18 JANUARI 2024 – Besluit betreffende de procedure voor de toekenning van een tegemoetkoming voor individuele hulpmiddelen en de nomenclatuur van de individuele hulpmiddelen voor de inclusie van personen met een handicap op het grondgebied van Brussel-Hoofdstad

HOOFDSTUK III. - Procedures en regels voor de toekenning van tegemoetkomingen

Afdeling 2. - Afwijkingsprocedure

Art. 12.

§ 1. Een afwijkingsaanvraag, zoals bepaald in artikel 3/1, § 2, 2°, tweede zin, van de ordonnantie van 21 december 2018 wordt door de verzekeringsinstelling ingediend bij het Multidisciplinair College onder de voorwaarden bepaald in § 2.

§ 2. Onverminderd artikel 10, § 1, en in toepassing van artikel 3/1, § 2, 2°, tweede zin, van de ordonnantie van 21 december 2018, stelt het multidisciplinair team tijdens de multidisciplinaire evaluatie (van de specifieke voorwaarden) inzake de handicap het volgende vast:

a) het duidelijke bestaan van een handicap, echter zonder dat de in artikel 3/1, § 2, 2°, eerste zin, van de ordonnantie van 21 december 2018 bedoelde voorwaarden zijn vervuld. Het bestaan van een handicap is duidelijk wanneer uit het onderzoek van de bewijsstukken van de aanvraag tot tegemoetkoming door het multidisciplinair team, en meer bepaald de medische formulieren en/of medische verslagen bedoeld in artikel 7, § 1, tweede lid, b), blijkt dat de aanvrager langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen vertoont die hem in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving, en waarvan de effectieve gevolgen zouden kunnen worden verminderd door de toekenning van een tegemoetkoming voor het gevraagde individuele hulpmiddel, om zo zijn inclusie in de samenleving te vergemakkelijken;

b) en/of dat het gevraagde individuele hulpmiddel niet is opgenomen in de nomenclatuur, maar in aanmerking komt om de in artikel 6, § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden te vervullen ;

Het multidisciplinaire team richt, overeenkomstig artikel 12, § 4, van de ordonnantie van 21 december 2018, binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag die volgt op de datum waarop het het afwijkende karakter van de aanvraag vaststelt, het dossier van de aanvrager en een met redenen omkleed advies aan het Multidisciplinair College met het oog op de in de § 1 bedoelde afwijkingsprocedure.

Art. 13.

Het Multidisciplinair College neemt zijn beslissing na een multidisciplinair onderzoek en houdt daarbij rekening met de daadwerkelijke impact van de vastgestelde vermindering, overeenkomstig artikel 3/1, § 2, 2°, tweede zin, van de ordonnantie van 21 december 2018 en of het aangevraagde hulpmiddel geschikt is voor de handicap van de aanvrager.

Daartoe kan het Multidisciplinair College de afwijkingsaanvraag ter advies voorleggen aan de Expertencommissie, in toepassing van artikel 23/1, derde lid, van de ordonnantie van 23 maart 2017.

Art. 14.

§ 1. De beslissing van het Multidisciplinair College wordt met bijzondere redenen omkleed en heeft minstens betrekking op:

a) de toekenning of weigering tot toekenning van de tegemoetkoming;

b) de naleving of niet-naleving van elke de toekenningsvoorwaarde voor de gevraagde tegemoetkoming;

c) in voorkomend geval, het bedrag van de toe te kennen tegemoetkoming, rekening houdend met de regels bedoeld in artikel 6, § 2, tweede lid, en artikel 20, § 2;

d) de beroepsmiddelen en de mogelijkheid om een toelichting op de beslissing te krijgen van de dienst die het dossier beheert of van een aangewezen informatiedienst;

e) de geldigheidsduur van de beslissing.

De leden van het Verenigd College die bevoegd zijn voor de bijstand aan personen kunnen het model voor de door het Multidisciplinair College uitgebrachte beslissing over de tegemoetkoming vaststellen.

§ 2. Het Multidisciplinair College stelt de betrokken verzekeringsinstelling in kennis van zijn beslissing binnen vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag die volgt op de datum van de beslissing.

