31 DECEMBER 2018 – Samenwerkingsakkoord betreffende het uniek loket voor de mobiliteitshulpmiddelen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
HOOFDSTUK 5. - Tegemoetkoming Vlaamse Sociale Bescherming
Art. 5.
Inwoners van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad die verzekerd zijn bij de Vlaamse sociale bescherming kunnen voor een aanvraag van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen ervoor opteren om inzake mobiliteitshulpmiddelen beroep te doen op de regelgeving van de Vlaamse Sociale Bescherming. In dat geval wenden zij zich tot hun zorgkas.
In dat geval ontvangen zij van de zorgkas zowel de tegemoetkoming die voorheen vergoed werd door de federale overheid als, in voorkomend geval, de aanvullende tegemoetkoming die voorheen vergoed werd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
HOOFDSTUK 6. - Tegemoetkoming Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Art. 6.
Inwoners van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad die verzekerd zijn bij de Vlaamse sociale bescherming kunnen voor een aanvraag van een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen ook opteren om inzake mobiliteitshulpmiddelen beroep te doen op de regelgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. In dat geval wenden ze zich tot het loket van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC).
Art. 7.
Inwoners van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die niet verzekerd zijn bij de Vlaamse sociale bescherming, kunnen voor een aanvraag mobiliteitshulpmiddelen enkel een beroep doen op de regelgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. In dat geval wenden ze zich tot het loket, aangeduid door de GGC.
HOOFDSTUK 7. - Overgangsregeling: aanvullingen op tegemoetkoming Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Art. 8.
Onverminderd artikel 6 en 7 hierboven, blijven in een overgangsregeling de aanvullende tegemoetkomingen waarvoor de gemeenschappen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad vóór de Zesde Staatshervorming reeds bevoegd waren, geregeld door respectievelijk de Cocof en de Vlaamse Gemeenschap. Om hierop beroep te kunnen doen, is een erkenning vereist als persoon met een handicap door deze overheden. Indien deze aanvullende tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen in Brussel worden geïntegreerd in de GGC, vervalt de mogelijkheid om beroep te doen op aanvullende tegemoetkomingen.
De regeling, vermeld in het eerste lid, geldt dus zolang de regelgeving van de GGC inzake mobiliteitshulpmiddelen enkel de mobiliteitshulpmiddelen betreft die zijn overgedragen uit de verplichte ziekteverzekering.
Art. 9.
Onverminderd artikel 6 hierboven, kunnen inwoners van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die niet verzekerd zijn bij de Vlaamse sociale bescherming, maar erkend zijn als persoon met een handicap door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), gedurende een overgangstermijn van maximum vijf jaar, voor de aanvullende tegemoetkomingen een beroep doen op de Vlaamse sociale bescherming.
In dat geval zal voor de Vlaamse Gemeenschap de Bijzondere Technische Commissie het bedrag en het voorwerp de supplementen bepalen op basis van de Vlaamse regelgeving en rekening houdend met wat reeds is toegekend door de GGC als basistegemoetkoming.
Art. 10.
Onverminderd artikel 6 hierboven, kunnen inwoners van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad die een basistegemoetkoming hebben aangevraagd bij het loket van de GGC, en erkend zijn als persoon met een handicap door de Cocof, ongeacht of zij verzekerd zijn bij de Vlaamse sociale bescherming, voor de aanvullende tegemoetkomingen een beroep doen op de Cocof.