7 NOVEMBER 2002 – Ordonnantie betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen
HOOFDSTUK IV. - Subsidies met betrekking tot de werking van de centra en diensten of de uitvoering van innoverende projecten door deze centra en diensten.
Art. 14.
Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan het Verenigd College een subsidie toekennen aan de in artikel 3 bedoelde centra en diensten die erkend zijn of over een voorlopige werkingsvergunning beschikken.
Het Verenigd College bepaalt de wijze van hun subsidiëringen het bedrag van de financiële bijdrage van de begunstigden, na advies van de afdeling.
Art. 15.
De in artikel 14, eerste lid, bedoelde subsidie betreft :
1° de werkelijke kosten van het door het Verenigd College voor de subsidiëring aanvaard personeel;
2° de kosten voor de permanente vorming van het onder 1° bedoelde personeel;
3° de werkings- en uitrustingskosten van het centrum of de dienst.
Art. 16.
Onverminderd de bepalingen betreffende de administratieve en begrotingscontrole, betreffen de werkelijke personeelskosten voor elke voor subsidiëring door het Verenigd College aangenomen functie :
1° het bedrag van de door het Verenigd College vastgestelde subsidiëringschaal, welk overeenstemt met de door het personeelslid verworven anciënniteit;
2° de werkgeverskosten verbonden aan het onder 1° bedoelde bedrag;
3° in voorkomend geval, de andere voordelen die door het Verenigd College worden aanvaard.
Art. 17.
Het Verenigd College bepaalt het percentage van de in artikel 15 bedoelde kosten, bestemd om de permanente vorming van het personeel te dekken.
Art. 18.
Het Verenigd College bepaalt, voor elk centrum of dienst, het maximumbedrag van de werkings- en de uitrustingskosten die vatbaar zijn voor subsidiëring. Deze kosten omvatten onder meer de kosten verbonden aan de boekhoudkundige en administratieve beheersopdrachten van het centrum of de dienst.
Art. 19.
Het Verenigd College kan een toelage toekennen om, enerzijds, het bedrag te dekken van de vakbondspremie van de personeelsleden die in aanmerking komen voor de in artikel 15 bedoelde subsidiëring en, anderzijds, de kosten te dekken in verband met de compenserende aanwerving in het kader van de door het Verenigd College aanvaarde arbeidsduurvermindering.
Art. 20.
Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan het Verenigd College, na advies van de afdeling, subsidies toekennen aan de in artikel 14 bedoelde centra en diensten om innoverende projecten uit te voeren.
Deze projecten worden minstens één keer per jaar door het Verenigd College geëvalueerd.
HOOFDSTUK V. - Inspectie en strafbepalingen.
Art. 24.
Onverminderd de bepalingen van het Strafwetboek of gerechtelijke vervolgingen met toepassing van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de af te leggen verklaringen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen, en onverminderd de bijzondere ontbindende voorwaarden waaronder de in hoofdstuk IV bedoelde subsidies kunnen vallen, dient de begunstigde deze terug te betalen alsook de bijkomende interesten berekend tegen de wettelijke rentevoet geldend op de datum van de beslissing tot terugvordering, wanneer hij de subsidie niet volgens de doelstellingen aanwendt waarvoor deze hem werd toegekend.
De toekenning van de subsidies wordt uitgesteld zolang de begunstigde, voor de voorheen ontvangen subsidies, de vereiste bewijsstukken niet voorlegt, het toezicht belemmert of de op ongeoorloofde wijze aangewende toelage niet geheel of gedeeltelijk terugbetaalt.
Indien de uitbetaling van de subsidie in schijven geschiedt, wordt elke schijf, voor de toepassing van het voorgaande lid, beschouwd als een onderscheiden subsidie.