De verzekeringsinstelling stelt op haar beurt de aanvrager in kennis van de beslissing van het Multidisciplinair College via een gewone, aangetekende of elektronische zending, binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de dag die volgt op de ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bekendmaking. De kennisgeving van de verzekeringsinstelling aan de aanvrager bevat minstens:

a) een eensluidend afschrift van de beslissing van het Multidisciplinair College;

b) een mededeling die de beroepsmiddelen en de termijnen vermeldt;

c) een mededeling met betrekking tot regels van de betaling van de tegemoetkoming van de verzekeringstelling.

In voorkomend geval betaalt de verzekeringsinstelling de op beslissing van het Multidisciplinair College toegekende tegemoetkoming binnen de in artikel 24 bedoelde termijn.

Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 15.

De bepalingen van deze afdeling moeten samen met de conforme procedure en de in artikel 12 en volgende bedoelde afwijkingsprocedure worden toegepast.

Artikel 20 is ook van toepassing op de beroepsprocedure in artikel 26.

Een aanvrager van wie de handicap eerder werd erkend, kan zich op deze erkenning beroepen bij een aanvraag tot tegemoetkoming.

Het bewijs van de erkenning van de handicap wordt, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 12, § 2, tweede lid, van de ordonnantie van 21 december 2018 bij de aanvraag tot tegemoetkoming gevoegd.

Onverminderd een specifiekere in de nomenclatuur bepaalde geldigheidsduur van de beslissing tot tegemoetkoming en onverminderd een geval van overmacht zoals bedoeld in artikel 5.226, van het Burgerlijk Wetboek, is de geldigheidsduur van een beslissing tot tegemoetkoming één jaar vanaf de datum van de beslissing.

Onderafdeling 1. - Bijzondere regels

Art. 16.

§ 1. Een tegemoetkoming in de jaarlijkse onderhoudskosten van een materieel individueel hulpmiddel kan worden toegekend voor bepaalde soorten individuele hulpmiddelen volgens de in de nomenclatuur vastgestelde voorwaarden of voor een individueel hulpmiddel zoals bedoeld in artikel 6, § 1, volgens deze regels:

1° deze tegemoetkoming is vastgesteld op 10% van het bedrag van de tegemoetkoming die is toegekend voor het individueel hulpmiddel dat wordt onderhouden.

2° De verzekeringsinstellingen kunnen de aanvrager vragen om de nodige bewijsstukken of bijkomende inlichtingen te bezorgen over het onderhoud, met name de aankoopfactuur van het materiaal, een onderhoudsbestek of een onderhoudsovereenkomst, overeenkomstig artikel 20.

3° De beslissing over het onderhoud wordt automatisch genomen tijdens het onderzoek van de aanvraag tot tegemoetkoming voor het materieel individueel hulpmiddel dat wordt onderhouden.

In afwijking van het eerste lid moet de aanvrager, indien het materieel individueel hulpmiddel vóór 1 januari 2024 is aangekocht, een aanvraag tot onderhoud indienen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de onderhoudskosten.

§ 2. Een tegemoetkoming in de herstellingskosten is mogelijk voor bepaalde soorten materiële individuele hulpmiddelen, met uitzondering van de in de nomenclatuur bedoelde gevallen:

1° Deze tegemoetkoming wordt vastgesteld op maximaal 40% van het bedrag van de tegemoetkoming die is toegekend voor het individueel hulpmiddel dat wordt hersteld en geldt voor alle herstellingsaanvragen voor de volledige duur van het gebruik van de hulpmiddelen.

2° De verzekeringsinstellingen kunnen de aanvrager verzoeken om de nodige bewijsstukken of bijkomende inlichtingen te bezorgen over de herstelling, met name de aankoopfactuur van het materiaal, een herstellingsbestek of een herstellingsovereenkomst, overeenkomstig artikel 20.

Als het bedrag van de herstelling het in 1° bedoelde maximumbedrag overschrijdt, wordt alleen het in dat maximumbedrag vervatte gedeelte van het bedrag terugbetaald.

