31 DECEMBER 2018 – Samenwerkingsakkoord betreffende de mobiliteitshulpmiddelen
HOOFDSTUK IV. - Afspraken tussen de deelstaten
Afdeling 1. - Rechthebbende op mobiliteitshulpmiddelen
Art. 5.
§ 1. De woonplaats van de persoon bepaalt welke deelentiteit bevoegd is voor de tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen. De woonplaats bepaalt in welke deelentiteit de aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel ingediend moet worden. De procedure voor de aanvraag en de uitbetaling verlopen volgens de regels van de deelentiteit waar de aanvraag werd ingediend.
Voor de toepassing van het vorige lid, kan de inwoner van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zijn aanvraag voor tegemoetkoming, met inbegrip van de aanvullende tegemoetkoming, indienen bij hetzij het loket van de GGC, hetzij de zorgkas van de Vlaamse Sociale Bescherming (VSB), volgens de regels bepaald in het samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende het uniek loket voor de mobiliteitshulpmiddelen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 bepaalt de exploitatiezetel van de werkgever van personen die hun woonplaats hebben in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, welke deelentiteit bevoegd is, indien zij rechten op prestaties openen op basis van de Europese regelgeving of internationale verdragen, in het kader van dit samenwerkingsakkoord.
Voor personen die hun woonplaats hebben in een andere lidstaat van de Europese Unie of in van een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, die recht hebben op een Belgisch pensioen op basis van de Europese regelgeving of internationale verdragen, bepaalt de exploitatiezetel van laatste de werkgever van desbetreffende persoon, alvorens deze op pensioen gegaan is, welke deelentiteit bevoegd is.
§ 3. Elke deelentiteit werkt met eigen aanvraagformulieren. De aanvraagformulieren mogen ook ingevuld worden door artsen en indicatiestellers van een andere deelentiteit, in zoverre zij de procedures en regelgeving van de betrokken deelentiteit respecteren.