10 DECEMBER 2009 – Besluit houdende vaststelling van de financiële bijdrage van de personen met een handicap opgenomen in de centra of diensten die afhangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad

Art. 5.

Voor de verblijfscentra :

Voor een minderjarige opgenomen in een verblijfcentrum die kinderbijslag geniet, wordt de bijdrage bepaald in artikel 3, § 2, van dit besluit per effectieve aanwezigheidsdag in de voorziening, vastgesteld op twee derde van de totale kinderbijslag van de betreffende minderjarige.

Voor de meerderjarige gebruiker opgenomen in een verblijfscentrum, wordt de financiële bijdrage bepaald in artikel 3, § 2, van dit besluit vastgesteld op 31,08 EUR per effectieve aanwezigheidsdag.

De niet-werkende gebruiker mag 155,33 EUR van zijn inkomsten behouden per maand.

De werkende gebruiker mag de helft van zijn loon behouden indien dit gedeelte hoger ligt dan het minimum bedoeld in lid twee.

De bijdrage van de werkende of niet-werkende gebruiker mag in geen geval hoger liggen dan 31,08 EUR per dag.

Art. 6.

Indien de gebruiker gelijktijdig is opgenomen in een verschillend dagcentrum en verblijfscentrum die erkend worden door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad of een andere publieke overheid, zal de financiële bijdrage die de gebruiker moet betalen aan het verblijfscentrum verminderd worden met de financiële bijdrage die de gebruiker moet betalen in het dagcentrum.

Art. 10.

§ 3. In een verblijfscentrum mag een bijkomende bijdrage worden opgeëist voor zover deze niet het voorwerp vormt van een wettelijke of verordenende tussenkomst:

a) het deel van de kosten dat ten laste blijft van de persoon voor de verzorgings- en de prothesekosten;

b) de specifieke kosten die verbonden zijn aan incontinentie;

c) de kosten voor technische hulpmiddelen;

d) de kosten voor de aankoop van kleding en schoenen, herstelling inbegrepen;

e) de toiletartikels;

f) de toilet- en verzorgingskosten buitenaf.