Nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen

INLEIDING

Voor de toepassing van deze nomenclatuur moet worden verstaan onder :

  1. Ordonnantie van 23 maart 2017: de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag ;
  2. Ordonnantie van 21 december 2018: de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen ;
  3. Iriscare: de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag bedoeld in artikel 2 van de ordonnantie van 23 maart 2017 ;
  4. Beheerraad: de Beheerraad voor gezondheid en bijstand aan personen van Iriscare zoals bedoeld in artikel 9, § 1 van de ordonnantie van 23 maart 2017 ;
  5. Commissie van experten: de Commissie van experten opgericht door de Beheerraad om de technische aspecten te onderzoeken inzake mobiliteitshulpmiddelen, bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie van 23 maart 2017 ;
  6. Multidisciplinair college: het Multidisciplinair college zoals bedoeld in artikel 27/1 van de ordonnantie van 23 maart 2017 ;
  7. Dienstverlener: een dienstverlener zoals bedoeld in artikel 2, 9°, van de ordonnantie van 21 december 2018 die in zijn hoedanigheid van orthopedisch technoloog in de mobiliteitshulpmiddelen, orthopedisch technoloog verband- en orthopedie, orthopedisch technoloog prothese en orthopedisch technoloog schoentechniek, op professionele wijze zorgprestaties levert in het kader van het beleid voor personen met een handicap ;
  8. Brusselse verzekeringsinstelling: een Brusselse regionale maatschappij van onderlinge bijstand zoals bedoeld in artikel 2, 7° van de ordonnantie van 21 december 2018 ;
  9. Rechthebbende: de Brusselse verzekerde zoals bedoeld in artikel 2, 6° a), b), en c) van de ordonnantie van 21 december 2018 ;
  10. Uniek loket: het uniek loket zoals bedoeld in artikel 1, 4° van het samenwerkingsakkoord van 31 december 2018 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende het uniek loket voor de mobiliteitshulpmiddelen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ;
  11. Adviserend arts: de adviserend arts zoals bedoeld in artikel 153 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte geneeskundige verzekering en uitkeringen of het orgaan dat bij ordonnantie zal worden aangewezen om de taken van deze adviserende artsen voort te zetten ; .
  12. Reglement (EU)2017/745: Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad; gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/561 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2020 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/745 betreffende medische hulpmiddelen wat de datum van toepassing van een aantal bepalingen ervan betreft ;
  13. Multidisciplinair team:het team bestaande uit ten minste een arts bedoeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de beroepen in de gezondheidszorg, een specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie of een specialist met een aanvullend getuigschrift in de revalidatie voor bewegingsstoornissen, neuromotorische en neurologische aandoeningen en een ergotherapeut of kinesitherapeut als bedoeld in artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van paramedische beroepen of een beroep in de gezondheidszorg als bedoeld in Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van beroepen in de gezondheidszorg, dat optioneel kan worden uitgebreid tot de huisarts, verpleegkundige, maatschappelijk werker of deskundigen die deel uitmaken van de omgeving van de rechthebbende of tot de dienstverlener;
  14. Tegemoetkoming: een financiële tegemoetkoming in de kost van de verstrekkingen betreffende mobiliteitshulpmiddelen zoals bedoeld in artikel 2, 18°, a) van de ordonnantie van 21 december 2018 ;
  15. Gebruiker: de persoon die een mobiliteitshulpmiddel gebruikt.

I. ALGEMENE BEPALINGEN, AANNEMINGS- EN VERGOEDINGSCRITERIA

2. Definitie van de mobiliteitshulpmiddelen bedoeld in de nomenclatuur

Onder mobiliteitshulpmiddelen wordt verstaan: een rolstoel, loophulpmiddel, een wandelstok op wielen of orthopedische driewielfiets, een wandelstok op wielen en bij uitbreiding een sta-systeem. Deze mobiliteitshulpmiddelen zijn bedoeld om de bewegingsfunctie te ondersteunen.

Een rolstoel, loophulpmiddel, orthopedische driewielfiets of een wandelstok op wielen is een speciaal ontworpen toestel om personen te helpen zich binnenshuis of buitenshuis te verplaatsen. Een sta-systeem is een toestel waarmee personen met een ernstige of volledige beperking van de sta-functie (rechtop blijven staan) zich recht kunnen houden.

Overeenkomstig de Verordening (EU) 2017/745 zijn rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, een wandelstok op wielen of sta-systemen te beschouwen als medische hulpmiddelen en volgens de ISO 9999-norm als technische hulpmiddelen.

Onder de definitie van mobiliteitshulpmiddel vallen geen producten of technologieën die personen in het dagelijks leven ondersteunen, functionele stimulatoren, communicatie-ondersteunende systemen en omgevingsbedieningssystemen.