Nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen
I. ALGEMENE BEPALINGEN, AANNEMINGS- EN VERGOEDINGSCRITERIA
1.Algemene bepalingen
1.1 Algemeen
Komen in aanmerking voor een tegemoetkoming:
A) de rechthebbenden die behoren tot de doelgroepen 1° tot 5° (punt II) die een mobiliteitsbeperking hebben ;
Die mobiliteitsbeperking is een gevolg van een fysieke, mentale, cognitieve of psychologische stoornis. Hierdoor is de rechthebbende niet in staat zelfstandig of zonder hulp activiteiten of taken uit te voeren en ondervindt hij problemen om aan het maatschappelijk leven deel te nemen.
De mobiliteitsbeperkingen kunnen een gevolg zijn van:
- problemen om te lopen en zich te verplaatsen tussen verschillende locaties, zoals zich binnenshuis verplaatsen, zich verplaatsen in andere gebouwen dan thuis, zich buitenshuis verplaatsen ;
- problemen om van houding te veranderen of het lichaam stil te houden: problemen met zitten en staan en/of in- en uitstappen.
De mobiliteitsbeperkingen hebben een impact op allerhande activiteiten zoals zelfzorg, huishouden, opleiding, werk, vrije tijd, kortom het maatschappelijk leven.
De mobiliteitsbeperkingen zijn een gevolg van functiestoornissen van het bewegingssysteem of stoornissen van de anatomische bouw, ongeacht de oorzaak ervan.
De functiestoornissen van het bewegingsapparaat kunnen ook een gevolg zijn van stoornissen in de functies van andere lichaamsstelsels, zoals hart- en bloedvatenstelsel, zenuwstelsel, ademhalingsstelsel enz.
De mobiliteitsbeperkingen moeten van definitieve aard zijn of van een duur die ten minste gelijk is aan de vastgestelde hernieuwingstermijn.
B) de rechthebbenden die behoren tot doelgroep 6° (punt II) en van wiens handicap in verband met verlies van mobiliteit is opgetreden vóór de leeftijd van 65 jaar. De handicap wordt gedefinieerd als de beperking van de mogelijkheden tot sociale en professionele integratie als gevolg van een gebrek of een vermindering van ten minste 30% van de fysieke capaciteit of ten minste 20% van de mentale capaciteit
Komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming:
- rechthebbenden die verblijven in een ziekenhuis zoals bedoeld in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, met uitzondering van verblijven in psychiatrische ziekenhuizen bedoeld in artikel 3 van dezelfde wet. De tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel kan wel bij uitzondering in een ziekenhuis worden toegekend na goedkeuring door de adviserend arts wanneer de ontslagregeling van de rechthebbende bekend is of in het kader van een revalidatieplan ter voorbereiding van het ontslag. Met ontslagregeling wordt bedoeld: de concrete afspraken die gericht zijn op ontslag, de vermoedelijke ontslagdatum en de ontslagprocedure.
- Voor de rechthebbenden opgenomen in een van de volgende verzorgingsinrichtingen, met name in een psychiatrisch verzorgingstehuis en alle inrichtingen voor personen met een handicap, is slechts een vergoeding mogelijk wanneer de rolstoel noodzakelijk is voor individueel en definitief gebruik.
- Voor rechthebbenden opgenomen in een rustoord voor bejaarden of een rust- en verzorgingstehuis, zoals bedoeld in artikel 34, 11° en 12° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zijn de bepalingen onder punt IV van toepassing. Deze rechthebbenden kunnen slechts in aanmerking komen voor een tegemoetkoming volgens de bepalingen vermeld onder punt I tot III wanneer zij volgens hun functionele behoeften behoefte hebben aan een ander mobiliteitshulpmiddel dan die vermeld in punt IV, 6.
De hier gebruikte definities zijn gebaseerd op de Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren (ICF) opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie.
2.Definitie van de mobiliteitshulpmiddelen bedoeld in de nomenclatuur
Onder mobiliteitshulpmiddelen wordt verstaan: een rolstoel, loophulpmiddel, een wandelstok op wielen of orthopedische driewielfiets, een wandelstok op wielen en bij uitbreiding een sta-systeem. Deze mobiliteitshulpmiddelen zijn bedoeld om de bewegingsfunctie te ondersteunen.
Een rolstoel, loophulpmiddel, orthopedische driewielfiets of een wandelstok op wielen is een speciaal ontworpen toestel om personen te helpen zich binnenshuis of buitenshuis te verplaatsen. Een sta-systeem is een toestel waarmee personen met een ernstige of volledige beperking van de sta-functie (rechtop blijven staan) zich recht kunnen houden.
Overeenkomstig de Verordening (EU) 2017/745 zijn rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, een wandelstok op wielen of sta-systemen te beschouwen als medische hulpmiddelen en volgens de ISO 9999-norm als technische hulpmiddelen.
Onder de definitie van mobiliteitshulpmiddel vallen geen producten of technologieën die personen in het dagelijks leven ondersteunen, functionele stimulatoren, communicatie-ondersteunende systemen en omgevingsbedieningssystemen.