§ 3. Onverminderd §§ 1 en 2 is een tegemoetkoming voor onderhoud of herstelling nog steeds mogelijk onder de voorwaarden die voor dit soort materiaal in de nomenclatuur zijn opgenomen:

1° wanneer de aanvrager een materieel individueel hulpmiddel heeft aangekocht zonder een tegemoetkoming aan te vragen bij de verzekeringsinstelling en voldoet aan de administratieve voorwaarden en de (specifieke) handicapvoorwaarden voor de toekenning van dit materiaal;

2° wanneer de aanvrager een tegemoetkoming in de kosten van een materieel individueel hulpmiddel werd geweigerd voor facturen die minstens zes maanden vóór de datum van de aanvraag tot tegemoetkoming zijn opgesteld.

§ 4. Wanneer een aanvraag tot hernieuwing zoals bedoeld in artikel 25, § 1, volgens de conforme procedure wordt ingediend, kan vanaf de datum van de levering of de verstrekking van het hernieuwde individuele hulpmiddel geen tegemoetkoming in de onderhouds- en/of herstellingskosten worden toegekend voor dat eerder toegekende materiële individuele hulpmiddel.

§ 5. De in artikel 25, § 2, bedoelde aanvragen voor de voortijdige hernieuwing van een individueel hulpmiddel of voor de in § 2, bedoelde herstelling ingevolge schade of diefstal moeten door de aanvrager worden gemotiveerd aan de hand van een bewijsstuk van de verzekeringsmaatschappij of van het proces-verbaal van de politie. Overeenkomstig artikel 17, § 1, van de ordonnantie van 21 december 2018 wordt de tegemoetkoming geweigerd of verminderd tot het bedrag dat niet door de verzekering wordt gedekt.

In afwijking van het vorige lid wordt geen tegemoetkoming toegekend voor een aanvraag tot herstelling of vervanging van de aanpassingen aan een voertuig ingevolge schade of diefstal als bedoeld in punt V.2. van de nomenclatuur.

Art. 17.

In afwijking van het beginsel van artikel 15, eerste lid, van de ordonnantie van 21 december 2018 mogen tegemoetkomingen gecumuleerd worden onder de volgende voorwaarden:

1° de individuele hulpmiddelen, limitatief opgesomd in 2°, zijn bestemd voor een minderjarige, die de toelatingsvoorwaarde vervult, die gewoonlijk op twee verschillende adressen verblijft in het kader van een gedeelde huisvesting, die hetzij bij een door de rechter geregistreerde of goedgekeurde overeenkomst, hetzij bij een door de bevoegde rechtbanken in toepassing van artikel 374, § 1, vierde lid, en § 2, van het Burgerlijk Wetboek uitgesproken rechterlijke beslissing is vastgelegd, hetzij op een andere wijze indien de gemeenschappelijke huisvesting berust op een minnelijke schikking;

2° de gevraagde cumulatie heeft betrekking op communicatiehulpmiddelen, aanvullende uitrusting en/of uitrustingsgoederen, zoals omschreven in punt, III, VI,4, et II, van de nomenclatuur of heeft betrekking op een individueel hulpmiddel zoals bedoeld in artikel 6, § 1;

3° de twee adressen zijn gelegen op het grondgebied van België;

4° de toekenning van een materieel individueel hulpmiddel dat licht en verplaatsbaar is, kan niet voorzien in de behoeften van de persoon bedoeld in 1°.

Onderafdeling 3. - Bewijsstukken en aanvullende inlichtingen

Art. 20.

§ 1 Bij de behandeling van een aanvraag tot tegemoetkoming:

a) mogen de verzekeringsinstellingen, overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van de ordonnantie van 21 december 2018, bewijsstukken of bijkomende inlichtingen vragen die nodig of nuttig zijn voor de behandeling van de aanvraag tot tegemoetkoming;

b) mag het Multidisciplinair College, overeenkomstig artikel 12, §§ 4 en 5, van de ordonnantie van 21 december 2018 en artikel 41/1, § 3, 2° en 3°, van de ordonnantie van 23 maart 2017, bewijsstukken of bijkomende inlichtingen vragen die nodig of nuttig zijn voor de behandeling van de aanvraag tot tegemoetkoming.

§ 2. Onverminderd § 1 mogen de verzekeringsinstellingen en het Multidisciplinair College de aanvrager vragen een of meer bestekken of offertes van verstrekkers voor te leggen, met ook een toelichting van de verstrekkers over de doeltreffendheid en de bijzondere kenmerken van het aangevraagde individuele hulpmiddel.

