7 NOVEMBER 2002 – Ordonnantie betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 3. 1°
De volgende centra en diensten, die gevestigd zijn in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en die wegens hun organisatie niet beschouwd kunnen worden als uitsluitend te behoren tot de ene of de andere gemeenschap, worden in deze ordonnantie bedoeld :
1° Diensten voor thuiszorg : de diensten die, met het oog, op het behoud in of de terugkeer naar de eigen woonst van alleenstaanden, bejaarden, personen met een handicap of een ziekte of gezinnen die in moeilijkheden verkeren en ter waarborging van een grotere zelfredzaamheid, op hun aanvraag, instaan voor de nodige begeleiding en hulpverlening bij het uitvoeren van de activiteiten van het dagelijkse leven, door hen gezins-, bejaarden- of huishoudelijke hulpkrachten aan huis ter beschikking te stellen.
Art. 4.
De in deze ordonnantie bedoelde organiserende instanties van een in artikel 3 omschreven centrum of dienst, zijn de volgende :
1° een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
2° [een vereniging gevormd door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met één of meerdere openbare centra voor maatschappelijk welzijn van dit gebied, met andere overheidsinstanties en/of met rechtspersonen anders dan die met een winstoogmerk, om één van de taken uit te voeren die bij de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn aan de centra zijn toevertrouwd;]1;
3° een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
4° een intercommunale bestaande uitsluitend uit gemeenten van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;
5° een ziekenfonds of een landsbond van ziekenfondsen;
6° een rechtspersoon bedoeld bij de wet van 27 juni 1921 waarbij aan verenigingen zonder winstoogmerk en aan instellingen van openbaar nut de rechtspersoonlijkheid wordt verleend.
HOOFDSTUK III. - Erkenning en voorlopige werkingsvergunning.
Art. 7.
De in artikel 3 bedoelde centra en diensten worden na advies van de afdeling, door het Verenigd College erkend, voor een periode van maximum vijf jaar, die hernieuwbaar is.
Om erkend te worden dienen de centra en diensten aan de hiernavolgende normen en aan de door het Verenigd College vastgestelde normen te beantwoorden, na advies van de afdeling.
Deze nonnen hebben onder meer betrekking op de volgende elementen :
1° [het verbod van elke discriminatie in de zin van de ordonnantie van 30 juni 2022 ter bevordering van de diversiteit en ter bestrijding van de discriminatie in de instellingen, centra en diensten die tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren alsook in de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;]2
2° het respect van het privé-leven en de individuele rechten van de persoon;
3° de verplichting hun opdrachten ten gunste van de gebruikers te vervullen, ongeacht zij Nederlandstalig of Franstalig zijn;
4° de nadere regels voor de inspraak en van beroep van de gebruikers;
5° de specifieke opdrachten van de centra en diensten;
6° de nadere regels voor de opvang van en de bijstand aan personen;
7° de kwaliteit van de dienst, namelijk het geheel van eigenschappen en kenmerken van de hulp of dienstverlening die van belang zijn voor het voldoen aan vastgelegde of vanzelfsprekende behoeften van de gebruiker;
8° de omvang, de kwalificatie en de moraliteit van het personeel en de directie;
9° de verplichting voor de personen die, onverschillig welke hoedanigheid, deelnemen aan de activiteiten van het centrum of de dienst om het beroepsgeheim te eerbiedigen;
10° het huishoudelijk reglement;
11° de specifieke architectonische en veiligheidsnormen;
12° de boekhouding;
13° de regels voor de financiële bijdrage van de begunstigden;
14° het territorium waarop de centra en diensten werkzaam zijn;
15° het activiteitenverslag;
16° de gelijkvormigheid met de programmering bedoeld in artikel 5, desgevallend.
Art. 9.
De erkenning of de voorlopige werkingsvergunning moet worden vermeld op alle akten, facturen, brieven, bestelbons en andere stukken die van het centrum of de dienst uitgaan.
De naam en het nummer van erkenning of voorlopige werkingsvergunning van het centrum of de dienst worden goed zichtbaar op de voorgevel van het centrum of de dienst aangebracht.
Het Verenigd College kan evenwel om veiligheidsredenen van dit artikel afwijken bij een met redenen omkleed besluit.
Art. 10.
De erkenning en de voorlopige werkingsvergunning gelden slechts voor het centrum of de dienst gevestigd op het adres vermeld in de erkenningsaanvraag en voor de organiserende instantie vernield in de aanvraag. Zij vervallen van rechtswege in geval van verandering van adres of van organiserende instantie.