoeld bij de wet van 27 juni 1921 waarbij aan verenigingen zonder winstoogmerk en aan instellingen van openbaar nut de rechtspersoonlijkheid wordt verleend.
HOOFDSTUK III. - Erkenning en voorlopige werkingsvergunning.
Art. 7.
De in artikel 3 bedoelde centra en diensten worden na advies van de afdeling, door het Verenigd College erkend, voor een periode van maximum vijf jaar, die hernieuwbaar is.
Om erkend te worden dienen de centra en diensten aan de hiernavolgende normen en aan de door het Verenigd College vastgestelde normen te beantwoorden, na advies van de afdeling.
Deze nonnen hebben onder meer betrekking op de volgende elementen :
1° [het verbod van elke discriminatie in de zin van de ordonnantie van 30 juni 2022 ter bevordering van de diversiteit en ter bestrijding van de discriminatie in de instellingen, centra en diensten die tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren alsook in de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;]2
2° het respect van het privé-leven en de individuele rechten van de persoon;
3° de verplichting hun opdrachten ten gunste van de gebruikers te vervullen, ongeacht zij Nederlandstalig of Franstalig zijn;
4° de nadere regels voor de inspraak en van beroep van de gebruikers;
5° de specifieke opdrachten van de centra en diensten;
6° de nadere regels voor de opvang van en de bijstand aan personen;
7° de kwaliteit van de dienst, namelijk het geheel van eigenschappen en kenmerken van de hulp of dienstverlening die van belang zijn voor het voldoen aan vastgelegde of vanzelfsprekende behoeften van de gebruiker;
8° de omvang, de kwalificatie en de moraliteit van het personeel en de directie;
9° de verplichting voor de personen die, onverschillig welke hoedanigheid, deelnemen aan de activiteiten van het centrum of de dienst om het beroepsgeheim te eerbiedigen;
10° het huishoudelijk reglement;
11° de specifieke architectonische en veiligheidsnormen;
12° de boekhouding;
13° de regels voor de financiële bijdrage van de begunstigden;
14° het territorium waarop de centra en diensten werkzaam zijn;
15° het activiteitenverslag;
16° de gelijkvormigheid met de programmering bedoeld in artikel 5, desgevallend.
Art. 9.
De erkenning of de voorlopige werkingsvergunning moet worden vermeld op alle akten, facturen, brieven, bestelbons en andere stukken die van het centrum of de dienst uitgaan.
De naam en het nummer van erkenning of voorlopige werkingsvergunning van het centrum of de dienst worden goed zichtbaar op de voorgevel van het centrum of de dienst aangebracht.
Het Verenigd College kan evenwel om veiligheidsredenen van dit artikel afwijken bij een met redenen omkleed besluit.
Art. 10.
De erkenning en de voorlopige werkingsvergunning gelden slechts voor het centrum of de dienst gevestigd op het adres vermeld in de erkenningsaanvraag en voor de organiserende instantie vernield in de aanvraag. Zij vervallen van rechtswege in geval van verandering van adres of van organiserende instantie.