Art. 21.

De verzekeringsinstellingen en het Multidisciplinair College mogen, als zij dat nodig achten om hun beslissing te nemen, een testattest van het individueel hulpmiddel eisen om na te gaan of het effectief voldoet aan de betrokken specifieke behoeften.

Het in het eerste lid bedoelde testattest wordt afgeleverd door een verstrekker, een professional die erkend en/of bevoegd is om de tests uit te voeren.

In afwijking van het eerste lid wordt de aanvrager vrijgesteld van de verplichting een testattest af te leveren wanneer hij op basis van een doktersattest kan aantonen dat hij fysiek niet in staat is het hulpmiddel uit te testen en dat het bewijs van de behoefte aan het hulpmiddel werd vastgesteld door de verzekeringsinstelling of het Multidisciplinair College.

Art. 22.

Behoudens overmacht zoals bedoeld in artikel 5.226, van het Burgerlijk Wetboek is de aanvrager verplicht de verzekeringsinstelling of het Multidisciplinair College, die of dat belast is met de aanvraag, binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van elke verandering in een of meer voorwaarden op grond waarvan hij een van de toegekende tegemoetkomingen heeft kunnen verkrijgen.

Afdeling 4. - Hernieuwing van de individuele hulpmiddelen

Art. 25.

§ 1. Een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de hernieuwing van een individueel hulpmiddel, wanneer in de nomenclatuur een hernieuwingstermijn is opgegeven en deze termijn is verstreken. In dat geval moet de aanvrager verantwoorden dat het te hernieuwen individuele hulpmiddel niet langer aan zijn huidige specifieke behoeften kan voldoen.

Onverminderd specifieke regels in de nomenclatuur voor een bepaald soort individueel hulpmiddel, moet de aanvrager verantwoorden dat het te hernieuwen individuele hulpmiddel niet langer aan zijn huidige specifieke behoeften kan voldoen.

Deze verantwoording kan, onder andere, worden gedaan door een doktersattest, een bestek van de leverancier of een schriftelijke toelichting van het gebruik van het te hernieuwen individuele hulpmiddel.

§ 2. De verzekeringsinstellingen of de Multidisciplinaire College mogen eventueel afwijken van de in de nomenclatuur bepaalde hernieuwingsstermijnen:

1° wanneer de aanvrager kan verantwoorden dat het individuele hulpmiddel door de evolutie van zijn handicap niet meer aan zijn specifieke behoeften beantwoordt. In dat geval voegt de aanvrager bij zijn aanvraag een gedetailleerd medisch verslag waaruit de evolutie van de vermeende handicap blijkt, of een ander ondersteunend bewijsstuk van een bevoegde derde partij dat de wijzigingen in de handicapsituatie van de aanvrager aantoont;

2° wanneer het individuele hulpmiddel niet meer werkt en niet meer kan worden hersteld ofwel wanneer de herstellingskosten niet in verhouding staan tot die van gelijkwaardig nieuw materiaal. In dat laatste geval kan de aanvrager een nieuwe aanvraag tot tegemoetkoming indienen, die wordt bevestigd door een attest van de leverancier of van een erkende instantie.

3° wanneer het te hernieuwen individuele hulpmiddel door een ongeval beschadigd is of verloren is gegaan door diefstal. De voorwaarden bedoeld in artikel 16, § 5, zijn van toepassing.

In afwijking van het eerste lid zijn bepaalde in de nomenclatuur bedoelde individuele hulpmiddelen uitgesloten van het voordeel van vervroegde hernieuwing.

§ 3. In afwijking van § 1 en 2 kan geen tegemoetkoming voor een hernieuwing worden toegekend:

1° tijdens de garantieperiode van het betrokken individuele hulpmiddel waarvan de periode twee jaar of meer dan twee jaar bedraagt in geval van verlenging van de garantie, behalve als een attest van de verkoper bewijst dat de materiële schade niet is gedekt door de garantie;

2° indien vaststaat dat de oorzaak van de onherstelbaarheid toe te schrijven is aan nalatigheid van de gebruiker.